Havencel West-Vlaanderen

02/03/2017

Als we Vlaanderen willen uitbouwen als de logistieke poort van West-Europa, is een goede mobiliteit noodzakelijk, zowel op de weg, het water als in de lucht. Een goede ontsluiting van de haven van Zeebrugge is onontbeerlijk om de groei niet te belemmeren. 

De Nationale Bank van België toont  met een jaarlijkse studie het belang van de Vlaamse havens als economische motor van Vlaanderen. Zeebrugge is gaandeweg uitgegroeid tot een belangrijk maritiem kruispunt  met essentiële gevolgen voor werkgelegenheid, toegevoegde waarde en investeringen. In de havenzone, die tot Brugge reikt, zijn ongeveer 300 bedrijven actief. Zij realiseren samen een directe toegevoegde waarde van ruim 954 miljoen euro. Indirect genereert de haven nog eens 854 miljoen euro. De haven telt 11.110 rechtstreeks tewerkgestelden. Samen met de onrechtstreekse, creëert de haven 27.000 jobs. Van de rechtstreeks tewerkgestelden komen de meeste werknemers uit Brugge, maar ook uit Knokke-Heist en Damme. Op jaarbasis wordt in de haven ongeveer 300 miljoen euro geïnvesteerd. Voor West-Vlaanderen en heel Vlaanderen is de Zeebrugse haven dan ook van groot belang.

In 2014 richtten Voka West-Vlaanderen, APZI (de vereniging van havenbedrijven in Zeebrugge) en de Oostendse havengemeenschap een nieuw orgaan op: de Havencel West-Vlaanderen. Die krachtenbundeling moet de havens van Zeebrugge en Oostende meer op de kaart zetten en knelpunten voor de bedrijven op Vlaams, federaal en Europees vlak verbeteren.

 

De belangrijkste dossiers voor de Havencel West-Vlaanderen

SHIP

Zeebrugge is top in autotrafieken, maar grote autoschepen kunnen alleen in de achterhaven geladen en gelost worden. De Pierre Vandammesluis is voorlopig de enige sluis die zulke grote schepen kan ontvangen. Om de haven en de bedrijven toe te laten zich verder te ontwikkelen, is er een tweede zeesluis nodig. Het SHIP-dossier (Strategisch Haven Infrastructuur Project) kwam voor de eerste keer ter sprake in 2004. Meer dan 10 jaar later staan we nog geen stap verder. In 2014 werd SHIP in het Vlaams regeerakkoord vastgelegd, waarbij de Vlaamse regering koos voor een nieuwe sluis ter hoogte van de Carcokesite. Maar het blijft voorlopig bij een beslissing op papier. Bedrijven die nu in en rond de mogelijke SHIP-zone gevestigd zijn en de bedrijven in de achterhaven hebben nood aan duidelijkheid.
De onzekerheid die er nu rond het SHIP project heerst, beperkt het ondernemerschap in de regio. De Havencel West-Vlaanderen ijvert voor een snelle oplossing en roept op tot actie. De tijd van studeren mag stilaan afgerond worden, zodat de bouw van de nieuwe sluis effectief kan starten.
 

Transportzone Zeebrugge

De Transportzone Zeebrugge is één van de belangrijkste bedrijvenclusters in de haven, vooral gericht op short sea-trafieken. De zone is al jaren volzet en een aantal bedrijven wil graag uitbreiden. Al in 2007 startte de zoektocht naar uitbreidingsmogelijkheden, maar zonder resultaat. De roep van de bedrijven naar extra grond klinkt nochtans steeds luider, want de Transportzone is ideaal gelegen nabij de voorhaven. Andere terreinen, zoals de Maritiem logistieke zone, hebben voor de bedrijven te veel nadelen en komen daarom vandaag niet in aanmerking.
De Havencel West-Vlaanderen pleit voor een uitbreiding van de bestaande Transportzone. In eerste instantie moet de zone noordelijk uitgebreid worden. Daarrond ontstaat geleidelijk aan consensus; we zien dit dus als een snelle oplossing die de dringendste noden voor de bedrijven moet oplossen.
Maar die 7 ha is niet voldoende. De Havencel blijft dan ook pleiten voor een verdere uitbreiding richting zuiden/zuidwesten. Een dergelijke uitbreiding zal de bedrijven toelaten zich verder te ontwikkelen, wat ook voor de haven en de hele regio veel voordelen zal opleveren. Komt de gevraagde uitbreiding er niet, dan bestaat de kans dat bedrijven wegtrekken, wat een negatieve weerslag zou hebben op de haven en de gehele Brugse regio.

Vlaamse Baaien - Stadsvaart

Een betere hinterlandverbinding is belangrijk voor Zeebrugge, zeker als we meer goederen via de binnenvaart willen vervoeren. Het project Stadsvaart moet de haven beter ontsluiten voor grotere binnenschepen via het kanaal Oostende-Gent, maar dat volstaat niet voor de Havencel: het tonnage wat betreft type binnenschepen is nog veel te beperkt bovendien is de termijn om het traject volledig afgerond te krijgen nog niet voor de eerste 15 jaar. Om op wereldniveau een concurrentieel voordeel te creëren moet de haven van Zeebrugge ook ontsloten worden via de zee. Door binnenvaart op zee kunnen goederen via de voorhaven Zeebrugge aan- en afgevoerd worden naar/van de Westerschelde. Binnenvaartschepen kunnen die tocht technisch pas uitvoeren als er in zee buffers komen om de golfslag te breken. Bovendien dient er een wetswijzing te komen zodat deze zone omgevormd wordt van zee-zone naar kanaalzone.

De Havencel is groot voorstander van dat Vlaamse Baaien-project, meer bepaald de kustbescherming en het kanaal op zee. 

Offshore-industrie Oostende

De haven van Oostende heeft heel wat troeven en know-how in handen op het vlak van offshore windenergie. In 2016 worden er twee nieuwe windmolenparken gebouwd op zee. De windmolens zorgen niet alleen voor duurzame energie. De in totaal acht windmolenparken creëren 20.000 nieuwe arbeidsplaatsen tijdens de ontwikkelings- en bouwfase en 800 nieuwe, permanente jobs tijdens de exploitatiefase. Nu al leveren de 182 molens energie voor 700.000 gezinnen. Op sommige dagen worden meer dan een miljoen mensen van energie bevoorraad door de turbines. Maar over vijf jaar staan er dubbel zo veel molens, goed voor de energieproductie van twee kerncentrales.

De Havencel vraagt om blijvend in te zetten op de offshore-industrie in Oostende.

Samenwerking tussen Vlaamse havens 

Zeebrugge profileert zich de laatste jaren als dé autohaven van West-Europa. Daarom is die toegang tot de achterhaven zo belangrijk. Maar de haven is zo veel méér. De vele shortseaverbindingen naar het VK, Ierland en Scandinavië tonen aan dat Zeebrugge een belangrijke rol speelt als draaischijf voor trafieken naar die regio’s. Ook de LNG-terminal en de daaraan verbonden activiteiten zijn een belangrijk onderdeel. Daarnaast is Zeebrugge een stopplaats voor vele cruiseschepen. “Zeebrugge is dus een diepzeehaven met de nodige faciliteiten om alle soorten schepen te ontvangen. Het is ondenkbaar dat een dergelijk voordeel niet ten volle benut worden in de Vlaamse havenstrategie”, aldus Marc Adriansens, voorzitter van de Havencel West-Vlaanderen.

“De beslissing van de Vlaamse regering waarin het belang van samenwerkingsmogelijkheden tussen de Vlaamse havens met het oog op een maximale valorisatie van de beschikbare containercapaciteit” benadrukt wordt, mag daarom geen dode letter blijven. Samenwerking voor deze specifieke sector zal een meerwaarde creëren voor beide havens én de gehele Vlaamse economie.”

 

Bart Vansevenant - stafmedewerker studiedienst - 056 24 16 57 - bart.vansevenant@voka.be