Skip to main content
  • Coronavirus: de meest gestelde vragen over de impact op je onderneming

Coronavirus: de meest gestelde vragen over de impact op je onderneming

  • 28/11/2021

We zitten nog steeds in de COVID-19-pandemie. Voka ontvangt nog regelmatig vragen van ongeruste ondernemers over de concrete aanpak van deze crisis. Hieronder vatten we de antwoorden op de meest gestelde vragen voor je samen, in samenwerking met SD Worx.

Nieuw en in de kijker

De bedrijfsartsen zullen een rol krijgen voor de boosterprik van werknemers. Wat weten we al?

De boosterprik voor de hele bevolking is goedgekeurd en ook de  bedrijfsarts zal hierbij een rol krijgen. We zetten even alles op een rijtje. Dit item zal nog verder aangevuld worden van zodra meer details bekend raken. 

Er zijn geen harde bewijzen dat de rest van de bevolking voldoende beschermd zal blijven door haar basisvaccinatie, vooral bij de huidige hoge viruscirculatie. De Interministeriële Conferentie Volksgezondheid heeft daarom een plan goedgekeurd voor de boostervaccinatie van alle volwassenen. De volgorde van uitnodigen wordt bepaald in functie van dalende leeftijd en de tijdsduur sinds het vorige vaccin.

Wanneer?

De IMC bepaalde volgende intervallen na de volledige vaccinatie met:

  • Janssen-vaccin: een interval van minstens 2 maanden tussen de eerste en de boosterdosis. Zij worden al uitgenodigd. 
  • Astra-Zeneca-vaccin: een interval van minstens 4 maanden tussen de tweede en de boosterdosis. Zij kunnen dus al vanaf december progressief worden uitgenodigd.
  • Pfizer of Moderna-vaccin: een interval van minsten 6 maanden tussen de tweede en de boosterdosis. Zij zullen vanaf midden december worden uitgenodigd.

Vaccineren in bedrijven

De Taskforce heeft de mogelijkheid om, in overleg met de sociale partners, meerdere kanalen voor de boostervaccinatie te gebruiken met name via de bedrijfsgeneeskunde diensten. Dat gebeurt telkens volgens het basisschema (minimum na 2, 4, 6 maanden). Voka drong al lang aan op het inschakelen van bedrijfsartsen en verzamelde al een lijst met grote bedrijven.

We houden je hier op de hoogte van zodra we meer details weten.
 

Wat betekent het nieuwe test- en quarantainebeleid voor mijn onderneming?

Er zijn nieuwe test- en quarantaineregels:

  • Mensen die gevaccineerd zijn en een hoogrisicocontact hebben gehad met iemand die corona heeft, moeten zich enkel nog op de eerste dag na het contact laten testen. Zij moeten in quarantaine blijven tot ze een negatief resultaat hebben. Een tweede test - op de zevende dag na het contact - vervalt.
  • Wie niet gevaccineerd is, moet zich nog steeds laten testen op dag 1 én dag 7.

Download hier het overzicht met de nieuwe regels.

Wat heeft het Overlegcomité op 26 november beslist en waar vind ik het KB met alle details?

Het Overlegcomité heeft een nieuw winterpakket beslist met maatregelen die het aantal contacten moeten beperken. De maatregelen zullen op 15 december geëvalueerd worden.

Lees hieronder de samenvatting over wat belangrijk is voor uw onderneming of ga rechtstreeks naar het KB.

Winterpakket

 

Telethuiswerk

De periode waarbinnen maximaal één terugkeerdag voorzien mag worden, wordt verlengd van 12 december naar 19 december.

De periode vanaf wanneer maximaal twee terugkeerdagen voorzien mogen worden, start vanaf 20 december.

 

Horeca-activiteiten

Het aantal personen per tafel wordt beperkt tot 6.  Een huishouden mag een tafel delen, ongeacht de grootte van dat huishouden.

Enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan.

De openingsuren worden beperkt van 5 uur ’s morgens tot 23 uur.

 

Discotheken en dancings

Discotheken en dancings dienen te sluiten.

 

Publieke evenementen

Publieke evenementen binnen: enkel zittend toegestaan, conform de regels van CST plus mondmasker.

Publieke evenementen buiten: indien organisatoren  de regels van de social distancing en afstand van 1,5 meter tussen de gezelschappen niet respecteren, zal hun evenement gesloten worden.

De modaliteiten van de horeca zijn van toepassing.

Inwerkingtreding van de maatregelen voor evenementen georganiseerd door professionals is 29 november. De andere maatregelen gaan vanaf 27 november in.

 

Handelsbeurzen

Het Comité bevestigt de mondmaskerplicht voor handelsbeurzen.

De deelstaten nemen de nodige reglementaire bepalingen voor een veralgemeende invoering van het CST op handelsbeurzen.

 

Private bijeenkomsten

Private bijeenkomsten binnen zijn verboden, met uitzondering voor huwelijksfeesten en begrafenissen (koffietafel). Deze laatste dienen met CST georganiseerd te worden vanaf 50 personen binnen en 100 personen buiten. De modaliteiten van de horeca gelden, waarbij dansen met mondmasker evenwel toegelaten is.

Deze bepaling geldt niet voor bijeenkomsten in de private woonst. Het Comité moedigt ten zeerste het gebruik van zelftesten aan bij het ontvangen van gasten in de private woonst.

Het gebruik van het CST bij private bijeenkomsten geldt niet voor private bijeenkomsten die georganiseerd worden in de private woonst, behalve indien er een beroep gedaan wordt op professioneel georganiseerde horeca-activiteiten.

Indien gebruik wordt gemaakt van professionele horeca dienstverlening geldt eveneens dat deze dienstverlening beperkt blijft tussen 5 uur en 23 uur, met uitzondering van huwelijksfeesten.

 

Sportwedstrijden

Sportwedstrijden binnen, zowel amateur als beroeps, zonder publiek. Elke deelnemer tot en met 18 jaar mag evenwel vergezeld worden door zijn of haar ouders.

 

Leerplichtonderwijs

De ministers van Onderwijs zullen een pakket maatregelen uitwerken rond onder meer:

Verplichte mondmaskerdracht;
Luchtkwaliteit en betere ventilatie;
Het uit elkaar houden van klasgroepen;
Opsporen van hoogrisico-contacten;
Buitenschoolse activiteiten.

De ministers van Onderwijs en van het Hoger Onderwijs worden uitgenodigd bijkomende voorstellen te formuleren op basis van het overleg met de koepels en syndicaten.

 

Jeugdactiviteiten

De ministers van Jeugd worden gevraagd om ten laatste op 29 november bijkomende voorstellen te formuleren inzake beperkingen en beveiligingen van de jeugdactiviteiten in binnenruimten, rekening houdend met de epidemiologische risico’s van het mengen van jongeren uit verschillende klassen en scholen.

 

Handhaving

De politie- en inspectiediensten wordt gevraagd streng op te treden tegen overtredingen van de maatregelen.

 

Bijkomende vaccinaties

Na de booster voor kwetsbare en specifieke doelgroepen, zoals 65+, zorgverleners, personen met immuno-deficiëntie, personen die werden ingeënt met Johnson&Johnson, moet de hele bevolking zo snel als mogelijk een extra vaccinatiedosis ontvangen.

Er wordt maximaal naar gestreefd dat burgers vier (Johnson & Johnson en AstraZeneca) of zes (Pfizer en Moderna) maanden na hun laatste dosis een booster-vaccin krijgen met een mRNA-vaccin.

Het Overlegcomité vraagt om het wetenschappelijk gefundeerd operationeel plan dat de IMC Volksgezondheid tegen 27 november hiertoe uitwerkt, zo vlug als mogelijk uit te voeren, zodat de capaciteit van de vaccinatiecampagne snel en sterk verhoogd wordt en voor Kerstmis nog een zo groot mogelijk aantal personen kan worden ingeënt. Die personen moeten zich via een flexibel online systeem kunnen inschrijven, zoals bijvoorbeeld QVAX.

Gezien de recente goedkeuring door EMA, vraagt het Comité dat de Hoge Gezondheidsraad en het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek hun advies spoedig verstrekken met het oog op het eventuele opstarten, op vrijwillige basis, van de vaccinatie van de 5 tot 11-jarigen.

Bron: Premier.be

Heeft de werknemer recht op afwezigheid met behoud van loon wanneer hij wacht op het testresultaat na het invullen van de online zelfevaluatietool?

Een nieuwe CAO van 19/11 voorziet een recht voor de werknemer om afwezig te zijn op het werk met behoud van loon als de werknemer wacht op zijn testresultaten.

Vanaf 19/11/21 kunnen personen met milde symptomen, die kunnen wijzen op COVID, gebruik maken van een online zelfevaluatietool.

Na het invullen van een vragenlijst kan blijken dat de persoon zich zo snel mogelijk moet laten testen. In afwachting van het testresultaat moet hij zich isoleren.

De zelfevaluatietool voorziet dan ook een attest, waarmee de werknemer zijn afwezigheid kan verantwoorden. Een CAO regelt nu de grenzen waarbinnen deze afwezigheid gerechtvaardigd is en recht geeft op loon:

  • Is telewerk niet mogelijk, dan heeft de werknemer recht op afwezigheid met loonbehoud tijdens de periode die start bij aanmaak van het afwezigheidsattest in de zelfevaluatietool en stopt op het moment dat hij het testresultaat van zijn PCR-test heeft.
  • Is telewerk wel mogelijk, dan heeft de werknemer recht op afwezigheid met loonbehoud enkel voor de tijd die nodig is om de PCR-test te laten afnemen

Hoe dan ook, eindigt het recht op betaalde afwezigheid 36 uren na de aanmaak van het afwezigheidsattest.

Werknemers kunnen tijdens de periode van 19/11/21 tot 28/02/22 maximaal 3x gebruik maken van dit recht. Deze afwezigheidsperiode moet om pragmatische redenen geboekt worden als klein verlet. Wens je een andere omschrijving, gebruik dan ‘gerechtvaardige afwezigheid i.h.k.v. SATT’ (waarbij SATT staat voor Self Assessment Testing Tool).

Bron: SD Worx & NAR CAO nr. 160 van 19 november 2021 houdende invoering van een gerechtvaardigde afwezigheid afwezigheid van het werk voor een COVID-19-test op basis van de self assessment testing tool.

 

Waar vind ik de laatste nieuwe versie van de Generieke Gids?

Er is een nieuwe versie van de Generieke Gids die ondernemingen als leidraad kunnen gebruiken met het voeren/hervatten van de economische activiteit in alle veiligheid.

Enkele nieuwigheden:

  • Sinds 20 november 2021 is het verplicht een mondmasker te dragen wanneer de afstand van 1,5 meter niet kan worden gegarandeerd 
  • Dat geldt ook bij verplaatsingen in binnenruimtes
  • De nadruk wordt ook gelegd op de luchtkwaliteit op de arbeidsplaats, te controleren met behulp van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) in binnenruimtes waar veel personen samenzijn.
  • Tijdens lunch- en pauzemomenten moet de afstand van 1,5 meter ook worden gerespecteerd en deze momenten moeten maximaal worden gespreid in de tijd om contacten te vermijden.

Download hier de nieuwe Generieke Gids

De details over de verplichte registratie voor telewerk zijn gekend. Hoe zit dat in mekaar?
  • Telethuiswerk is verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten, voor alle personen bij hen werkzaam, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.
  • Voor zij die niet kunnen telethuiswerken wordt opnieuw een attest of elk ander bewijsstuk voorzien die de noodzaak van de aanwezigheid op de arbeidsplaats bevestigt
  • Maandelijkse registratie via een elektronisch registratiesysteem bij de RSZ per vestigingseenheid van: (1) het totale aantal personen dat er werkzaam is en (2) het aantal personen dat een functie uitoefent die onmogelijk kan worden volbracht via telethuiswerk.
  • Zelfde RSZ-systeem als de vorige keer 
  • Er is 1 aangifte nodig voor de periode 22/11 tot en met 31/12.
  • Die aangifte vormt een foto van de derde werkdag volgend op de inwerkingtreding (20/11).
  • Uiterlijk in te dienen op 30 november 2021.
  • Als de situatie qua telewerkers niet verandert, moet geen nieuwe registratie ingediend worden. 
  • Indien toch wijzigingen: de volgende aangiften hebben betrekking op de situatie op de eerste werkdag van de maand en moeten uiterlijk worden ingediend op de zesde kalenderdag van de maand.
  • De tool is vanaf 24/11 beschikbaar. Meer info vind je hier.

Volgende ondernemingen moeten geen registratie doen:

  • kmo's met minder dan 5 personen werkzaam;

  • de werkgevers in de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 40 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie; 
  • onderwijsinstellingen zowel voor hun personeel betaald door de inrichtende machten als het personeel betaald door de Gemeenschappen; deze uitzondering geldt niet voor de universiteiten, privé-scholen en andere opleidingsinstellingen die zelf hun personeel betalen. 
  • inrichtingen die vallen onder het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat en de Gewesten in verband met inrichtingen en activiteiten met gevaarlijke stoffen
  • de politiediensten

    Terugkeermomenten en aanwezigheden
  • Tot en met 19 december 2021 mag per dag maximum 20% van de personen voor wie telethuiswerk verplicht is, tegelijk in de vestigingseenheid aanwezig zijn, en vanaf 20 december 2021 mag dit maximum 40% zijn.
  • Geen attesteringsplicht voor de terugkeermomenten voor de telewerkers.

    Het volledige Besluit lees je hier.
Welke details zijn belangrijk voor bedrijven ivm de beslissingen van het Overlegcomité? Telewerken, verplichte registratie, bedrijfsfeesten, etc...

Het Overlegcomité heeft een beslissing genomen over een aantal nieuwe maatregelen. Die gaan in op 20 november en gelden in principe tot 28 januari. Begin januari maakt een volgend Overlegcomité een evaluatie op. Wat is belangrijk voor bedrijven?

Telethuiswerk

  • Telewerken wordt opnieuw verplicht voor functies waar dit mogelijk is. Tot en met 19 december kunnen personeelsleden maximaal één terugkeerdag per week op de werkvloer zijn. Vanaf 20 december kunnen er maximaal twee terugkeerdagen zijn.
  • Voor de werknemers die niet van thuis uit kunnen werken, moeten de ondernemingen passende preventiemaatregelen invoeren volgens de veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard.
  • Ondernemingen moeten maandelijks via een elektronisch register dat terug te vinden is op het portaal van de sociale zekerheid, de volgende gegevens meedelen: (1) het totaal aantal werknemers in het bedrijf per vestigingseenheid en (2) het aantal werknemers dat een functie uitoefent waarbij telewerken niet mogelijk is. Klik hier om alles te weten te komen over de verplichte registratie.
  • De minister van Werk zal in overleg met de sociale partners de specifieke modaliteiten hiervoor verder bepalen. Hij zal ook de nodige maatregelen nemen om de handhaving te verzekeren. Belangrijk daarbij is de instructie dat wanneer er meermaals inbreuken worden vastgesteld, overgegaan kan worden tot sluiting. 

Mondmaskerplicht

  • wordt uitgebreid naar 10 jaar in de besloten ruimtes van het openbaar vervoer en het georganiseerd collectief vervoer,
  • voor medische en niet-medische contactberoepen,
  • bij evenementen, zowel indoor als outdoor en ongeacht de grootte van het evenement,
  • in winkels en winkelcentra,
  • in de zorginstellingen,
  • in de publiek toegankelijke ruimtes van bedrijven, overheidsbesturen, de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector
  • Mondmaskers zijn ook verplicht op plaatsen en evenementen waar het CST van toepassing is. Het mondmasker mag occasioneel worden afgezet om te eten en te drinken, en wanneer het dragen ervan onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit (vb. tijdens het sporten).

De werkplek

Teambuildings en bedrijfsfeesten moeten de respectievelijke maatregelen volgen die van toepassing zijn (zoals bijvoorbeeld in de horeca, bij sport, ...).

De Generieke Gids zal op volgende punten aangepast worden:

  • er moet voldoende aandacht zijn voor de luchtkwaliteit van alle arbeidsplaatsen. 
  • er is een mondmaskersplicht wanneer de fysieke afstand van 1,5 meter niet gerespecteerd kan worden en wanneer men zich verplaatst op de werkplek.
  • Tijdens lunch- en pauzemomenten wordt de minimale afstand van 1,5 meter gerespecteerd. De lunchen en pauzes moeten ook maximaal gespreid worden in de tijd om contacten te vermijden.
  • Tijdens het georganiseerd vervoer door de werkgever moeten de voertuigen verplicht voldoende geventileerd worden. Wanneer er geen afstand van anderhalve meter tussen de inzittenden gegarandeerd kan worden zijn mondmaskers ook daar verplicht.

!! De federale sociale en welzijnsinspectiediensten geven opnieuw prioriteit aan het controleren van het verplichte telewerk, de strikte toepassing van de Generieke Gids en voldoende ventilatie van de arbeidsplaatsen (regelgeving Codex Welzijn op het werk).

Events

  • In culturele, feestelijke en recreatieve voorzieningen (van concertzalen tot musea) is het verplicht een mondmasker te dragen. De deelstaten zullen ook de nodige reglementaire bepalingen vastleggen voor een veralgemeende invoering van het CST in deze sectoren.
  • Private bijeenkomsten: de drempels van 500 personen binnen en 750 buiten worden verlaagd naar 50 personen binnen en 100 buiten. Deze grenzen kunnen enkel overschreden worden als het CST wordt toegepast én mondmaskers worden gedragen. De organisator moet de bezoekers daarvan op voorhand op de hoogte brengen. Het Comité herhaalt dat wanneer een evenement georganiseerd wordt in een inrichting die niet behoort tot de evenementensector (zoals een café of een discotheek), dezelfde regels inzake CST en mondmasker van toepassing zijn die gelden bij publieke evenementen. Bovendien is het niet meer mogelijk om evenementen te organiseren met meer dan 50 personen binnen en meer dan 100 personen buiten wanneer er enkel rekening wordt gehouden met CIRM/CERM (Covid Infrastructure/Event Risk Model). Het CST moet altijd ingezet worden.
  • Voor publieke evenementen worden de huidige minimumdrempels van 200 personen binnen en 400 personen buiten verlaagd naar 50 binnen en 100 buiten.
  • Het Comité wijst erop dat bijeenkomsten, ongeacht of deze privé of publiek zijn, die georganiseerd worden in een voorziening van horeca-activiteiten, altijd de verplichting met betrekking tot het CST en mondmasker moeten respecteren.
  • Discotheken en dancings: naast het verplicht gebruik van het CST moet elke bezoeker een gecertificeerde negatieve zelftest voorleggen vooraleer de discotheek of dancing te betreden. Deze zelftest moet ter plaatse uitgevoerd worden met respect voor de regels van social distancing. Als de uitbater ervoor opteert om geen zelftesting toe te passen, is het dragen van een mondmasker voor alle bezoekers verplicht. 

Vaccinatie (3de prik) 

  • na de bijkomende vaccinatiedosis voor een aantal doelgroepen (65+, zorgverleners, personen met immuno-deficiëntie, personen die werden ingeënt met Johnson&Johnson), moet de hele bevolking zo snel als mogelijk een extra vaccinatiedosis ontvangen. 
  • Dit impliceert dat het volledige netwerk van vaccinatiecentra operationeel wordt gehouden en dat andere vaccinatiekanalen, zoals apotheken, scholengeneeskunde en bedrijfsgeneeskunde, maximaal worden ingezet.
Kan de sociale inspectie het naleven van de coronaregels komen controleren? (+checklist)

De sociale inspectie kondigde controles aan om te zien of je de COVID-19 preventiemaatregelen naleeft. 

Wat kan een inspecteur vragen tijdens een controle met betrekking tot de naleving van de preventiemaatregelen inzake COVID-19?

- Werkgevers kunnen deze checklist gebruiken bij een auto-evaluatie van het naleven van de verschillende maatregelen in het kader van COVID-19 (preventiemaatregelen, register en PLF voor bouw, schoonmaak, land- en tuinbouw en vlees, verplichte sluiting horeca, verplichte sluiting andere sectoren, telewerk).

- Na een eerste periode waarbij de sociale inspectiediensten een eerder preventief en coachend handhavingsbeleid hebben gevoerd t.a.v. de naleving van de COVID-19 maatregelen wordt het controlebeleid geheroriënteerd naar een meer repressief beleid, waarbij de sociaal inspecteur ook over zullen gaan tot het opstellen van een Pro Justitia bij vaststelling van zware inbreuken of manifeste onwil van de werkgever om de opgelegde verplichtingen inzake de COVID-19 maatregelen na te leven.

Bron: SIOD

Ventilatie op de werkvloer: hoe zit het daar nu precies mee en hoe pak je dat aan?

Hieronder bundelen we samen met Agoria, VITO en de Vlaamse Confederatie Bouw de aanbevelingen voor een goede ventilatie. We leggen uit wat het verschil is tussen ventileren, verluchten en luchtzuivering en hoe de binnenluchtkwaliteit kan opgevolgd worden aan de hand van een CO2-meter. We verwijzen naar alle bestaande praktische gidsen die je wegwijs maken bij het aankopen, installeren en opvolgen van ventilatie en de belangrijkste wetgeving en richtlijnen rond ventilatie. Door te focussen op beschikbare oplossingen hopen we het wat makkelijker maken om in onze ondernemingen aan de slag te gaan rond ventilatie.

Omdat we om te wonen en te werken het grootste deel van onze tijd binnen doorbrengen, is goede binnenluchtkwaliteit van het grootste belang voor een goede gezondheid.

Voldoende ventileren is noodzakelijk voor een gezond binnenklimaat. Het helpt ook om de overdracht van virussen zoals COVID-19 (maar ook griepvirussen) te beperken.

Om één en ander duidelijk te maken, zetten we hierna de belangrijkste punten met betrekking tot ventilatie op een rij.

Wat is het verschil tussen ventileren, verluchten en luchtzuivering?

> Ventileren is het continu (24u op 24) verversen van de lucht door verse buitenlucht aan te voeren en vervuilde binnenlucht af te voeren. Ventilatie gebeurt bij voorkeur via een gecontroleerd mechanisch ventilatiesysteem dat gestuurd wordt op basis van CO2, temperatuur of vochtgehalte. In woningen of gebouwen zonder ventilatiesysteem is het mogelijk om te ventileren via ramen op kierstand of verluchtingsroosters. 

> Verluchten betekent gedurende een korte periode een grote hoeveelheid verse lucht binnenlaten door een raam of buitendeur wijd open te zetten. Verluchten kan neveneffecten zoals geluid, tocht of vervuiling (afhankelijk van de locatie) met zich meebrengen.

> Luchtzuivering of -reiniging zorgt voor de actieve verwijdering van luchtdeeltjes, zoals microbiologische (zoals pollen, schimmels, bacteriën, virussen,…) of (an)organische onzuiverheden (zoals koolstof, teer, dieselroet, minerale stoffen,…). Luchtzuivering kan zowel centraal gebeuren in het HVAC-systeem of lokaal, via mobiele luchtreinigers.

CO2, een maatstaf?

CO2 maakt, net als COVID-19, deel uit van uitgeademde lucht en is daarom een goede indicator voor het risico op COVID-19-besmetting in een ruimte. CO2 is een maat voor het aantal aanwezige personen en het ventilatieniveau in de ruimte.

In een drukbezette ruimte zoals een klaslokaal, een kantoor- of vergaderruimte of een variabel bezette wachtruimte is de opvolging van het CO2-niveau een geschikte methode om na te gaan of de lucht in die ruimte, voor die specifieke bezetting, voldoende ververst wordt.

CO2-meters zijn eenvoudig in gebruik en kosten relatief weinig.

> Praktische info over aankoop en gebruik van CO2-meters
> Tips voor een goede CO2-meter - Zorg en Gezondheid (zorg-en-gezondheid.be)

Waarom is goede ventilatie noodzakelijk?

1. Wettelijk kader

CO2: De werkgever is verplicht om te voldoen aan de regelgeving van de Codex voor Welzijn op het Werk, namelijk het KB dat in 2019 van kracht is geworden en waarin een gemiddelde maximumconcentratie van 900 ppm CO2 tijdens minimum 95% van de werktijd (berekend over maximaal 8 uur) is vastgelegd.

In plaats van de CO2-concentratie in de gaten te houden, mag je je volgens de Codex ook richten op een minimum ventilatiedebiet van 40 m³ per uur per aanwezige persoon. In dat geval bepaalt de omvang van een werklokaal, in combinatie met het ventilatiesysteem, hoeveel mensen maximaal in één ruimte kunnen werken.

CO2-metingen zijn echter niet verplicht. Het volstaat om het gebouw en het ventilatiesysteem te documenteren (berekeningen of een technische informatie) en regelmatig bij je werknemers na te gaan hoe zij hun werkomgeving ervaren.

> Praktische implementatiegids voor ventilatie en luchtkwaliteit in het kader van COVID-19
> Website VCB-Interreg project ET’Air, relevante info over het belang van een goede binnenluchtkwaliteit
> Codex voor het Welzijn op het Werk (gericht op arbeidsplaatsen)
> 20210215_hgr-9616_covid_en_ventilatie_pc_vweb.pdf (belgium.be)
> GENERIEKE GIDS (versie 6) en sectorgidsen: veilig aan het werk tijdens de coronacrisis - Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (belgie.be)
> Ventilatiegids Agoria: Agoria lanceert corona ventilatiewijzer | Agoria (incl de schoolventilatiegids)
> COVID-19: praktische maatregelen over gebruik van HVAC-installaties in niet-residentiële gebouwen | Agoria 
> Ventilatie in niet-residentiële gebouwen: Voldoen uw werklokalen aan de nieuwe CO2-norm? | Agoria  
> COVID-19: Agoria vraagt aandacht voor een goede luchtkwaliteit op de werkvloer | Agoria
    
2. Voorkomen is beter dan genezen

De COVID-19-pandemie is momenteel natuurlijk de belangrijkste drijfveer achter de verhoogde aandacht voor ventilatie. 

Gesloten ruimtes spelen een belangrijke rol bij de overdracht en verspreiding van het coronavirus via uitgeademde lucht. De besmetting gebeurt enerzijds via grotere druppels die minder lang in de lucht verblijven maar bij direct contact op korte afstand kunnen worden overgedragen.

Anderzijds zijn er de zeer kleine aerosoldeeltjes (meestal kleiner dan 5µm) die tot 6 uur in de lucht kunnen blijven hangen,  zich opstapelen in de ruimte en op die manier de besmettingskans sterk verhogen zelfs wanneer een besmette persoon de ruimte verlaten heeft.  Deze deeltjes zijn bovendien zo klein dat ze ook vrij gemakkelijk diep kunnen doordringen tot in de alveolen van de longen.

Ventilatie zorgt voor luchtverversing, en dit resulteert in lagere concentraties aan uitgeademde aerosolen, dus een kleiner besmettingsrisico. Daarom zal het risico op virusbesmettingen (bv. COVID-19) lager zijn in goed geventileerde ruimtes.

Een goede ventilatie draagt bij tot een gezond binnenklimaat. De aanwezigheid van meubelen, vloerbekleding, apparaten,… of het gebruik van consumentenproducten brengt met zich mee dat het interieur van een lokaal zelf voor chemisch verontreinigde lucht kan zorgen. Ook deze verontreinigingen worden door middel van goede ventilatie gereduceerd.

Welke oplossingen bestaan er?

1. Ventilatie

Er zijn in België heel wat producenten en installateurs van ramen, deuren, raamroosters, meettoestellen, ventilatiesystemen en luchtzuiveraars actief. Voor elke ruimte is er een geschikte oplossing te vinden.

Meten is weten: het CO2-niveau is een goede maatstaf om het risico op COVID-19-besmetting in te schatten. CO2 meten op drukke plaatsen waar veel mensen langdurig samenkomen helpt om risico’s in te schatten en de gepaste maatregelen te nemen.

Haalbare maatregelen zijn: verluchten, ventileren en luchtzuivering. Zij  kunnen elk op zich of in combinatie zorgen voor een betere luchtkwaliteit.

2. Luchtzuivering

Luchtzuivering of -reiniging kwam naar aanleiding van de coronapandemie onder de aandacht van de wetgevers. Luchtzuivering zorgt voor de verwijdering of afbraak van microbiologische, organische of anorganische onzuiverheden in de lucht.

Luchtzuivering kan, net zoals ventilatie, via centrale of decentrale systemen gebeuren. Het voordeel van luchtzuivering is dat het ook kan worden toegepast in lokalen of gebouwen zonder of met beperkte ventilatiemogelijkheden. Luchtzuivering kan zo een aanvulling vormen op bestaande systemen en dat tegen een relatief lage kostprijs.

Niet alle luchtzuiveringssystemen op de markt zijn even effectief en daarom werden vereisten vastgelegd in een ministerieel besluit. Dit besluit bepaalt de normen waaraan ventilatie-zuiveringssystemen voor openbare ruimten moeten voldoen en verbiedt systemen die een gezondheidsrisico inhouden.

> Praktische info over luchtzuivering

Nood aan nieuwe ontwikkelingen?

Naast bestaande oplossingen voor ventilatie en luchtzuivering zijn er ook nieuwe innovatieve ontwikkelingen om ventilatie te optimaliseren. Slimme ventilatiesystemen werken vraaggestuurd op basis van gemeten luchtkwaliteit en combineren eventueel een aangepast debiet met luchtzuivering. Deze innovaties maken gebruik van sensoren en AI. Zo zullen slimme ventilatiesystemen in de nabije toekomst gestuurd worden op basis van weersvoorspellingen of de agenda’s van de medewerkers.

Welke CO2-meters kiezen en gebruiken?

Goede ventilatie en verluchting reduceren besmettingsrisico’s met factor 10. Dat komt omdat het virus zich niet enkel via druppeltjes verplaatst, maar ook gedurende lange tijd en over een lange afstand kan blijven hangen. De hoeveelheid virus die blijft hangen kan direct afgeleid worden uit de hoeveelheid CO2 in dezelfde ruimte. Dankzij een CO2-meter kan iedereen het besmettingsrisico goedkoop en eenvoudig volgen

Haalbare maatregelen bij hoge CO2-waarden 

Wanneer de CO2-waarden de drempel overschrijden, komt het erop aan om gepaste maatregelen te nemen. Dat kan gaan over het activeren van mechanische ventilatie of luchtzuiveraar maar ook het openen van ramen en deuren of het beperken van het aantal personen in de ruimte zijn effectief.

Eventueel kan men werken met maximale bezettingsgraden in afwachting van investeringen in ventilatie en/of luchtzuivering.

Het is erg belangrijk dat medewerkers én bezoekers goed geïnformeerd worden over de opvolging van de CO2-waarden en de maatregelen die genomen worden wanneer de drempelwaarden overschreden worden.  

Implementatieplan als gids voor betere ventilatie 

Het is een absolute aanbeveling om het implementatieplan dat werd uitgewerkt binnen de taskforce ventilatie te gebruiken. Het plan bevat een checklist die bedrijven helpt met het opvolgen en verbeteren van ventilatie op de werkvloer. Daarnaast is er een advies rond CO2-meters die je kan aankopen.  

Het implementatieplan kan gevonden worden via deze link op de website van de FOD Werk. 

Advies rond keuze en gebruik van CO2-meters

Het advies rond keuze en gebruik van CO2-meters staat hier

Bij het kiezen van een geschikte en gebruiksvriendelijke CO2-meter zijn er een aantal zaken waar je op moet letten.

We geven alvast kort enkele vuistregels mee:

- Kies voor een sensor die werkelijk CO2 meet: in principe een NDIR (niet-dispersieve infrarood) CO₂-sensor.

- Kies voor een meetbereik tot minstens 2.000 ppm en bij voorkeur tot 5.000 ppm.

- De meeste toestellen zijn eenvoudig te bedienen, maar neem best even de handleiding door. Kijk na of er bij uw toestel een duidelijke handleiding zit. Kent iedereen die met het toestel aan de slag gaat gaan, de werking van het toestel?

- Kijk na of uw meter correct meet.

- Zet de sensor niet naast een deur, een geopend raam of de toevoer van het ventilatiesysteem en ook niet direct naast personen. Voorzie minstens 1,5 meter afstand. 

- Plaats de sensor zo veel mogelijk in het gebruikte gedeelte van de ruimte, op een tafel, een meubelstuk of eventueel op een muur. 

- Meet minstens wanneer er mensen in de ruimte aanwezig zijn met de nominale bezetting. De CO2-waarde in de ruimte zal schommelen onder invloed van het aantal aanwezige personen, hun activiteit en de mate van ventilatie/verluchting. Zo kan u volgen of er continu genoeg verse lucht is of wanneer zich problemen voordoen
 

Welke coronamaatregelen worden verlengd tot en met 31 december 2021?

De federale regering heeft beslist om een beperkt aantal lopende coronasteunmaatregelen met één kwartaal te verlengen, van 30 september 2021 tot en met 31 december 2021.

Volgende steunmaatregelen zullen worden verlengd:

  • Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor alle sectoren
  • De degressiviteit van de werkloosheidsuitkering wordt niet langer bevroren. Het Koninklijk Besluit en de instructies van de RVA zijn in opmaak
  • Overbruggingsrecht voor zelfstandigen die 65% omzetverlies aantonen (enkele premie) 
  • Verlenging BTW-verlaging naar 6 procent op handgels en mondmaskers 

Steunmaatregelen voor bedrijven

Welke steunmaatregelen worden nog verlengd tot 31 december?

De federale regering heeft beslist om een beperkt aantal lopende coronasteunmaatregelen met één kwartaal te verlengen, van 30 september 2021 tot en met 31 december 2021.

Volgende steunmaatregelen zullen worden verlengd:

  • Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor alle sectoren
  • De degressiviteit van de werkloosheidsuitkering wordt niet langer bevroren. Het Koninklijk Besluit en de instructies van de RVA zijn in opmaak
  • Overbruggingsrecht voor zelfstandigen die 65% omzetverlies aantonen (enkele premie) 
  • Verlenging BTW-verlaging naar 6 procent op handgels en mondmaskers 
Welke steunmaatregelen worden nog verlengd tot 30 september?

Het kernkabinet van de federale regering heeft beslist een reeks lopende steunmaatregelen met één kwartaal te verlengen, van 30 juni tot en met 30 september.

De voornaamste steunmaatregelen die tot en met eind september zullen worden verlengd, zijn:

  • Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor alle sectoren
  • Het dubbel crisis-overbruggingsrecht voor de nog gesloten sectoren en het nieuwe overbruggingsrecht dat vanaf 1/1/2021 actief is
  • Individueel uitstel van betaling van belastingen + niet-toepassing van sancties RSZ bij niet-betalen voorschotten plus mogelijkheid afbetalingsplannen zonder sancties
  • Thuiswerkvergoeding in de privé en voor de ambtenaren: verhoging bedrag 
  • Verhoogd quotum vrijwillige overuren tot 220 uren in de zorgsector, de cruciale sectoren en de essentiële diensten
  • Aanvullende uitkering arbeidsongeschiktheid om op het niveau van resp. de uitkering overbruggingsrecht (voor zelfstandigen) of tijdelijke werkloosheid (voor werknemers) te komen 
  • Taks shelter audiovisuele werken en podiumkunsten 
  • Fiscale incentive voor kwijtschelding huur: wordt verlengd in juni, juli, augustus en september
  • Premie van 50 euro per maand voor leefloners, IGO- en IVT-gerechtigden
  • Bevriezing van de degressiviteit van de volledige werkloosheidsuitkering en neutralisering van de periode van inschakelingsuitkeringen
  • Verhoogd terugbetalingspercentage aan de OCMW’s voor het leefloon
  • Verlaging van de bedrijfsvoorheffing voor tijdelijke werkloosheid
  • Verlenging BTW-verlaging naar 6 procent op handgels en mondmaskers 
Tot hoe lang loopt het Vlaams Beschermingsmechanisme nog en voor wie?

Eind september loopt het Vlaams beschermingsmechanisme af. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Voor de maanden juli, augustus en september is er nog gerichte steun aan sectoren die zwaar getroffen zijn door de coronamaatregelen. Hotels, discotheken, dancings, feestzalen, een beperkte groep ondernemingen in de eventsector en ook reisbureaus, reisorganisatoren en autocarondernemingen zullen een beroep kunnen doen op het Vlaams beschermingsmechanisme. Aan de hand van hun btw-aangifte van het derde kwartaal zullen ze moeten aantonen dat ze minstens 60% omzetverlies hadden om bescherming te krijgen.

De Globalisatiepremie kan aangevraagd worden. Wat houdt dat precies in en hoe doe je dat?

Wat?

De Vlaamse regering heeft een nieuwe steunmaatregel goedgekeurd: de globalisatiepremie. Nu zullen ook ondernemingen die geen vaste medewerkers in dienst hebben, een beroep kunnen doen op het globalisatiemechanisme. Het gaat om ondernemingen die gebruik maken van uitzendkrachten, jobstudenten en dienstenleveranciers. De nieuwe maatregel wordt nog aangemeld bij de Europese Commissie.

Waarom?

Veel ondernemingen, zoals in de eventsector, hebben de voorbije maanden amper of geen activiteiten gehad. Zij konden rekenen op steun via de verschillende premies en het beschermingsmechanisme.

Nu wordt een nieuwe steunmaatregel ingevoerd voor ondernemingen die uitzonderlijk zwaar omzetverlies leden. Zo wil de regering ondernemingen kansen om te overleven geven wat op termijn belangrijk is voor de tewerkstelling.

Voor wie?

Ondernemingen die in 2020 uitzonderlijk zwaar omzetverlies hadden tijdens de laatste drie kwartalen van 2020, van 1 april 2020 tot 31 december 2020 dus, zullen in aanmerking komen voor het globalisatiemechanisme. Het omzetverlies moet minstens 60% bedragen.

Voorwaarden

Een onderneming die een beroep wil doen op het mechanisme moet aan een aantal voorwaarden voldoen.

Zo moet de onderneming een minimale omzet van 450.000 euro hebben in diezelfde periode in 2019 en moet de onderneming rechtspersoonlijkheid hebben en met een jaarrekening werken.

De steun bedraagt 10% van de omzet, exclusief btw en wordt toegekend op ondernemingsniveau. Voor middelgrote en grote ondernemingen mag de steun nooit meer bedragen tot 70% van de niet-gedekte vaste kosten. Voor kleine ondernemingen mag de steun nooit meer bedragen dan 90% van de niet-gedekte vaste kosten. 

Berekening

Het maximale subsidiebedrag kan op twee manieren bepaald worden.

  • De eerste manier is op basis van RSZ-tewerkstelling in combinatie met een minimale omzet. Ondernemingen met 1 voltijdse medewerker, ingeschreven bij de RSZ, en een omzet van 1,125 miljoen euro kunnen zo een beroep doen op de maatregel. 
  • De tweede manier is op basis van verruimde tewerkstelling. Dat betekent dat ook ondernemingen die geen of slechts een beperkt aantal vaste medewerkers hebben hiervoor in aanmerking komen. Dat gaat dan om ondernemingen die met uitzendkrachten of jobstudenten werken of een beroep doen op externe dienstverleners of freelancers. Deze types van tewerkstelling kunnen worden gelijkgesteld met vaste medewerkers. Kleine bedrijven zonder vast personeel, zoals vaak het geval in de event- en cultuursector, kunnen zo ook in aanmerking komen. Facturen van onderaannemers of freelancers kunnen in totaal voor maximum 5 voltijdse medewerkers meetellen.

De steun kan variëren van 15.000 euro tot maximaal 2 miljoen euro. De steun wordt verminderd met de al ontvangen steun in het kader van corona steunmaatregelen in 2020.

Hoe aanvragen?

De steun is vanaf 1 april aan te vragen bij Vlaio.

Hoe zit de heropstartlening in mekaar?

Meer dan 6 op de 10 ondernemingen in de non-food sector en 8 op de 10 ondernemingen in de horeca heeft nood aan extra liquiditeit om voorraden aan te kopen in het voorjaar 2021. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de modesector die door een tegenvallende soldenperiode onvoldoende kapitaal hebben om de nieuwe collectie aan te kopen. Ook de horecasector zal bij een heropening grote kosten hebben om nieuwe voorraden in te slaan. Leveranciers zijn minder geneigd om betalingsuitstel te geven omdat het ook voor hen moeilijke maanden zijn.
 
Daarom stelt de Vlaamse regering de herstartlening voor. Dat is een lening met 1% rente die afhankelijk van de hoogte van het geleende bedrag op 2 of 3 jaar loopt. De terugbetaling dient pas te gebeuren vanaf de 12de maand. De minimumlening is 10.000 euro.

Voor leningen tot 50.000 euro kan het te ontlenen bedrag maximaal 80% van de aankopen voor herstart bedragen en is de looptijd 24 maanden.

Voor leningen van meer dan 50.000 euro kan het te ontlenen bedrag maximaal de helft van de aankopen voor herstart bedragen en is de looptijd 36 maanden.

Er zijn nog een aantal voorwaarden aan verbonden, zo komen enkel ondernemingen die intrinsiek gezond waren voor de crisis in aanmerking.

Het Vlaams beschermingsmechanisme nog eens verlengd tot eind april. Wat, voor wie en hoe aanvragen?

Het Vlaams Beschermingsmechanisme wordt nog maar eens verlengd tot minstens eind april. Voor januari en februari 2021 was het eerder al definitief goedgekeurd. Vanaf 16 februari kunnen aanvragen ingediend worden. Voor wie, hoe veel en hoe aanvragen? 

Voor wie? Ten eerste: handelszaken die verplicht gesloten zijn

> Alle handelszaken die verplicht gesloten zijn: zij moeten geen omzetverlies aantonen voor de periode waarin ze verplicht gesloten zijn.

> Het steunbedrag is 10% van de omzet die de onderneming had in dezelfde periode in 2019. Dat is ongeveer twee derde van de vaste kosten. Dat percentage wordt nu verhoogd naar 15% voor de maand april.

> Voor ondernemers die nog geen jaar bezig zijn, wordt een andere gelijkaardige periode in rekening gebracht of wordt naar het financieel plan gekeken.

> Handelszaken die ondertussen het systeem van ‘click&collect’ toepassen, zullen eveneens een beroep kunnen doen op de steun

Voor wie? Ten tweede: andere ondernemers die problemen ondervinden

> Ondernemers die een omzetverlies van 60% hebben geleden.

> Toeleveranciers van verplicht gesloten ondernemingen kunnen een aanvraag indienen voor een kortere periode, die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode van hun klanten.

Hoeveel? Minimum 1.000 euro maximum 60.000 euro 

Het Vlaams beschermingsmechanisme zal in twee periodes mogelijk zijn.

Van 1 oktober tot 15 november:

Cafés en restaurants die verplicht gesloten zijn kunnen kiezen tussen:       

- een steun van 10% voor de sluitingsperiode sinds 19 oktober waarvoor ze geen omzetverlies moeten aantonen.

- of 10% van de normale omzet tijdens de periode van 1 oktober tot 15 november waarvoor ze wel 60% omzetverlies moeten aantonen. 

Van 16 november tot 31 december:

- Voor kleine ondernemingen: minimumbedrag van 1.000 euro steun voor de periode van anderhalve maand.

- Voor ondernemingen met 50 werknemers of meer: een extra maximumplafond van 60.000 euro voor de periode van anderhalve maand. De plafonds worden verhoudingsgewijs aangepast voor ondernemingen die een aanvraag indienen voor een kortere periode van verplichte sluiting.

UPDATE – VERLENGING TOT EIND april 2021 - HOE AANVRAGEN VOOR JANUARI EN FEBRUARI (info voor nadien volgt)

Op 18 december 2020 besliste de Vlaamse regering om het Vlaams beschermingsmechanisme nogmaals te verlengen tot eind februari 2021. 

Net zoals voor het huidige Vlaams beschermingsmechanisme, geldt dat verplicht gesloten ondernemingen geen omzetverlies moeten bewijzen, andere zaken moeten een omzetverlies van meer dan 60% aantonen.

De minimumsteun per maand bedraagt 600 euro, de maandelijkse maximumsteun varieert naargelang de grootte van de onderneming: 7.500, 15.000 of 40.000 euro.

Zelfstandige bijberoepers hebben (onder bepaalde voorwaarden) recht op 50% van de steun. 

Hoe aanvragen?

De aanvraag kan ingediend worden via de website van VLAIO.

De aanvraag voor de maand januari 2021 zal ten vroegste op 16 februari 2021 en uiterlijk op 15 maart 2021 kunnen ingediend worden.  

De aanvraag  voor de maand  februari 2021 zal ten vroegste op 16 maart 2021 en uiterlijk op 15 april 2021 kunnen ingediend worden. 

De nieuwe steunmaatregel 'globalisatiepremie' wordt nog verder uitgebreid/verfijnd. Hoe zit het daarmee?

Wat?

De Vlaamse regering heeft een nieuwe steunmaatregel goedgekeurd: de globalisatiepremie. Nu zullen ook ondernemingen die geen vaste medewerkers in dienst hebben, een beroep kunnen doen op het globalisatiemechanisme. Het gaat om ondernemingen die gebruik maken van uitzendkrachten, jobstudenten en dienstenleveranciers. De nieuwe maatregel wordt nog aangemeld bij de Europese Commissie.

Waarom?

Veel ondernemingen, zoals in de eventsector, hebben de voorbije maanden amper of geen activiteiten gehad. Zij konden rekenen op steun via de verschillende premies en het beschermingsmechanisme.

Nu wordt een nieuwe steunmaatregel ingevoerd voor ondernemingen die uitzonderlijk zwaar omzetverlies leden. Zo wil de regering ondernemingen kansen om te overleven geven wat op termijn belangrijk is voor de tewerkstelling.

Voor wie?

Ondernemingen die in 2020 uitzonderlijk zwaar omzetverlies hadden tijdens de laatste drie kwartalen van 2020, van 1 april 2020 tot 31 december 2020 dus, zullen in aanmerking komen voor het globalisatiemechanisme. Het omzetverlies moet minstens 60% bedragen.

Voorwaarden

Een onderneming die een beroep wil doen op het mechanisme moet aan een aantal voorwaarden voldoen.

Zo moet de onderneming een minimale omzet van 450.000 euro hebben in diezelfde periode in 2019 en moet de onderneming rechtspersoonlijkheid hebben en met een jaarrekening werken.

De steun bedraagt 10% van de omzet, exclusief btw en wordt toegekend op ondernemingsniveau. Voor middelgrote en grote ondernemingen mag de steun nooit meer bedragen tot 70% van de niet-gedekte vaste kosten. Voor kleine ondernemingen mag de steun nooit meer bedragen dan 90% van de niet-gedekte vaste kosten. 

Berekening

Het maximale subsidiebedrag kan op twee manieren bepaald worden.

  • De eerste manier is op basis van RSZ-tewerkstelling in combinatie met een minimale omzet. Ondernemingen met 1 voltijdse medewerker, ingeschreven bij de RSZ, en een omzet van 1,125 miljoen euro kunnen zo een beroep doen op de maatregel. 
  • De tweede manier is op basis van verruimde tewerkstelling. Dat betekent dat ook ondernemingen die geen of slechts een beperkt aantal vaste medewerkers hebben hiervoor in aanmerking komen. Dat gaat dan om ondernemingen die met uitzendkrachten of jobstudenten werken of een beroep doen op externe dienstverleners of freelancers. Deze types van tewerkstelling kunnen worden gelijkgesteld met vaste medewerkers. Kleine bedrijven zonder vast personeel, zoals vaak het geval in de event- en cultuursector, kunnen zo ook in aanmerking komen. Facturen van onderaannemers of freelancers kunnen in totaal voor maximum 5 voltijdse medewerkers meetellen.

De steun kan variëren van 15.000 euro tot maximaal 2 miljoen euro. De steun wordt verminderd met de al ontvangen steun in het kader van corona steunmaatregelen in 2020.

Hoe aanvragen?

De steun is vanaf 1 april aan te vragen via VLAIO.

Federale regering verlengt en breidt steunmaatregelen verder uit. Wat en voor wie?

Het kernkabinet heeft beslist het steunpakket van november 2020 te verlengen tot eind juni. Daarnaast werden ook bijkomende economische steunmaatregelen goedgekeurd. De steun moet bedrijven, werknemers en kwetsbare personen beter beschermen en door de crisis te loodsen.

De verlenging van het bestaande steunpakket tot eind juni gaat om een extra ondersteuning van in totaal meer dan twee miljard euro. Het gaat onder meer om de verlenging van uitstel van betaling, de veralgemeende tijdelijke werkloosheid en het dubbele en nieuwe overbruggingsrecht voor zelfstandigen (cf. volledige lijst met 27 steunmaatregelen onderaan). Daarbovenop komen nog een reeks gerichte extra steunmaatregelen voor bedrijven, werknemers en de meest kwetsbaren.

Bijkomende steun aan bedrijven

  • Belastingvermindering voor investeringen in kmo’s (tax shelter)

Om het eigen vermogen van ondernemingen  te versterken wordt de tax shelter voor getroffen kmo’s (omzetverlies > 30%) geheractiveerd tot 31 augustus 2021. Om het bestaande systeem van belastingvermindering voor investeringen in start-ups en scale-ups te promoten komt er een informatiecampagne.

  • Verlaging interestlast BTW

We moedigen bedrijven aan om individuele afbetalingsplannen voor BTW aan te vragen waardoor het hoge interesttarief van 9,6% kan vermeden worden. Het huidige systeem zal daarom in lijn worden gebracht met dat van de directe belastingen.

  • Belastingvermindering kwijtgescholden huur

Verhuurders worden fiscaal aangemoedigd om voor de maanden maart tot mei een deel of de volledige huur van handelspanden kwijt te schelden in de sectoren die verplicht gesloten zijn. De kwijtschelding kan voor 30% ingebracht worden als belastingvermindering.

  • Afschaffen voorschotregelingen december 2021

Om ondernemingen de nodige ademruimte te geven op het vlak van liquiditeiten in 2021, worden de decembervoorschotten voor de bedrijfsvoorheffing en de BTW afgeschaft en verrekend in het volgend boekjaar (01/2022).

  • Federaal transformatiefonds

Het federaal transformatiefonds is goed voor 750 miljoen euro aan investeringen in de economie. Het fonds zal zowel inzetten op economisch relance als op de omslag naar een duurzame economie. De Federale Participatie en Investeringsmaatschappij (FPIM) zal het transformatiefonds beheren.

Bijkomende steun aan hardst getroffen sectoren

  • Vermindering patronale bijdrage eventsector

Om de voorbereiding van de heropening van de evenementensector (incl. culturele en huwelijkssector) te steunen, wordt de patronale bijdrage voor werknemers verminderd.

  • Verzekeren auteursvergoedingen van artiesten

Het verzekeren van de auteursvergoeding van artiesten via de ondersteuning van de beheersvennootschappen die de auteursrechten innen.

  • Vrijstelling FAVV-heffingen in de horeca

Elke vennootschap of natuurlijk persoon die onder de controlebevoegdheid van het federaal voedselagentschap FAVV valt, moet hiervoor een jaarlijkse heffing betalen. De horeca wordt in 2021 vrijgesteld van deze heffing.

  • Tijdelijke optrekking contingent studentenarbeid

Studentenarbeid in de zorg of het onderwijs zal niet meetellen voor het jaarlijkse maximum van 475 uren studentenarbeid per student.

Bijkomende steun aan werknemers

  • Tijdelijke werkloosheid in halve dagen

Het bestaande stelsel van tijdelijke werkloosheid kan dag per dag worden toegepast. In sommige sectoren zijn er echter duidelijk onderscheiden dagdelen en is het dus nuttig om extra flexibiliteit in te bouwen. Voortaan zal daarom tijdelijke werkloosheid in halve dagen mogelijk zijn in de sectoren van de dienstencheques en het schooltransport.

  • Versterking opleidingsaanbod tijdelijk werklozen

De regionale arbeidsbemiddelingsdiensten zullen voortaan sneller geïnformeerd worden welke werknemers in tijdelijke werkloosheid gaan, en zullen ze een beter zicht krijgen op het profiel van de betrokkenen. Op basis daarvan zullen zij pro-actiever een geschikt opleidingsaanbod kunnen doen aan de tijdelijk werklozen.

  • Premie ter ondersteuning van de werknemers

Werknemers met een laag loon, die langdurig tijdelijk werkloos zijn geweest (meer dan 52 dagen sinds de start van de coronacrisis), en die tewerkgesteld zijn in een sector die op 1 maart 2021 nog steeds verplicht gesloten is, zullen een eenmalige premie ontvangen van maximaal 780 euro bruto. Het concrete bedrag hangt af van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid in de maanden januari, februari en maart 2021.

  • Uitbreiding eindejaarspremie naar havenarbeiders en zeevissers

Eind vorig jaar werd een premie toegekend aan langdurig tijdelijk werklozen. Deze premie wordt nu uitgebreid naar havenarbeiders en zeevissers die onder een ander arbeidsrechtelijk regime vallen.

  • Flexibel gebruik tijdskrediet en loopbaanonderbreking

Om het tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren op te vangen, zullen mensen op tijdskrediet of met loopbaanonderbreking tijdelijk aan de slag kunnen om daarna zonder problemen hun krediet of onderbreking opnieuw aan te vatten.

  • Verhoogde thuiswerkvergoeding voor werknemers en ambtenaren

Werknemers en ambtenaren krijgen, voor respectievelijk 3 en 8 maanden, een hogere vergoeding die fiscaal vrijgesteld is en die dient om de kosten van thuiswerk te compenseren.

Bijkomende steun aan de meest kwetsbaren

  • Voordeel ‘springplank-zelfstandige’

Een werkzoekende die minder dan één jaar werkloos is, kan een zelfstandige activiteit opstarten, mits begeleiding en met behoud van de werkloosheidsuitkering. Deze uitkering wordt verminderd met een deel van de verwachte inkomsten uit de zelfstandige activiteit, behalve wanneer deze activiteit verplicht gesloten is.

  • Preventie voor burnout-risico’s door gebruik van zelfscreeningstool BAT met een campagne te stimuleren

Via de bestaande Burnout Assessment Tool (BAT) kunnen organisaties en bedrijven het risico op burnout in kaart brengen, en kunnen ook individuele werknemers meten hoe hoog hun risico op een burn-out is. Wanneer werknemers een rood knipperlicht krijgen, is het aangewezen om preventief in te grijpen. De BAT zal met een campagne meer kenbaar gemaakt worden.

Verlenging bestaand steunpakket tot juni 2021

In november 2020 keurde de Regering  een pakket aan sociaaleconomische steunmaatregelen goed die vandaag werden verlengd tot juni 2021. Het betreft:

Transversale maatregelen

  • Individueel uitstel van betaling van belastingen
  • Fiscale vrijstelling van subsidies die worden toegekend door steden, gemeenten en deelstaten
  • BTW-verlaging (6%) op handgels en mondmaskers
  • Verlenging van de notariële volmachten
  • Opschorting van de controles op de verblijfsvoorwaarde IGO

Steun aan bedrijven

  • Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor alle sectoren
  • De verlenging van de moratoria op kredieten (cf. het akkoord tussen de Minister van Financiën en de financiële sector)

Steun aan zelfstandigen

  • Verlenging van het dubbel crisis-overbruggingsrecht
  • Het nieuwe overbruggingsrecht dat vanaf 1/1/2021 actief is
  • Extra uitstel van betaling voor de vennootschapsbijdrage
  • Aanvullende uitkering arbeidsongeschiktheid om op het niveau van de uitkering overbruggingsrecht te komen
  • De tijdelijke verbetering van het klassiek overbruggingsrecht door het o.a. beter toegankelijk te maken voor starters en behoud van de pensioenopbouw

Steun aan werknemers

  • Verlaging van de bedrijfsvoorheffing voor tijdelijke werkloosheid
  • De uitbreiding van de tijdelijke werkloosheid wegens quarantaine kind
  • Aanvullende uitkering arbeidsongeschiktheid om op het niveau van de uitkering tijdelijke werkloosheid te komen
  • Soepele toegang tot de kunstenaarswerkloosheid

Steun aan de meest kwetsbaren

  • Premie van 50 euro per maand voor leefloners, IGO- en IVT-gerechtigden
  • Bevriezing van de degressiviteit van de volledige werkloosheidsuitkering, neutralisering van de periode van inschakelingsuitkeringen
  • Uitzonderlijke verlenging van de federale steun voor de opvang van daklozen
  • Verhoogd terugbetalingspercentage aan de OCMW’s voor het leefloon

Extra werknemers voor cruciale sectoren

  • Verhoogd quotum vrijwillige overuren tot 220 uren in de zorgsector, de cruciale sectoren en de essentiële diensten te gebruiken in het 1ste en het 2de kwartaal van 2021
  • Het makkelijker mogelijk maken dat werknemers tijdelijk gedetacheerd worden naar een andere werkgever in de zorgsector of in het onderwijs
  • Tijdelijk werklozen mogen met behoud van 75% van hun uitkering werken in de land- en tuinbouw, in de zorgsector en in het onderwijs
  • Toelaten dat tijdelijk werklozen opeenvolgende contracten van bepaalde duur van minstens 7 dagen sluiten bij een andere werkgever, in de zorg en in het onderwijs
  • Verhoging plafonds voor cumul leefloon met inkomsten uit seizoensarbeid en voor inkomsten uit arbeid van studenten met een studiebeurs
  • Verlenging COVID-19-schadeloosstellingsfonds voor vrijwilligers en toelating voor commerciële ziekenhuizen om vrijwilligers in te zetten
  • Pensioenen: maatregelen inzake cumul pensioen en tijdelijke werkloosheid + behoud van opbouw 2e pijler bij tijdelijke werkloosheid

Bron: Premier.be

Klopt het dat er een verlenging is gekomen van de bijzondere minnelijke afbetalingstermijnen RSZ-bijdragen?

Dat klopt. Door de economische weerslag van de coronacrisis ondervinden veel ondernemingen serieuze moeilijkheden om hun socialezekerheidsbijdragen te kunnen betalen. 
 
Ondernemingen kunnen uitstel van betaling bekomen via een bijzonder minnelijk afbetalingsplan.
 
De mogelijkheid van een bijzonder afbetalingsplan werd in het leven geroepen voor de bijdragen aangegeven voor het 1ste en het 2de kwartaal 2020 en de afrekening van het vakantiegeld 2019.  Later volgde een uitbreiding voor de bijdragen aangegeven voor het 3e en 4e kwartaal 2020.
 
Uitbreiding eerste en tweede kwartaal 2021
 
Nu voorziet de wet van 14 maart 2021 dat werkgevers een bijzonder minnelijk afbetalingsplan kunnen aanvragen voor:

  • de aangegeven bijdragen voor het 1e en het 2e kwartaal 2021; en
  • de bijdrage jaarlijkse vakantie voor het vakantiedienstjaar 2020.

De RSZ staat zo'n uitstel van betaling toe over maximaal 24 maanden. 
 
De RSZ rekent geen sancties aan wegens laattijdigheid als de werkgever de vastgelegde afbetalingsmodaliteiten strikt nakomt.
 
Let op!
Als de werkgever de afbetalingsmodaliteiten niet zou respecteren, rekent RSZ alsnog bijdrageopslagen, verwijlintresten en/of forfaitaire vergoedingen aan. 
 
Welke werkgevers?
 
Alle werkgevers komen op dezelfde wijze in aanmerking voor deze maatregel.
 
De aard (natuurlijke persoon of rechtspersoon), vorm, grootte van de onderneming of sector waarin het bedrijf actief is, spelen geen enkele rol.
Het is niet van belang of de werkgever al eerder een uitstel van bijdragebetaling genoot.
 
De regeling maakt dus geen enkel onderscheid tussen werkgevers. Ook niet op basis van de mate waarin de onderneming impact ondervindt van de coronamaatmaatregelen.
 
Voorwaarden
 
De RSZ kan enkel een bijzonder minnelijk afbetalingsplan toestaan, als aan volgende twee voorwaarden voldaan is:

  • het moet gaan om schulden die nog niet het voorwerp zijn van gerechtelijke vervolging;
  • het kan alleen vóór elk ander voorafgaandelijk afbetalingsplan.  

De laatste voorwaarde sluit situaties uit waarin de RSZ al een gewoon (klassiek) afbetalingsplan voor dezelfde schuld toekende en daarop zou moeten terugkomen.
 
Voorschotten
 
Ook het niet-doorstorten van de voorschotten voor het 1ste en het 2de kwartaal 2021 zal geen aanleiding geven tot sancties. Die regeling was ook in de vorige kwartalen van toepassing.
 
Dit betekent concreet dat een uitstel van betaling van de maandelijkse voorschotten toegekend wordt tot de vervaldatum voor de saldi van de kwartaalbijdragen.
Dit uitstel staat open voor alle ondernemingen/werkgevers die onderworpen zijn aan de betaling van voorschotten.
 
Aanvraag
 
Om een bijzonder afbetalingsplan te bekomen, moet de werkgever zelf online de aanvraag doen via de pagina 'minnelijk afbetalingsplan' op de portaalsite van de Rijksdienst voor sociale zekerheid. 
 
U vult het online vragenformulier volledig in. Bij het punt 'uw motivatie', legt u zo goed mogelijk uit hoe uw onderneming financieel getroffen werd door de coronacrisis.
 
Vanaf wanneer
 
De maatregel vangt aan vanaf 1 januari 2021.

Gevolgen voor de werkgever

Werkgevers met ernstige betalingsmoeilijkheden als gevolg van de corona-crisis kunnen een 'gemotiveerde' aanvraag voor een bijzonder minnelijk afbetalingsplan lanceren bij de RSZ via de portaalsite. 
 
De werkgever moet zijn vraag kunnen staven met argumenten over zijn financiële moeilijkheden gekoppeld aan de COVID-crisis.
Een aanvraag kan pas gebeuren nadat de kwartaalaangifte voor het betrokken kwartaal bij de RSZ ingediend is.
 
Let op!

  • De aanvraag heeft enkel kans op slagen vóór iedere gerechtelijke vervolging en vóór ieder ander afbetalingsplan.
  • Het gaat niet om een vrijstelling van bijdragen, maar enkel uitstel van betaling.
  • De concrete afspraken die RSZ met de werkgever vastlegt, moet u strikt naleven.
  • Als de werkgever de vastgestelde afbetalingsmodaliteiten in het plan niet strikt naleeft, zullen bijdrageopslagen, forfaitaire vergoedingen en/of verwijlintresten verschuldigd zijn.

Bron
Wet van 14 maart 2021 houdende betalingstermijnen voor de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verschuldigde bijdragen voor het eerste en tweede kwartaal 2021, bl. 22999.

Welke nieuwe steunmaatregelen gelden in het Brusselse gewest?

(Update 10/05/2021) Ondernemingen gevestigd in het Brusselse gewest kunnen beroep doen op een  hele reeks steunmaatregelen in de strijd tegen de corona-crisis. Hieronder bieden we een overzicht van de belangrijkste maatregelen die over alle sectoren heen kunnen aangewend worden. Daarnaast zijn en specifieke steunmaatregelen voor de meest getroffen sectoren, met name de horeca, toerisme en evenementen. 

Zuurstoflening

De zuurstoflening - Oxygen - komt in de plaats van de Brusoc-Recover-lening. Het is een nieuw financieel product, aangeboden door finance&invest.brussels, dat de kredietnemer moet helpen de crisis te doorstaan en zich tegelijkertijd voor te bereiden op hun herstel en herontwikkeling. Zelfstandigen en kleine ondernemingen (minder dan 10 medewerkers) die al minstens 12 maanden actief zijn, kunnen er aanspraak op maken. Ondernemingen jonger dan 2 jaar komen automatisch in aanmerking. Ondernemingen die langer bestaan, moeten aan aantal voorwaarden voldoen die er op neerkomen dat ze financieel gezond waren voor de crisis en ze door de crisis zwaar getroffen waren.

De zuurstofleningen kunnen van 10.000 euro tot maximaal 100.000 euro bedragen. Gezien de duur van de crisis en de huidige onzekerheid, kan de aflossingsperiode variëren, met een looptijd van maximaal 7 jaar en een vrijstelling van terugbetaling van kapitaal minstens gedurende het eerste jaar. De vaste rentevoet bedraagt 1,75%. 

De Brusselse regering verlengde deze steunmaatregel op 6 mei met bijkomend 6 miljoen euro ter beschikking te stellen aan Brusoc voor de toekenning van zuurstofleningen. 

Achtergestelde leningen

Ondernemingen met meer dan 10 werknemers (voltijdse equivalenten) kunnen bij finance&invest.brussels terecht voor achtergestelde leningen. Om in aanmerking te kunnen komen moeten de bedrijven voor de crisis geen financiële problemen hebben gehad, en door de crisis zwaar getroffen zijn. 
Het betreft leningen zonder waarborg (quasi eigen vermogen), voor een bedrag van 75.000 euro tot 600.000 euro. De verlaagde intrestvoet beloopt 2% voor een eerste schijf (tot 200.000 euro), en kan voor de volgende schijven oplopen, tot maximum 4%. De looptijd is 5 tot 7 jaar. Er geldt een moratorium van maximum 24 maanden (geen terugbetaling tijdens deze periode, met uitzondering van rente). 

De Brusselse regering besliste op 6 mei om bijkomend 10 miljoen euro ter beschikking te stellen van finance&invest.brussels voor de toekenning van deze leningen (quasi kapitaal). Het maximum bedrag dat kan worden geleend, wordt verhoogd naar 1,5 miljoen euro. De leningen voor bedragen hoger dan 600.000 euro zijn gereserveerd voor bedrijven met meer dan 100 werknemers (100 VTE). Daaraan zijn als voorwaarden gekoppeld dat de werkgelegenheid behouden blijft gedurende de leningstermijn en dat er gedurende 24 maanden geen dividenden worden uitgekeerd. Deze nieuwe maatregel zal pas in werking treden na het advies van de Brusselse sociale partners (Brupartners) verwacht half mei.

Proxi-lening

De 'proxi-lening' is bedoeld om het spaargeld van burgers te mobiliseren ten behoeve van de financiering van kmo’s via een belastingkrediet op één of meer leningen die door een Brusselaar aan een kmo worden verstrekt. Het is de Brusselse variant van de win-win-lening die reeds enkele jaren in het Vlaamse gewest van toepassing is.

Via de proxi-lening kan de kredietnemer (zelfstandige of zaakvoerder van een kmo met een economische activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) een goedkope, achtergestelde lening voor een vaste termijn van 5 of 8 jaar aangaan bij een particulier (inwoner van het Brusselse gewest). Tot 31 december 2021 kan er tot 300.000 euro worden geleend, nadien 250.000 euro.

Het betreft een achtergestelde lening, met een rentevoet van 0,875% tot max 1,75%. De kredietgever kan de eerste drie jaar een jaarlijks belastingvoordeel van 4% genieten en daarna van 2,5% voor de resterende jaren. Onder bepaalde voorwaarden kan hij een eenmalig belastingkrediet van 30% genieten op de definitief verloren hoofdsom, bijvoorbeeld in geval van een faillissement.

Noodondersteuning Brusselse bedrijven 

Bedrijven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen beroep doen op een gewestelijk support-team, bestaande uit coaches en begeleiders die de kennis en expertise van de belangrijkste regionale instanties verenigen. Zij zullen je ondersteunen met advies, expertise en nuttige contacten om je doorheen deze crisis te loodsen. Zij kunnen je ondersteunen in verscheidene domeinen: coaching, boekhouding & financiering, administratieve procedures, thematische expertise, export, kredietbemiddeling & juridisch advies. 

Opgelet: deze begeleiding heeft geen betrekking op de federale of regionale premies en maatregelen. Indien je daar vragen over hebt, kan je ze rechtstreeks stellen aan 1819 via het nummer 1819.

Phoenix-premie


Bedrijven die Brusselaars aanwerven die hun job verloren tijdens de coronaperiode kunnen genieten van een nieuwe aanwervingspremie. De zogenaamde Phoenix-premie bedraagt tussen de 500 en 800 euro per maand (gedurende 6 maanden), afhankelijk van het profiel van de werkzoekende. Ook werkgevers in het Vlaamse gewest kunnen ervan genieten.

Met deze premie wil het Brusselse gewest de aanwerving bevorderen van Brusselse werkzoekenden die hun job verloren tijdens de coronaperiode (ingeschreven bij Actiris als werkzoekende tussen 1 april 2020 en 30 juni 2021).
De werkzoekende moet minstens halftijds in dienst worden genomen met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde tijd van minstens 6 maanden (voor de aanwerving van artiesten gelden aparte voorwaarden). De overeenkomst moet tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 worden gesloten met een indiensttreding uiterlijk op 31 maart 2022.

De premie  bedraagt 800 euro per maand voor Brusselse werkzoekenden die hoogstens een diploma hoger middelbaar onderwijs bezitten en een beroepsactieve leeftijd hebben. Er is een ondersteuning van 500 euro per maand voor de jongeren (onder de 30 jaar) die een diploma hoger dan het hoger middelbaar onderwijs bezitten.

Meer informatie over de Brusselse steunmaatregelen kan u vinden op www.1819.brussels waar een FAQ staat over alle corona-maatregelen waaronder de Brusselse steunmaatregelen.

Meer info over de Phoenix-premie vindt u op de website van Actiris

De federale overheid gaat een transformatiefonds oprichten. Wat zit er precies in de pijplijn?

De solvabiliteit van heel wat ondernemingen staat onder druk sinds de coronacrisis. Met het Transformatiefonds, een fonds beheerd door de FPIM (de Federale Participatie en Investeringsmaatschappij), beoogt de federale overheid een bijdrage te leveren aan de ondersteuning van de solvabiliteit van cruciale Belgische ondernemingen.

Naast de versterking van de solvabiliteit worden ook middelen voorzien om in België verankerde ondernemingen te ondersteunen in hun transitie richting digitalisering en de strijd tegen klimaatverandering.  

Hoeveel?

De federale regering voorziet hiervoor een kapitaalparticipatie van 500 miljoen euro in 2021 en 250 miljoen euro in 2022. Dat was al bekend sinds het regeerakkoord.

Status?

Op vrijdag 29 januari heeft de federale regering nu ten principiële titel twee KB’s goedgekeurd waarin gedelegeerde opdrachten worden toegekend aan de FPIM om het Transformatiefonds op te richten. Daarover wordt nu advies van de Raad van State gevraagd tegen begin maart. 

Wat?

Dat Transformatiefonds bestaat uit twee luiken. 

Het eerste luik behelst de oprichting van een dochtervennootschap van de FPIM (500 miljoen kapitalisatie euro). Dit deel bestaat op zijn beurt uit een ‘solvabiliteitsenveloppe’ en een ‘relanceportefeuille’.
 
Bedoeling is om op de korte termijn solvabiliteitssteun (aandelen, quasi-kapitaal) toe te kennen aan structureel gezonde ondernemingen uit verschillende sectoren die door de coronacrisis te kampen hebben met een aanzienlijke vermindering van hun eigen vermogen. Hiertoe zal men de initiatieven van verschillende gewestelijke investeringsmaatschappijen ondersteunen/versterken. Zo heeft het Vlaams gewest al via het Welvaartsfonds (binnen PMV) een gelijkaardig initiatief aangekondigd. De Minister van Financiën wil met de gewestelijke initiatieven niet in concurrentie treden. De investeringscriteria zouden op elkaar worden afgestemd. 

Daarnaast wordt vanuit deze dochtervennootschap (of vanuit een door externe beheerders beheerd fonds) via minderheidsparticipaties (quasi-aandelenkapitaal) geïnvesteerd in ondernemingen op de wat langere termijn (‘het relanceluik’). Daarbij verwees de Minister van Financiën in het parlement naar thema’s uit het federale relanceplan: Be mobile, be inclusive, be productive en be digital. Wat daaronder concreet wordt verstaan is nog onduidelijk, maar het is wel duidelijk dat de federale overheid hier een actiever industrieel beleid ambieert. Het is ook de bedoeling om het financiële rendement op het tijdelijke solvabiliteitsluik te herinvesteren in deze pijler. Gemikt wordt hier dus op termijn op een participatie van 500 miljoen euro

Het tweede luik (‘het transitieluik’) betreft de oprichting van een Ecologiefonds vanaf 2022. Dit luik van het Transitiefonds zal zich richten op langetermijnparticipaties in ondernemingen die een voortrekkersrol vervullen in de ecologische transformatie van onze economie (het eerste deel van het federale relanceplan: “be sustainable”). Er wordt geopteerd voor een fondsstructuur (met een externe, professionele fundmanager). Deze fundmanager zal de bedrijven en sectoren selecteren die de grootste impact zouden hebben in de realisatie van de ecologische transformatie. Daarbij moet hij zich baseren op een EU-taxonomy en de door de EU aanbevolen ESG-standaarden, een engagement binnen de Europese Green Deal

De aanloopfinanciering voor dit transitieluik is dus afkomstig vanuit de federale begroting (250 miljoen euro). Er wordt ook getracht om institutionele partijen (verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen) aan boord te krijgen. In een volgende fase zou eventueel ook het brede publiek aangesproken worden om te participeren. De Minister van Financiën onderzoekt deze piste nu. 

We houden u verder op de hoogte van dit dossier indien meer informatie beschikbaar komt. 

Er komt een verlenging op het moratorium voor kapitaalaflossingen. Wat houdt dat precies in?

Op woensdag 3 februari bereikten minister van Financiën Vincent Van Peteghem en de bankenfederatie Febelfin een akkoord over het verlengen van de betalingspauze voor ondernemingen en zelfstandigen. De verlenging van het uitstel van kapitaalaflossingen voor ondernemingskredieten wordt nu mogelijk tot 30 juni 2021 (voorheen tot 31 maart).

Let wel, de aanvraag voor een verlenging moet vóór eind maart gebeuren. Ook de beperking tot een termijn van 9 maanden vervalt. Banken zullen voortaan tot 5 maanden extra uitstel van terugbetaling mogen verlenen. Voor de verlengingen zullen geen bijkomende administratie- of dossierkosten worden aangerekend. 

De verlenging wordt mogelijk voor alle gezonde ondernemingen. Als ongezond worden bedrijven beschouwd die eind 2019 een eigen negatief vermogen hadden en voldoen aan één van de volgende criteria: 

  • De onderneming had achterstal op haar lopende kredieten, bij de belastingen of bij de sociale zekerheid op 1 september 2020 OF de onderneming had meer dan 30 dagen achterstal op haar lopende kredieten, bij de belastingen of bij de sociale zekerheid op 30 september 2020. Uitstellen van betaling (bv. BTW, sociale bijdragen, Eerste Charter) die werden toegekend als COVID-19 steunmaatregel worden niet als achterstallen beschouwd.
  • De onderneming heeft niet bij alle banken aan haar contractuele kredietverplichtingen voldaan en dit gedurende de laatste 12 maanden voorafgaand aan 31 augustus 2020 (betalingsuitstel in het kader van het Eerste Charter wordt niet beschouwd als een inbreuk op de contractuele kredietverplichtingen) of doorliep een actieve kredietherstructurering voorafgaand aan 31 augustus 2020.
  • De onderneming heeft verlies geboekt in 2019.
  • Het netto-actief van de onderneming is vandaag negatief en de onderneming beschikt niet over de middelen om op korte termijn het kapitaal te versterken.

Indien de onderneming niet in aanmerking komt voor een verlenging, dan zijn er nog steeds individuele oplossingen mogelijk, maar tijdig aanvragen is de boodschap, want spreken werkt. Voor de uitwerking van een oplossing op maat kijken de banken ook naar een combinatie van achtergestelde leningen bij FPIM, PMV, … en bijkomende eigen middelen.
 
Vanaf maandag 8 februari kan u terecht bij uw bank voor alle vragen m.b.t. een verlenging.
 
Info: Febelfin

Het vriendenaandeel is binnenkort ter beschikking. Hoe zit dat precies in mekaar?

Een manier om als particulier te investeren in een kmo, een coöperatieve of een burgerinitiatief zijn de vriendenaandelen. Je kan tot maximaal 75.000 euro investeren en je krijgt daar 5 jaar lang een fiscaal voordeel van 2,5% per jaar. Als onderneming kan je zo maximaal 300.000 euro kapitaal verwerven. Het recht op de eenmalige belastingvermindering geldt voor 5 jaar.

De kapitaalverstrekker mag geen werknemer van de onderneming zijn, kan niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner zijn en geen bestuurder of zaakvoerder van de onderneming. Voor kleine aandeelhouders (met maximum 10% van de aandelen) wordt het wel toegelaten om kapitaal te verstrekken onder een win-winformule. Op deze manier wordt het ook een interessant instrument voor coöperatieven en burgerinitiatieven. Een groep buren die een vervallen theaterzaal willen ombouwen tot gemeenschapscentrum kunnen op die manier samen bijvoorbeeld die investeringen doen. Of een groep ouders die beslissen om samen te investeren in jeugdlokalen kunnen ook deze manier van vriendenaandelen gebruiken.

Een voorwaarde is dat er in de twee voorafgaande jaren en gedurende deze periode geen kapitaalverminderingen zijn. Er kunnen dividenden uitgekeerd worden als de onderneming succesvol is en winsten maakt. 

Meer info

Hoe zit het met het overbruggingsrecht voor zelfstandigen in 2021?

Januari

  • In januari kan nog een 'Dubbel corona-overbruggingsrecht' worden bekomen voor de zelfstandigen uit sectoren onderworpen aan de corona sluitingsmaatregelen van de overheid. Ook als je zelfstandige activiteit hoofdzakelijk afhankelijk is van dergelijke zelfstandige activiteit die verplicht werd te sluiten, kan je een beroep doen op deze uitkering als je de activiteit volledig onderbreekt.
  • De verlenging van deze dubbele uitkering voor december 2020 werd ondertussen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en kan hierdoor ook worden uitbetaald.

Februari en maart

  • In februari en maart 2021 kan je een beroep doen op het 'Corona-overbruggingsrecht' als je nog steeds rechtstreeks getroffen wordt door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid.
  • Je komt niet in aanmerking als je een gedeelte van je activiteiten verderzet, ook niet als die verderzetting gebeurt onder de vorm van take-away of click and collect.
  • De steunbedragen variëren in functie van de periode van volledige onderbreking (minder of minstens 15 opeenvolgende kalenderdagen per kalendermaand) en of je recht hebt op een volledige of halve uitkering.
  • Wie tijdens de maanden januari, februari en maart 2021 geconfronteerd wordt met een aanzienlijke omzetdaling als gevolg van de COVID-19-crisis, kan recht hebben op een uitkering in het kader van het nieuwe 'Overbruggingsrecht-omzetdaling', ongeacht de sector waarin je actief bent. In de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarvoor je de uitkering vraagt moet je dan een omzetdaling van minstens 40% aantonen ten opzichte van dezelfde kalendermaand tijdens het refertejaar 2019.
  • Tijdens de maanden januari, februari en maart 2021 is het in bepaalde situaties ook mogelijk om het 'Overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind' te bekomen.

Bron en meer info: Vlaio.be

Kan ik financiering krijgen van het Vlaams Welvaartsfonds?

Begin juni nam Vlaams minister van Economie Hilde Crevits het initiatief voor de lancering van een Welvaartsfonds van 500 miljoen euro dat belegt in kapitaalsverhogingen en achtergestelde leningen van toekomstgerichte en intrinsiek gezonde Vlaamse ondernemingen. Het Welvaartsfonds maakt deel uit van het vierluik voor het herstel van de economie, waar ook een verhoogde waarborgcapaciteit, de coronaleningen, de uitbreiding van de Winwinlening en het Vriendenaandeel deel van uitmaken.

Wat?

Met het Welvaartsfonds willen alle partners vooral een antwoord bieden op de financiële problemen waar bedrijven nu mee geconfronteerd worden. De Vlaamse overheid voorziet voor het Welvaartsfonds een startkapitaal van 240 miljoen, terwijl 260 miljoen euro zal worden geïnvesteerd door private partners. 

De Vlaamse investeringsmaatschappij PMV kreeg de opdracht om de structuur van het Welvaartsfonds uit te werken.  Het Welvaartsfonds wordt opgezet als een marktconform initiatief dat niet alleen bedrijven financieel zal versterken, maar ook een correcte risico-return verhouding voor de investeerders nastreeft. Het project wordt gestructureerd als een meertrapsraket, die gefaseerd wordt gelanceerd. 

Het Welvaartsfonds focust op drie types producten die de financiële balans verstevigen en de solvabiliteitspositie verbeteren: kapitaal, hybride producten en achtergestelde leningen. Elk van deze producten zullen een looptermijn van minimum 4 jaar tot maximaal 7 jaar hebben met een ticketgrootte van 1,25 miljoen euro tot 50 miljoen euro, afhankelijk van de noden en de wensen van de bedrijven.

Alle producten zullen tegen marktconforme voorwaarden verleend worden om zo een marktconform risico-rendementsprofiel te realiseren voor het Welvaartsfonds en marktverstoring tegen te gaan.

Timing?

In een eerste fase verzamelt het Welvaartsfonds een consortium van sterke financiële partners die zich engageren de solvabiliteit te versterken van Vlaamse bedrijven die lijden onder de impact van de coronacrisis. Aan de hand van een samenwerkingscharter scharen de partners zich zo achter het gezamenlijke doel om de welvaart voor Vlaanderen op lange termijn te verzekeren. 

In een tweede en derde fase – vanaf het tweede kwartaal van 2021 – wordt het fonds juridisch opgericht en verder opgeschaald. Vanaf dan zal het voor de particuliere spaarder ook mogelijk zijn om mee te investeren in Vlaamse bedrijven.

Investeringscriteria?

Het Welvaartsfonds wil zowel bedrijven in nood helpen, als snelgroeiende bedrijven begeleiden om hun verdere ambities te realiseren. Daarbij komen bedrijven in alle sectoren en in alle levensfases - start-ups, scale-ups, kmo’s en grote ondernemingen - die:

  • Geïmpacteerd zijn door de coronacrisis
  • Intrinsiek gezond zijn
  • Duurzaam en ethisch handelen
  • Innoveren
  • Een band met Vlaanderen hebben

Zo is het bijvoorbeeld de bedoeling om veelbelovende start- en scale-ups te ondersteunen die kampen met een financieringsnood, of net extra middelen nodig hebben om een versnelling hoger te schakelen. Innovatiegedreven bedrijven met een band met Vlaanderen of gezonde Vlaamse dochters van internationale groepen die in de problemen zijn geraakt, komen ook in aanmerking.

Info?

Indien u geïnteresseerd bent of meer informatie wenst over het Welvaartsfonds, kan u zich aanmelden bij een partner naar keuze om uw investeringsopportuniteit verder te bespreken. 

Voor meer info: bel 02 229 52 30, info@welvaartsfonds.eu
Of surf naar: www.welvaartsfonds.eu

Wat houdt de maatregel voor de wederopbouwreserve in?

De bedoeling van de maatregel voor de wederopbouwreserve voor ondernemingen is dat ondernemingen die in 2020 een bedrijfsverlies realiseren weer zo snel mogelijk hun eigen vermogenspositie van voor de Coronacrisis kunnen opbouwen

Doelgroep

De maatregel is bedoeld voor onderneming die in 2020 een bedrijfsverlies realiseerden. Zonder bedrijfsverlies in 2020 kan men geen beroep doen op de wederopbouwreserve.

De regeling is niet van toepassing voor beleggingsvennootschappen, gereglementeerde vastgoedvennootschappen, coöperatieve participatievennootschappen, zeescheepvaartvennootschappen, vennootschappen die in de periode van 12 maart 2020 tot aan de dag van de indiening van de aangifte die verbonden is aan een aanslagjaar waarin de wederopbouwreserve wordt aangelegd, een inkoop van eigen aandelen, een toekenning of uitkering van dividenden of een kapitaalvermindering hebben verricht. Ook vennootschappen die op 18 maart 2020 konden worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden kunnen geen aanspraak maken.

Inhoud maatregel

Indien uw onderneming tijdens de Coronacrisis bedrijfsverliezen leed - waardoor het eigen vermogen afnam – krijgt u een fiscale incentive in de vennootschapsbelasting om de solvabiliteitspositie in de volgende jaren geleidelijk terug op te bouwen.

Bij het verstrijken van het belastbaar tijdperk dat verbonden is aan een van de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024 kan de vennootschap een vrijgestelde reserve aanleggen ten bedrage van de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve. Deze vrijgestelde reserve wordt dan niet als winst aangemerkt binnen bepaalde grenzen en onder bepaalde voorwaarden.  

De vrijstelling wordt verleend ten belope van een maximumbedrag gelijk aan het bedrag van het bedrijfsverlies in boekjaar 2020, met een maximum van € 20 miljoen.  Vennootschappen die hun boekjaar afsluiten tijdens de periode van 1 januari 2020 tot 31 juli 2020 mogen er voor kiezen het maximale bedrag van de vrijstelling te beperken tot het bedrag van de bedrijfsverliezen, bepaald in overeenstemming met de wetgeving inzake boekhouding en jaarrekening voor het boekjaar dat afsluit in 2021, opnieuw met een maximum van 20 miljoen euro. Deze keuze wordt gemaakt wanneer de reserve voor het eerst wordt aangelegd en is onherroepelijk. 

Om beroep te kunnen doen op deze fiscale regeling moet uw onderneming er zich toe engageren tussen 12 maart 2020 en de dag van indiening van de aangifte(s) geen eigen aandelen in te kopen, geen kapitaal te verminderen en geen dividenden uit te keren. Ook de loonsom moet worden behouden (op minstens 85 % van de post 'bezoldigingen en sociale voordelen') in 2019.  Anders wordt een deel van de vrijgestelde reserve alsnog belast. 

Voorbeeld: Uw vennootschap heeft in 2019 (boekhouding per kalenderjaar) personeelskosten op de post 620 'Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen' van € 100.000. In boekjaar 2021 (aanslagjaar 2022) legt zij een belastingvrije wederopbouwreserve aan van € 200.000 (het bedrijfsverlies in 2020). De rekening 620 bedraagt in dat jaar tevens € 100.000. In boekjaar 2022 (aanslagjaar 2023) bedraagt de post 620 slechts € 80.000. Het bedrag van € 80.000 ligt onder de drempel van 85 % van de post 620 'Bezoldigingen en sociale voordelen' van het jaar 2019. Het belastbaar bedrag van de wederopbouwreserve is dan € 85.000 (de drempel) – € 80.000 (kosten van het boekjaar) = € 5.000. De onderneming geniet dus nog steeds van de vrijgestelde wederopbouwreserve, maar slechts gedeeltelijk. Een beperkt deel van de vrijgestelde reserve wordt belast.

In boekjaar 2023 (aanslagjaar 2024) bedraagt de post 620 'bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen' nog € 70.000. De vennootschap legt geen nieuwe wederopbouwreserve meer aan. Het belastbare bedrag is dan € 80.000 (voorheen de laagste drempel) - € 70.000 (de nieuwe drempel) = € 10.000.

Belastingparadijs

Ook indien de vennootschap tussen 12 maart 2020 en de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de wederopbouwreserve wordt genoten, een rechtstreekse deelneming heeft in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs kan men van deze regeling niet genieten. Dat geldt ook indien betalingen werden gedaan in deze periode aan dergelijke vennootschappen voor een totaalbedrag van ten minste 100 000 euro voor het belastbare tijdperk, tenzij is aangetoond dat deze betalingen zijn verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen als gevolg van rechtmatige financiële of economische behoeften. 

Onaantastbaarheidsvoorwaarde

De wederopbouwreserve is onderworpen aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde. Dat betekent dat ze uiterlijk bij de vereffening van de vennootschap belastbaar wordt. Ook indien de vennootschap in een volgend belastbaar tijdperk dividenden uitkeert, een kapitaalvermindering doorvoert of eigen aandelen inkoopt wordt de reeds aangelegde wederopbouwreserve geheel of gedeeltelijk aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk.

Bij een inkoop van eigen aandelen gebeurt dat ten bedrage van het bedrag van het inkoopbedrag, bij een uitkering van dividenden (inclusief liquidatiebonus) ten bedrage van het bedrag van de uitgekeerde dividenden en bij een kapitaalvermindering ten bedrage van het bedrag van de kapitaalvermindering. De belastbaarheid heeft maximaal betrekking op het bedrag van de vrijgestelde wederopbouwreserve (zoals vermeld op de balans). 

Voordeel

Het maximumbedrag van de wederopbouwreserve blijft beperkt tot het bedrijfsverlies van het boekjaar 2020, met een maximale grens van € 20 miljoen. 

Procedure

De belastingrvrije reserve moet worden geboekt op een aparte rekening van het passief op de balans en daar blijven. De reserve mag niet als grondslag dienen voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve. Ze mag ook niet als basis dienen voor enige beloning of toekenning. De vennootschap zal een formulier moeten toevoegen bij de aangifte in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren waarin men de vrijstelling toepast. Hiertoe zal een specifiek model bij KB worden opgemaakt. 

Meer info 1

Meer info 2

Nieuwe bankenbazooka: verlenging overbruggingskredieten en bankenmoratorium

Minister van Financiën Vincent Van Peteghem maakte bekend dat bedrijven een beperkt extra betalingsuitstel voor hun leningen krijgen. Onder de staatswaarborg vallen voortaan ook overbruggingskredieten tot vijf jaar, maar wel tegen een hoger tarief.

Het bankenmoratorium op ondernemings- en woningkredieten:

Een betalingsuitstel van het ondernemingskrediet, in het kader van het Tweede Charter n.a.v. de coronacrisis, houdt in dat de onderneming / organisatie tot uiterlijk 31 maart 2021 geen aflossingen van kapitaal moet doen. De interesten blijven wel verschuldigd. In totaal mag het toegekende betalingsuitstel voor een ondernemingskrediet, in het kader van het Eerste en Tweede Charter, samen nooit meer dan 9 maanden bedragen. 

Nadat de periode van uitstel is afgelopen, hernemen de betalingen. De looptijd van het krediet wordt verlengd met de periode van het betalingsuitstel. Met andere woorden: de looptijd van een krediet zal maximaal 3 maanden langer zijn. Betalingsuitstel werkt niet met terugwerkende kracht. Je kan dus enkel betalingsuitstel krijgen voor nog toekomstige vervaldagen in januari, februari of maart 2021.

  • Lopende kredieten: uitstel van kapitaalaflossing van maximaal 9 maanden blijft gelden 
  • Nieuwe kredieten: uitstel van kapitaalaflossing wordt beperkt tot 3 maanden.

Bijvoorbeeld: als bedrijven al 7 maanden van het moratorium genieten kunnen maar 2 extra maanden uitstel van betaling krijgen. 

Voor wie? 

  • Onderneming of organisatie met betalingsproblemen door de coronacrisis
  • Onderneming of organisatie gevestigd in België 
  • Onderneming of organisatie had geen achterstal op haar lopende kredieten of belastingen of sociale zekerheidsbijdragen 
  • Onderneming of organisatie heeft bij alle banken aan haar contractuele kredietverplichtingen voldaan gedurende de laatste 12 maanden voor 31/8/2020

Welke kredieten?

  • Kredieten met een vast aflossingsplan 
  • Kaskredieten 
  • Vaste voorschotten 

(kredieten toegekend voor 1/4/2020)

Bankenmoratorium voor hypothecaire lening voor particulieren met een beperkt inkomen: 

  • Lopende kredieten: uitstel van kapitaalaflossing (én interesten) van maximaal 9 maanden blijft gelden 
  • Nieuwe kredieten: uitstel van kapitaalaflossing (én interesten) wordt beperkt tot 3 maanden. 

Staatswaarborg voor overbruggingskredieten: wat verandert er in verband met de garantieregeling voor kmo's:

  • Wordt verlengd tot 30/06/2021
  • Maximale looptijd van de overbruggingskredieten gaat van 3 naar 5 jaar 
  • Voortaan ook voor ondernemingen met een hoger risicoprofiel (maar hier een verhoging van de maximale rente van 2% - 2.5%)

Na afloop van die periode zullen de banken samen met de ondernemingen op zoek gaan naar oplossingen op maat. Febelfin raadt ondernemingen, die zich in financiële moeilijkheden bevinden, aan om zo snel mogelijk in gesprek te gaan met hun bankier. Zo kan samen op zoek gegaan worden naar een structurele oplossing op maat van ieders individuele situatie.

Bron: De Tijd en Febelfin

Ondernemingen getroffen door de coronacrisis kunnen opnieuw gebruik maken van tijdelijke werkloosheid corona mat een sterk vereenvoudigde procedure. Dat klopt?

Dat klopt. Zoals verwacht kunnen alle ondernemingen, getroffen door de coronacrisis, opnieuw gebruik maken van de tijdelijke werkloosheid overmacht corona met een sterk vereenvoudigde procedure (corona werkloosheid).
 
In dit stelsel bedraagt de uitkering 70% van een geplafonneerd maandloon aangevuld met een RVA- toeslag van 5,63 euro per dag tijdelijke werkloosheid.
De regeling geldt zowel voor situaties van overmacht als voor situaties van werkgebrek ingevolge de coronacrisis.
 
Hiermee komen terug in de toestand die gold vóór 1 september 2020: administratief eenvoudig en met een gelijke behandeling van tijdelijk werklozen.
 
De regeling zal gelden tot minstens 31 maart 2021. 

Hoe zit het met het overbruggingsrecht voor zelfstandigen?

Het Corona-overbruggingsrecht zal worden verdubbelen in oktober en november 2020 voor zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die actief zijn in sectoren die hun zelfstandige activiteit volledig of gedeeltelijk hebben moeten stopzetten wegens de COVID-maatregelen (beslissing van 23/10).

Ook wie actief is in sectoren die afhankelijk zijn van de getroffen sectoren en die hun zelfstandige activiteit volledig moeten onderbreken, komen in aanmerking voor dit dubbele crisis-overbruggingsrecht dat 2.583 euro (alleenstaande zelfstandige) of 3.228 euro (zelfstandige met gezinslast) bedraagt. 

De zelfstandigen uit de afhankelijke sectoren die hun zelfstandige activiteit slechts gedeeltelijk onderbreken, komen in aanmerking voor het Overbrugginsrecht-heropstart, maar niet voor het Crisis-overbruggingsrecht.

Het Overbruggingsrecht-heropstart wordt verlengd tot 31 december 2020. Dat liep normaal af op 31 oktober.  

Meer info 

De winwinlening is sinds 7 oktober effectief uitgebreid. Voor wie en hoe aanvragen?

Vrijdag 8 mei besliste de Vlaamse regering principieel om de winwinlening te verruimen en te versoepelen. Zo worden onder meer de plafondbedragen voor de investeerders (‘Family, Friends & Fans’) en de ontlenende ondernemingen opgetrokken. Ook de looptijd, overheidswaarborg en investeerdersgroep worden verruimd. De maatregel ging vanaf 7 oktober in.  

Voor wie (kredietnemer)?

Alle kmo’s met een economische activiteit die in Vlaanderen gevestigd zijn, ook binnen de sector van de sociale economie.  

Door wie (kredietgever)?

Elke natuurlijke persoon die de lening afsluit buiten het kader van zijn eigen handels- of beroepsactiviteit

ÉN

  • geen werknemer is van de kredietnemer
  • geen echtgenoot of wettelijke samenwonende partner is van de kredietnemer als die een zelfstandige is
  • geen aandeelhouder met meer dan 5% van de aandelen van de betrokken onderneming is (voorheen: geen enkel aandeel bezitten)
  • geen bestuurder, zaakvoerder of een vergelijkbare mandataris is van de kredietnemende rechtspersoon (ook niet als echtgenoot of wettelijk samenwonende partner)

Wat?

  • Vorm: achtergestelde lening
  • Vergoeding voor de kredietgever: jaarlijks fiscaal voordeel van 2,5% op het openstaande kapitaal. Nu uitgebreid tot een maximale looptijd van 10 jaar (voorheen: 8 jaar). 
  • Looptijd: variabel van 5 tot 10 jaar (voorheen: vaste termijn van 8 jaar)
  • Rentevoet: de maximale wettelijke rentevoet en minimum de helft van die rentevoet (1,75% in 2020). 
  • Maximumbedragen: 
  1. Kredietgever (particulier): 75.000 euro (voorheen: 50.000 euro)
  2. Kredietnemer (onderneming): 300.000 euro (voorheen: 200.000 euro)
  • Overheidswaarborg in geval van niet-terugbetaling: tijdelijk 40%, d.w.z. voor nieuwe overeenkomsten afgesloten tot en met 31 december 2021 (voorheen: 30%). 
  • Opmerking: leningen die aflopen in 2020 kunnen met 2 jaar verlengd worden. Zo kan de terugbetaling meer gespreid of uitgesteld worden ten gevolge van de crisis. 

Hoe aanvragen? 

Contacteer PMV 

Kan ik uitstel van betaling krijgen voor de doorstorting van bedrijfsvoorheffing, btw of andere vorm van belasting?

Elke onderneming of ondernemer die is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen en die, vanuit zijn zelfstandige activiteit, personeel tewerkstelt en dus BV-plichtig is, komt in aanmerking voor uitstel van betaling van:

•    de bedrijfsvoorheffing;
•    de btw;
•    de personenbelasting;
•    de rechtspersonenbelasting;
•    de vennootschapsbelasting.

Er kan gekozen worden voor een afbetalingsplan, vrijstelling van nalatigheidsinteresten of kwijtschelding van boetes wegens niet-tijdige betaling.

Deze maatregel is tijdelijk en je moet als belastingplichtige zelf het verzoek indienen. 

Het bevoegde ontvangkantoor beslist over de toekenning van de steunmaatregel. Het verzoek moet gebeuren via een specifiek aanvraagformulier. Het moet wel degelijk gemotiveerd zijn. Het formulier vind je terug op de website van de fiscus.

U moet volgende voorwaarden naleven:

•    de voorwaarden voor het indienen van de aangiften
•    de schulden mogen niet voortvloeien uit fraude

De steunmaatregelen zullen worden ingetrokken wanneer:

•    het toegestane afbetalingsplan niet werd nageleefd, behalve wanneer u tijdig contact opneemt met de administratie
•    er een collectieve insolventieprocedure ontstaat (faillissement, gerechtelijke reorganisatie, …)

Te volgen procedure:

•    één aanvraag per schuld, die geldt voor alle maatregelen
•    wannneer? op het ogenblik van ontvangst van een aanslagbiljet of betaalbericht

•    via dit formulier (DOCX, 21.74 KB)
•    per e-mail of per brief
•    één enkel contactpunt voor het geheel van de maatregelen: het Regionaal Invorderingscentrum (RIC) bevoegd voor de postcode van uw woonplaats (natuurlijk persoon) of maatschappelijke zetel (rechtspersoon).

Hoe zoek je dit op:
1.    Klik hier om de kantorengids te openen
2.    Vul bij « Filter Gemeente » uw postcode of gemeente in
3.    Klik op « Zoeken ». U krijgt de gegevens van het bevoegde RIC (waaronder het adres en de e-mail) dat uw aanvraag zal behandelen.
4.    Voor buitenlandse ondernemingen is het bevoegde RIC het Regionaal invorderingscentrum Brussel 1 (Kruidtuinlaan 50 bus 315, 1000 Brussel) met e-mailadres ric.brussel1@minfin.fed.be
 
U zal een antwoord ontvangen binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf het indienen van uw aanvraag.
 

Op welke steun kan de eventsector rekenen?

Organisatoren kunnen een terugbetaalbaar voorschot aanvragen voor de organisatie van nieuwe evenementen. De verplichting tot terugbetaling vervalt bij annulering omwille van overheidsmaatregelen met betrekking tot COVID-19. Het voorschot bedraagt minimum 25.000 euro en maximum 800.000 euro en is beperkt tot maximaal 60% van de totale kost van het event, exclusief voeding en drank. De steun wordt beperkt tot de niet recupereerbare kosten en onvermijdbare facturen. 

De tweede oproep voor evenementen die plaatsvinden tussen 1 januari 2021 en 1 oktober 2021 wordt opengesteld van 5 oktober 2020 en loopt tot en met 9 november 2020. 

Klik hier voor meer info. 

Hoe zit het carry-back mechanisme in de vennootschapsbelasting in mekaar?

De Essentie

Het federale parlement heeft haar unanieme goedkeuring gegeven over een aantal fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie. Samengevat voorziet het wetsontwerp in de mogelijkheid aan ondernemingen (zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting) om hun potentiële verliezen dit jaar te verrekenen met hun winst van het vorige jaar. Het gaat om een eenmalige maatregel die de solvabiliteits- en liquiditeitspositie van uw onderneming moet versterken. We gaan hier enkel dieper in op de carry-back in de vennootschapsbelasting. 
 
Concreet zal u voor het aanslagjaar verbonden aan het boekjaar dat afsluit tussen 13 maart 2019 en 31 juli 2020 (het pre-corona tijdperk) aanspraak kunnen maken op een tijdelijke vrijstelling van de vennootschapsbelasting. Zulks à rato van de potentiële beroepsverliezen in het daaropvolgende boekjaar (het corona-tijdperk). Hiertoe maakt u een zo nauwkeurig mogelijke schatting van deze beroepsverliezen dit jaar. De vrijstelling mag niet hoger zijn dan het resultaat van het boekjaar dat afsluit tussen 13 maart 2019 en 31 juli 2020. De vrijstelling is sowieso begrensd op 20 miljoen euro. De vrijstelling mag slechts voor één belastbaar tijdperk aangelegd worden.
 
Deze vrijstelling leidt er toe dat de vennootschap minder vennootschapsbelasting betaalt of dat een deel van de vorig jaar reeds betaalde voorafbetalingen wordt teruggestort. Deze terugbetalingen zouden snel plaats vinden om de liquiditeit van uw onderneming te stutten.  Aldus laat deze maatregel toe om de fiscale situatie in overeenstemming te brengen met de economische realiteit. 
 
Deze maatregel leidt tot een verschuiving van verliezen. Anders gezegd, de verliezen 2020 die worden aangewend op de winsten 2019, kunnen niet meer aangewend worden op toekomstige winsten. 
 
Hoewel dergelijke budgettaire oefening moeilijk te maken is, heeft de FOD Financiën becijferd dat het hier gaat over een verschuiving van 500 tot 800 miljoen euro. Het is dus geen recurrente lastenverlaging, wel een versnelde toepassing van de verliesaftrek waar ondernemingen sowieso recht op hebben. 

Ontdek hier alle technische details en simulaties van de regeling in vraag en antwoord

Wat zijn de belangrijkste items uit het Vlaams solvabiliteitsplan voor ondernemingen?

Er komt een welvaartsfonds ter waarde van 500 miljoen euro dat belegt in kapitaalsverhogingen en achtergestelde leningen van toekomstgerichte Vlaamse ondernemingen. Particulieren kunnen investeren in het fonds en krijgen een dubbel voordeel: een fiscaal voordeel en voordelige voorwaarden bij erfenis. Daarnaast worden familie en vrienden gestimuleerd om vriendenaandelen te kopen en zo ondernemingen te versterken. Deze maatregelen maken deel uit van een groter Vlaams herstelplan om de economie de komende maanden te ondersteunen.

De principes van de uitgebreide winwinlening, het vriendenaandeel en het Welvaartsfonds worden momenteel in Vlaamse regelgeving gegoten. Daarom is het nog even wachten op de concrete beschikbaarheid van deze (nieuwe) steuninstrumenten.

Om terug werk te maken van toekomstige groei, worden een aantal extra maatregelen genomen die deel uitmaken van een groter Vlaams herstelplan, een vierluik voor het herstel van onze economie. Deze maatregelen zijn complementair aan de maatregelen van de federale overheid die vooral focussen op de liquiditeit van de ondernemingen. De Vlaamse maatregelen focussen zich vooral op de solvabiliteit.

Welvaartsfonds van 500 miljoen euro

Tientallen miljarden euro’s staan geparkeerd op spaarrekeningen van Vlamingen. Met de lage rente levert dit weinig op en tegelijk snakken onze bedrijven naar extra kapitaal om door deze crisis te raken. Met de maatregelen wil het beleid dit slapend geld activeren. Er komt een welvaartsfonds dat zal beleggen in kapitaalsverhogingen of achtergestelde leningen bij Vlaamse ondernemingen. De overheid zal op termijn een minderheidsparticipatie aanhouden in dat fonds, maar kan bij de opstart wel de meerderheid hebben.

Er wordt in 240 miljoen euro voorzien bij PMV om het fonds op te starten. Dit fonds zal zich focussen op kapitaalsparticipaties en achtergestelde leningen met een looptijd van 4 jaar en meer, steeds in cofinanciering met private investeerders. Naast institutionele beleggers zullen ook particulieren in het fonds kunnen investeren en daar een dubbel voordeel genieten. Ze krijgen een fiscaal voordeel van 2,5% per jaar de eerste drie jaar met een maximum van 1.000 euro per belastingplichtige. Daarnaast zullen de aandelen in het fonds bij erfenis overgaan mits een recht van 3% en niet meegerekend worden in het vermogen.

Het fonds zal investeren in bedrijven die ethische voorwaarden nakomen. Mogelijke bedrijven zijn start-ups en scale-ups die een financieringsnood van meer dan 800.000 euro ten gevolge de coronacrisis hebben, start-ups en scale-ups die een opportuniteit zien in de huidige crisis en bijkomende middelen nodig hebben om een versnelling hoger te kunnen schakelen, innovatiegedreven bedrijven, gezonde Vlaamse dochters van internationale groepen die bijvoorbeeld via een uitkoop zelfstandig een toekomst kunnen hebben, alle innovatieve bedrijven, …

Vriendenaandeel

Een andere nieuwe manier om als particulier te investeren in een kmo, een coöperatieve of een burgerinitiatief zijn de win-win-aandelen. Je kan tot maximaal 75.000 euro investeren en je krijgt daar 5 jaar lang een fiscaal voordeel van 2,5% per jaar. Als onderneming kan je zo maximaal 300.000 euro kapitaal verwerven. Het recht op de eenmalige belastingvermindering geldt voor 5 jaar.

De kapitaalverstrekker mag geen werknemer van de onderneming zijn, kan niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner zijn en geen bestuurder of zaakvoerder van de onderneming. Voor kleine aandeelhouders (met maximum 10% van de aandelen) wordt het wel toegelaten om kapitaal te verstrekken onder een win-winformule. Op deze manier wordt het ook een interessant instrument voor coöperatieven en burgerinitiatieven. Een groep buren die een vervallen theaterzaal willen ombouwen tot gemeenschapscentrum kunnen op die manier samen bijvoorbeeld die investeringen doen. Of een groep ouders die beslissen om samen te investeren in jeugdlokalen kunnen ook deze manier van win-winaandelen gebruiken.

Een voorwaarde is dat er in de twee voorafgaande jaren en gedurende deze periode geen kapitaalverminderingen zijn. Er kunnen dividenden uitgekeerd worden als de onderneming succesvol is en winsten maakt. Je kan er ook voor kiezen om een deel van het bedrag als win-winaandelen te investeren en een deel van het bedrag als win-winlening te geven.

Vlaams herstelplan

Deze nieuwe maatregelen passen in het groter Vlaams herstelplan, een vierluik. Dat is een garantie om gezonde bedrijven door de crisis te helpen en te zorgen voor een versnelling van het economisch herstel.

  • Waarborgen met crisiswaarborgen en Gigarant voor een totale capaciteit van 3,4 miljard euro;
  • Achtergestelde leningen, daarbij was al voorzien in 250 miljoen euro bij PMV, nu wordt nog eens in 250 miljoen euro extra zodat er 500 miljoen euro beschikbaar is;
  • Welvaartsfonds van 500 miljoen euro waarvoor nu in een startkapitaal van 240 miljoen euro wordt voorzien;
  • Win-winlening en vriendenaandelen

Met dit vierluik beschikt de Vlaamse regering over de nodige instrumenten om de heropstart van onze bedrijven te ondersteunen. De Vlaamse regering wil de benutting van deze instrumenten ook monitoren en wanneer blijkt dat bijsturingen of versterkingen nodig zijn, zullen bijkomende middelen vrijgemaakt worden.

Het vriendenaandeel en het Vlaams Welvaartsfonds zijn nog niet operationeel. Het Vlaams Welvaartsfonds zal dat pas in de loop van 2021 worden omdat het nog verschillende advies- en goedkeuringsprocedures moet doorlopen. Het vriendenaandeel zal daarentegen naar alle verwachting dit najaar operationeel worden.

Het federaal bankenplan werd bijgestuurd. Wat verandert er precies?

Het bestaande bankenplan werd versoepeld en verlengd. Daardoor kunnen kmo's nu gemakkelijker en langer een beroep doen op het federale bankenplan. Het parlement keurde daarvoor op 16 juli 2020 de wet goed.

Wat zijn belangrijke veranderingen?

  • Banken besloten in maart een half jaar betalingsuitstel voor leningen toe te kennen. Tussen begin april en eind mei kregen 118.000 gezinnen zo'n uitstel en maakten 130.000 bedrijven er gebruik van. De regeling wordt nu verlengd, waardoor betalingsuitstel op hypotheekleningen en bedrijfskredieten tot eind dit jaar geldt.
  • Ook de injectie van 50 miljard euro garanties voor leningen wordt verlengd. Bedrijven konden in het aanvankelijke plan tot 30 september een beroep doen op die garanties om gemakkelijker bij hun bank een lening te krijgen. Dat instapmoment wordt nu ook verlengd tot eind dit jaar.
  • Bovendien zullen kmo's garanties kunnen krijgen voor leningen met een langere looptijd. Aanvankelijk konden alleen leningen met een looptijd van maximaal een jaar op garanties rekenen. Dat wordt verlengd tot drie jaar. Voor die langere leningen wordt in het garantiefonds 10 van de 50 miljard euro gereserveerd.
  • Ook de risicoverdeling, voor het geval bedrijven of gezinnen hun leningen niet afbetalen, is veranderd. In de aanvankelijke regeling droegen de banken het volledige verlies op de eerste 3 procent van de niet-afbetaalde lening, de helft van het verlies op de volgende 2 procent en 20 procent op de rest. Nu geldt die laatste verdeelsleutel op het volledige verlies, vanaf de eerste euro. De banken dragen dus 20 procent van alle verliezen, de overheid 80 procent. Dat maakt dat banken minder weigerachtig moeten worden om kredieten te verlenen.
  • Ook zullen meer bedrijven aanspraak kunnen maken op de steun. Aanvankelijk was vereist dat ondernemingen niet mochten achterstaan met betalingen voor belastingen of sociale bijdragen. Die voorwaarde wordt geschrapt. 
De achtergestelde leningen voor start-ups en scale-ups worden mogelijk tot 2 miljoen euro. Wat zijn de voorwaarden?

Om de effecten van de coronacrisis voor Vlaamse bedrijven te temperen, creëert PMV een financiële buffer op middellange termijn met achtergestelde leningen van maximum 2 miljoen euro op 3 jaar. Dit als aanvulling op overbruggingskredieten op heel korte termijn vanuit het federale niveau.

De focus ligt op start-up bedrijven en scale-ups, en ook mature bedrijven die tijdelijk in moeilijkheden komen door de coronacrisis en nood hebben aan financiële versterking om de gevolgen van de coronacrisis bovenop te komen.

Deze achtergestelde leningen moeten voor 15 april 2021 aangevraagd worden. 

1. Voor leningen tot 800.000 euro:

Voor wie? 

  • Twee doelgroepen:
  1. Start- en scale-ups: (jonge) bedrijven die in de laatste 3 jaren geen recurrente positieve kasstroom hadden en die vernieuwende producten en/of diensten ontwikkelen of reeds op de markt brengen
  2. Kmo’s en zelfstandigen: bedrijven die vóór de Coronacrisis recurrente positieve kasstromen hadden en hierdoor in aanmerking kwamen voor klassieke bankfinanciering.  
  • Intrinsiek gezonde en levensvatbare Vlaamse kmo’s in ademnood door Covid-19
  • Bedrijven zonder achterstallen op hun lopende kredieten, bij de belastingen, BTW of sociale zekerheidsbijdragen aan het begin van de Coronacrisis.
  • Geen onderneming in moeilijkheden zijn (volgens de Europese definitie) 
  • En m.b.t. de werkgelegenheid: 
  1. 80% van hun tewerkstelling t.o.v. eind 2019 behouden te hebben of te herstellen 
  2. OF minstens 50% van hun werknemers terug uit de tijdelijke werkloosheid te halen (opnieuw actief aan het werk)
  • Indien er (bancaire) kredieten lopen moet er een engagement van de bank zijn om aan boord te blijven. Dat moet blijken door de kredieten niet op te zeggen en/of door uitstel van kapitaalaflossingen toe te staan. 

Wat houdt de maatregel in?

  • Bedrag: minimaal 25.000 euro - maximaal 2,8 miljoen euro.
  • Kan verhoogd worden tot 3,5 mio euro, mits (bijkomende) cofinanciering van aandeelhouders, investeerders, banken en/of andere financiers.
  • Het bedrag wordt niet in schijven uitgekeerd, maar is als totaalbedrag in één beweging op te nemen. 
  • Achtergestelde lening: dus combinatie met banklening en waarborg blijft mogelijk

Wat zijn de voorwaarden?

  • Geen focus op sectoren. Breed toegankelijk. 
  • Beoordeling volgens 
  1. Belang voor de Vlaamse economie (bv. tewerkstelling),
  2. Aansluiting bij de speerpuntsectoren (Life Sciences, Cleantech, …)
  3. Aansluiting bij cruciale sector (energie, telecom, voedselvoorziening, veiligheid, logistiek). 
  • Geen waarborg vereist 

Wat geldt specifiek voor start- en scale-ups? 

  • Integrale terugbetaling na 3 jaar op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 5% te betalen op eindvervaldag  (wordt mogelijk nog verlaagd indien garantie vanuit het Europees Investeringsfonds wordt verleend)
  • Lening (hoofdsom en interesten) kan ook omgezet worden in aandelen – weliswaar met 25% korting op de aandelenprijs

Wat geldt specifiek voor kmo's?

  • Vrijstelling van kapitaalaflossingen tijdens de eerste 2 jaar, vervolgens maandelijkse, driemaandelijkse of zesmaandelijkse kapitaalaflossingen 
  • OF mits onderbouwing eveneens integrale terugbetaling op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 3% te betalen op eindvervaldag 

Hoe aanvragen? 

Alle info bij PMV 

Ontdek hier de voorwaarden van leningen boven 800.000 euro tot maximum 2 miljoen euro

Achtergestelde leningen voor start-ups, scale-ups en kmo's kunnen aangevraagd worden. Door wie en hoe?

Om de effecten van de coronacrisis voor Vlaamse bedrijven te temperen, creëert PMV een financiële buffer op middellange termijn met achtergestelde leningen voor maximum 800.000 euro op 3 jaar. Dit als aanvulling op overbruggingskredieten op heel korte termijn vanuit het federale niveau.

De focus ligt op start-up bedrijven en scale-ups, en ook mature bedrijven die tijdelijk in moeilijkheden komen door de coronacrisis en nood hebben aan financiële versterking om de gevolgen van de coronacrisis bovenop te komen.

Deze achtergestelde leningen moeten voor 15 november 2020 aangevraagd worden. 

Voor wie? 

  • Twee doelgroepen:
  1. Start- en scale-ups: (jonge) bedrijven die in de laatste 3 jaren geen recurrente positieve kasstroom hadden en die vernieuwende producten en/of diensten ontwikkelen of reeds op de markt brengen
  2. Kmo’s en zelfstandigen: bedrijven die vóór de Coronacrisis recurrente positieve kasstromen hadden en hierdoor in aanmerking kwamen voor klassieke bankfinanciering.  
  • Intrinsiek gezonde en levensvatbare Vlaamse kmo’s in ademnood door Covid-19
  • Bedrijven zonder achterstallen op hun lopende kredieten, bij de belastingen, BTW of sociale zekerheidsbijdragen aan het begin van de Coronacrisis.
  • Geen onderneming in moeilijkheden zijn (volgens de Europese definitie) 
  • En m.b.t. de werkgelegenheid: 
  1. 80% van hun tewerkstelling t.o.v. eind 2019 behouden te hebben of te herstellen 
  2. OF minstens 50% van hun werknemers terug uit de tijdelijke werkloosheid te halen (opnieuw actief aan het werk)
  • Indien er (bancaire) kredieten lopen moet er een engagement van de bank zijn om aan boord te blijven. Dat moet blijken door de kredieten niet op te zeggen en/of door uitstel van kapitaalaflossingen toe te staan. 

Wat houdt de maatregel in?

  • Bedrag: minimaal 25.000 euro - maximaal 2 miljoen euro.
  • Kan verhoogd worden tot 3,5 mio euro, mits (bijkomende) cofinanciering van aandeelhouders, investeerders, banken en/of andere financiers.
  • Het bedrag wordt niet in schijven uitgekeerd, maar is als totaalbedrag in één beweging op te nemen. 
  • Achtergestelde lening: dus combinatie met banklening en waarborg blijft mogelijk

Wat zijn de voorwaarden?

  • Geen focus op sectoren. Breed toegankelijk. 
  • Beoordeling volgens 
  1. Belang voor de Vlaamse economie (bv. tewerkstelling),
  2. Aansluiting bij de speerpuntsectoren (Life Sciences, Cleantech, …)
  3. Aansluiting bij cruciale sector (energie, telecom, voedselvoorziening, veiligheid, logistiek). 
  • Geen waarborg vereist 

Wat geldt specifiek voor start- en scale-ups? 

  • Integrale terugbetaling na 3 jaar op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 5% te betalen op eindvervaldag  (wordt mogelijk nog verlaagd indien garantie vanuit het Europees Investeringsfonds wordt verleend)
  • Lening (hoofdsom en interesten) kan ook omgezet worden in aandelen – weliswaar met 25% korting op de aandelenprijs

Wat geldt specifiek voor kmo's?

  • Vrijstelling van kapitaalaflossingen tijdens de eerste 2 jaar, vervolgens maandelijkse, driemaandelijkse of zesmaandelijkse kapitaalaflossingen 
  • OF mits onderbouwing eveneens integrale terugbetaling op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 4,5% te betalen op eindvervaldag 

(wordt mogelijk nog verlaagd indien garantie vanuit het Europees Investeringsfonds wordt verleend)

Hoe aanvragen? 

Alle info bij PMV 

Ik heb een overbruggingskrediet nodig door corona. Klopt het dat dit nu vlotter kan?

Op zaterdag 11 april heeft de ‘superkern’ het tweede luik uit het Bankenplan goedgekeurd. Daarvoor was eerst de goedkeuring van de Europese Commissie nodig. Dat regelt de garantie van de overheid bij het verschaffen van overbruggingskredieten door de banken aan ondernemingen die een zware impact ondervinden door de coronacrisis. Hierdoor wordt een soepelere toekenning van overbruggingskredieten mogelijk. De regeling treedt retroactief in werking vanaf 1 april 2020.

Voor wie geldt de maatregel?

Structureel gezonde, niet-financiële bedrijven, zelfstandigen en rechtspersonen uit de non-profit (bv. ziekenhuizen) die geen achterstallen hadden op lopende kredieten, bij de belastingen of op sociale zekerheidsbijdragen, 

  • op 1 februari 2020 óf
  • meer dan 30 dagen op 29 februari 

De in aanmerking komende bedrijven mogen

  • geen actieve kredietherstructurering hebben lopen daterend van vóór 31/01 én 
  • officieel geen ‘onderneming in moeilijkheden’ zijn.

Indien voldaan aan bovenstaande criteria wordt er verder geen onderscheid gemaakt tussen ‘betere’ en ‘minder goede’ kredietnemers.

Overigens: de maatregel geldt ook voor buitenlandse activiteiten van Belgische multinationals.

Wat houdt de maatregel in?

Van toepassing op alle nieuwe kortetermijnkredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden die banken verstrekken tot en met 30 september 2020. Dus met in begrip van:

  • kaskredieten
  • voorschotten op vaste termijn (‘straight loans’)
  • kredietopeningen
  • garantiefaciliteiten
  • toegelaten debetstanden (‘overdraft facilities’) 
  • gesyndiceerde kredieten of club deal (= meerdere kredietverstrekkers verschaffen samen een krediet aan één of meerdere kredietnemers).

NIET van toepassing op: herfinancieringskredieten, alle nieuwe moratoria (zoals uitstel van betaling van interesten, kapitaal, …) en niet opgenomen bedragen op bestaande kredietlijnen.

Gedekt kredietbedrag: max. 50 miljoen euro per bedrijf (of groep van verbonden bedrijven). Daarboven is een goedkeuring van de overheid noodzakelijk per dossier.

Kost van de garantie: 

  • kmo’s: 0,25%
  • Grote bedrijven: 0,50%

Kost van het krediet:

  • maximaal 1,25% intrest (op jaarbasis) van het bedrag + de gewoonlijke kosten (zoals dossierkosten of reserveringsprovisies)

Opgelet! Voor kredieten toegekend tot en met 30 september 2020 voor gezonde bedrijven die niet getroffen worden door de crisis en waarvoor bijgevolg geen beroep dient gedaan te worden op de garantieregeling, moet geen garantiekost betaald worden voor het afsluiten van een nieuw krediet. Hun kredieten vallen buiten deze  garantieregeling (voor maximaal 15% van de gewaarborgde kredieten). 

Voor welke banken geldt dit?

Regeling geldt (verplicht!) voor alle banken die een rol spelen in België, behalve als ze een piepklein marktaandeel hebben. Alle reguliere groot- en kleinbanken worden dus bij wet door het akkoord gevat.

Elke bank krijgt een proportioneel deel van de 50 miljard overheidswaarborg volgens zijn marktaandeel op 31 december 2019.

De verdeling van de lasten tussen de banken en de staat op portefeuilleniveau (= som van alle kredieten bij een bank) is als volgt:

  • Voor een verlies tussen de 0 en 3% (‘first loss’): de staat komt niet tussen
  • Voor een verlies tussen de 3 en 5%: de staat neemt 50% op zich
  • Voor een verlies boven de 5%: de staat neemt 80% op zich

Wat met Leasing en factoring?

Leasing en factoring vallen niet onder het akkoord 
De leasingmaatschappijen, behalve die voor autolease, verklaarden wel het bankenakkoord naar de geest toe te passen in hun sector.

Hoe zit het met het overbruggingsrecht voor zelfstandigen?

Wie nog niet kon heropstarten om bepaalde redenen kan nog tot eind december 2020 het Corona-overbruggingsrecht bekomen.

Meer info. 

Voor juni tot en met oktober 2020 kan er een Overbruggingsrecht – heropgestart worden uitgekeerd onder bepaalde voorwaarden. Je aanvraag moet worden ingediend voor het einde van het tweede kwartaal na de onderbreking of stopzetting. De uitkering van april, mei en juni moet dus ten laatste op 31 december worden aangevraagd. Voor de uitkering van april, mei en juni geldt 31 maart 2021 als aanvraagdeadline.

Meer info. 

Sinds september 2020 kan er een Overbruggingsrecht bij quarantaine of gesloten klas, school of kinderopvang worden gevraagd.

Meer info. 

 

De waarborgcapaciteit wordt verhoogd. Wat houdt dat precies in?

De Vlaamse overheid heeft de waarborgcapaciteit bij Gigarant van 1,5 miljard tot 3 miljard euro verhoogd om ondernemingen met liquiditeitsproblemen te helpen. Zij kunnen steun bieden in de vorm van overbruggingskredieten of door bestaande schulden te waarborgen.

Wat houdt dit in?

De waarborgen boven de 1,5 miljoen euro - de zogenaamde Gigarant-waarborgregeling - worden gebruikt om bankiers te ondersteunen bij financieringsvraagstukken die vandaag moeilijker alleen te beantwoorden zijn. Gigarant beschikt vandaag over een waarborgcapaciteit van 1,5 miljard euro. Die capaciteit wordt nu opgetrokken tot 3 miljard euro. Gigarant zal op die manier een aangepaste COVID-19 waarborg in de markt kunnen zetten die meer flexibiliteit biedt. 

  • De COVID-19 waarborg wordt enkel toegekend voor de financiering aan een onderneming die op 31 december 2019 geen onderneming in moeilijkheden was (bij de standaard waarborg ligt de evaluatie op het moment van toekenning);
  • De termijn bedraagt maximaal 6 jaar;
  • Voor deze crisiswaarborg wordt de bij toekenning te betalen premie verlaagd in vergelijking met de huidige Gigarant premie;
  • Er wordt gezorgd voor een goede spreiding van het risico tussen banken en overheid;
  • Het bedrag van de COVID-19 gewaarborgde financiering wordt per onderneming tijdelijk beperkt conform de Europese regelgeving (het dubbele van de totale jaarlijkse bruto loonmassa 2019 of 25% van de totale omzet 2019 of mits een gepaste rechtvaardiging de liquiditeitsbehoefte voor de komende achttien maanden voor een KMO en voor de komende twaalf maanden voor een grote onderneming);
  • Dossiers die onder het toepassingsgebied van het federale ‘corona-akkoord’ vallen worden wel uitgesloten van de Gigarant-waarborg.

Bovenop eerdere maatregelen

Op vrijdag 13 maart 2020 werd al beslist dat er in 100 miljoen euro extra werd voorzien voor coronacrisiswaarborgen. Op die manier kunnen ondernemingen en zelfstandigen in deze crisisperiode bestaande waarborgen laten verlengen bij de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen, bestaande korte termijn kredietlijnen onder de waarborg brengen of hun niet-bancaire schulden die ouder zijn dan 3 maand laten financieren.  Deze maatregel komt bovenop de bestaande waarborgen voor investeringskredieten en werkkapitaal. Met de 100 miljoen euro extra kunnen we al bijvoorbeeld zo’n 1000 leningen van 100.000 euro waarborgen.

Bron: Vlareg

Het coronabankenplan concreter: wat weten we al?

Wat houdt de concrete invulling van het bankenplan voor ondernemingen in?

Ondernemingen die financieel worden getroffen door de coronacrisis en aan de toekenningsvoorwaarden voldoen, kunnen betalingsuitstel van ondernemingskrediet vragen.

Wat betekent dit voor mijn onderneming?

Een betalingsuitstel van het ondernemingskrediet houdt in dat je onderneming gedurende maximum 6 maanden geen aflossingen van kapitaal moet doen. De intresten blijven verschuldigd.

De banken verbinden zich ertoe om de gebruikelijke dossier- of administratiekosten niet aan te rekenen.

Hoe zit het precies met de timing?

Voor aanvragen die tot en met 30 april 2020 worden gedaan, kan maximum 6 maanden betalingsuitstel worden verkregen, en dit tot uiterlijk 31 oktober 2020.

Voor aanvragen die na 30 april 2020 worden gedaan, blijft de einddatum 31 oktober 2020.
Dit betekent bv. dat wie een kredietaanvraag doet in juni nog 4 maanden betalingsuitstel kan opnemen (juli-augustus-september-oktober).

Aanvragen die werden ingediend vóór de publicatie van de charters zullen worden geëvalueerd volgens de criteria van de charters. Indien nodig zal de bank contact opnemen met de kredietnemer.

Hoe vraag ik het aan?

Wie denkt aan de voorwaarden te voldoen om betalingsuitstel te kunnen aanvragen, wordt gevraagd om zijn of haar bank te contacteren. Dat kan enkel op afspraak of via de beschikbare digitale kanalen van de bank (e-mail, chat, mobiele app,…) en via telefoon.

De banken stellen alles in het werk om hun klanten zo goed en zo snel mogelijk verder te helpen.

Alle details over het betalingsuitstel zijn terug te vinden in het charter voor betalingsuitstel ondernemingskredieten.

Meer info over het Charter betalingsuitstel ondernemingskredieten

Bron: Febelfin

Wie kan uitstel van betaling aan de RSZ krijgen?

In het weekend van 4 april heeft de RSZ beslist om ook bedrijven die niet volledig sluiten, de kans te geven om een uitstel van betaling te bekomen.

Tot voor kort konden enkel bedrijven die volledig gesloten waren (verplicht of vrijwillig), een uitstel van RSZ schulden bekomen tot 15 december 2020. Voor sommige bedrijven is dat uitstel automatisch: met name voor de sectoren van de horeca, de recreatie, cultuur en sport en alle ondernemingen die getroffen worden door een verplichte sluiting.

Voor andere bedrijven die hebben moeten sluiten door de coronacrisis – bijvoorbeeld omdat ze de sanitaire regels niet kunnen volgen of omdat ze toeleveringsproblemen hebben – kan dat na een verklaring op eer. 

Welke bedrijven?

De RSZ heeft nu de mogelijkheid om een betalingsuitstel te krijgen uitgebreid tot werkgevers die niet sluiten maar die niettemin hun economische activiteit sterk verminderd zien voor het tweede kwartaal 2020.

De werkgever moet verklaren dat de coronacrisis zal leiden tot minstens één van de onderliggende situaties:

  • Ofwel dat er een sterke daling van de omzet is in het tweede kwartaal 2020, hetgeen zich voor dit kwartaal zal vertalen in een vermindering van het bedrag van aangegeven BTW met minstens 65% ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 of het eerste kwartaal 2020; 
  • of dat de loonmassa die ze zal aangeven bij RSZ voor het tweede kwartaal 2020 met minstens 65% zal verminderen ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 of het eerste kwartaal 2020.

Welke RSZ-schulden? 

Deze werkgevers genieten tot 15 december 2020 een uitstel van betaling van de volgende bedragen:

  • het saldo van de bijdragen die voor het eerste kwartaal 2020 verschuldigd zijn
  • het debetbericht jaarlijkse vakantie
  • de voorschotten voor het tweede kwartaal 2020
  • het saldo van de bijdragen die voor het tweede kwartaal 2020 verschuldigd zijn
  • de nog te vervallen rechtzettingen van bijdragen
  • de nog te vervallen maandelijkse afbetalingen van de lopende afbetalingsplannen

En dat voor alle door de RSZ geïnde bijdragen (werkgeversbijdragen, werknemersbijdragen en bijzondere bijdragen, met inbegrip van de bijdragen Bestaanszekerheid).

Voor het goede begrip: de verplichting om de RSZ-aangifte binnen de gestelde termijnen in te dienen, blijft van kracht.

Welke formaliteiten?

Bedrijven dienen een verklaring op eer in. Het modelformulier is beschikbaar op de website van RSZ.

RSZ zal ex-post controles uitvoeren om de correctheid van de verklaringen op eer na te gaan.

Meer informatie?

Alle info op de website van RSZ 

Voor de bedrijven die sluiten omwille van corona, blijven de eerdere maatregels gelden om uitstel van betaling te krijgen tot 15 december 2020.

Deze maatregelen hebben betrekking op twee soorten uitstel van betaling:

1. Automatisch uitstel

De sectoren van de horeca, de recreatie, cultuur en sport en alle ondernemingen die getroffen worden door een verplichte sluiting overeenkomstig de bepalingen van ministeriële besluiten van 13 maart, 18 maart, 23 maart en 24 maart 2020, zullen dit uitstel automatisch verkrijgen.

2. Uitstel na voorafgaande aangifte

  • Ondernemingen die niet door een verplichte sluiting, zoals vermeld in ministeriële besluiten van 13 maart, 18 maart, 23 maart en 24 maart 2020, beoogd zijn, maar die gesloten zijn omdat ze in de onmogelijkheid verkeren om de sanitaire maatregelen na te leven, zullen een uitstel van betaling kunnen bekomen op basis van een verklaring op eer.
  • De ondernemingen die niet verplicht gesloten zijn en die, om andere redenen dan het niet kunnen naleven van de sanitaire maatregelen, zelf hebben beslist om volledig te sluiten. Omwille van de coronacrisis hebben sommige ondernemingen, die niet verplicht gesloten zijn en die gesloten zijn om andere redenen dan het niet kunnen naleven van de sanitaire maatregelen, hun productie en verkoop moeten stopzetten. Hierdoor zijn ook deze ondernemingen volledig gesloten. Een voorbeeld is de sluiting van toeleveranciers of de sluiting wegens het feit dat klanten gesloten zijn.

Ook voor deze ondernemingen wordt voorzien dat zij, op basis van de verklaring op eer, van het uitstel tot 15 december kunnen genieten.

Wat wordt precies bedoeld met de notie ‘volledige sluiting’?

Voor wat de notie ‘volledige sluiting’ betreft, wordt bedoeld dat de productie en verkoop is stopgezet. Dit verhindert niet dat er binnen de onderneming nog een beperkt aantal medewerkers actief kunnen zijn omwille van veiligheid, administratie, noodzakelijk onderhoud enzovoort.

Over welke aan de RSZ verschuldigde bedragen gaat het?

Het uitstel van betaling heeft betrekking op alle betalingen vanaf 20 maart 2020.

Hieronder vallen dus:

  • de nog te betalen wijzigingen der bijdragen;
  • de maandelijkse schijven van de lopende minnelijke afbetalingsplannen;
  • het derde voorschot voor het 1e kwartaal (te betalen op 05/04/2020);
  • het saldo van het 1e kwartaal (te betalen op 30/04/2020);
  • het debetbericht jaarlijkse vakantie dat aan de werkgevers wordt verstuurd vanaf 01/04/2020 en vóór 30/04/2020 betaald moet worden;
  • de voorschotten voor het 2e kwartaal (te betalen op 05/05, 05/06 en 05/07/2020);
  • het saldo van het 2e kwartaal (te betalen op 31/07/2020).

Opgelet: het uitstel van betaling geldt voor alle door de RSZ geïnde bijdragen (werkgeversbijdragen, werknemersbijdragen en bijzondere bijdragen, met inbegrip van de bijdragen Bestaanszekerheid) en loopt tot 15/12/2020.

Voor het goede begrip: de verplichting om de RSZ-aangifte binnen de gestelde termijnen in te dienen, blijft van kracht.

Meer info en aanvragen op de site van de RSZ

Hoe kan ik een minnelijk afbetalingsplan aanvragen voor uitstel betaling sociale werkgeversbijdragen aan RSZ, ook al voldoe ik niet aan de voorwaarden om sowieso uitstel te krijgen door corona?

Wat houdt de maatregel in?

Werkgevers die door het coronavirus moeilijkheden ondervinden om de sociale werkgeversbijdragen te betalen, en die niet voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in de vraag hierboven, kunnen bij de RSZ nog altijd minnelijke afbetalingstermijnen aanvragen voor het eerste en tweede kwartaal 2020 die zij verschuldigd zijn omdat ze personeel tewerkstellen. 

Wie komt in aanmerking?
 

Werkgevers die personeel tewerkstellen en die door het coronavirus moeilijkheden ondervinden om de sociale werkgeversbijdragen te betalen. 

Omvang steun

Werkgevers kunnen minnelijke betalingstermijnen aanvragen voor de socialezekerheidsbijdragen voor het eerste en tweede kwartaal 2020 die zij verschuldigd zijn omdat ze personeel tewerkstellen. 

Door dit afbetalingsplan kan de schuld worden afgelost aan de hand van maandelijkse afbetalingen. Zo vermijdt je de terugvordering via dwangbevel en de nadelen daarvan (gerechtskosten). Als het plan wordt nageleefd, kunnen de economische activiteiten normaal worden voortgezet. 

De reden van problemen door het coronavirus wordt aanvaard als grond voor de aanvraag van minnelijke betalingstermijnen. 

Hoe vraag ik het aan?

Je vult het formulier ‘aanvraag minnelijk betalingsplan’ in op de site van de FOD Sociale Zaken. In het verzoek moet ook uitgelegd worden hoe de onderneming door het coronavirus wordt getroffen. 

Klopt het dat we uitstel van betaling verkeersbelasting krijgen?

Dat klopt helemaal. Op 18 maart besliste de Vlaamse regering om ondernemingen een uitstel van betaling van 4 maanden te geven voor de betaling van de verkeersbelasting. Een maatregel om bedrijven voldoende financiële slagkracht te geven om het hoofd te bieden aan de economische gevolgen van de crisis.

De jaarlijkse verkeersbelasting moet u betalen vanaf het moment dat u voertuigen verplicht inschrijft bij de Directie Inschrijvingen Voertuigen. De normale regel is dat u de verkeersbelasting ten laatste betaalt binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet op het rekeningnummer van de Vlaamse Belastingdienst.

Door de beslissing krijgt u een uitstel van betaling van 4 maanden voor de betaling van de verkeersbelasting op de voertuigen. U moet de verkeersbelasting voor ondernemingen in uw vloot dus betalen uiterlijk zes maanden na verzending van het aanslagbiljet. De betalingstermijn voor de verkeersbelasting zal dus in het aanslagjaar 2020 6 maanden bedragen in plaats van 2 maanden.

Afhankelijk van de evoluties in de verdere verspreiding van COVID-19 wordt deze maatregel-indien nodig verlengd.

Wie komt in aanmerking?

Ondernemingen

Omvang steun
Er is geen rechtstreekse budgettaire impact voor de Vlaamse begroting gezien het gaat over een uitstel van betaling. Onrechtstreeks kan het wel zijn dat er, door de prefinanciering van de opdeciem verkeersbelasting naar de lokale overheden toe, de Vlaamse overheid (tijdelijk) meer zal moeten lenen.

Vlaanderen zal de prefinanciering van deze maatregel naar de lokale besturen toe voor haar rekening nemen. Lokale overheden zullen door deze specifieke maatregel geen negatieve financiële impact ondervinden.

Meer informatie
 

Wat houdt het akkoord van de verzekeringssector van 26 maart in voor ondernemingen?

De Belgische verzekeringssector wil de negatieve impact van de coronacrisis op de particulieren, gezinnen, zelfstandigen en ook bedrijven verzachten. Daarom gaan ze soepel omgaan met klanten in nood en ervoor zorgen dat ze blijvend beschermd worden.

De maatregelen die Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, gaat nemen, liggen in lijn met de werkzaamheden van de Economic Risk Management Group (ERMG) die de federale regering heeft opgericht  om de economische gevolgen van het coronavirus te bestrijden.

Concreet wordt er onder meer ademruimte geboden aan wie met betalingsproblemen kampt, respijt gegeven aan wie hypotheekleningen moet terugbetalen, een regeling getroffen rond de schuldsaldoverzekeringen en brandverzekeringen (dit laatste voor wie werkloos is geworden). De verzekeraars engageren zich ook om personeel in geval van tijdelijke werkloosheid te blijven beschermen.

Ook voor ondernemingen die een impact ondervinden door de COVID-19 crisis komen er maatregelen:

  • Een aantal verzekeringsdekkingen (arbeidsongevallen, burgerlijke aansprakelijkheid, …) voorzien vandaag al om de premie achteraf aan te passen als er sprake is van gereduceerde activiteiten. Dit wordt nu automatisch in rekening gebracht.
  • Daarbovenop kunnen ondernemingen, die hun activiteiten moeten stilleggen op vraag van de overheid, voor alle premies die vervallen tussen 30 maart en 30 september 2020, uitstel van betaling van hun premie verkrijgen in overleg met hun verzekeraar. Voor eventuele verdere maatregelen rond opschorting van contracten wordt bedrijven aangeraden rechtstreeks contact op te nemen met hun verzekeraar of tussenpersoon.
  • Tot slot zullen de verzekeraars voor leningen aan ondernemingen dezelfde voorwaarden toepassen als diegene die al werden afgesproken voor de banksector. Het gaat om een uitstel voor terugbetaling van kredieten (rente- en kapitaalaflossingen) tot 30 september 2020.

Lees meer

Welke maatregelen zijn er genomen in het bankenplan van 22 maart?

Op 22 maart hebben de federale overheid, de Nationale Bank en de banken een akkoord bekend gemaakt om:

  • De bestaande kredieten aan gezonde bedrijven, kmo’s en zelfstandigen voort te zetten tot en met 30 september 2020, zodat de nodige liquiditeit gegarandeerd blijft;
  • Bijkomende kredieten mogelijk te maken op een soepele en verantwoorde manier, met overheidswaarborgen ter ondersteuning waar nodig.

Op basis van de huidig beschikbare informatie is Voka tevreden over de grote lijnen van dit  plan, maar blijft waakzaam over de concrete toepassing ervan en juicht het voorziene systeem van monitoring dan ook toe. Het is goed dat er nu duidelijkheid is voor de grote groep van gezonde ondernemingen en begrijpt dat dit voor de banken een zware inspanning is.
 
In essentie:

Voor wie is de maatregel?

Voor alle gezonde niet-financiële bedrijven, kmo’s en zelfstandigen

Waarvoor?

Voor afbetalings- en liquiditeitsproblemen ten gevolge van de coronacrisis

Hoe?

Gratis uitstel van betaling bestaande kredieten t.e.m. 30 september – soepele
regeling voor overheidswaarborgen bij nieuwe kredieten.


1. Bestaande kredieten – uitstel van betaling mogelijk tot en met 30 september 2020

  • Voor alle niet-financiële bedrijven, kmo’s en zelfstandigen (met of zonder vennootschap), die betalingsproblemen ondervinden ten gevolge van de coronacrisis en nog geen actieve kredietherstructurering hebben lopen en op 1 februari 2020 geen betalingsachterstand hadden of op 29 februari 2020 minder dan 30 dagen betalingsachterstand hadden.
  • Uitstel van betaling tot en met 30 september 2020 zal worden toegekend zonder kosten.

2. Garantieregeling nieuwe kredieten – soepele regeling

  • Voor alle niet-financiële bedrijven, kmo’s en zelfstandigen (met of zonder vennootschap), die betalingsproblemen ondervinden ten gevolge van de coronacrisis en nog geen actieve kredietherstructurering hebben lopen en op 1 februari 2020 geen betalingsachterstand hadden of op 29 februari 2020 minder dan 30 dagen betalingsachterstand hadden.
  • Van toepassing op alle nieuwe kredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden
  • NIET van toepassing op: herfinancieringskredieten, alle nieuwe moratoria (zoals uitstel van betaling van interesten, kapitaal, …) en niet opgenomen bedragen op bestaande kredietlijnen
  • Gedekt kredietbedrag: max. 50 miljoen euro per bedrijf (of groep van verbonden bedrijven). Daarboven goedkeuring van de overheid noodzakelijk per dossier.
  • Kost van de garantie:                                                                                                                kmo's: 0,25%                                                                                                                             Grote bedrijven: 0,50%
  • Kost van het krediet: maximaal 1,25% (excl. fee)
  • Voor kredieten toegekend tot en met 30 september 2020

3. Monitoring en sancties

  • Systeem van monitoring om de kredietverlening en de engagementen van de banken op te volgen
  • Sancties bij niet-opvolging door banken worden voorzien
Klopt het dat er een tijdelijke aanpassing is van de voordelen voor voorafbetalingen?

Dat klopt.

Wat houdt de maatregel in?

Voor vennootschappen en zelfstandigen die door de coronacrisis kampen met liquiditeitsproblemen, heeft de regering op 3 april 2020 beslist om de percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van de derde en de vierde vervaldag, op respectievelijk 10 oktober en 20 december, te verhogen. Dankzij deze steunmaatregel is het uitstellen van hun voorafbetalingen minder nadelig.

In de tabel hieronder vindt u de aangepaste percentages voor de voorafbetalingen. Deze zijn, zoals gezegd, hoger in het derde en vierde kwartaal (tenzij er een dividenduitkering is):

  Personenbelasting

Vennootschapsbelasting

(geen dividenduitkering)

Vennootschapsbelasting

(wel dividenduitkering)

Voorafbetaling 1 3% 9% 9%
Voorafbetaling 2 2,5% 7,5% 7,5%
Voorafbetaling 3 2,25% 6,75% 6%
Voorafbetaling 4 1,75% 5,25% 4,5%

De maatregel is bedoeld voor bedrijven met liquiditeitsproblemen. Deze verhoogde bonificatie in deze kwartalen geldt niet voor vennootschappen die:

  • een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen
  • die dividenden betalen of toekennen tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020

De verhoogde percentages gelden ook niet voor natuurlijke personen die hierdoor meer bonificatie wegens voorafbetalingen zouden kunnen krijgen.

De percentages van de vermeerderingen zelf blijven ongewijzigd, net zoals de data van de voorafbetalingen.

Wie komt in aanmerking?

Vennootschappen en zelfstandigen.

Zo vraagt u het aan

Automatisch

Meer informatie

Plan kredietverzekeraars gelanceerd. Wat houdt dat precies in?

1. Context

De federale regering heeft beslist om een gewaarborgd herverzekeringsprogramma op te zetten waardoor privé kredietverzekeraars bij de uitgifte van kredietverzekeringen voor verhandelbare risico’s nu ook beroep kunnen doen op staatsgaranties.

Normaliter legt de Europese Commissie een strikt onderscheid op tussen kredietverzekering van zogenaamde verhandelbare en niet-verhandelbare risico’s om marktverstoring tot een minimum te beperken:

  • Zo mogen publieke kredietverzekeraars enkel verzekeringen uitschrijven voor niet-verhandelbare risico’s. In België is dit Credendo Export Credit Agency (voorheen Nationale Delcrederedienst) wiens kredietverzekeringen expliciet ondersteund worden door staatsgaranties. Credendo ECA verzekert dan vooral grote internationale projecten die Belgische bedrijven uitvoeren in politiek instabiele landen.
  • Privékredietverzekeraars, zoals Euler Hermes, Coface, Atradius, Credendo XS en Credendo STN (deze laatste 2 zijn afgesplitste dochtermaatschappijen van de publieke Credendo ECA), verzekeren daarentegen verhandelbare risico’s op korte termijn (typisch 30/60/90/180 dagen). De Europese Commissie verbiedt expliciet dat in deze markt met staatsgaranties wordt gewerkt aangezien dit tot oneerlijke concurrentie zou leiden.

De Europese Commissie heeft, omwille van de corona-crisis, echter beslist dat er ook staatsgaranties mogen uitgegeven worden voor kredietverzekeringen van verhandelbare risico’s tot en met 31 december 2020. Dit is zeer wenselijk om een gevaarlijk sneeuwbaleffect te vermijden. Zo bestaat het risico dat kredietverzekeraars, die geconfronteerd worden met toegenomen verliezen ten gevolge van de coronacrisis, de kredietlimieten van bedrijven sterk moeten afbouwen om hun risicoblootstelling conform de wettelijke regels in te perken. 

    
2. Beslissing

De federale regering heeft deze beslissing van de Europese Commissie aangegrepen om ook een regeling te treffen met de belangrijkste private kredietverzekeraars (Euler Hermes, Coface, Atradius, Credendo XS en Credendo STN), waarbij de uitgifte van kredietverzekering voor verhandelbare risico’s nu ook kan genieten van een staatsgarantie. De kredietverzekeraars die het ontwerp ondertekenden hebben allemaal samen kredietlimieten die een totaalbedrag van meer dan 57 miljard EUR aan facturen dekken ten voordele van hun verzekerden gevestigd in België wat hun belangrijke rol in de economische ontwikkeling en het bedrijfsleven van België aantoont.

De federale regering zal hiervoor beroep doen op publieke kredietverzekeringsmaatschappij Credendo ECA, die dan voor rekening van de Staat zal optreden als herverzekeraar voor verzekeringen die de privé kredietverzekeraars hebben verleend. Kort gesteld komt het er dan op neer dat de publieke herverzekeraar een steeds groter deel van de geleden schade zal waarborgen naarmate de loss-ratio van de private verzekeraars stijgt.

De principiële doelstelling van het herverzekeringsprogramma is om te vermijden dat bestaande kredietlimieten van kredietverzekeringen onnodig opgeschort worden. Zo verbinden de kredietverzekeraars zich ertoe om geen massa-acties of lineaire maatregelen door te voeren op sectoraal niveau en de uitgifte van kredietverzekering geval per geval te blijven beoordelen. Zo engageren ze zich ertoe om de kredietlimieten die in de loop van de 12 maanden vóór 1 maart 2020 effectief gebruikt werden, zo veel mogelijk intact te laten tot eind 2020. Op die manier kunnen de handelsrelaties en de handelsstromen in stand gehouden worden.

Er zal een rapporteringssysteem worden opgezet om de verbintenissen van de kredietverzekeraars op te volgen. Zo zal er maandelijks gerapporteerd worden over de evolutie van de bestaande kredietlimieten. Hierbij worden vanzelfsprekend de vertrouwelijkheid van de handelsgegevens gegarandeerd. Als de Staat hiernaar vraagt, zal de kredietverzekeraar kort moeten uitleggen op welke basis hij een beslissing genomen heeft om aan te tonen dat het niet om een willekeurige beslissing gaat.

Kredietverzekeringen die kunnen genieten van dit gewaarborgd herverzekeringsprogramma moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Enkel voor bedrijven gedomicilieerd in België die verzekerd zijn bij een kredietverzekeraar actief aanwezig in België;
  • Enkel voor bedrijven die niet in moeilijkheden verkeerden op 31/12/2019 (Een bedrijf waarvoor de kredietlimiet was ingetrokken op 01/01/2020 wordt beschouwd als een bedrijf in moeilijkheden);
  • Handelskredietverzekering en borgstelling (surety) tussen bedrijven (B2B);
  • Het maximum risico per bedrijf voor een verzekeraar bedraagt 50 miljoen EUR. Dit bedrag kan wel eventueel nog overschreden worden via een speciale acceptatie door de Staat, waarbij naast het risico ook het Belgisch belang van doorslaggevende aard zal zijn;
  • Zowel Belgische kopers (debiteuren) als kopers in het buitenland en borgstellingen ten gunste van zowel opdrachtgevers in België als in het buitenland;
  • Het herverzekeringsprogramma is van toepassing op alle vervaldagen vanaf 27 maart 2020 voor de transacties van de voorbije drie maanden. Anderzijds worden ook de nieuwe transacties vanaf 27 maart 2020 opgenomen in het herverzekeringsprogramma.


3. Bijkomende maatregelen van Credendo ECA

De publieke kredietverzekeraar Credendo ECA heeft daarnaast zelf nog bijkomende ondersteunende maatregelen genomen.

Credendo ECA heeft bijvoorbeeld vorige week de zogenaamde Credendo Bridge Guarantee geactiveerd. Deze nieuwe garantie (waar banken beroep op kunnen doen) dekt 80% in plaats van de gebruikelijke 50% van overbruggingskredieten die verstrekt worden aan Belgische bedrijven met internationale activiteiten.

De garantie wordt verleend op kredieten van maximaal 10 miljoen EUR per bedrijf en een uiterste looptijd van 1 jaar. Daarnaast kunnen enkel bedrijven die als gezond werden beschouwd vóór de crisis gebruik maken van deze versterkte financiële garantie. Deze maatregel zorgt ervoor dat banken een grotere risicospreiding hebben waardoor ze hun kredietlijnen naar internationaal actieve bedrijven niet hoeven in te perken.

Hoe wil de overheid bedrijven tijdelijk beschermen tegen faillissementen?

De regering wenst gezonde bedrijven die een levensbedreigende impact ondervinden van de coronacrisis, te beschermen tegen inbeslagnames en faillissementen. Deze worden immers niet veroorzaakt door structurele tekortkomingen in de bedrijfsvoering, wat een inbeslagname of faling zou rechtvaardigen, maar door overmacht. Volgens Graydon kunnen 34% van de bedrijven in Vlaanderen de crisisperiode (liquiditeitsproblemen) niet aan. Een moratorium is daarom aangewezen, want het vergroot de overlevingskansen. Zo kunnen zij na de crisisperiode doorstarten. Het KB daarvoor verscheen op 24 april in het Belgisch Staatsblad. 

Voor wie?

  • Alle gezonde ondernemingen die onder de nieuwe insolventiewetgeving vallen (sinds 1 mei 2018 in werking) 
  • Gezond = op 18 maart 2020 ‘in goeden doen’ verkeren (lees: alle verplichtingen nagekomen zijn)

Wat houdt de maatregel in?

  • Tijdelijke, automatische opschorting van inbeslagname en faling in geval van wanbetaling tot 17 mei 2020. Wordt mogelijk verlengd. 
  • Ondernemingen die op 18 maart 2020 reeds in staking van betaling waren worden uitgesloten van deze regeling. Hun problemen zijn immers niet gerelateerd aan de huidige crisis. 
  • Dat houdt in dat: 
  1. de onderneming beschermd is tegen inbeslagnames
  2. ondernemingen niet failliet verklaard kunnen worden op verzoek van hun schuldeisers (wel op verzoek van het openbaar ministerie, of mits akkoord van de schuldenaar zelf);
  3. lopende overeenkomsten niet beëindigd kunnen worden wegens wanbetaling;
  4. de schuldenaar tijdelijk niet verplicht is aangifte van faillissement te doen;
  5. de ondernemingsrechter beslist of een schuldenaar van deze opschorting kan genieten wanneer hij zich er bij wijze van verweer op beroept.
  • De regelgeving is echter geen vrijgeleide! Het onderscheid tussen een gezond en ongezond bedrijf blijft van belang. Daarom kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank steeds op verzoek van de schuldeiser, de opschorting opheffen. Bedrijven die reeds in gebreke bleven vóór 18 maart zullen de tijdelijke regeling dus niet kunnen gebruiken. 

Hoe? 

  • Automatische bescherming (bij wet) 
Is er steun voor wie een pand huurt?

Huurders die door liquiditeitsproblemen moeilijkheden hebben om de handelshuur te betalen, kunnen een handelshuurlening aanvragen. De Vlaamse overheid schiet dan maximaal twee maanden huur voor, op voorwaarde dat de verhuurder een of twee maanden huur kwijtscheldt. De onderneming moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen en het moet gaan om een pand in het Vlaamse Gewest.     

Deze lening kan worden aangevraagd sinds begin juli en tot 1 december 2020.

Meer info.   

Welke steunmaatregelen zijn er specifiek voor de culturele sector?

Ondernemingen en organisaties actief in de cultuursector kunnen voor het overbruggen van de coronacrisis een renteloze lening aanvragen van € 5.000 tot € 100.000 met looptijd van maximum 6 jaar.     

Het Herstel Cultuurkrediet kan je aanvragen tot 1 december 2020. Met deze aanvullende financiering wil de Vlaamse overheid de cultuursector ondersteunen gedurende de COVID 19-crisis. De Vlaamse Regering duidde Hefboom aan als financiële partner voor de ontwikkeling en realisatie van deze lening.     

Hoe zit het met de 'corona' tax shelter?

Het federale parlement heeft op 9 juli beslist om wie voor het jaareinde een participatie neemt in het kapitaal van een kleine vennootschap een belastingvermindering in de personenbelasting toe te kennen. Via deze tijdelijke maatregel breidt men het toepassingsgebied uit van de bestaande tax shelters voor starters en “scale-ups”. Meer bepaald zullen alle kleine vennootschappen in aanmerking komen, mits ze tijdens de coronacrisis een aanzienlijke omzetdaling kenden. Met deze maatregel wil men de versterking van de solvabiliteit van kleine vennootschappen fiscaal ondersteunen.

Een rijksinwoner die naar aanleiding van een kapitaalsverhoging van een kleine vennootschap tussen 14 maart 2020 en 31 december 2020 nieuwe aandelen op naam verwerft komt in principe in aanmerking voor een belastingvermindering in de personenbelasting. 

De belastingvermindering in de personenbelasting bedraagt 20 % van het in aanmerking te nemen bedrag, na aftrek van de eventuele verbonden kosten. Een eventueel saldo is overdraagbaar naar de drie volgende belastbare tijdperken. 

Aan deze nieuwe tax shelter regeling zijn verschillende voorwaarden verbonden, zowel in hoofde van de vennootschap waarin geïnvesteerd wordt, als in hoofde van de investeerder zelf. 

Voorwaarden in hoofde van de investeerder

Een investeerder die in aanmerking wil komen voor deze corona tax shelter mag maximaal een belang van 30 procent in de kleine vennootschap aanhouden. Kleine vennootschappen zijn vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden


-    jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;
-    jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 9 000 000 euro;
-    balanstotaal: 4 500 000 euro.


Indien de inbreng tot een hogere participatie aanleiding geeft dan zal de inbreng voor het gedeelte boven de 30% geen fiscaal voordeel meer opleveren. 
De investeerder moet rechtstreeks inschrijven op de aandelen naar aanleiding van een kapitaalverhoging tussen 14 maart 2020 en 31 december 2020. Hij/zij moet de aandelen uiterlijk op 31 december 2020 hebben volstort.   

Het bedrag waarvoor de belastingvermindering voor de Corona taxshelter kan worden bekomen bedraagt maximaal € 100.000

Ook een inbreng door de bedrijfsleider van de vennootschap zelf komt in aanmerking voor de Corona tax shelter (in tegenstelling tot de tax shelter voor startende ondernemingen en de tax shelter voor groei-ondernemingen). Echter, een inbreng gefinancierd via middelen uit de vennootschap zelf (bijvoorbeeld via een lening of via een terugbetaling van een deel van de rekening-courant) komen logischerwijze niet in aanmerking voor deze tijdelijke regeling.  

De investeerder moet de aandelen minimaal 5 jaren aanhouden. Als de aandelen eerder worden vervreemd, vindt een terugname van het genoten belastingvoordeel plaats. Deze terugname vindt plaats onder de vorm van een federale belastingvermeerdering in de personenbelasting. Deze belastingvermeerdering wordt berekend in functie van het aantal ontbrekende maanden. 
 

Voor eenzelfde participatiebedrag mag er geen cumul zijn met bestaande belastingverminderingen voor de verkrijging van werkgeversaandelen, de belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds of andere reeds bestaande belastingverminderingen voor startende ondernemingen of groeibedrijven. De investeerder kan dus bij een investering van bijvoorbeeld € 100.000 in een startende onderneming niet twee maal een belastingvermindering  bekomen : één maal op basis van de tax shelter voor startende ondernemingen en één maal via de corona-tax shelter. Men kan wel € 100.000 investeren in een startende onderneming (tax shelter voor startende ondernemingen) en nog eens maximaal € 100.000 in een andere onderneming die zwaar is getroffen door de Corona-crisis (Corona tax shelter). In beide gevallen krijgt men dan een fiscaal voordeel in de personenbelasting. 

Voorwaarden in hoofde van de vennootschap

Enkel inbrengen in kleine binnenlandse vennootschappen of kleine vennootschappen waarvan de voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte komen in aanmerking voor deze Corona tax shelter. In dat laatste geval moet de vennootschap wel over een Belgische inrichting beschikken.

Het maximumbedrag van de inbreng per vennootschap bedraagt € 250.000. 

Het is wel belangrijk om op te merken dat deze maximale inbreng los staat van eventuele inbrengen in het kader van de andere tax shelters (voor startende ondernemingen of voor scale-ups). Een cumul met deze andere tax shelters is dus mogelijk. Een “scale up” kan dus bijvoorbeeld maximaal € 500.000 ophalen via de tax shelter voor groeibedrijven en nog eens € 250.000 via deze corona tax shelter. Een startende onderneming kan maximaal € 250.000 ophalen via de tax shelter voor startende ondernemingen en nog eens maximaal € 250.000 via de tijdelijke corona tax shelter. 

Enkel kleine vennootschappen waarvan de omzet in de periode 14 maart 2020-30 april 2020 met minimaal 30 % daalde ten opzichte van dezelfde periode in 2019 komen in aanmerking. Indien het om een startende onderneming gaat moet men de effectieve omzet vergelijken met de vooropgestelde omzet, beschreven in het financieel plan. 

Net zoals bij de reeds bestaande tax shelters komen een aantal aandelenparticipaties niet in aanmerking voor de belastingvermindering in de personenbelasting. Het gaat meer bepaald om het verwerven van aandelen in: 

-    Beleggings- financierings- of thesaurievennootschappen
-    Een vastgoedvennootschap
-    Een managementvennootschap
-    Een beursgenoteerde vennootschap
-    Een onderneming in moeilijkheden 

De vennootschap waarin de particulier een participatie neemt mag wel opgericht zijn in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen. 
Net zoals het geval is bij andere coronamaatregelen mag de vennootschap die de kapitaalverhoging doorvoert deze middelen vervolgens niet aanwenden voor een dividenduitkering, een kapitaalvermindering of een inkoop van eigen aandelen

Uitgesloten zijn tevens vennootschappen die een deelneming aanhouden in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs (lijst opgenomen in het uitvoeringsbesluit bij het wetboek inkomstenbelasting) of die betalingen doen van € 100.000 of meer aan vennootschappen gevestigd in een belastingparadijs. In dat laatste geval kan de vennootschap wel aantonen dat de betalingen werden verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften. In dat geval komt de vennootschap wel in aanmerking voor toepassing van de corona-tax shelter. 

Ook indien de vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden (bijvoorbeeld een dividend uitkeert) wordt de belastingvermindering in hoofde van de investeerder teruggenomen. 
 

Hoe zit het met de tijdelijke verhoging aftrekbaarheid receptiekosten?

De Kamer van Volksvertegenwoordigers besliste op 9 juli om receptiekosten tijdelijk 100% aftrekbaar te maken. Deze tijdelijke maatregel geldt voor beroepsmatige kosten gedaan tussen 8 juni 2020 en 31 december 2020

Situatie vandaag

De receptiekosten die in het kader van de beroepsuitoefening worden gemaakt, kunnen worden aangemerkt als aftrekbare beroepskosten. De aftrekbaarheid van deze kosten wordt tot op heden beperkt tot 50%.

Wat verandert er? 

Om de horeca- en evenementensector in brede zin en de professionelen die een beroep doen op hun diensten te ondersteunen besliste het federaal parlement om tijdelijk de volledige aftrek van receptiekosten toe te laten. Deze maatregel geldt  voor beroepsmatig gedane receptiekosten die u betaalt of draagt tussen 8 juni 2020 en 31 december 2020. 
De kosten voor relatiegeschenken vallen niet onder deze tijdelijke maatregel. De aftrek van relatiegeschenken blijft dus 50%. 

Voor wie geldt de maatregel? 

Iedereen die in het kader van de beroepsuitoefening beroep doet op diensten van de evenementensector.

Hoe zit het met de tijdelijk verhoogde investeringsaftrek?

Het federaal parlement heeft op 9 juli beslist om de gewone investeringsaftrek voor kleine vennootschappen tot eind dit jaar te verhogen van 8% naar 25%. 

Situatie vandaag

Bij de hervorming van de vennootschapsbelasting (25 december 2017) werd het basispercentage van de gewone investeringsaftrek voor kleine vennootschappen tijdelijk verhoogd van 8% tot 20% voor de vaste activa die waren verkregen of tot stand gebracht tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019. Sinds begin dit jaar geldt weer het basistarief van 8%.

De overdracht van de investeringsaftrek die niet kan worden toegepast bij gebrek aan voldoende winst of baten is normaal beperkt tot het volgende belastbare tijdperk. 

Wat verandert er?

De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde op 9 juli jongstleden het wetsontwerp goed waarbij het basispercentage van de investeringsaftrek tijdelijk wordt verhoogd tot 25% voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020. De maatregel geldt zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting. Ze is enkel van toepassing op kleine vennootschappen (definitie Wetboek Vennootschappen en Verenigingen). 

Voor wat betreft de vaste activa verkregen of tot stand gebracht in 2019, stemt het daaropvolgende belastbaar tijdperk geheel of gedeeltelijk overeen met het jaar 2020, getroffen door de COVID19-crisis. Om deze reden wordt de termijn voor de overdracht van de ongebruikte investeringsaftrek voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tijdens het jaar 2019 eenmalig verlengd tot de twee volgende belastbare tijdperken in plaats van enkel tot het volgende belastbare tijdperk. 

Voor wie zijn deze maatregelen bestemd?

Enkel van toepassing op kleine vennootschappen (definitie Wetboek vennootschappen en Verenigingen). Volgens dit Wetboek gaat het om vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

•    jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;
•    jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 9.000.000 euro;
•    balanstotaal: 4.500.000 euro.

Wanneer uw vennootschap met een of meer andere vennootschappen verbonden is moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal berekend worden op geconsolideerde basis.  
 

Hoe zit het met consumptiecheques voor werknemers?

In het weekend van 6 juni nam de 'superkern' de beslissing om de toekenning van consumptiecheques mogelijk te maken. De regelgeving verscheen intussen in het Belgisch Staatsblad. Werkgevers die dit wensen, kunnen vanaf 17 juli consumptiecheques aan hun werknemers geven. 
 
Consumptiecheque
Werkgevers zijn niet verplicht om consumptiecheques toe te kennen. Dat is en blijft een vrije keuze.
 
De consumptiecheques die aan een reeks voorwaarden voldoen, zijn wel voordelig. Ze zijn immers:

•    niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen;
•    vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing voor de werknemer;
•    volledig aftrekbaar als beroepskost voor de werkgever.
 
Vrijstellingsvoorwaarden
 
Voor de vrijstellingsvoorwaarden haalt de regering inspiratie bij de maaltijdcheques en ecocheques. We zetten de belangrijkste principes op een rij.
 
De werkgever mag:
•    de consumptiecheques niet toekennen ter vervanging of omzetting van loon, premies, voordelen (of aanvullingen daarbij) en dit ongeacht of deze onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen.
De werkgever is niet verplicht om de cheques toe te kennen. Maar àls hij het doet, moeten ze dus bovenop het bestaande verloningspakket komen.
•    in totaal maximum 300 EUR aan consumptiecheques toekennen per werknemer.
 
De consumptiecheque:
•    is voorlopig enkel te gebruiken in de horecasector, de culturele sector en bij sportverenigingen;
Op de valreep keurde de Kamer een wetsvoorstel goed dat kleinhandelszaken die verplicht langer dan één maand gesloten zijn geweest, aan dit lijstje toevoegt.
•    mag een maximale nominale waarde van 10 EUR per cheque hebben;
•    heeft een beperkte geldigheidsduur. 


De werkgever moet de cheques uiterlijk eind 2020 toekennen; ze blijven geldig tot 7 juni 2021.


De toekenning van de consumptiecheques moet vervat zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) op sectoraal of ondernemingsvlak. 
De werkgever kan de toekenning ook regelen via een schriftelijke individuele overeenkomst. Dit is enkel mogelijk  wanneer er geen syndicale delegatie is of wanneer het een personeelscategorie betreft die normaal niet door een cao gevat wordt.
 
Loonnorm
De maximale marge voor de loonkostenontwikkeling voor de jaren 2019 en 2020 bedraagt 1,1%. Men neemt de consumptiecheques niet in aanmerking om na te gaan of de werkgever de maximale loonkoststijging respecteert.
 
Op papier
Men voorzag initieel enkel papieren consumptiecheques. 
 
Op de valreep keurde de Kamer een wetsvoorstel goed dat ook elektronische consumptiecheques mogelijk moet maken. Werkgevers zullen deze enkel kunnen aankopen bij erkende uitgevers.

 
Uitgevers
De uitgevers van gelijkaardige cheques zijn in beeld. Maar ook de werkgever zelf kan cheques uitgeven of  rechtstreeks aankopen bij een horecazaak, culturele instelling of een lokaal bestuur. 
 
Er bestaat echter nog geen concrete overeenkomst tussen de sociale secretariaten en de klassieke leveranciers om via ons te bestellen. 
Zodra hierover duidelijkheid is, ontvangt u de nodige info.

Wat betekent dit voor de publieke sector?
Ook werkgevers uit de publieke sector kunnen consumptiecheques toekennen aan hun personeelsleden.
 
Hier gelden grotendeels dezelfde toekennings- en vrijstellingsvoorwaarden.
Specifiek voor de publieke sector geldt dat de toekenning van de consumptiecheques moet besproken zijn in het daartoe bevoegde onderhandelingscomité.

Ook moet de reglementaire handeling de hoogste nominale waarde van de consumptiecheque vermelden.

Wat te doen bij een onterechte terugvordering van de coronahinderpremie?

Tussen de beslissing voor een corona-hinderpremie op 20 maart en de deadline van 30 juni werden 132.000 aanvragen ingediend. Intussen werden al meer dan 100.000 dossiers goedgekeurd. Maar in sommige gevallen werd een toegekende corona-hinderpremie teruggevorderd wegens oneigenlijk gebruik. Die terugvordering is niet altijd correct en kan berusten op een misverstand of onvoldoende staving van de aanvraag.

Kaart een onterechte terugvordering aan

In geval van onterechte terugvordering omdat bijvoorbeeld niet alle gegevens bij Vlaio gekend zijn, kaart u dit best aan. Vaak gaat het over discussies met betrekking tot de fysieke vestiging, NACE-code waar men onder valt (belang van een correcte inschrijving in de KBO is wederom aangetoond), openingsuren, etc. Daarom is het in geval van discussies van belang dat u uw dossier voldoende stoffeert met eigen bewijsmateriaal zoals foto’s, folders, grondplannen, etc. Zo kan u aantonen dat u over een toonzaal beschikt, voldoende uren openhield vóór de crisis, de juiste verhouding open/gesloten gedeelte hanteert, ... 

In geval van betwisting neemt u dan ook best contact via klachten@vlaio.be of via www.vlaio.be/nl/content/klachtenformulier. Een rechtstreekse mail geniet de voorkeur aangezien daar onmiddellijk de noodzakelijke bijlages (stavingstukken) bij gevoegd kunnen worden. Vergeet zeker niet om contactgegevens, het dossiernummer en een zo duidelijk mogelijk beeld te schetsen van het probleem dat tot de klacht leidt. Vlaio heeft dan in principe 45 kalenderdagen de tijd om een antwoord te formuleren op de klacht. Houd er wel rekening mee dat men momenteel overstelpt wordt met aanvragen, controles en de verwerking ervan. Een antwoord kan dus enige tijd op zich laten wachten. 

De klacht dient uiteraard ontvankelijk te zijn. Redenen voor onontvankelijkheid zijn onder meer:

  • de klacht met betrekking tot dezelfde feiten werd al eerder door het agentschap behandeld
  • de feiten hebben betrekking op een juridisch beroep tegen een beslissing
  • je bezorgt als klager geen (correcte) contactgegevens (bijvoorbeeld als je de klacht anoniem verstuurt)
  • je kan als klager geen belang aantonen


Tweede lijn: de Vlaamse Ombudsdienst

Indien u na uw klacht bij Vlaio nog steeds geen voldoening hebt gekregen, kan u bij de Vlaamse Ombudsdienst terecht. Let wel, dit is een tweedelijnsdienst. U moet dus eerst over een afgehandelde klacht door Vlaio beschikken, zoniet zal de ombudsdienst u terug verwijzen naar Vlaio. De Vlaamse Ombudsdienst kan u bereiken via info@vlaamseombudsdienst.be of eventueel via het gratis nummer 1700. Binnen de week wordt u gecontacteerd of aangeschreven. 

De hulp inroepen van een raadsman kan in een beperkt aantal gevallen misschien nuttig zijn, maar we raden aan om eerst zelf met behulp van een voldoende gestoffeerd dossier uw klacht met Vlaio af te handelen. Een gerechtelijke procedure brengt immers extra kosten met zich mee en verloopt vaak langzaam. 

Indien men toch dient terug te betalen dan heeft men hiervoor in principe 30 dagen de tijd. Men kan met Vlaio ook een terugbetalingsplan afspreken. In geval van grotere bedragen kan dit zeker nuttig zijn. 

Voor de ondernemer die onterecht een Corona-hinderpremie aanvroeg, maar in aanmerking kwam voor de compensatiepremie, zal de aanvraag omgezet worden. In geval van eerdere uitbetaling zal u het bedrag in één keer dienen terug te betalen. Dit om te vermijden dat de compensatiepremie wordt gebruikt om de terugvordering van de Corona-hinderpremie (deels) te financieren. 

Lokale coronamaatregelen

Hoe zit het met de mondmaskerplicht in Brussel?

Voor ondernemingen in het Brussels hoofdstedelijk gewest ziet de situatie er anders uit. Het dragen van mondmaskers en het behoudt van social distancing is verplicht vanaf 12 jaar in:

  • de publiek toegankelijk ruimten van bedrijven, 
  • winkels en winkelcentra en winkelstraten waar de lokale overheid aangeeft dat er een mondmaskerplicht geldt
  • markten, kermissen, braderijen, jaarmarkten, brocantes en rommelmarkten,
  • overheidsbesturen en hun gebouwen en 
  • verenigingen en culturele, feestelijke, sportieve en recreatieve inrichtingen
  • private bijeenkomsten – tenzij beperkt tot één huishouden
  • auditoria en conferentiezalen

Indien er gebruik gemaakt wordt van een covid safe ticket om de toegang te regelen voor een van deze plaatsen, vervalt de mondmaskerplicht. Net als in Vlaanderen is het mondmasker, behalve op de plaatsten hierboven, op de werkvloer aangeraden wanneer de social distancing niet gegarandeerd kan worden. 

In de Brusselse horeca:

  • Moet de tafelafstand minstens 1.5m bedragen tussen gezelschappen van maximaal 8 personen (in een open terras mag een plexiwand gebruikt worden)
  • Mogen enkel zitplaatsen aan een tafel gebruikt worden (geen bediening aan de bar tenzij een eenmanszaak)
  • Zijn dansfeesten niet toegestaan, tenzij de toegang via covid safe ticket wordt gecontroleerd 

De drempels voor het covid safe ticket zijn in Brussel voor publieke events, plaatsen of verenigingen verlaagd tot 50 personen binnen en 200 personen buiten. De drempels voor private evenementen zijn beperkt tot 200 deelnemers (binnen en buiten). Er zijn ook bepalingen rond erediensten en plechtigheden.

Meer info.

Wat zijn de nieuwe steunmaatregelen in het Brusselse gewest?

(Update 10/05/2021) Ondernemingen gevestigd in het Brusselse gewest kunnen beroep doen op een  hele reeks steunmaatregelen in de strijd tegen de corona-crisis. Hieronder bieden we een overzicht van de belangrijkste maatregelen die over alle sectoren heen kunnen aangewend worden. Daarnaast zijn en specifieke steunmaatregelen voor de meest getroffen sectoren, met name de horeca, toerisme en evenementen. 

Zuurstoflening

De zuurstoflening - Oxygen - komt in de plaats van de Brusoc-Recover-lening. Het is een nieuw financieel product, aangeboden door finance&invest.brussels, dat de kredietnemer moet helpen de crisis te doorstaan en zich tegelijkertijd voor te bereiden op hun herstel en herontwikkeling. Zelfstandigen en kleine ondernemingen (minder dan 10 medewerkers) die al minstens 12 maanden actief zijn, kunnen er aanspraak op maken. Ondernemingen jonger dan 2 jaar komen automatisch in aanmerking. Ondernemingen die langer bestaan, moeten aan aantal voorwaarden voldoen die er op neerkomen dat ze financieel gezond waren voor de crisis en ze door de crisis zwaar getroffen waren.

De zuurstofleningen kunnen van 10.000 euro tot maximaal 100.000 euro bedragen. Gezien de duur van de crisis en de huidige onzekerheid, kan de aflossingsperiode variëren, met een looptijd van maximaal 7 jaar en een vrijstelling van terugbetaling van kapitaal minstens gedurende het eerste jaar. De vaste rentevoet bedraagt 1,75%. 

De Brusselse regering verlengde deze steunmaatregel op 6 mei met bijkomend 6 miljoen euro ter beschikking te stellen aan Brusoc voor de toekenning van zuurstofleningen. 

Achtergestelde leningen

Ondernemingen met meer dan 10 werknemers (voltijdse equivalenten) kunnen bij finance&invest.brussels terecht voor achtergestelde leningen. Om in aanmerking te kunnen komen moeten de bedrijven voor de crisis geen financiële problemen hebben gehad, en door de crisis zwaar getroffen zijn. 
Het betreft leningen zonder waarborg (quasi eigen vermogen), voor een bedrag van 75.000 euro tot 600.000 euro. De verlaagde intrestvoet beloopt 2% voor een eerste schijf (tot 200.000 euro), en kan voor de volgende schijven oplopen, tot maximum 4%. De looptijd is 5 tot 7 jaar. Er geldt een moratorium van maximum 24 maanden (geen terugbetaling tijdens deze periode, met uitzondering van rente). 

De Brusselse regering besliste op 6 mei om bijkomend 10 miljoen euro ter beschikking te stellen van finance&invest.brussels voor de toekenning van deze leningen (quasi kapitaal). Het maximum bedrag dat kan worden geleend, wordt verhoogd naar 1,5 miljoen euro. De leningen voor bedragen hoger dan 600.000 euro zijn gereserveerd voor bedrijven met meer dan 100 werknemers (100 VTE). Daaraan zijn als voorwaarden gekoppeld dat de werkgelegenheid behouden blijft gedurende de leningstermijn en dat er gedurende 24 maanden geen dividenden worden uitgekeerd. Deze nieuwe maatregel zal pas in werking treden na het advies van de Brusselse sociale partners (Brupartners) verwacht half mei.

Proxi-lening

De 'proxi-lening' is bedoeld om het spaargeld van burgers te mobiliseren ten behoeve van de financiering van kmo’s via een belastingkrediet op één of meer leningen die door een Brusselaar aan een kmo worden verstrekt. Het is de Brusselse variant van de win-win-lening die reeds enkele jaren in het Vlaamse gewest van toepassing is.

Via de proxi-lening kan de kredietnemer (zelfstandige of zaakvoerder van een kmo met een economische activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) een goedkope, achtergestelde lening voor een vaste termijn van 5 of 8 jaar aangaan bij een particulier (inwoner van het Brusselse gewest). Tot 31 december 2021 kan er tot 300.000 euro worden geleend, nadien 250.000 euro.

Het betreft een achtergestelde lening, met een rentevoet van 0,875% tot max 1,75%. De kredietgever kan de eerste drie jaar een jaarlijks belastingvoordeel van 4% genieten en daarna van 2,5% voor de resterende jaren. Onder bepaalde voorwaarden kan hij een eenmalig belastingkrediet van 30% genieten op de definitief verloren hoofdsom, bijvoorbeeld in geval van een faillissement.

Noodondersteuning Brusselse bedrijven 

Bedrijven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen beroep doen op een gewestelijk support-team, bestaande uit coaches en begeleiders die de kennis en expertise van de belangrijkste regionale instanties verenigen. Zij zullen je ondersteunen met advies, expertise en nuttige contacten om je doorheen deze crisis te loodsen. Zij kunnen je ondersteunen in verscheidene domeinen: coaching, boekhouding & financiering, administratieve procedures, thematische expertise, export, kredietbemiddeling & juridisch advies. 

Opgelet: deze begeleiding heeft geen betrekking op de federale of regionale premies en maatregelen. Indien je daar vragen over hebt, kan je ze rechtstreeks stellen aan 1819 via het nummer 1819.

Phoenix-premie


Bedrijven die Brusselaars aanwerven die hun job verloren tijdens de coronaperiode kunnen genieten van een nieuwe aanwervingspremie. De zogenaamde Phoenix-premie bedraagt tussen de 500 en 800 euro per maand (gedurende 6 maanden), afhankelijk van het profiel van de werkzoekende. Ook werkgevers in het Vlaamse gewest kunnen ervan genieten.

Met deze premie wil het Brusselse gewest de aanwerving bevorderen van Brusselse werkzoekenden die hun job verloren tijdens de coronaperiode (ingeschreven bij Actiris als werkzoekende tussen 1 april 2020 en 30 juni 2021).
De werkzoekende moet minstens halftijds in dienst worden genomen met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde tijd van minstens 6 maanden (voor de aanwerving van artiesten gelden aparte voorwaarden). De overeenkomst moet tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 worden gesloten met een indiensttreding uiterlijk op 31 maart 2022.

De premie  bedraagt 800 euro per maand voor Brusselse werkzoekenden die hoogstens een diploma hoger middelbaar onderwijs bezitten en een beroepsactieve leeftijd hebben. Er is een ondersteuning van 500 euro per maand voor de jongeren (onder de 30 jaar) die een diploma hoger dan het hoger middelbaar onderwijs bezitten.

Meer informatie over de Brusselse steunmaatregelen kan u vinden op www.1819.brussels waar een FAQ staat over alle corona-maatregelen waaronder de Brusselse steunmaatregelen.

Meer info over de Phoenix-premie vindt u op de website van Actiris

Wat zijn de nieuwe verstrengde maatregelen in het Brussels gewest en Wallonië vanaf 24 oktober?

1. Brussel

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden vanaf maandagochtend nieuwe, strengere regels die bovenop de bestaande regels komen. 

  • Er komt een avondklok die dagelijks van 22 tot 6 uur geldt. Uitzonderingen worden gemaakt voor essentiële (professionele) verplaatsingen en voor wie verzorging nodig heeft. In Vlaanderen geldt een nachtklok van 0 tot 5 uur 's ochtends.
  • Mondmaskers worden verplicht in het hele Brusselse Gewest.
  • Winkels moeten sluiten om 20 uur en mensen moeten alleen gaan winkelen. Een volwassene mag wel een minderjarigen die onder hetzelfde dak woont of iemand die nood heeft aan begeleiding, vergezellen. Alleen zaken die take-awayschotels aanbieden, mogen openblijven tot 22 uur.
  • Amateursportcompetities worden verboden (voor alle leeftijden), trainingen mogen nog voor kinderen jonger dan 12 jaar.
  • Alle sportfaciliteiten (zwembaden, fitnesszaken...) worden gesloten.
  • Recreatieve en culturele locaties worden gesloten. Bijvoorbeeld wedkantoren, casino's, musea en bioscopen. 
  • Bij Begrafenissen mogen niet meer dan 15 mensen aanwezig zijn.
  • Bij burgerlijke en religieuze huwelijken mogen alleen het koppel, hun getuigen en de voltrekker van het huwelijk aanwezig zijn.
  • Schooluitstappen zijn verboden.
  • Telewerk wordt de regel, zoals federaal al was beslist.

2. Wallonië

  • In het Waalse Gewest gelden vanaf 24 oktober ook een aantal strengere maatregelen. De nieuwe maatregelen gelden, net als in Brussel, voorlopig tot 19 november
  • In Wallonië geldt een avondklok van 22 tot 6 uur ‘s ochtends. Uitzonderingen worden gemaakt voor essentiële (professionele) verplaatsingen en voor wie verzorging nodig heeft. In Vlaanderen geldt een nachtklok van 0 tot 5 uur 's ochtends.
  • Winkelen mag je in Wallonië enkel nog alleen doen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegerekend.
  • Alle amateursport (competities en trainingen) in groep is verboden, met uitzondering van kinderen jonger dan twaalf. Tegelijk wordt individueel sporten aangemoedigd.
  • Afstandsonderwijs is de regel in het het hoger onderwijs. De maatregel geldt ook voor eerstejaarsstudenten. Alleen praktijklessen en stages mogen nog doorgaan.
  • Het bezoek in de Waalse woonzorgcentra wordt beperkt: bewoners mogen maar 1 vaste bezoeker over de vloer krijgen. Om de 14 dagen mag er gewisseld worden.
Waarom krijgen lokale besturen meer bevoegdheden?

Door op lokaal niveau maatregelen te kunnen uitvaardigen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, kan men zeer gericht ingrijpen indien nodig. Zo vermijdt men dat een lokale uitbraak in een gemeente, regio of zelfs in een bepaalde organisatie, ertoe leidt dat duizenden andere burgers en bedrijven ook lijden onder beperkende maatregelen zoals dat het geval was tijdens de algemene lockdown van het voorjaar.

Als ook de informatiedoorstroming vlot verloopt, kan men kort op de bal spelen en gericht handelen om erger te voorkomen. Een tweede algemene lockdown zou immers desastreus zijn voor onze economie en maatschappij aangezien 1 op 4 bedrijven een tweede algemene lockdown niet zou overleven.

Welke maatregelen mogen lokale overheden nemen?

De lokale besturen kunnen een extra mondmaskerplicht instellen voor hun grondgebied, een avondklok instellen, samenscholingen verbieden, bepaalde zones zoals parken afsluiten, evenementen afgelasten of de sociale bubbels verkleinen. Een lokale lockdown is ook een mogelijkheid, als laatste redmiddel.

Wanneer wordt er overgegaan naar strengere maatregelen op lokaal gebied?

Er zijn nog geen drempelwaarden opgenomen in het draaiboek om over te schakelen naar strengere maatregelen of om versoepelingen in te voeren. Voka betreurt dit en vraagt duidelijke drempelwaarden zodat er uniforme maatstaven gebruikt worden in de verschillende lokale besturen.

Kan mijn bedrijf gesloten worden in geval van een lokale lockdown?

Volgens het draaiboek worden plaatselijke winkels en ondernemingen gesloten, met uitzondering van voedingswinkels, winkels voor dierenvoeding, apotheken, krantenwinkels, tankstations. Zelfstandige beroepen moeten ook stoppen, met uitzondering van medische beroepen voor dringende hulpverlening (arts, tandarts, dierenarts…) en dringende herstellingen van infrastructuur indien het welzijn en gezondheid in het gedrang komen (zoals dringende herstelling verwarming). Telewerk wordt dan verplicht.

Voor Voka is het niet expliciet genoeg duidelijk gemaakt dat essentiële bedrijven ook open moeten blijven, zoals tijdens de algemene lockdown van het voorjaar. Daarom vragen wij verduidelijking hierover.
 

Internationale verplaatsingen van werknemers

Wat moet ik weten over het COVID-certificaat?

Het COVID-certificaat, ook wel het EU Digitaal COVID-19 certificaat genoemd, moet reizen binnen de Europese Unie vanaf 1 juli 2021 opnieuw makkelijker maken.

Voorwaarden

Wanneer krijg ik een COVID-certificaat?

Er zijn 3 types certificaten:

- een vaccinatiecertificaat: een certificaat is al beschikbaar na 1e prik, na de 2e prik wordt er een nieuw certificaat aangemaakt. De meeste EU-landen zullen ALLEEN een certificaat van VOLLEDIGE vaccinatie aanvaarden. Meestal zullen landen dit certificaat ook pas aanvaarden vanaf een bepaalde wachtperiode na de dag van de volledige vaccinatie, omdat dan pas de bescherming optimaal is.

- een testcertificaat van een PCR-test (geen sneltest of zelftest) met een negatief resultaat. Dit certificaat moet zeer recent voor het vertrek naar het buitenland zijn aangemaakt. Ook de termijn van geldigheid van dit certificaat kan per land afwijken.

- een herstelcertificaat voor mensen die hersteld zijn van COVID-19 na een positieve COVID-test. De geldigheid van dit certificaat zal in de meeste landen 180 dagen zijn.

De geldigheidsduur van het certificaat is afhankelijk van het type certificaat en van de specifieke regels in het EU-land waar u het wilt gebruiken.

Vanaf wanneer en waar kan ik het gebruiken?

Het COVID-certificaat zou volgens afspraak vanaf 1 juli 2021 bruikbaar worden in alle EU-lidstaten. België zal 2 weken daarvoor, vanaf half juni, de certificaten beschikbaar maken. Dit betekent echter niet dat landen de COVID-certificaten vanaf half juni zullen kunnen lezen of aanvaarden.

U doet er goed aan de regels van het land van bestemming voor vertrek na te kijken. U vindt reisadvies op de Europese website Reopen of het reisadvies op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse zaken. Er zijn per land nog afwijkende regels mogelijk. De Europese Commissie stelt voor om binnen de EU volgende regels uniform te hanteren:

- Volledig gevaccineerde personen met een vaccinatiecertificaat dat in overeenstemming is met het digitale COVID-certificaat, moeten 14 dagen nadat de laatste dosis is toegediend, vrijstelling worden verleend van verplichte reisgerelateerde tests of quarantaine.

- Ook herstelde personen die 1 dosis hebben gekregen van een vaccin dat normaal in 2 doses wordt toegediend, zouden als volledig gevaccineerd beschouwd moeten worden. U zou dus een herstelcertificaat en vaccinatiecertificaat kunnen combineren om dit aan te tonen.

- Om de eenheid van het gezin te waarborgen, moeten minderjarigen die met hun ouders reizen, van quarantaine worden vrijgesteld als hun ouders niet in quarantaine hoeven te gaan, bv. omdat zij zijn gevaccineerd. Kinderen jonger dan zes jaar moeten ook worden vrijgesteld van reisgerelateerde tests.

- De Europese Commissie stelt een standaardgeldigheidsperiode voor tests voor van 72 uur voor PCR-tests.

- Bij lokale uitbraken of varianten die opduiken kunnen landen toch ook steeds nog extra regels opleggen.

Reisadvies naar landen buiten de EU vindt u op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse zaken.

Wat bij terugkeer?

Tot 1 juli worden niet noodzakelijke reizen afgeraden. Informatie over de regels die tot 1 juli gelden bij terugkomst in België na een reis kunt u terugvinden via de website info-coronavirus.be.

Vanaf 1 juli gelden onderstaande regels:

- Aan het gebruik van het Passenger Location Form verandert er ook na 1 juli niets.

- Terugkeer uit groene of oranje zone: geen verplichting tot quarantaine of test. De status van een zone kan tijdens uw verblijf steeds wijzigen!

- Terugkeer uit rode zone:

> Wie beschikt over een digitaal COVID-certificaat (vaccinatiecertificaat met volledig vaccinatie (+ 2 weken), testcertificaat met recente negatieve PCR-test (< 72 uur) of herstelcertificaat) hoeft niet in quarantaine.

> Wie zich bij aankomst onmiddellijk laat testen (dag 1 of dag 2), hoeft niet in quarantaine. Voor personen vanaf 12 jaar wordt een negatieve PCR-test gevraagd. Kinderen onder de 12 jaar zijn vrijgesteld van testverplichting.

- Terugkeer uit zone met heel hoog risico (‘variants of concern’):

> Verplichte quarantaine van 10 dagen met PCR-test op dag 1 en dag 7.

> Deze verplichting geldt ook voor personen die volledig gevaccineerd zijn of in het land zelf al een negatieve test hebben afgelegd. Het gaat immers om gevaarlijke virusvarianten die niet binnen Europa verspreid mogen worden.

Meer informatie over reizen en verplaatsen tijdens coronatijd vindt u ook op de website van de federale overheid.

Procedure

Hoe aanvragen?

Een COVID-certificaat

- is digitaal opvraagbaar via de CovidSafeBE-app en op overheidssites zoals Mijn Burgerprofiel of mijngezondheid.be. Om certificaten digitaal op te vragen heeft u ofwel uw identiteitskaart, pincode en kaartlezer nodig, ofwel een andere geactiveerde digitale sleutel (bijvoorbeeld itsme).

- een vaccinatiecertificaat kunt u op vraag per post toegestuurd krijgen. U moet dan wel rekening houden met een wachttijd tussen bestelling en ontvangst van 1 week. U contacteert hiervoor de Helpdesk van de regio waar u gevaccineerd werd:
> Vlaanderen: 078 78 78 50 (9 tot 19u op weekdagen)
> Brussel: 02 214 19 19 (9u tot 17u30 op weekdagen en van 10-17u30 in het weekend)
> Duitstalige Gemeenschap: 0800 23 032 (9u tot 17u op weekdagen)
> Franse Gemeenschap (Wallonië): 071 31 34 93 (9u tot 19u van maandag tot zaterdag)

Zorg dat u tijdens uw reis naar het buitenland uw certificaat bij de hand hebt, niet alleen online, maar ook gedownload/offline op uw smartphone of tablet bijvoorbeeld. Of zorg voor een geprinte of papieren versie als back-up. Zo heeft u geen probleem als u onderweg geen internetverbinding heeft.

Welke gegevens?

De structuur van een certificaat is een Europese afspraak. Op het certificaat staan gegevens zoals naam, geboortedatum, datum van afgifte, informatie over de vaccinatie, de coronatest of het herstel van COVID-19, en een unieke identificatiecode (QR-code). De EU-lidstaten scannen deze code en kunnen zo nakijken of het certificaat correct en geldig is. Het certificaat is opgemaakt in het Engels en in de 3 landstalen (Nederlands, Frans en Duits).

Het gaat om een beperkt aantal gegevens die absoluut noodzakelijk zijn. De bezochte landen mogen die gegevens niet bewaren. Om te controleren of het certificaat echt en nog geldig is, wordt nagegaan wie het heeft afgegeven en ondertekend. Alle gezondheidsgegevens blijven in het land waar het certificaat is uitgegeven.

Bedrag

Het COVID-certificaat is gratis. Er is wel een kost verbonden aan de test die aan het testcertificaat vooraf gaat. Deze test kost gemiddeld 46,81 euro indien u ingeschreven bent bij een Belgische verzekeringsinstelling. Voor kinderen en jongeren tussen 6 en 17 jaar en voor volwassenen die nog niet de kans hebben gekregen om zich volledig te laten vaccineren, wordt de kostprijs van een PCR-test terugbetaald tot een maximum van 55 euro. De financiële tegemoetkoming kan maximaal 2 keer gebruikt worden, tijdens de maanden juli, augustus en september.

Uitzonderingen

Voor personen zonder Belgisch rijksregisternummer of BIS-nummer, wordt er soms een TER-nummer aangemaakt zodat zij toch een COVID-test kunnen ondergaan. Dit nummer is speciaal ontwikkeld voor afname van een test bij buitenlanders die korte tijd (maar wel meer dan 48u) in België blijven en geen vaste verblijfplaats hebben. Covid-testen die met een TER-nummer zijn aangemaakt kunnen niet in de vorm van een certificaat worden opgevraagd.

Bron: Vlaanderen.be

Het VK werd verwijderd van de lijst van heel hoogrisicolanden. Wat houdt dat in?

Het VK werd verwijderd van de lijst van heel hoogrisicolanden. Deze beslissing werd genomen door de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC Volksgezondheid), de vergadering van de verzamelde volksgezondheidministers van ons land. 

Voor zulke hoogrisicolanden, waar het coronavirus welig tiert, geldt een inreisverbod. Dat inreisverbod geldt voor mensen die niet in België wonen. Belgen die uit een van die landen terugkeren, moeten in verplichte quarantaine.
 
Het VK stond op deze lijst maar is nu dus weer een rood derde land is, waarvoor nog altijd het regime van essentiële reizen van toepassing is. 

Bijkomend mogen sinds 1 juli volledig gevaccineerde personen, die over een door België erkend vaccinatiecertificaat beschikken, ook voor niet-essentiële reizen vanuit rode derde landen naar België komen. 

Als vaccinatiecertificaat wordt momenteel enkel het Digitaal EU COVID-certificaat aanvaard.

Frankrijk heeft op 3 mei de restricties op binnenlandse verplaatsingen opgeheven. Wat is de impact op reizen?

Vanaf 3 mei heeft Frankrijk de restricties op binnenlandse verplaatsingen opgeheven. 
 
Dit betekent dat er enkel nog verklaringen nodig zijn om het professionele karakter van de reis aan te tonen en bij verplaatsingen in Frankrijk tijdens de avondklok (vanaf 19u tot 6u). 

Het voorleggen van een negatieve PCR test van max. 72 uur oud is echter wel nog steeds verplicht om Frankrijk in te reizen. Dit ongeacht de duurtijd van het verblijf.
 
Een overzicht:
 
•    Reizen van en naar België
Verbleef je langer dan 48 uur in het buitenland? Vul het Passagier Lokalisatie Formulier ten vroegste 48 uur voor je aankomst in België in.
De Belgische verklaringen zijn sedert 19 april niet meer van toepassing aangezien er geen verbod meer is op niet-essentiële reizen.
 
•    Verplaatsingen in Frankrijk tijdens de avondklok (19 – 6u)
Bij verplaatsingen moet je een attest kunnen voorleggen.
Download het formulier op papier of vul het online in
 
•    Reizen naar Frankrijk
Negatieve PCR-test vereist, behalve voor wegtransport, professionele verplaatsingen waarbij de urgentie of frequentie een test bemoeilijken en voor bewoners van de grensregio die zich verplaatsen in een straal van 30km rond hun woonplaats gedurende minder dan 24u.

Bij deze uitzonderingen is een document vereist ter motivering van de verplaatsing. Download dit document.

Vanaf 28 april 2021 geldt een inreisverbod voor personen die zich in de afgelopen 14 dagen op het grondgebied van India, Brazilië en Zuid-Afrika bevonden. Hoe zit dat precies?

Vanaf 28 april 2021 geldt een inreisverbod voor personen die zich in de afgelopen 14 dagen op het grondgebied van India, Brazilië en Zuid-Afrika bevonden.
 
Dit verbod geldt tot 31 mei 2021.
 
Enkel een zeer beperkt aantal essentiële verplaatsingen zijn nog toegelaten. Meer bepaald:

  • professionele verplaatsingen van vervoerspersoneel, vracht- en cargopersoneel en zeevarenden; Deze werknemers moeten een attest van hun werkgever voorleggen.
  • verplaatsingen bij het uitoefenen van hun functie door diplomaten, personeel van internationale organisaties en personen uitgenodigd door internationale organisaties van wie de fysieke aanwezigheid onontbeerlijk is voor de goede werking van deze organisaties. Zij hebben een attest van de Belgische diplomatieke of consulaire post nodig. Dit attest toont aan dat de reis essentieel is.

Hooggeschoolde werknemers uit deze landen waarvoor een single permit is bekomen, maar die nog niet in België verblijven, kunnen tijdelijk niet naar België reizen.
 

Terugkeren naar België
 
Terugkeren van India, Brazilië en Zuid-Afrika naar België is mogelijk voor:

  • personen met de Belgische nationaliteit;
  • personen met hun hoofdverblijfplaats in België.

Buitenlandse werknemers met een Belgische single permit kunnen dus van hun reis naar één van deze landen terugkeren naar België. In principe hebben zij immers hun hoofdverblijfplaats in België.
 
Strengere test- en quarantaineregels
 
Strengere test- en quarantaineregels zijn van toepassing op reizigers vanuit:

  • India;
  • Zuid-Amerika (dus niet enkel Brazilië);
  • Zuid-Afrika; en
  • het Verenigd Koninkrijk

Zo moet een niet-inwoner die naar België reist en minder dan 48 uur hier verblijft, toch in quarantaine en zich laten testen. Bovendien moeten zij een negatieve test van maximum 72 uur oud voorleggen voordat zij naar België vertrekken.
 
Ook Belgische inwoners moeten na een verblijf van minder dan 48 uur in één van deze landen in quarantaine en zich laten testen.

Gevolgen voor de werkgever

Werknemers met de Belgische nationaliteit of met hoofdverblijfplaats in België mogen terugkeren uit India, Brazilië en Zuid-Afrika. Zij moeten wel in quarantaine en zich laten testen.
 
Wanneer zij kunnen telewerken, hebben zij recht op loon.
 
Als zij niet kunnen telewerken, kunnen zij aanspraak maken op werkloosheidsuitkeringen wanneer hun reis naar het buitenland een essentiële verplaatsing was. Denk hier bijvoorbeeld aan een noodzakelijke zakenreis.

Gaat het om een niet-essentiële verplaatsing naar het buitenland, dan hebben deze werknemers geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Denk bijvoorbeeld aan een toeristisch bezoek.
 
Het inreisverbod geldt voor:

  • werknemers die de afgelopen 14 dagen in India, Brazilië of Zuid-Afrika verbleven hebben, en
  • niet de Belgische nationaliteit of hun hoofdverblijfplaats in België hebben.
Wat met inwoners die uit een rone zone terugkeren na een professionele verplaatsing

Schema inwoners

Wat met niet-inwoners die uit een rode zone naar België komen voor een professionele opdracht of interventie?

Schema grensoverschrijdende verplaatsingen voor niet-inwoners van België

Vanaf 19 april zijn niet-essentiële reizen van personen met een nationaliteit van een land van de Europese Unie of Schengenzone opnieuw toegestaan. Wat zijn de verplichtingen?

Deze mensen moeten niet langer een verklaring op eer invullen. Ook werknemers die aan deze voorwaarden voldoen, moeten dus geen verklaring op eer meer invullen.
 
De andere verplichtingen blijven gelden:

  • Passagier Lokalisatie Formulier (PLF) en Business Travel Abroad (BTA) formulier voor professionele reizen;
  • Quarantaine;
  • Negatieve test voor vertrek naar België voor bepaalde personen;
  • Test laten afnemen in België.

Net zoals voorheen, blijven specifieke categorieën van werknemers vrijgesteld:

  • van de verplichting om een PLF in te vullen;
  • een negatieve test voor te leggen;
  • een test in België te laten afnemen.

Werknemers kunnen dus ook in hun vrije tijd, om een niet-essentiële reden, opnieuw naar het buitenland reizen. Wanneer zij voor langer dan 48 uur naar een rode zone reizen, zullen zij na hun  terugkeer in quarantaine moeten. Als zij dan niet kunnen telewerken, zullen zij ook geen tijdelijke werkloosheidsuitkering ontvangen. De RVA beschouwt dit immers niet als overmacht. De werknemer wist dat hij bij terugkeer in quarantaine zou moeten en niet kan telewerken. De quarantaine is dan een vrije keuze van de werknemer.

Gevolgen voor de werkgever
Werknemers mogen in hun vrije tijd opnieuw, om niet-essentiële redenen naar het buitenland reizen. Wanneer zij voor langer dan 48 uur naar een rode zone reizen, zullen zij na hun  terugkeer in quarantaine moeten. Als zij dan niet kunnen telewerken, zullen zij ook geen tijdelijke werkloosheidsuitkering ontvangen. 

Bron: SD Worx

Wat zijn de coronaverplichtingen voor grensoverschrijdende verplaatsingen van en naar Frankrijk?
Grensoverschrijdende verplaatsing naar Frankrijk
Wat zijn de coronaverplichtingen voor grensoverschrijdende verplaatsingen van en naar Nederland?
Grensoverschrijdende verplaatsing naar Nederland
Mensen met kritische functies in essentiële sectoren die terugkomen uit een rode zonen zullen onder bepaalde voorwaarden zich niet moeten houden aan de quarantainemaatregelen. Hoe zit dat?

Het Ministerieel Besluit van 1 november heeft voor de private sector een aantal paritaire comités als essentieel aangeduid. De lijst van deze paritaire comités vindt u hier (vanaf p16). 

Werknemers die in deze sectoren tewerkgesteld zijn worden evenwel niet automatisch vrijgesteld van de quarantaine verplichting. Een uitzondering is enkel van toepassing indien er voldaan wordt aan een aantal bijkomende criteria. De uitzondering op de quarantaine verplichting heeft overigens ook enkel betrekking op de professionele omgeving. Op andere plaatsen, zoals o.a. het sociale leven, moet de betrokkene de quarantaine respecteren.

Eerst en vooral worden functies enkel als ‘kritisch’ erkend indien zij voldoen aan het onderstaande schema:

Schema uitzondering reisregels

Een essentieel bedrijf is overigens ook gemachtigd om contractoren of andere externe dienstverleners die on-site werken aan te duiden als ‘kritische functies’ die zich kunnen beroepen op een uitzondering op de quarantaine verplichting.

Om in aanmerking te komen voor een quarantaine-uitzondering moet een persoon daarnaast aan de volgende bijkomende voorwaarden voldoen:

•    In algemene zin, geen symptomen hebben;
•    Niet positief zijn getest op COVID;
•    Het contact met het publiek tot het strikte minimum beperken;
•    Maak waar mogelijk geen gebruik van het openbaar vervoer;
•    Niet in staat zijn om te telewerken;
•    Respecteer de afstandsregels, draag uw masker altijd op de juiste manier op de werkplek;
•    Beperking van het contact met andere medewerkers; in de praktijk betekent dit zoveel mogelijk gescheiden in- en uitgangen, gescheiden kleedkamers en gescheiden pauze- en eetruimten;
•    Geen hoogrisicocontact zijn van iemand besmet met COVID die onder hetzelfde dak woont.

Kritische functies in een essentieel bedrijf/sector worden ten slotte door de werkgever bepaald na akkoord van de Ondernemingsraad. Voor bedrijven die geen Ondernemingsraad hebben, geldt de volgende 'cascade':

•    Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) geeft zijn goedkeuring.
•    Bij afwezigheid van het CPBW vraagt de werkgever het akkoord van de vakbondsafvaardiging.
•    Bij afwezigheid van een vakbondsafvaardiging is de werkgever verplicht zijn voorstel aan de werknemers zelf voor te leggen.

De termijnen voor het bijeenroepen van de hieronder genoemde organen worden opgeheven en teruggebracht tot 24 uur.
Een lijst wordt zo opgesteld van personen die kritieke functies vervullen en in aanmerking komen voor de uitzondering op de quarantaineverplichting. Deze lijsten zouden overigens mogelijks regelmatig aangepast moeten worden om ze aan te passen aan de realiteit op het terrein. De werkgever zal in geval van een controle door de arbeidsinspectie een lijst moeten verstrekken met volgende informatie over werknemers die in aanmerking komen voor de uitzondering:

•    Naam en voornaam van de betrokkene, functie in het bedrijf, korte beschrijving van de functie;
•    Datum waarop de lijst is opgesteld.

De werkgever geeft de betrokken werknemer een certificaat van uitzondering op de quarantaine in geval van hoogrisicocontact.
In het geval van een besmettingscluster binnen een bedrijf of afdeling kunnen de voorwaarden voor een uitzondering worden aangepast.

Om het essentieële karakter van een verplaatsing aan te tonen, wordt een verklaring op eer gevraagd. Wat is dat precies en waar kan ik modelformulieren terugvinden?
  • Voor professionele verplaatsingen naar het buitenland zal je vanaf nu een verklaring op eer op zak moeten hebben. Dit is van toepassing ongeacht hoe lang je naar het buitenland gaat.
  • Hiervoor is er reeds een modelformulier ter beschikking gesteld. De Nederlandstalige versie vindt u hier. De Franstalige versie vindt u hier. De Engelstalige versie vindt u hier.
  • Voor buitenlandse verplaatsingen met een repetitief karakter moet slechts éénmaal een dergelijke verklaring opgemaakt worden. Voor elk ‘type’ verplaatsing moet er wel een verschillende verklaring op opgemaakt worden.
  • Indien gereist wordt met een derde vervoerder (bus/trein/boot…) moet de vervoerder ook bij boarding en bij uitstappen controleren of zijn/ haar passagiers deze verklaring op zak hebben.
Bij de beoordeling van het PLF-formulier wordt rekening gehouden met professionele verplaatsingen die door de werkgever zijn geattesteerd. Hoe zit dat precies?

In het kader van de door de regering getroffen sanitaire maatregelen tegen COVID-19 moet elke werkgever, die een professionele en buitenlandse reis van een werknemer moet verklaren, het zogenaamde BTA-formulier invullen

Eens de werkgever dit online heeft ingevuld en verzonden, ontvangt hij een code. Deze code heeft de werknemer die de internationale verplaatsing maakt nodig om in te vullen op de Passenger Locator Form (PLF) bij zijn of haar terugkeer. Pas als de code ingevuld is, kan hij ook aanvinken dat hij een professionele reis maakt. Een dergelijke BTA-code kan overigens maar één keer gebruikt worden en moet dus voor elke afzonderlijke professionele verplaatsing aangevraagd worden.

De werknemer vult daarnaast verder gewoon de PLF in zoals voorheen. Op basis van de antwoorden op de zelfevaluatietool zal dan nagegaan worden of er tijdens de zakenreis een hoger risicogedrag aanwezig is geweest of niet en dus of de werknemer in quarantaine moet of niet. Dit zal – zoals steeds – gemeld worden via een sms. Indien de werknemer overigens geen BTA code invult in de PLF, wordt zijn reis overigens automatisch als niet-professioneel beschouwd en is hij/ zij sowieso verplicht om de quarantaine maatregelen te respecteren.

Er gelden scherpere regels voor trein- en busreizigers die uit land komen buiten de EU (dus ook uit het VK). Welke?

Voortaan moeten ook trein- en busreizigers die komen uit landen buiten de EU en de Schengenzone het PLF-document invullen, ongeacht de duur van hun verblijf in het buitenland en in België. De vervoerder is verplicht om alle passagiers voor de boarding daarop te controleren. Wie niet in orde is, zal niet toegelaten worden mee te reizen.

In de praktijk zal dit voor het treinvervoer vooral een impact hebben voor reizigers uit het VK, aangezien dat het enige ‘Derde land’ is waarmee we een rechtstreeks treinverbinding hebben.

Daarnaast moeten reizigers die uit een rode zone komen en die hun hoofdverblijfplaats niet in ons land hebben een negatieve test voorleggen voor binnenkomst.

Meer info: persbericht min. Verlinden

Er geldt in Duitsland meldplicht voor alle reizigers uit rode zone, dus ook België. Hoe kan ik me melden?

Er geldt in Duitsland een meldplicht voor alle reizigers uit risicogebieden, dus ook België. Het digitale aanmeldformulier vindt u hier.

Personen die naar Duitsland reizen en in de 10 dagen voorafgaand aan hun aankomst in een risicogebied zijn geweest (transit door een risicogebied zonder stop uitgezonderd), dienen overeenkomstig de respectievelijke quarantainevoorschriften van de bevoegde deelstaten: 

  • onmiddellijk na aankomst in Duitsland 10 dagen in quarantaine gaan én 
  • onmiddellijk na aankomst de bevoegde lokale gezondheidsautoriteit op de hoogte stellen.  

U moet binnen maximaal 48 uur na uw aankomst in Duitsland, een negatieve coronatest kunnen voorleggen. U kan dit bewijs vragen aan de bevoegde instantie ("Gesundheitsamt") tot tien dagen na uw aankomst. Als bewijs geldt een negatieve testresultaat of een attest van de dokter.
 
Op de website www.116117.de kunt u nagaan waar u zich in Duitsland kunt testen. Als u zich wilt laten testen door uw huisarts, moet u op voorhand een afspraak regelen. 
  
De quarantaine kan in het algemeen worden opgeheven op zijn vroegst na vijf dagen met een negatieve test op het coronavirus, die op zijn vroegst op de vijfde dag na binnenkomst is uitgevoerd. 

Let op! Maatregelen worden in Duitsland op deelstaatniveau ingevoerd en kunnen daardoor van deelstaat tot deelstaat verschillen. Er kunnen dus aanvullende voorwaarden en uitzonderingen van kracht zijn in de Duitse deelstaten waar u naar toe reist. Bijvoorbeeld geldt er in Berlijn een uitzondering op de quarantaine en testplicht voor personen die in het kader van een essentiële reis minder dan 72 uur in Berlijn verblijven of minder dan 72 uur in een risicogebied waren).

Een overzicht van de contactinformatie en websites van de Duitse deelstaten vindt u hier. U vindt de contactgegevens van de plaatselijke gezondheidsdienst (“Gesundheitsamt”) hier
 
Meer informatie over de meldplicht vindt u hier.

Hoe werden op 30 december de reisregels verscherpt?

Om te voorkomen dat door het internationaal reisverkeer de verspreiding van COVID-19 opnieuw wordt versneld, heeft het Overlegcomité op 30 december beslist de reisregels als volgt te verscherpen:

1. Met ingang van 31 december 2020 moet iedereen (inwoners en niet-inwoners) die na een verblijf van minstens 48 uur in een rode zone naar België terugkeert, in quarantaine. De quarantaine kan pas worden beëindigd na een negatieve PCR-test op dag 7 van de quarantaine. Deze maatregel geldt voorlopig tot 15 januari.

  • Er zijn in een beperkt aantal gevallen strikte uitzonderingen voorzien:
    • Voor mensen die kritische functies uitoefenen in essentiële sectoren kan het verrichten van arbeid op de plaats van tewerkstelling worden toegestaan, mits een attest van de werkgever;
    • Studenten krijgen de toelating om de quarantaine uitzonderlijk te onderbreken om een examen af te leggen (uitsluitend voor het afleggen van het examen)
    • Inwoners die om professionele redenen in het buitenland verbleven is tot 4 januari een afwijking op de quarantaineverplichting mogelijk, indien het gaat om een buitenlandse professionele verplaatsing die door de werkgever is geattesteerd. Vanaf 4 januari 2021 zal de beoordeling van het Passenger Location Form rekening houden met professionele verplaatsingen die door de werkgever zijn geattesteerd.

2. Inwoners die terugkeren uit een rode zone en daar langer dan 48 uur verbleven, moeten zich op dag 1 en dag 7 van de quarantaine verplicht laten testen. Vanaf zaterdag 2 januari 2021 zullen mensen na terugkeer een sms ontvangen waarmee ze zich kunnen aanmelden bij een testcentrum. Op Brussels Airport zal de testcapaciteit verder worden uitgebreid, om inkomende reizigers toe te laten zich daar meteen vrijwillig te laten testen. Op de luchthavens van Charleroi en het station Brussel-Zuid wordt testcapaciteit ontwikkeld.

3. Grensarbeid valt niet onder de nieuwe regeling, zo werd ons bevestigd door het kabinet De Croo.

4. Werknemers die kritische functies uitoefenen in essentiële sectoren worden vrijgesteld van de quarantaine maatregel als zij terugkomen uit een rode zone. Wie valt hier exact onder?
Het Ministerieel Besluit van 1 november heeft voor de private sector een aantal paritaire comités als essentieel aangeduid. De lijst van deze paritaire comités vindt u hier (vanaf p16). 

Werknemers die in deze sectoren tewerkgesteld zijn worden evenwel niet automatisch vrijgesteld van de quarantaine verplichting. Een uitzondering is enkel van toepassing indien er voldaan wordt aan een aantal bijkomende criteria. De uitzondering op de quarantaine verplichting heeft overigens ook enkel betrekking op de professionele omgeving. Op andere plaatsen, zoals o.a. het sociale leven, moet de betrokkene de quarantaine respecteren.

Eerst en vooral worden functies enkel als ‘kritisch’ erkend indien zij voldoen aan het onderstaande schema:

Schema uitzondering reisregels

Om in aanmerking te komen voor een quarantaine-uitzondering moet een persoon daarnaast aan de volgende bijkomende voorwaarden voldoen:

•    In algemene zin, geen symptomen hebben;
•    Niet positief zijn getest op COVID;
•    Het contact met het publiek tot het strikte minimum beperken;
•    Maak waar mogelijk geen gebruik van het openbaar vervoer;
•    Niet in staat zijn om te telewerken;
•    Respecteer de afstandsregels, draag uw masker altijd op de juiste manier op de werkplek;
•    Beperking van het contact met andere medewerkers; in de praktijk betekent dit zoveel mogelijk gescheiden in- en uitgangen, gescheiden kleedkamers en gescheiden pauze- en eetruimten;
•    Geen hoogrisicocontact zijn van iemand besmet met COVID die onder hetzelfde dak woont.

Kritische functies in een essentieel bedrijf/sector worden ten slotte door de werkgever bepaald na akkoord van de Ondernemingsraad. Voor bedrijven die geen Ondernemingsraad hebben, geldt de volgende 'cascade':

•    Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) geeft zijn goedkeuring.
•    Bij afwezigheid van het CPBW vraagt de werkgever het akkoord van de vakbondsafvaardiging.
•    Bij afwezigheid van een vakbondsafvaardiging is de werkgever verplicht zijn voorstel aan de werknemers zelf voor te leggen.

De termijnen voor het bijeenroepen van de hieronder genoemde organen worden opgeheven en teruggebracht tot 24 uur.
Een lijst wordt zo opgesteld van personen die kritieke functies vervullen en in aanmerking komen voor de uitzondering op de quarantaineverplichting. Deze lijsten zouden overigens mogelijks regelmatig aangepast moeten worden om ze aan te passen aan de realiteit op het terrein. De werkgever zal in geval van een controle door de arbeidsinspectie een lijst moeten verstrekken met volgende informatie over werknemers die in aanmerking komen voor de uitzondering:

•    Naam en voornaam van de betrokkene, functie in het bedrijf, korte beschrijving van de functie;
•    Datum waarop de lijst is opgesteld.

De werkgever geeft de betrokken werknemer een certificaat van uitzondering op de quarantaine in geval van hoogrisicocontact.
In het geval van een besmettingscluster binnen een bedrijf of afdeling kunnen de voorwaarden voor een uitzondering worden aangepast.

Hoe zit het met de verscherpte quarantaineregels?

Om te voorkomen dat door het internationaal reisverkeer de verspreiding van COVID-19 opnieuw wordt versneld, heeft het Overlegcomité op 30 december beslist de reisregels als volgt te verscherpen:

1. Met ingang van 31 december 2020 moet iedereen (inwoners en niet-inwoners) die na een verblijf van minstens 48 uur in een rode zone naar België terugkeert, in quarantaine. De quarantaine kan pas worden beëindigd na een negatieve PCR-test op dag 7 van de quarantaine. Deze maatregel geldt voorlopig tot 15 januari.

  • Er zijn in een beperkt aantal gevallen strikte uitzonderingen voorzien:
    • Voor mensen die kritische functies uitoefenen in essentiële sectoren kan het verrichten van arbeid op de plaats van tewerkstelling worden toegestaan, mits een attest van de werkgever;
    • Studenten krijgen de toelating om de quarantaine uitzonderlijk te onderbreken om een examen af te leggen (uitsluitend voor het afleggen van het examen)
    • Inwoners die om professionele redenen in het buitenland verbleven is tot 4 januari een afwijking op de quarantaineverplichting mogelijk, indien het gaat om een buitenlandse professionele verplaatsing die door de werkgever is geattesteerd. Vanaf 4 januari 2021 zal de beoordeling van het Passenger Location Form rekening houden met professionele verplaatsingen die door de werkgever zijn geattesteerd.

2. Inwoners die terugkeren uit een rode zone en daar langer dan 48 uur verbleven, moeten zich op dag 1 en dag 7 van de quarantaine verplicht laten testen. Vanaf zaterdag 2 januari 2021 zullen mensen na terugkeer een sms ontvangen waarmee ze zich kunnen aanmelden bij een testcentrum. Op Brussels Airport zal de testcapaciteit verder worden uitgebreid, om inkomende reizigers toe te laten zich daar meteen vrijwillig te laten testen. Op de luchthavens van Charleroi en het station Brussel-Zuid wordt testcapaciteit ontwikkeld.

3. Grensarbeid valt niet onder de nieuwe regeling, zo werd ons bevestigd door het kabinet De Croo.

4. Werknemers die kritische functies uitoefenen in essentiële sectoren worden vrijgesteld van de quarantaine maatregel als zij terugkomen uit een rode zone. Wie valt hier exact onder?
Het Ministerieel Besluit van 1 november heeft voor de private sector een aantal paritaire comités als essentieel aangeduid. De lijst van deze paritaire comités vindt u hier (vanaf p16). Volgens onze informatie worden werknemers die in deze sector tewerkgesteld zijn evenwel niet automatisch vrijgesteld van de quarantaine verplichting. Een uitzondering is enkel van toepassing indien er voldaan wordt aan het onderstaande schema

Schema uitzondering reisregels

 

Wat bij afreizen naar het buitenland of terugkeren naar België?

Wat bij afreizen naar het buitenland?

Reizen wordt ten stelligste afgeraden, maar niet verboden.

Voor personen die wel reizen worden de regels aangescherpt. Iedereen die langer dan 48 uur in een rode zone verblijft, wordt beschouwd als een hoogrisicocontact.

Alle info en het reisadvies per land vind je op de website van de FOD Buitenlandse Zaken.

Wat met afreizen naar België?

Alle reizigers naar België, ongeacht het gekozen transportmiddel, moeten ten vroegste 48 uur voorafgaand aan de aankomst in België het Passagier Lokalisatie Formulier (PLF) invullen.

Dit moet altijd ingevuld worden als je met het vliegtuig of per boot naar België reist (geen uitzonderingen).

Dit moet niet ingevuld worden als je met een ander transportmiddel (trein, bus, wagen, enz.) reist EN

- minder dan 48 uur in België blijft.
- of terugkeert naar België na een verblijf in het buitenland van minder dan 48 uur.

Wat als je als Belg terugkomt uit een rode zone?

> Dan moet je een Passenger Locator Form (PLF) invullen en tot 48 uur na je reis een bewijs bijhouden dat je dit hebt ingediend. 

> Doe je een beroep op professioneel vervoer(bv. vliegtuigmaatschappij, busmaatschappij, ...) dan zal bij vertrek aan bij aankomst gecontroleerd worden of het PLF werd ingevuld.

> Bij terugkeer uit een rode zone word je beschouwd als een hoogrisicocontact en moet je 7 dagen in quarantaine én verplicht een test laten afnemen op dag 7.

> Het invullen van de PLF kan dit echter opheffen. Op basis van de antwoorden wordt geoordeeld of de kans op besmetting hoog of laag was, en of je wel of niet in quarantaine moet bij jouw terugkeer.

Wat met niet-Belgische werknemers die uit een rode zone komen?

Niet-inwoners die vanuit een rode zone naar België komen moeten vanaf 25/12 een negatieve coronatest van max 48 uur oud voorleggen.

Dat geldt ook voor in het buitenland wonend of verblijvend personeel.

Zo niet moet de werkkracht in quarantaine tot er wel een negatief resultaat wordt voorgelegd.

Bovenstaande procedure geldt niet voor niet-Belgen die minder dan 48u in het buitenland verbleven.

Opgelet!

Werkgevers moeten zelf controleren of deze werknemers een negatieve coronatest hebben afgelegd voor ze in België aankwamen.

Werkgevers die beroep doet op de diensten van dergelijke werknemers moeten ook een register aanleggen met daarin:
o    De identificatiegegevens van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige
o    NIEUW: in het register moet de werkgever nu ook een negatief testresultaat opnemen van de desbetreffende werknemer.

Wat met grensarbeiders?

Grensarbeiders worden vrijgesteld van een negatieve testverplichting omdat zij geen 48 uur in België verblijven (als het werkelijk gaat om pendelende grensarbeiders).

Zij moeten ook geen PLF invullen.

Wat vanaf 2021?

Begin 2021 zal er een nieuw PLF-systeem geïntroduceerd worden, waarbij er een onderscheid zal gemaakt worden tussen professionele en privéreizen.

Zakenreizigers met een attest van de werkgever moeten dan niet langer in quarantaine indien uit hun PLF geen risico-gedrag blijkt. 

De overheid zal binnenkort een standaardwerkgeversattest opmaken, waarmee de reizigers kunnen bewijzen dat het om een professionele reis ging.

Dit attest wordt aan het PLF gekoppeld.

Eindelijk duidelijkheid over grensarbeid in rode zones. Hoe zit dat nu precies?

Rode zones hebben gevolgen voor al die mensen die al dan niet om professionele redenen de grenzen willen oversteken. We denken daarbij onder meer aan de talrijke grensarbeiders die dagelijks of wekelijks het traject tussen België en Frankrijk of Nederland afleggen.
 
1. Eerdere maatregelen voor reizigers uit risicogebieden
 
België had tijdens de voorbije zomerperiode al een aantal maatregelen uitgewerkt voor die mensen die vanuit een rode zone in het buitenland terug naar België kwamen.
 
Zo bevat de website van de FOD Buitenlandse Zaken een kaart die Europa indeelt in rode, oranje en groene zones.
De gevolgen zijn afhankelijk van de zone waar de werknemer uit terugkeert:

  • rood: tien dagen in quarantaine. De quarantaine begint vanaf de laatste dag dat u in een rode zone in het buitenland verbleef.
  • oranje: quarantaine aanbevolen
  • groen: gewone gezondheidsmaatregelen

 
Daarnaast zijn alle reizigers die vanaf 1 augustus 2020 naar België terugkeren, verplicht om het “Passenger Locator Form” in te vullen. Dergelijk attest is verplicht voor alle niet-essentiële reizen van meer dan 48u.
 
Meer informatie hieromtrent vindt u terug op www.info-coronavirus.be.
 
2. Wat met grensarbeiders die zich verplaatsen van en naar landen die als een rode zone worden aangemerkt?
 
Belangrijk om weten is dat de hierboven vermelde reisbeperkingen niet van toepassing zijn op personen die essentiële verplaatsingen moeten ondernemen. Op de website van de FOD Buitenlandse Zaken vindt men een overzicht terug van wat men daar precies onder verstaat.
 
Essentiële verplaatsingen zijn o.a. de professionele verplaatsingen en woon-werkverplaatsingen. Met andere woorden, grensarbeiders vallen hier dus ook onder.
 
Concreet betekent dit dat de reisbeperkingen en maatregelen zoals quarantaine, testing,… bij terugkeer uit een rode zone niet op hen van toepassing zijn.
Zij moeten evenmin het Public Health Passenger Locator Form invullen.
 
Wel moeten zij van hun werkgever een attest krijgen dat aantoont dat het hier om verplaatsingen van en naar het werk gaat. Dit om problemen te voorkomen bij grenscontroles.

3. Gevolgen voor de werkgever

Grensarbeiders kunnen zich nog steeds vrij verplaatsen over de grenzen heen om zich van en naar hun gewoonlijke plaats van tewerkstelling te begeven, ook al gaat het om een rode zone.
 
Zij moeten echter wel in het bezit zijn van een attest opgemaakt door de werkgever om het essentieel karakter van hun verplaatsing te kunnen aantonen.
 

Bron: SD Worx

Mijn werknemer komt terug uit vakantie uit een rode/oranje zone. Wat moet hij/zij of ik als werkgever doen?

Wie terugkeert uit een rode zone, wordt beschouwd als een hoogrisico-contact en moet verplicht in quarantaine.  

De quarantaine uit rode zone geldt niet voor grensarbeid (minder dan 48u in buitenland), en er geldt geen reisverbod meer, wel een reisadvies dat ten zeerste afraadt naar dergelijke zone te reizen. 

De quarantaine uit rode zone geldt niet voor grensarbeid (minder dan 48u in buitenland), en er geldt geen reisverbod meer, wel een reisadvies dat ten zeerste afraadt naar dergelijke zone te reizen. 

Voor een oranje gebied is reizen mogelijk en moet er ook niet langer een test afgenomen worden. De voorwaarden zijn te consulteren op de website van de FOD Buitenlandse Zaken

Het is niet aan de werkgever om te controleren of de werknemer deze stappen heeft ondernomen. 
 

Wat zijn de gevolgen als een werknemer verplicht wordt om in quarantaine te gaan?

Wie terugkeert uit een rode zone, wordt beschouwd als een hoogrisico-contact en moet van de overheid verplicht in quarantaine

Bij telewerk in deze periode van quarantaine wordt het loon betaald. Wanneer telewerk niet kan, bezorgt de huisdokter een quarantaineattest. Dat geeft in principe recht op een uitkering volgens de regels van de tijdelijke werkloosheid (www.rva.be). In samenspraak met de werkgever kunnen ook bijkomende vakantiedagen worden opgenomen.

Ben je als werkgever verplicht om te weten waar je werknemer op vakantie is geweest?

De beslissingen van de regering over verplichte quarantaine is gericht naar de burgers, niet naar de werkgevers. Als werkgever ben je niet verplicht om je te vergewissen of je werknemer al dan niet naar een rode of oranje zone op vakantie is geweest. 

Het spreekt voor zich dat je de werknemers kan oproepen om hun gezond verstand te gebruiken en het reisadvies van de Dienst Buitenlandse zaken strikt na te leven. 
 

Mijn werknemer wordt ziek tijdens de periode van quarantaine. Wat dan?

Wanneer de werknemer arbeidsongeschikt wordt tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, is de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd. De werknemer ontvangt in principe een ZIV – uitkeringen van het ziekenfonds

Kan ik aan mijn werknemer zijn/haar reisbestemmingen opvragen?

De werkgever kan niet eisen dat elke werknemer zijn/haar reisbestemming meedeelt. Uiteraard kan hij dat steeds vragen. De werknemer is vrij om hierop in te gaan of niet. 

Kan ik als werkgever een bewijs van arbeidsgeschiktheid vragen aan mijn werknemer?

Keert een werknemer terug uit een risicogebied, dan mag de werkgever geen medisch attest eisen waaruit arbeidsgeschiktheid blijkt. Alleen in geval van arbeidsongeschiktheid mag de werkgever om een medisch attest vragen, en eventueel een controlearts inschakelen.
Het is ook niet mogelijk om de werknemer bij zijn terugkeer een test op te leggen, hier is geen wettelijke basis voor.  

Vertoont de werknemer geen symptomen, dan mag de werkgever niet ingrijpen. De werknemer mag het werk hervatten, zonder dat de werkgever dit kan verbieden. 
Idealiter bestaan er afspraken in de onderneming over de tewerkstelling van werknemers die uit een risicogebied terugkeren. Denk daarbij aan telewerk of werken in een afgezonderde ruimte in de onderneming. Het is aan de werkgever om de veiligheid op de werkvloer te garanderen, duidelijke richtlijnen en afspraken zijn dus zeker nodig.

Vertoont de werknemer wel symptomen, dan kan de werkgever vragen om zich te laten behandelen door zijn arts.  

Is de werknemer kennelijk ziek, en betekent zijn aanwezigheid een onmiskenbaar verhoogd risico voor de veiligheid en gezondheid in de onderneming, dan kan de werkgever de arbeidsgeneesheer inschakelen. Als de arbeidsarts de betrokken werknemer oproept voor een gezondheidsbeoordeling, moet de werknemer hier gevolg aan geven.  

Algemeen advies

Zorg voor duidelijke afspraken en richtlijnen in de onderneming, zodat de werknemer weet waaraan hij zich moet houden bij zijn terugkeer. Preventieve maatregelen stemt u af met de preventieadviseur. Communiceer hier duidelijk over naar de werknemers. Van zodra er sprake is van symptomen bij de werknemer, zendt u de werknemer naar zijn behandelend arts. Is de veiligheid op de werkvloer in gevaar, dan schakelt u de arbeidsarts in voor verder gevolg.

Wat met inwoners die uit rode zone terugkeren

Schema inwoners

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere beleidsmaatregelen

Wat zijn de regels in het basis, secundair en hoger onderwijs?

Basisonderwijs

Alle leerlingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs kunnen vanaf 1 september voltijds naar school. Daarbij moet wel nog rekening gehouden worden met een hele lijst voorschriften. 

Aandachtspunt daarbij is dat zoveel mogelijk turnlessen, lessen en lunchpauzes in de buitenlucht gebeuren.

Uitstappen zijn toegelaten conform de regels die gelden in de rest van de samenleving.

De lunchpauze kan worden georganiseerd in de refter, maar klasgroepen moeten zoveel mogelijk gescheiden worden.

Speeltijden kunnen gelijktijdig voor meerdere klasgroepen tegelijk.

Het onderwijspersoneel draagt een mondmasker in contact met andere volwassenen en ook ouders hebben mondmaskerplicht.

Secundair onderwijs

Ook het gewoon en buitengewoon voltijds en deeltijds secundair onderwijs kan voltijds vijf dagen naar school, en ook hier gelden nog een hele lijst regels.

De mondmaskers mogen af wanneer er wordt stilgezeten. Voor het 5de en 6de leerjaar lager onderwijs zijn mondmaskers niet langer verplicht, tenzij de preventieadviseur of, op grond van de lokale epidemiologische situatie, de lokale crisiscel anders beslist.

Voor alle activiteiten buiten de klasvloer gelden in het secundair onderwijs veelal de regels zoals die in de rest van de samenleving gelden.

Zo moet op de speelplaats zoveel als mogelijk afstand gehouden worden. Buiten kunnen de mondmaskers af, mits de leerlingen intense fysieke contacten vermijden.

De lunchpauze kan in de refter en zoveel mogelijk per klasgroep.

Uitstappen zijn toegelaten conform de regels die gelden in de rest van de samenleving. 

Hogescholen en universiteiten

Bij de start van het nieuwe academiejaar mogen hogescholen en universiteiten opnieuw volledig overschakelen naar contactonderwijs. Dat zijn Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) en de vertegenwoordigers van het hoger onderwijs overeengekomen.

Het moet wel mogelijk blijven om ook digitaal lessen te volgen of opnames van colleges te bekijken.

Enkel Brussel moet nog even afwachten. Of ook de scholen in de hoofdstad mogen overschakelen op contactonderwijs, hangt af van de evolutie van het aantal besmettingen.

Klopt het dat de sociale inspectie controles uitvoert op naleving quarantaine op de werkvloer?

In het Ministerieel Besluit van 12 januari werd onder meer een nieuw artikel 3bis ingevoerd, dat de algemene verplichting oplegt aan alle personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, om de verplichtingen inzake COVID na te leven die zijn opgelegd door de bevoegde overheden, waarmee uiteraard de regels inzake quarantaine, testen en contactopsporing worden bedoeld die opgelegd worden door de deelstaten, maar bv. ook de regels inzake het PLF voor iedereen die terugkeert uit een rode zone.

Er wordt ook meegedeeld: “Op de arbeidsplaats kunnen de arbeidsartsen en de inspectiediensten aan alle betrokkenen vragen om bewijs te leveren dat zij deze verplichtingen naleven, bv. door het voorleggen van een negatief testresultaat in de situaties waar dat verplicht is.”

Met andere woorden: naast controles op telewerk, kan nu ook wettelijk geïnspecteerd worden op de quarantaineplicht op de werkvloer.

De opzegtermijnen bij coronawerkloosheid worden opgeschort. Wat wil dat zeggen?

Op donderdag 11 juni keurde het parlement een wetsvoorstel goed over de impact van de corona-werkloosheid op de opzeggingstermijn. De nieuwe regeling is vanaf 22 juni van kracht.

Corona – werkloosheid schorst voortaan de opzeggingstermijn betekend door de werkgever. Maar dan enkel voor:

  • enkel voor opzeggingstermijnen die aangevangen zijn vanaf 1 maart 2020 of later;
  • én enkel voor corona-werkloosheid die zich voordoet vanaf 22 juni 2020.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht omwille van corona die zich voordoet vóór 22 juni (bijvoorbeeld in maart, april en mei 2020), zal met andere woorden de opzeggingstermijn niet schorsen. 

Huidige regeling: geen schorsing

Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, hebben een aantal afwezigheden een schorsende werking. De opzeggingstermijn houdt op te lopen tijdens die afwezigheden. Denk daarbij aan dagen vakantie, tijdelijke werkloosheid om economische redenen, …
 
Vandaag schorst tijdelijke werkloosheid wegens overmacht de opzeg niet. De schorsing wegens tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis evenmin. De opzeggingstermijn loopt gewoon door tijdens de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.
 
Nieuwe regeling: wel schorsing
 
Zodra de goedgekeurde wet in het Staatsblad staat, komt hier verandering in. De schorsing wegens tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis, en dus ook de tijdelijke corona-werkloosheid, zal de opzeggingstermijn betekend door de werkgever, wél schorsen.
 
Niet voor alle opzeggingstermijnen
 
Vanaf de bekendmaking in het Staatsblad is de wet zowel van toepassing op:
•    lopende opzeggingstermijnen, aangevangen vanaf 1 maart 2020;
•    als op nieuwe opzeggingstermijnen.
 
Let op! Voor opzeggingstermijnen die al liepen vóór 1 maart 2020 heeft de tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis geen schorsend effect. Voor deze opzeggingstermijnen blijft de huidige regeling dus van toepassing. De opzeg moest wel lopen vóór 1 maart, een betekening voor die datum volstaat niet.
 
Geen terugwerkende kracht
 
In eerdere versies van het voorstel was een retroactieve schorsing voorzien. Bepaalde periodes van tijdelijke werkloosheid corona in het verleden, zouden toch de opzeg schorsen. Dat is nu niet meer het geval.
 
De goedgekeurde versie voorziet enkel een schorsing door tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis vanaf wanneer de wet in het Staatsblad staat. Hiermee komt men tegemoet aan de opmerkingen van de Raad van State.
 
Concreet wil men enkel tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis, en dus ook corona-werkloosheid, die zich voordoet vanaf de bekendmaking in het Staatsblad een schorsend karakter toekennen.
 
Corona-werkloosheid die zich voordoet vóór de bekendmaking van wet schorst de opzeggingstermijn van de werkgever dus niet.

Om dit te verduidelijken geeft SD Worx enkele voorbeelden:
 
Enkele voorbeelden – met een publicatie van de wet op 22 juni 2020

Voorbeeld 1:

•    aangetekende brief betekening opzeggingstermijn van 18 weken op woensdag 4 maart 2020
•    aanvang opzeggingstermijn maandag 9 maart 2020
•    theoretische einddatum opzeggingstermijn 12 juli 2020
•    schorsing corona werkloosheid van 23 maart 2020 tot en met 30 juni 2020
 
Schorsing opzeggingstermijn door corona werkloosheid vanaf 22 juni 2020 (de tijdelijke werkloosheid voordien schorst niet). Opzeggingstermijn wordt verlengd met 9 kalenderdagen en loopt tot en met 21 juli 2020.
 
Voorbeeld 2:

•    aangetekende brief opzeggingstermijn van 21 weken op woensdag 19 februari 2020
•    aanvang opzeggingstermijn maandag 24 februari 2020
•    theoretische einddatum 19 juli 2020
•    schorsing corona werkloosheid van 23 maart 2020 tot en met 30 juni 2020

Bron

SD Worx en Wet van 15 juni 2020 tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis. 

Hoe wil de Vlaamse overheid de export stimuleren?

Er zijn nieuwe maatregelen om de export te stimuleren.

  • Het Corona-Steunpakket Internationalisering geeft maximaal 1.000 ervaren Vlaamse exporteurs een duw in de rug om hun exportactiviteiten in 2020 en 2021 te versterken. Deze eenmalige subsidie bedraagt 5.000 euro per onderneming en is beschikbaar vanaf het najaar 2020.
  • Het Corona-Starterspakket internationalisering steunt, maximaal 300 nieuwe Vlaamse exporteurs om in 2020 en 2021 exportactiviteiten op te starten. Deze eenmalige subsidie bedraagt 7.000 euro per bedrijf en is vanaf het najaar 2020 beschikbaar.
  • Het ‘Reboot your export’-pakket is beschikbaar op korte termijn en laat Vlaamse bedrijven toe om tegen een lagere kost en verbeterde betalingsvoorwaarden deel te nemen aan FIT-groepsstanden op internationale (vak)beurzen en/of niche-evenementen

Deze maatregelen worden opgevolgd door Flanders Investment and Trade. Meer info

Overzicht 17/4: de lijst met essentiële bedrijven. Het onderscheid blijft belangrijk voor sommige maatregelen. Hoe ziet de lijst eruit?

 

 

Paritaire comités cruciale sectoren en essentiële diensten

Toevoegingen 17 april: onderlijnd en cursief
 

Beperkingen 

 

102.9 Subcomité van de groeven van kalksteen en kalkovens  
104 Paritair comité voor de ijzernijverheid Volcontinu bedrijven
105 Paritair comité voor non-ferro metalen Volcontinu bedrijven
106 Paritair comité voor het cementbedrijf Beperkt tot de productieketting van de ovens op de hoge temperaturen (belangrijk voor afvalverwerking)
109 Paritair comité voor het kleding- en confectiebedrijf Beperkt tot de productie van medisch textiel gebruikt in ziekenhuizen en zorginstelling; de toelevering van medisch textiel en medische kledij aan ziekenhuizen en zorginstelling en de toelevering cleanroomkledij aan farmaceutische bedrijven
110 Paritair comité voor textielverzorging  
111 Paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw Beperkt tot : productie, toelevering, onderhoud productie, herstellingen van landbouwmachines en installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en essentiële diensten; de veiligheids- en defensie-industrie en de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
112  Paritair comité voor het garage bedrijf Beperkt tot takeldiensten en hersteldiensten 
113 Paritair comité voor het ceramiekbedrijf Beperkt tot continue ovens
113.04 Paritair subcomité voor de pannenbakerijen Beperkt tot continue ovens
114 Paritair comité voor de steenbakkerij Beperkt tot continue ovens
115 Paritair comité voor het glasbedrijf Beperkt tot continue ovens
116 Paritair comité voor de scheikundige nijverheid  
117 Paritair comité voor de petroleum nijverheid en -handel  
118 Paritair comité voor de voedingsnijverheid  
119 Paritair comité voor de handel in voedingswaren  
120 Paritair comité voor de textielnijverheid Beperkt tot de sector van de persoonlijke hygiëne producten, waaronder incontinentieproducten, baby-luiers en dameshygiëneproducten; de productie en levering van medische kledij en medisch textiel voor ziekenhuizen en zorginstellingen de toelevering van cleanroomkledij aan farmaceutische bedrijven
121 Paritair comité van de schoonmaak Beperkt tot enerzijds de schoonmaak van bedrijven van de cruciale sectoren en in de essentiële diensten, anderzijds tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten, en tot de ophaling van afvalstoffen bij bedrijven en de ophaling van huishoudelijk en/of niet-huishoudelijk afval van alle producenten en de dringende werkzaamheden en tussenkomsten van schoorsteenvegers. 
124 Paritair comité voor het bouwbedrijf  Beperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten
125 Paritair comité voor de houtnijverheid Beperkt tot houten verpakkingen en paletten en producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout
126 Paritair comité voor de stoffering en houtbewerking Beperkt tot houten verpakkingen en paletten en producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout en tot de  productie en toelevering van (elementen) van doodskisten
127 Paritair comité voor de handel in brandstoffen  
129 Paritair comité voor de voorbrenging van papierpap, papier en karton Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten alsook tot grafisch papier en papierpulp
130 Paritair comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf Beperkt tot drukken van dag en weekbladen en drukken van toepassingen (etiketten, labels) nodig voor de voedings- en agro-industrie, en het drukken van bijsluiters en verpakkingen voor de farmaceutische industrie
132 Paritair comité voor ondernemingen van technische land-en tuinbouwwerken  
136 Paritair comité voor de papier en kartonbewerking  Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten
139 Paritair comité voor de binnenscheepvaart  
140 Paritair comité voor het vervoer en de logistiek 
Subcomités: 140.01,140.03, 140.04
Beperkt tot personenvervoer, wegvervoer, spoorvervoer,  logistiek en grondafhandeling voor luchthavens
140.05 Paritair subcomité voor de verhuizingen Beperkt tot verhuizingen, voor zover ze dringend en noodzakelijk zijn, of verbonden met medische, sanitaire of ziekenhuisnoden
142 Paritair comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen opnieuw ter waarde worden gebracht. Subcomités: 142.01, 142.02, 142.03 en 142.04 Beperkt tot afvalophaling en/of -verwerking
143 Paritair comité voor de zeevisserij  
144 Paritair comité voor de landbouw  
145 Paritair comité voor het tuinbouwbedrijf  
149.01 Paritair subcomité voor de elektriciens: installatie en distributie Beperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten
149.03 Paritair subcomité voor de edele metalen  Beperkt tot machineonderhoud en herstellingen
149.04 Paritair subcomité voor de metaalhandel Beperkt tot onderhoud en herstelling
152 Paritair comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs  
200 Aanvullend Paritair comité voor de bedienden  Beperkt tot de bedienden noodzakelijk bij onderhoud, herstelling, productie en toelevering van bedrijven die behoren tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten  
201 Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel  Beperkt tot voeding, dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra
202 Paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren  
202.01 Paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven  
207 Paritair comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid  
209 Paritair comité voor de bedienden der metaalfabrikantennijverheid productie, toelevering, onderhoud en herstelling van installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten;
de veiligheids- en defensie-industrie en
de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
210 Paritair comité voor de bedienden van de ijzernijverheid  
211 Paritair comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel  
220 Paritair comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid  
221 Paritair comité voor de bedienden uit de papiernijverheid Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp
222 Paritair comité voor de bedienden van de papier- en kartonbewerking Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp
224 Paritair comité voor de bedienden van de non-ferro metalen Volcontinu bedrijven
225 Paritair comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs: subcomités 225.01, 225.022   
226 Paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek  
227 Paritair comité voor de audiovisuele sector Beperkt tot radio en televisie
301 Paritair comité voor het havenbedrijf   
302 Paritair comité voor het hotelbedrijf Beperkt tot de hotels 
304 Paritair comité voor de vermakelijkheidsbedrijven Beperkt tot radio en televisie
309 Paritair comité voor de beursvennootschappen  
310 Paritair comité voor de banken  Beperkt tot essentiële bankverrichtingen 
311 Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken  Beperkt tot voeding, dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra.
312 Paritair comité voor de warenhuizen  
313 Paritair comité voor de apotheken en tarificatiediensten  
315 Paritair comité voor de handelsluchtvaart  (en subcomités)  
316 Paritair comité voor koopvaardij  
317 Paritair comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten  
318 Paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (en subcomités)  
319 Paritair comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen (en subcomités)  
320 Paritair comité voor de begrafenisondernemingen  
321 Paritair comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen  
322 Paritair comité voor uitzendarbeid en erkende ondernemingen die buurwerken of -diensten leveren Beperkt tot zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen
326 Paritair comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf  
327 Paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en maatwerkbedrijven Beperkt tot toelevering van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en essentiële diensten.
328 Paritair comité voor het stads- en streekvervoer   
329 Paritair comité voor de socioculturele sector Beperkt tot zorg, welzijn (inclusief de hulpverleners en jeugdwelzijnswerkers) en voedselbedeling, de monumentenwacht en niet-commerciële radio en televisie
330 Paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten  
331 Paritair comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector  
332 Paritair comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector  
335 Paritair comité voor de dienstverlening aan en de ondersteuning van het bedrijfsleven en zelfstandigen Beperkt tot sociale secretariaten en de sociale verzekeringsfondsen, de kinderbijslagkassen en de ondernemingsloketten
336 Paritair comité voor de vrije beroepen  
337 Aanvullend paritair comité voor de non-profitsector Beperkt tot zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen, het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de mutualiteiten
339 Paritair comité voor de erkende maatschappijen voor sociale huisvesting (en subcomités)   
340 Paritair comité voor de orthopedische technologieën
Hoe bereik ik de hulplijn voor ondernemers?

Hebt u een dringende of praktische vraag over het coronavirus met betrekking tot uw bedrijf of werknemers, dan kan u terecht bij de hulplijn voor ondernemers op het nummer: 0800 20 555

Deze hulplijn werd naar aanleiding van het coronavirus op vraag van Voka en op initiatief van minister van economie Hilde Crevits opgericht.

Klopt het dat er geen btw verschuldigd is op schenkingen van medische hulpgoederen aan ziekenhuizen?

Dat klopt. Concreet: een gift van medische hulpgoederen aan ziekenhuizen en zorginstellingen zal geen aanleiding geven tot de opeisbaarheid van btw. In normale omstandigheden kan btw enkel worden afgetrokken bij verkoop van goederen, niet bij schenking. Ook wanneer men tijdelijk extra kosten maakt voor bijvoorbeeld de productie van medisch hulpgoederen zal men deze kunnen inbrengen als beroepskosten.

Klopt het dat de beslissingstermijnen voor omgevingsvergunning worden verlengd omwille van coronacrisis?

Deze ingreep was nodig doordat burgers omwille van de genomen preventiemaatregelen zich niet meer vrij kunnen bewegen op straat waardoor openbare onderzoeken niet normaal kunnen verlopen. Als de Vlaamse Regering niet zou ingrijpen, is het gevaar reëel dat vergunningen waarvan het openbaar onderzoek liep tijdens de coronacrisis op losse (juridische) schroeven komen te staan.

Wat houdt de maatregel in?

Via een nooddecreet van 18 maart jl. werd de Vlaamse regering gemachtigd om via besluit de procedureregels voor de omgevingsvergunning tijdelijk te wijzigen totdat de coronacrisis voorbij is. Op 24 maart heeft de Vlaamse regering het besluit goedgekeurd waarmee een aantal termijnen voor het bekomen van een omgevingsvergunning worden verlengd. Concreet worden in bepaalde gevallen de termijnen verlengd met 30 tot 60 dagen afhankelijk van de situatie.

Als de crisis aanhoudt, kan de minister deze termijnen verlengen.

Op welk procedure heeft deze regeling betrekking?
 

  • alle in behandeling zijnde vergunningsaanvragen en administratieve beroepen ingediend vóór 24 maart 2020 waarin nog geen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing is genomen in laatste aanleg;
  • alle vergunningsaanvragen en administratieve beroepen ingediend vanaf 24 maart 2020 tot en met 24 april 2020.

Welke termijnverleningen worden voorzien?

Beslissingen in eerste aanleg:

  • Verlenging van de beslissingstermijn met 60 dagen bij de gewone procedure voor lopende en nieuwe dossiers
  • Verlenging van de beslissingstermijn met 30 dagen bij de vereenvoudigde procedure voor lopende en nieuwe dossiers

Beslissingen in laatste aanleg:

  • Verlenging van de beslissingstermijn met 60 dagen voor lopende en nieuwe dossiers

Beroepen:

  • Verlenging beroepstermijn met 30 dagen

De lopende openbare onderzoeken worden opgeschort tot en met 24 april 2020. Nieuwe openbare onderzoeken kunnen pas vanaf 25 april 2020 opnieuw aanvang nemen.

Meer informatie

Beslissingen Vlaamse Regering 24/03/2020 -138

Beslissingen Vlaamse Regering 24/03/2020 -139

 

Hoe zit het met de vrijstelling van invoerrechten en van btw op invoer bij goederen die nodig zijn voor de bestrijding van de pandemie?

De Europese Commissie verlengt tot 30 april 2021 de termijn waarbij vrijstelling van invoerrechten en van btw op invoer wordt verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak te bestrijden. Je verkrijgt de vrijstelling van invoerrechten en btw op invoer op dezelfde manier en onder dezelfde voorwaarden als tot op heden (op basis van artikel 74 in de zin van Besluit (EU) 2020/491).

Het Besluit (EU) 2020/1573 van de Commissie van 28 oktober 2020 tot wijziging van Besluit (EU) 2020/491 waarbij vrijstelling van rechten bij invoer en van btw op invoer wordt verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak in 2020 te bestrijden werd in het Publicatieblad L 359 van 29.10.2020 (blz. 8) gepubliceerd.

Bron
 

Werkorganisatie

Recht op klein verlet voor vaccinatie van kracht. Wat houdt dat in?

De Federale Regering keurde op 12 februari 2021 een voorontwerp van wet goed over het recht op klein verlet voor werknemers om een coronavaccin te krijgen. Op 9 april werd de wettekst gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en is het recht op klein verlet om zich te laten vaccineren dus van kracht.
 
Elke werknemer met een arbeidsovereenkomst krijgt het recht om van het werk afwezig te zijn, met behoud van loon, om zich te laten vaccineren. De werknemer kan afwezig zijn gedurende de tijd die nodig is voor de vaccinatie; het gaat dus niet per se om een halve of hele dag afwezigheid. De werknemers moet hiervoor zijn werkgever vooraf verwittigen en een bewijs van vaccinatie kunnen voorleggen.

Belangrijk: 

  • indien de werknemer zich geregistreerd heeft voor een reservelijst vaccinatie en last minute opgeroepen wordt, heeft hij geen recht op klein verlet voor het vaccinatie-momen
  • indien de werknemer als gevolg van de vaccinatie bijwerkingen krijgt of ziek wordt, kan hij zich niet verder beroepen op klein verlet maar zijn de gewone arbeidsongeschiktheidsregels van toepassing

Het gaat om een tijdelijke maatregel die tot 31 december 2021 van toepassing zal zijn. Een Koninklijk Besluit kan die datum eventueel nog verlengen naar 30 juni 2022.

Waar kan ik de verplichte registratie doen van werknemers waarvoor geen telewerk mogelijk is en wat is belangrijk dat ik daarover nog weet?

Op woensdag 24 maart besliste het Overlegcomité om de controle op het verplichte telewerk te verscherpen. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) werkte een registratietool uit die verplicht gebruikt moet worden door werkgevers.

Wat moet ik als werkgever registreren?                                      

Twee cijfers, zonder meer:

1. Het totaal aantal medewerkers in mijn onderneming. 

De werkgever registreert in het begin van elke maand het aantal personen dat met een zekere standvastigheid werkzaam is per vestigingseenheid op de eerste werkdag van de maand (= foto).
Ondernemingen met meerdere vestigingseenheden moeten dit aantal per vestigingseenheid invullen.
 
Dus per vestigingseenheid geef je het aantal werknemers (= gebonden door een arbeidsovereenkomst, leerovereenkomst, statuut,…) op dat theoretisch is toegewezen aan die bepaalde vestiging.

Voor flexi-werknemers wordt gekeken naar de lopende raamovereenkomsten. Langdurig zieken en personen in tijdskrediet tel je ook mee, evenals medewerkers met een ambulante functie (vb koeriers, inspecteurs,…).
 
Maakt uw onderneming op een structurele basis gebruik van uitzendkrachten of werkt er structureel personeel van een andere werkgever in uw vestigingseenheid (bijvoorbeeld onderaannemers, gedetacheerden, bewakingspersoneel,…), dan voeg je het aantal, dat op de eerste werkdag van de maand bij uw onderneming actief is, toe aan het totaal.
 
Dit geldt ook indien er in uw onderneming personen op zelfstandige basis structureel aan het werk zijn (consultants, vennoten, ...). Het gaat dus niet om punctuele aanwezigheden, zoals voor herstellingen, schoonmaak, onderhoud,…

2. Het totaal aantal medewerkers in mijn onderneming met een niet-telewerkbare functie.
 

Dit dien je als werkgever strikt te interpreteren: het betreft hier werknemers die niet/nooit kunnen telewerken, ook niet gedeeltelijk, occasioneel, …  Werknemers die gedeeltelijk of voltijds kunnen telewerken, hoef je niet te registreren.

Intussen werd dit nog verder verduidelijkt: 'Personen werkzaam in de onderneming' is een beter begrip, aangezien ook niet-werknemers, zoals structurele uitzendkrachten, zelfstandigen, zelfs vennoten en meewerkende echtgenoten of echtgenotes moeten toegevoegd worden.
 
In de situatie waarbij de werknemers grotendeels telewerken, maar afwisselend één medewerker het onthaal verzorgt of papieren dossiers behandelt, dan moeten die niet worden opgenomen in het aantal 'niet-telewerkbare' functies, omdat ze hun job grotendeels van thuis uitvoeren.

Moet ik als werkgevers nominatieve lijsten van werknemers uploaden in de tool?

Neen. De registratie beperkt zich tot 2 cijfers (totaal aantal medewerkers in de onderneming + totaal aantal medewerkers in de onderneming in een niet-telewerkbare functie), er zijn geen persoons- of functiegegevens vereist.

Mijn onderneming heeft meerdere vestigingen. Hoe verloopt de registratie dan?                

Als je onderneming meerdere vestigingen telt, kan je als werkgever per vestiging het aantal werknemers en werknemers met een niet-telewerkbare functie registreren. Je zal ook meerdere gemachtigde personen toegang kunnen geven tot de tool om de aantallen per vestiging vlot te registreren.

Hoe bepaal ik als werkgever wat een niet-telewerkbare functie is?                                          

Dat bepaal je als werkgever in overleg met de (interne of externe) preventiedienst en, bij gebrek daaraan, met de vakbondsafvaardiging en, bij gebrek daaraan, in overleg met de werknemers. Om dit nog helderder te krijgen, hebben we gevraagd dat de RSZ op de website van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) een directe link zou voorzien naar de checklist die door de inspectiediensten wordt gebruikt om te bepalen of een functie telewerkbaar is.
                            
Belangrijk: volgens onze informatie zal de inspectie de opgegeven aantallen niet in vraag stellen indien zij het voorwerp uitmaken van een akkoord op ondernemingsniveau met de werknemers(afvaardiging).

Welke ondernemingen moeten de verplichte registratie doen? 

Alle werkgevers in de private én publieke sector moeten deze registratie doen. Ook ondernemers waarvan geen enkel personeelslid kan telewerken zoals bakkers, winkelbedienden, chauffeurs, … Enkel voor verplicht gesloten sectoren en bedrijven geldt de registratieverplichting niet. 

Op de FAQ van de Sociale Zekerheid worden een aantal (twijfel)cases toegelicht.

Zo wordt verduidelijkt dat ook ondernemingen waar niemand of bijna niemand kan telewerken (bijvoorbeeld ziekenhuizen, warenhuizen, bouwondernemingen, …) de verplichte aangifte moeten doen.
 
Enkel ondernemingen die (op de eerste werkdag van de maand) door de overheid verplicht volledig gesloten zijn, ontsnappen aan de registratieverplichting. We denken dan bijvoorbeeld aan kappers of niet-medische contactberoepen.

Waar vind ik de registratietool terug? 

Alle info over de tool vind je hier. Als werkgever kan je je aanmelden op de tool via de portaalsite van de RSZ, of met je ondernemingsnummer aangevuld met persoonlijke gegevens. 

Hoe vaak moet ik als werkgever dit formulier invullen? 

Je registratie is 1 maand geldig, en als er niets wijzigt, moet er de volgende maand niets gedaan worden en is een update van de gevraagde 2 cijfers niet nodig. De geldige registratie is de laatst ingediende. Er wordt momenteel nog onderzocht of werkgevers een maandelijkse registratieherinnering kunnen krijgen, bijvoorbeeld via de e-box. 

Wanneer gaat deze maatregel in?
Op uiterlijk 6 april 2021 moet je de eerste registratie voor je onderneming gedaan hebben. 

Wat zijn belangrijke zaken om te weten mocht de inspectie langskomen?

  • De geldige registratie is de laatst ingediende.
  • Volgens onze informatie zal de inspectie de opgegeven aantallen niet in vraag stellen indien zij het voorwerp uitmaken van een akkoord op ondernemingsniveau met de werknemers(afvaardiging).
  • Volgens onze informatie zullen inspectiediensten de registratietool telewerk vooral gebruiken om te zoeken naar grote afwijkingen van het aantal geregistreerde niet-telewerkende medewerkers op sectorbasis.

Waar vind ik nog meer info: De RSZ verzamelt de meest gestelde vragen op een eigen FAQ.

Staken in tijden van telewerk en corona: wat u moet weten als werkgever.

Hoe communiceer je over de staking naar je werknemers, zelfs als de kans klein is dat er gestaakt wordt op je bedrijf?

Het is aan te raden om alle medewerkers te informeren dat er op 29 maart een staking is en erop te wijzen dat er mogelijks hinder zal zijn bij het openbaar vervoer of op de weg. In de communicatie neem je ook best volgende elementen op: 

  • Indien zij terplekke moeten zijn omdat telewerk niet mogelijk is, doe dan een duidelijk oproep dat je medewerkers alle moeite doen om toch tijdig op het werk te geraken.
  • Om de arbeidsorganisatie en de continuïteit te kunnen garanderen, vraag je werknemers om de werkwilligheid te registreren via (e-mailadres), voor de correcte uitbetaling van het loon.
  • Dat geldt dus ook voor wie die dag telewerkt.

Wat met tijdelijke werkloosheid en staking?

Als er al tijdelijke werkloosheid in de firma lopende of aangevraagd is vóór de aankondiging van de staking, zal de tijdelijke werkloosheid primeren. Het is uiteraard niet de bedoeling om enkel voor de stakingsdag tijdelijke werkloosheid om een andere reden in te roepen. Dan is er sprake van misbruik.

Voor de perioden van tijdelijke werkloosheid die na de stakingsaanzegging worden meegedeeld, zal de RVA rekening houden met de chronologie, als er sprake is van samenloop. Het werkloosheidsbureau bevoegd voor de exploitatiezetel van het bedrijf beoordeelt of er effectief sprake is van een samenloop met stakingsacties.

  • Er is geen sprake van samenloop als er geen staking is in het bedrijf of de sector. In dat geval zal de tijdelijke werkloosheid wel aanvaard worden, ook al is de mededeling verstuurd na de stakingsaanzegging.
  • Als er dus wel samenloop is, zal er geen uitkering tijdelijke werkloosheid zijn en primeert de staking.

Let op! In geval van tijdelijke werkloosheid overmacht corona valt de verplichting weg om een voorafgaandelijke mededeling van de reden werkloosheid te doen aan de RVA tot en met 31/3/2021. Maar een eventuele samenloop zou nog steeds door het bevoegd werkloosheidsbureau kunnen beoordeeld worden.

Ga naar de telewerk en staking FAQ voor meer vragen en antwoorden.

Bron: SD Worx

Wat staat er in de nieuwe CAO over telewerk?

Sinds 26 januari is er een nieuwe CAO in werking omtrent telewerk als telewerk door de overheid wordt aanbevolen of verplicht, omwille van de coronacrisis. De CAO is goedgekeurd door de NAR en zal gelden tot 31 december 2021.

De bepalingen van de nieuwe CAO zijn ENKEL van toepassing in ondernemingen die op 1 januari 2021 nog geen eigen regeling hebben uitgewerkt in het kader van structureel of occasioneel telewerk. Bedrijven die al afspraken hebben rond telewerk, hoeven dus niets te doen. Als je als werkgever op ondernemingsniveau nog geen beleid hebt uitgewerkt rond structureel of occasioneel telewerk, dan zijn de bepalingen van de nieuwe CAO van toepassing op jou en je werknemers die aan aanbevolen of verplicht telewerk doen omwille van de coronacrisis.

Hieronder kunnen de belangrijkste punten worden teruggevonden van de CAO:

Als je onder de toepassing van de nieuwe CAO valt, ben je verplicht om voor iedere werknemer afspraken te maken over: 

  • De terbeschikkingstelling van de voor het telewerk benodigde apparatuur en technische ondersteuning
  • Ingeval van gebruik van eigen apparatuur: tussenkomst in de kosten inzake installatie van relevante informaticaprogramma’s, werking en onderhoud als ook de kosten inzake afschrijving van de apparatuur 
  • De bijkomende verbindingskosten 

BELANGRIJK

Maar je bent niet verplicht om een extra onkostenvergoeding te voorzien voor thuiswerk, gezien hierbij rekening kan worden gehouden met andere kosten die je als werkgever nog altijd maakt zoals bijvoorbeeld door wel nog steeds een mobiliteitsvergoeding, een algemene onkostenvergoeding of maaltijdcheques te voorzien. Daarmee moet rekening gehouden worden in de beoordeling van de kosten van de werknemer.

Voor iedere werknemer worden in de mate van het mogelijke, ook afspraken gemaakt over:

  • Werkroosters. Bij gebreke van afspraken hieromtrent, blijven de in de ondernemingen bestaande werkroosters van toepassing
  • Modaliteiten van controle van de te bereiken resultaten en/of evaluatiecriteria
  • De bereikbaarheid en de niet-bereikbaarheid van de werknemer en eventueel de precisering van de middelen om de werknemer te bereiken

Lees hier de volledige CAO.

De sociale inspectie zet meer dan 1.000 inspecteurs in om bij bedrijven flitscontroles op telewerk uit te voeren. Welke checklist kan ik gebruiken om in orde te zijn?

De sociale inspectie zet meer dan 1.000 inspecteurs in om bij bedrijven flitscontroles op telewerk uit te voeren. Zij hanteren hierbij een concrete checklist waarbij ook nagegaan wordt of alle hygiëne- en andere verplichte coronamaatregelen nageleefd worden. De inspecteurs zullen vooral dienstenbedrijven controleren en daarbij focussen op alle functies die voor telewerk in aanmerking komen.

Wil u weten of u in orde bent? Download hier de checklist.

Boetes

  • Bij een inbreuk kan de administratieve geldboete oplopen van 200 tot 2.000 euro en de strafrechtelijke boete van 400 tot 4.000 euro.
  • Geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
  • Er zijn ondernemingen gekend waar een boete werd opgelegd van 40.000 euro.
Hebben werknemers een attest nodig voor professionele en woon-werkverplaatsingen?

Elke onderneming moet telewerk verplicht invoeren waar mogelijk. Dat werd bepaald in de verstrengde maatregelen van 30 oktober. Niet-essentiële verplaatsingen blijven wel toegelaten, behalve tijdens de avondklok. Werkgevers zijn verplicht om werknemers die niet kunnen telewerken een attest mee te geven. 

Het ministerieel besluit laat ook ‘elk ander bewijsstuk’ toe. Zo kunnen dus ook het dragen van werkkledij of uniform, een badge met duidelijke vermelding van de functie van de werknemer (bijvoorbeeld ‘veiligheidsagent’) of een werfwagen met professioneel gereedschap, bijvoorbeeld voor techniekers of bouwvakkers, als bewijs dienen. 

Enkel voor de functies waarvoor thuiswerk niet mogelijk is, mag de werknemer op de werkplaats aanwezig zijn. Hetzelfde geldt wanneer de werknemer voor een urgente taak op kantoor moet zijn. Ook voor verplaatsingen tijdens de avondklok voorzie je als werkgever best een attest voor jouw werknemer.  

Download een model van zo'n attest

Minister van Binnenlandse Zaken, Annelies Verlinden, kondigde aan dat de inspectiediensten de controles op verplicht thuiswerk opnieuw opvoeren. Wie niet in regel is, loopt de kans op een boete.

Bron: SD Worx, Ministerieel Besluit

Mag ik mijn medewerkers nog uitsturen op dienstreizen?

Alle niet-essentiële (dienst)reizen zijn tot en met 3 mei verboden.
 
Sowieso is het raadzaam om ook steeds af te gaan op het reisadvies van de FOD Buitenlandse Zaken. Bij negatief reisadvies raden we af om werknemers uit te zenden naar de betrokken gebieden.

 

Mag een leerling in duaal leren of leren en werken gaan werken?

Sinds 4 mei zijn de bedrijven gefaseerd terug opgestart. De werkcomponent in alternerende opleidingen wordt hervat volgens de fasering die voorzien is bij de heropstart van de economie.

Voorwaarden voor hervatting

Zodra de onderneming haar activiteiten terug kan hervatten (of wanneer deze niet gestopt zijn)* én wanneer de onderneming het opportuun en mogelijk vindt om de opleiding op de werkplek opnieuw aan te vatten, mag de leerling in een alternerende opleiding opnieuw naar de werkplek, op voorwaarde dat:

  • De onderneming de richtlijnen en beschermingsmaatregelen toepast zoals voorzien in de ‘Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan’ (en indien beschikbaar de sectorale vertaalslag hiervan).
  • Er zorgvuldig overleg is geweest tussen onderneming en opleidingsverstrekker, zodat kwaliteitsvolle begeleiding en een veilige werkomgeving voorzien kunnen worden.
  • Als deze voorwaarden niet vervuld zijn, mag de leerling de werkcomponent niet hervatten.

*Uitzondering: de werkcomponent mag in ondernemingen uit de horecasector (PC 302) nog niet hervat worden, ook niet als de onderneming de activiteiten gedeeltelijk hervat (vb. take away aanbiedt).

Meer info

Social distancing: hoe pak je dat aan als bedrijf?

Iedereen moet zoveel mogelijk afstand houden van anderen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Klinkt eenvoudig. Maar hoe pas je die social distancing nu precies toe als bedrijf?


Om de verspreiding van het coronavirus af te remmen, legt de overheid bedrijven enkele strikte regels op. Waar het kan moet er aan telewerk gedaan worden. 


Voor de functies waar dit niet haalbaar is, moet er op de werkvloer minstens 1,5 meter afstand gehouden worden met andere personen. Dit geldt trouwens ook voor het vervoer dat je als werkgever organiseert.

Is afstand houden noch telewerk mogelijk, dan ben je als bedrijf verplicht te sluiten ten zij je volgens de overheid een essentieel bedrijf bent. De meest recente lijst van essentiële bedrijven vind je hier: https://www.voka.be/nieuws/coronavirus-de-lijst-met-essentiele-bedrijve…


Zo pak je het aan
Maar hoe kan je als bedrijf die social distancing nu concreet in de praktijk aanpakken? In grote lijnen zijn er drie opties:

1.    Ga digitaal
Zijn er functies waarin medewerkers kunnen telewerken? Dan ben je als werkgever verplicht om dit te organiseren. Bekijk ook of je meetings, opleidingen en ander overleg anders kan aanpakken. Zo zijn er veel digitale mogelijkheden om deze vanop afstand in te richten.

2.    Zorg voor spreiding
Bekijk of je het werk kan spreiden, zodat medewerkers niet allemaal op hetzelfde moment op de werkvloer hoeven te zijn. Is het bovendien mogelijk om pauzes te spreiden? Ook zo creëer je kleinere groepjes, waardoor het voor medewerkers makkelijker is om afstand te houden in pakweg de cafetaria.

3.    Baken af
> Je ziet het al in winkels, maar ook op de werkvloer kunnen tape, lint of andere markeringen helpen om een afstand van 1,5 meter in acht te houden. Zeker bij in- en uitgangen, waar al snel groepjes kunnen ontstaan, is het nuttig om te bekijken of dit mogelijk is.
> Waar dat kan, valt het aan te raden om werkruimtes te compartimenteren. Of misschien is het wel haalbaar om ervoor te zorgen dat in elk kantoor of werkplek maar één persoon aan de slag is?
> Als allerlaatste stap kan het in bepaalde gevallen nodig zijn om een kleine groep medewerkers af te schermen van andere collega’s omdat ze van cruciaal belang zijn voor het bedrijf. Deze verregaande ingreep kan uiteraard enkel in overleg.

Stevige sancties
Bedrijven die zich niet aan de regels houden, riskeren stevige sancties. “Indien de autoriteiten vaststellen dat de social distancing-maatregelen niet worden nageleefd, wordt de onderneming in eerste instantie een zware boete opgelegd; in geval van niet-naleving na de sanctie zal de onderneming moeten sluiten”, waarschuwt de overheid. 

Cruciale sectoren en essentiële diensten wordt gevraagd om ervoor te zorgen “dat de regels over social distancing in de mate van het mogelijke in acht worden genomen”, luidt het vanuit de overheid. Zij riskeren geen boete of sluiting.

Belangrijk tegen besmetting
Waarom social distancing zo belangrijk is? Het coronavirus verspreidt zich van mens op mens via kleine druppeltjes die bij hoesten en niezen vrijkomen. Via die druppeltjes komt het virus terecht in de lucht, op voorwerpen en oppervlakken. 


Het coronavirus overleeft gemiddeld zo’n drie uur op gladde oppervlakken en materialen (zoals deurklinken, leuningen, tafels …). Wie virusdruppeltjes via de handen in de mond, neus of ogen binnenkrijgt, kan besmet raken.

Stel dat je 10 namen doorgeeft voor tijdelijke werkloosheid en de overmacht wordt aanvaard door de RVA, kan je dan toch nog beslissen om slechts 5 personen effectief in tijdelijk werkloos te stellen?

Dit is geen probleem. Indien je voor deze werknemers later - binnen de erkenningsperiode van overmacht - toch een beroep wenst te doen op tijdelijke werkloosheid overmacht, kan dat alsnog.

Een onderneming wenst het werk in shiften te organiseren om de social distancing te kunnen toepassen. Kan ze shiftwerk aan haar werknemers opleggen? En worden die werknemers voor die afwijkende werktijden gecompenseerd?

De ondernemingen en werkgevers moeten hun activiteit organiseren met inachtneming van de wettelijke uitzonderingsvoorschriften die voortvloeien uit de pandemie. Een onderneming kan dus een ploegensysteem opzetten om het houden van een afstand van 1,5 meter te kunnen respecteren.
 
De COVID-19 pandemie wordt beschouwd als zijnde een ‘voorgekomen ongeval’ in de zin van de arbeidswet en het overschrijden van de arbeidsgrenzen is toegestaan. De gepresteerde uren in dit kader vallen onder de gewone overurenregime. Er is geen bijzondere compensatie, maar het overurenregime is van toepassing. 

 

Is het tijdens deze crisisperiode mogelijk om personeel en/of interims tewerk te stellen op zondagen en/of 's nachts om aan de grote vraag van de consumenten te voldoen (bv. rekken vullen, stocks ruimen, winkel desinfecteren, enz.)?

De COVID-19 pandemie kan beschouwd worden als een voorgekomen (en in zekere zin ook een dreigend) ongeval in de zin van de arbeidswet van 16 maart 1971, waardoor de arbeidsduurgrenzen kunnen worden overschreden voor het verrichten van arbeid om hier het hoofd aan te bieden. Ook nachtarbeid en zondagsarbeid zijn in dat geval toegelaten. Er mag buiten de normale roosters gewerkt worden. 

De uren die in het kader van voorgekomen of dreigend ongeval gebeuren, vallen wel onder het gewone overurenregime en geeft recht op overuren (boven 9 uur per dag of 40 uur per week of lagere cao-grens). Bij prestaties op zondag en gedurende de nacht zijn wel de toeslagen vastgesteld in de sectorale cao’s of ondernemings-cao’s van toepassing.

De bedrijven en werknemers moeten hun activiteiten organiseren in functie van de maatregelen die door de overheid getroffen zijn om COVID-19 te bestrijden. Deze maatregelen zijn het gevolg van de pandemie en maken dus inherent deel uit van de notie “voorgekomen ongeval”. De nieuwe organisatorische behoeften die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van deze maatregelen of die beantwoorden aan de gevolgen van deze maatregelen worden dus ook ingegeven door een “voorgekomen ongeval”. Ook in dergelijk geval zullen werkgevers hun werknemers overuren kunnen laten verrichten, alsook laten werken buiten het normale rooster.

 

Welke documenten zijn nodig voor werknemers die in Frankrijk gaan werken?

Wat betreft het detacheren van werknemers naar Frankrijk blijven de 'normale' Franse procedures en documenten gelden, namelijk:

  • A1 attest
  • SIPSI-documenten 
  • Arbeidsovereenkomst (+ recente loonfiche)
  • Identiteitskaart

Sinds  17 maart 2020 moet de (Franse/buitenlandse) werknemer ook in het bezit zijn van een ‘Justificatif de déplacement professionnel’ en sinds 8 april 2020 moet de buitenlandse (Belgische) werknemer om de Franse grens over te steken en zich in Frankrijk te verplaatsen ook in het bezit zijn van het document ‘Attestation de déplacement international’. Dit attest vervangt het vorige attest (‘Attestation de déplacement dérogatoire’).

Meer info op de website van het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken 

Uitbetalen van loon

Moet ik het loon betalen van een werknemer die in quarantaine zit en dus niet kan werken?

Mogelijk strandt een werknemer in het buitenland, bijvoorbeeld omdat zijn vlucht of treinreis geannuleerd is of omdat hij de stad niet meer uit mag. In zulke gevallen is er opnieuw sprake van overmacht en heeft hij recht op een tijdelijke werkloosheidsuitkering. Hetzelfde geldt als de werknemer na repatriëring in quarantaine wordt geplaatst.

Wat met loon als een werknemer besmet geraakt?

Belandt je werknemer in het ziekenhuis of moet hij ziek thuis blijven, dan gelden de regels zoals bij elke ander ziekteverzuim. Als werkgever betaal je hem gedurende 1 maand gewaarborgd loon. Is de medewerker langer buiten strijd, dan krijgt hij een ziekte-uitkering na die eerste maand. 

Een werknemer kan niet komen werken omdat hij voor een ziek familielid moet zorgen. Moet ik hem betalen?

Wie samenwoont met een corona-patiënt en daardoor niet kan gaan werken zal beroep kunnen doen op het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Geneesheren mogen een afwezigheidsattest uitschrijven in deze laatste situatie.

In alle andere gevallen, en met in achtneming van de strikte overheidsregels, etc, kan de werknemer hiervoor familiaal verlof nemen. Je kan ook overeenkomen dat je werknemer vakantie neemt (betaald) of toegestane afwezigheid (onbetaald).

Wat met loon als iemand voor of tijdens de tijdelijke werkloosheid arbeidsongeschikt is/wordt?

Bron: SD Worx

Situatie 1:

De werknemer wordt arbeidsongeschikt tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid 

Wanneer de werknemer arbeidsongeschikt wordt tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, is de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd. Voor de arbeiders is dit uitdrukkelijk in artikel 56 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten bepaald. Deze bepaling wordt naar analogie ook op de bedienden toegepast. De betrokkene kan dus onmiddellijk aanspraak maken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten laste van de mutualiteit. 

Voorbeeld: De onderneming is gesloten wegens overmacht van 13 maart tot 5 april. De werknemer wordt ziek van 18 maart tot en met 24 maart. Voor de ziektedagen ontvangt de werknemer een uitkering van de mutualiteit. Voor de overige dagen dat de onderneming gesloten is wegens overmacht ontvangt de werknemer een uitkering tijdelijke werkloosheid overmacht.

Situatie 2:

De werknemer was al arbeidsongeschikt voor de aanvang van de tijdelijke werkloosheid 

Indien de werknemer al arbeidsongeschikt is vóór de aanvang van de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, is de werkgever slechts het gewaarborgd loon verschuldigd tot en met daags vóór de aanvang van de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Vanaf de eerste dag van dat tijdvak van tijdelijke werkloosheid kan de betrokkene dan aanspraak maken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Voorbeeld: De werknemer is ziek van 20 februari tot 23 maart. De onderneming sluit wegens overmacht van 13 maart tot 5 april. Het RIZIV bevestigt daarmee dat een zieke bediende ziekte-uitkeringen krijgt vanaf de eerste dag werkloosheid wegens overmacht die tijdens de loonwaarborgperiode valt. De bediende heeft met andere woorden een gegarandeerd vervangingsinkomen. 

SD Worx gaat uitgebreid in op deze en andere situaties. Lees meer

Hygiëne en preventie

Alles wat je moet weten over het Covid Safe Ticket

Conform de Notificaties van het Overlegcomité 11 mei en 4 juni 2021 werd beslist om vanaf 13 augustus 2021 de toegang tot massa-evenementen te regelen op grond van het Covid Safe Ticket. Vanaf 1 september kan dit voor evenementen met 200 of meer bezoekers binnen of 400 of meer bezoekers buiten. Het gebruik van het Covid Safe Ticket is echter niet verplicht: de organisatie kan ook kiezen om de verplichtingen inzake mondmasker, sociale afstand en CIRM/CERM protocols na te leven. 

Wat is het Covid Safe Ticket?

Het Covid Safe Ticket is het resultaat het uitlezen van het digitaal EU-COVID-certificaat via een nieuwe COVIDScan - applicatie zodat de toegang tot een proef- en pilootproject of massa-evenement georganiseerd kan worden. Het Covid Safe Ticket maakt zo het binnenlands gebruik van het digitaal EUCOVID- certificaat mogelijk. Voor de eenvoud zal het Covid Safe Ticket op de COVIDSafe applicatie  gegenereerd kunnen worden, maar zal het Ticket minder persoonsgegevens tonen dan het Certificaat. Dat is belangrijk om te voldoen aan de principes rond proportionaliteit en data – minimalisatie uit de privacy wetgeving. Met het Covid Safe Ticket wordt enkel een streepjescode, de geldigheidsduur en een naam weergegeven, niet de gegevens waarop het Ticket gebaseerd is (vaccinatie, PCR of snelle antigeentest of het doormaken van een corona besmetting).

Voor wie kan een Covid Safe Ticket aangemaakt worden?

Het Covid Safe Ticket mag worden gegenereerd voor personen vanaf 12 jaar. Kinderen onder 12 jaar hebben geen Covid Safe Ticket nodig maar moeten begeleid worden door hun ouders of andere volwassen begeleiders die wel over het Covid Safe Ticket beschikken.

Is het gebruik van het Covid Safe Ticket vrijwillig?

Het installeren, gebruiken en de-installeren van de COVIDSafe-applicatie gebeurt uitsluitend op vrijwillige basis en kan op geen enkele manier aanleiding geven tot enige burgerrechtelijke of strafrechtelijke maatregel, enige discriminatie of enig voor- of nadeel. Zo mag een werkgever bijvoorbeeld zijn werknemers

niet verplichten om de COVIDScan-applicatie en/of de COVIDSafe-applicatie te installeren. Leveranciers van goederen en diensten mogen het gebruik of niet-gebruik van de COVIDSafe-applicatie niet linken aan hun goederen of diensten of een voorwaarde maken voor het verkrijgen van hun goederen en/of diensten (bv om kortingen te voorzien) .

Wie kan het Covid Safe Ticket lezen en welke rechten en plichten hebben zij?

Het Covid Safe Ticket mag enkel met de COVIDScan-applicatie worden ingelezen bij de ingang van het proef- en pilootproject of het massa-evenement. Covid Safe Tickets mogen enkel worden gelezen om te kunnen controleren en verifiëren:

- Of de houder voldoet aan de voorwaarden om toegang te verkrijgen tot het massaevenement of proef- en pilootproject; en

- Of de identiteit van de persoon die toegang wil  verkrijgen tot het massaevenement of proef- en pilootproject, overeenstemt met de naam en voornaam op het Covid Safe Ticket.

En dit door:

- De personen die instaan voor de toegangscontrole van het massa-evenement of het proef- en pilootproject;

- Het personeel van een bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst.

Enkel deze personen mogen op basis van de Covid Safe Ticket  de toegang tot een massa evenement of proef- en pilootproject weigeren, tenzij de houder bijkomende maatregelen ondergaat, voor zover deze voorzien zijn door de organisator van deze evenementen. Zij mogen dit slechts doen door gebruik te maken van de COVIDScan applicatie.  De organisatoren zullen een lijst aanleggen van deze personen.

Indien de organisatoren van massa-evenementen of proef- en pilootprojecten enkel gebruik maken van het Covid Safe Ticket om de toegang tot het evenement te regelen en niet voorzien in bijkomende maatregelen (zoals een ter plekke afgenomen erkende snelle antigeentest), dient de organisator daar op voorhand ten aanzien van de bezoekers voldoende duidelijk over te communiceren.

Het is voor organisatoren van massa evenementen en proef- en pilootprojecten strikt verboden de persoonsgegevens die zij inlezen door middel van het Covid Safe Ticket, op te slaan of verder te verwerken, uitgezonderd de geldigheidsduur van het Covid Safe Ticket.

 

Kan ik de arbeidsgeneeskundige diensten inschakelen om te vaccineren op de werkvloer?

Vlaanderen heeft de modaliteiten vastgelegd om vaccinaties via de arbeidsgeneeskundige diensten mogelijk te maken: 

  • Deze vaccinaties zullen enkel mogelijk zijn in bedrijven met een vaccinatiegraad van minder dan 70% en met minimaal 100 werknemers; Bedrijven met meer dan 50 werknemers kunnen wel de vaccinatiegraad opvragen van werknemers via de bedrijfsarts.
  • Werknemers kunnen vrijwillig kiezen voor een vaccinatie op de werkvloer
  • De onderneming in kwestie moet de vraag eerst stellen aan arbeidsgeneeskundige dienst, op vraag van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk. Dit is ook belangrijk in het kader van het respecteren van de privacy van werknemers;
  • De federale overheid heeft een ‘collectivity tool’ uitgewerkt: via deze toepassing kunnen de arbeidsgeneeskundige diensten de vaccinatiegraad van de onderneming raadplegen. Dit systeem is gelijkaardig met dat van de zorginstellingen: de personeelslijsten zullen gematcht worden met de gegevens van vaccinet. Dit zal vandaag al technisch mogelijk zijn;

Indien aan de bovenstaande voorwaarden voldaan is, dan kan de arbeidsgeneeskundige dienst contact opnemen met het lokaal Vaccinatiecentrum. Het agentschap Zorg en Gezondheid zal hen de nodige contactgegevens bezorgen. Vervolgens zijn er twee mogelijke scenario’s:

  • De arbeidsgeneeskundige diensten zullen de vaccinaties zelf organiseren. Logistieke afspraken kunnen gemaakt worden met het vaccinatiecentrum in de eerstelijnzone. De vaccins zullen ook daar beschikbaar worden gesteld. 
  • Wanneer de arbeidsgeneeskundige diensten de vaccinaties niet zelf organiseren, zal ieder vaccinatiecentrum bekijken of er nog voldoende capaciteit is om mobiele equipe in te zetten om de vaccins toe te dienen. In dit geval gaat het om een inspanningsverbintenis.vaccinatie

 

Hoe zit het met de quarantaine van een medewerker met een besmet kind of hoogrisicocontact?

Je wordt als 'volledig gevaccineerd' beschouwd vanaf 2 weken na de laatste aanbevolen dosis.

Dat wil zeggen 2 weken na de 1e dosis van het Janssen COVID-19 vaccin en 2 weken na de 2e dosis voor alle andere vaccins op de Belgische markt.

Hoog risico-contacten

Wie vallen hier onder?

Ben je in contact gekomen met iemand die corona heeft ? Was je langere tijd (meer dan 15 minuten) en van dichtbij (binnen aan afstand van 1,5 meter) in contact met deze persoon? (Bijvoorbeeld: een huisgenoot, een collega die naast je zit op kantoor, een vriend(in) vanop school). Dan spreken we van een contact met een hoger risico om besmet te zijn. 

Contacten binnen een gezin (personen die onder hetzelfde dak wonen, of gelijkaardige situaties) zijn altijd hoog-risicocontacten.

Hier vind je een overzicht met specifieke situaties die als hoog-risicocontact worden beschouwd.

Wat moet je doen?

Ga in quarantaine

Quarantaine betekent jezelf preventief zichzelf afzonderen op één adres. 

Gedurende deze periode moet contact met andere mensen, waaronder ook de mensen in hetzelfde huis, volledig vermeden worden (altijd een afstand van 1,5m bewaren). Bezoek van externen is niet toegestaan.

Als de behandelend arts een sterk vermoeden heeft dat het COVID-19 betreft, kan de arts in afwachting van het testresultaat ook al aan de huisgenoten vragen om zoveel mogelijk thuis te blijven (bv. telewerken indien mogelijk). De arts kan hiervoor een tijdelijk getuigschrift van quarantaine opstellen, bv. voor 48u, totdat het testresultaat gekend is.

Ga niet naar kantoor

Werken en naar school gaan is in de regel niet toegestaan. Telewerk is wel mogelijk.

Als je kan thuis werken, moet je thuis werken. Je gaat niet naar kantoor.

Als je niet kan thuis werken, krijg je een quarantainecertificaat. Hoog-risico contacten kunnen zelf dat quarantainecertificaat voor hun werkgever downloaden (maximale duur 10 dagen) via Mijngezondheid, aan de hand van de code die ze van het call center krijgen. Je kan ook een beroep doen op de uitkering voor tijdelijke werkloosheid.

Zelfstandigen die door quarantaine of zelfisolatie niet kunnen werken, kunnen een beroep doen op een overbruggingsrecht.

Opgelet: Test je positief maar ben je zorgverlener en is je aanwezigheid nodig op het werk ? Dan kan je uitzonderlijk opnieuw aan het werk. Dit kan enkel als er geen andere oplossingen zijn om personeel te vinden en positief getest zorgpersoneel kan enkel aan de slag in COVID-afdelingen bij COVID-patiënten. Raadpleeg de draaiboeken van je sector voor de voorwaarden.

Laat je testen

Volledig gevaccineerde hoog-risicocontacten moeten zich tweemaal laten testen. Tot je het resultaat van de eerste test ontvangen hebt, moet je in quarantaine blijven.

Bij negatief resultaat kan de quarantaine over het algemeen gestopt worden. Maar een tweede test blijft ook dan nog altijd nodig.

Als je een test weigert, moet een volledige quarantaine van 10 dagen gerespecteerd worden. 

Voor huishoudcontacten gebeurt de 1e test zo snel mogelijk na identificatie en de 2e test 7 dagen na de laatste blootstelling. 
De quarantaine stopt na de 1e negatieve test. 
Als je je niet volledig kan isoleren van de contactpersoon (bv. als een jong kind COVID+ is) zal de laatste blootstelling pas op het einde van de isolatieperiode zijn. De tweede test zal dan plaatsvinden 17 dagen na het begin van je symptomen (of de positieve test). 

Wat als je positief test?

Je moet in isolatie wanneer je positief test op het coronavirus. De isolatie duurt minstens 10 dagen.

Aan COVID-19 patiënten met symptomen wordt een medisch getuigschrift arbeidsongeschiktheid voor minimum 10 dagen bezorgd.
Voor asymptomatische COVID-19 positieve personen wordt een quarantaine getuigschrift voor 10 dagen opgemaakt.

Procedure

•    Blijf thuis.
•    Verlaat je huis pas na 10 dagen
•    Als je al minstens 3 dagen geen koorts meer hebt
•    Als je geen respiratoire problemen meer hebt (benauwdheid, problemen met ademhaling).

Volg je de regels voor quarantaine of isolatie niet, dan kan een straf of boete krijgen.

Laag risico-contacten

Ben je slechts kort in contact gekomen met iemand die corona heeft - bijvoorbeeld in de supermarkt of met een collega die niet naast je zit op het werk. Dan spreken we van een contact met een lager risico.

Laag-risicocontacten die volledig gevaccineerd zijn moeten geen extra maatregelen meer nemen
 

Bronnen: Sciensano, www.info-coronavirus.be

Waar vind ik de laatste nieuwe versie van de Generieke Gids?

De geactualiseerde versie van de generieke gids (versie 7.0) werd gepubliceerd op de website van de FOD waso. Deze gids bevat noodzakelijke principes en maatregelen om ondernemingen toe te laten om veilig te werken door besmettingen op het werk maximaal te vermijden. 

De aanpassingen aan de generieke gids houden rekening met de wijzigingen van de regelgeving die op 1 oktober in werking treden. Zo zal het dragen van een mondmasker in een werkgerelateerde context voortaan op de meeste plaatsen niet meer verplicht zijn, maar wel sterk aanbevolen blijven wanneer het onmogelijk is om de regels van social distancing na te leven. Daarnaast werden de maatregelen die gelden in de lunch- en pauzeruimtes aangepast. Letterlijk staat in de gids daarover het volgende: 

"Organiseer de zitplaatsen in lunch - of pauzeruimtes zodanig dat het aantal mensen dat samen aan tafel zit, beperkt blijft en stimuleer het lunchen met vaste tafelpartners. Voorzie voldoende vrije ruimte tussen de verschillende tafels."

"Bepaal het maximaal aantal personen dat aanwezig mag zijn bij automaten en in lunch - of pauzeruimtes en zorg voor afdoende ventilatie in die ruimtes. Indien de capaciteit van de ruimtes niet toelaat dat alle werknemers gelijktijdig hun pauze nemen, moet een spreiding van de pauzes worden voorzien." 

Download hier de gids.

Coronasymptomen? Deze website geeft aan of je je moet laten testen.

Hoest je? Zit je met keelpijn? Denk je dat je misschien besmet bent met het coronavirus, zonder je écht ziek te voelen?

Sinds 3 november kan je op mijngezondheid.be de 'self assessment testing' invullen. Door deze vragenlijst in te vullen kan je inschatten of een test voor corona zinvol is.

Code aanmaken

Heb jij of de persoon voor wie je de vragenlijst invult milde symptomen die zouden kunnen wijzen op corona, dan kan je na het invullen van de vragenlijst zelf een code aanmaken om een coronatest te laten afnemen.

Met de aangemaakte code kan je dan een afspraak maken om bij een testcentrum langs te gaan of bij een apotheek in de buurt. Je moet een (elektronische) afdruk van deze ingevulde vragenlijst kunnen voorleggen om de test te laten afnemen.

Risicogroepen

Maar een vragenlijst kan een medisch onderzoek niet vervangen. Indien je ernstige symptomen vertoont, tot een risicogroep behoort of jouw gezondheidstoestand snel achteruit gaat, neem dan altijd contact op met een arts.

Risicogroepen voor volwassenen zijn:

- leeftijd > 65 jaar  
- ernstige zwaarlijvigheid
- suikerziekte in combinatie met andere aandoeningen zoals overgewicht, - hoge bloeddruk, hart- en vaatlijden of nierproblemen.
- ernstig chronisch hart- en vaatlijden, long- of nierproblemen
- gedaalde immuniteit (verminderde weerstand) en/of kanker (onder behandeling)

Hoe zit het met vaccinaties van expats?

Op voorstel van de Taskforce Vaccinatie heeft de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid een aantal algemene principes goedgekeurd over de vaccinatie van Belgen die in het buitenland verblijven.

  • Volgens het principe van de territorialiteit zullen de Belgen die in het buitenland verblijven, in de mate van het mogelijke gevaccineerd worden in het land van verblijf.
  • Expats met de Belgische nationaliteit, alsook hun partner en meerderjarige kinderen, die niet kunnen gevaccineerd worden tegen COVID-19 in het land waar ze werken, wordt de mogelijkheid geboden zich in hun thuisland België te laten vaccineren.
  • Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen volgende situaties:
  • 1. De expat met Belgische nationaliteit werkt/verblijft in het buitenland maar blijft gedomicilieerd in België: In dat geval zal de expat opgeroepen en gevaccineerd worden volgens het systeem van toepassing voor alle Belgische burgers en volgens de prioriteiten van toepassing in de Belgische vaccinatiecampagne.
  • 2. De expat met Belgische nationaliteit is gedomicilieerd in het buitenland. De situatie is dan verschillend in functie van het al dan niet beschikbaar zijn in het land van verblijf van vaccins gehomologeerd door het EMA.
     
  • Mensura maakte een handig overzicht van alle regelgeving en over de manier waarop de expats hun vaccin kunnen krijgen of opgeroepen worden: download hier het overzicht.
Bedrijven kunnen nu ook zelf zelftesten aankopen, dus niet enkel via de bedrijfsarts. Wat houdt dat in en is dat wel een goed idee?

Tot voor kort was de aankoop van zelftesten door bedrijven beperkt tot de arbeidsarts. Deze zelftesten vielen dan steeds onder het KB van 5 januari 2021 dat strenge voorwaarden oplegde aan het preventief screenen binnen een bedrijfscontext.  

Nieuwe wetgeving laat aankoop door bedrijven toe 

Met het KB van 11 mei 2021 mogen zelftests verkocht via de apotheker ook verkocht worden aan ondernemingen en instellingen. Ondernemingen en instellingen kunnen zelftests aankopen bij apothekers om deze vrijblijvend ter beschikking te stellen van hun werknemers of andere medewerkers, evenwel buiten de arbeidscontext.  

Verplicht testen kan enkel via de arbeidsarts 

De zelftesten beschikbaar maken betekent niet dat ondernemingen en instellingen het gebruik van de zelftesten kunnen verplichten. Zo mag de werkgever de werknemers niet vragen zichzelf te testen voordat het werk wordt aangevat of tijdens de werkuren. De werkgever kan dus op geen enkele manier instructies of richtlijnen of rechtstreekse of onrechtstreekse dwang uitoefenen ten aanzien van zijn werknemers om een dergelijke zelftest uit te voeren. Het gaat dus enkel om het vrijwillig beschikbaar maken van testen voor werknemers die de testen afnemen en interpreteren buiten het werk.  

Goed informeren is belangrijk  

De ondernemingen en instellingen moeten er bovendien voor zorgen dat werknemers en andere medewerkers de nodige instructies hebben ontvangen omtrent het gebruik van de zelftests, en het gevolg dat moet gegeven worden aan een positief testresultaat, namelijk dat de werknemer bij een positieve zelftest contact moet opnemen met zijn behandelend arts. De werknemer mag op eigen initiatief ook de arbeidsarts inlichten, maar is hiertoe niet verplicht. 

Heeft het dan wel zin? 

Absoluut: testen laagdrempelig beschikbaar maken heeft wel degelijk zin. De kost van een preventief en vrijwillig screeningsprogramma ligt lager dan de kosten voor de uitval van een (deel) van je personeel. Dat is zelfs zo wanneer een deel van de medewerkers gevaccineerd zijn: zij kunnen nog steeds drager zijn en zo het virus overdragen naar niet gevaccineerde collega’s.  

Lees hier alles wat je nog meer moet weten over de sneltesten van bedrijven.

Betere binnenlucht beperkt de virusoverdracht. Welke maatregelen kan ik nemen in het bedrijf?

Goede ventilatie en verluchting reduceren besmettingsrisico’s met factor 10. Dat komt omdat het virus zich niet enkel via druppeltjes verplaatst, maar ook gedurende lange tijd en over een lange afstand kan blijven hangen. De hoeveelheid virus die blijft hangen kan direct afgeleid worden uit de hoeveelheid CO2 in dezelfde ruimte. Dankzij een CO2-meter kan iedereen het besmettingsrisico goedkoop en eenvoudig volgen. 

Haalbare maatregelen bij hoge CO2-waarden 

Wanneer de CO2-waarden de drempel overschrijden, komt het erop aan om gepaste maatregelen te nemen. Dat kan gaan over het activeren van mechanische ventilatie of luchtzuiveraar maar ook het openen van ramen en deuren of het beperken van het aantal personen in de ruimte zijn effectief. Eventueel kan men werken met maximale bezettingsgraden in afwachting van investeringen in ventilatie en/of luchtzuivering. Het is erg belangrijk dat medewerkers én bezoekers goed geïnformeerd worden over de opvolging van de CO2-waarden en de maatregelen die genomen worden wanneer de drempelwaarden overschreden worden.  

Implementatieplan als gids voor betere ventilatie 

Het is een absolute aanbeveling om het implementatieplan dat werd uitgewerkt binnen de taskforce ventilatie te gebruiken. Het plan bevat een checklist die bedrijven helpt met het opvolgen en verbeteren van ventilatie op de werkvloer. Daarnaast is er een advies rond CO2-meters die je kan aankopen.  

Het implementatieplan kan gevonden worden via deze link op de website van de FOD Werk

Het advies rond keuze en gebruik van CO2-meters staat hier. 

Betere ventilatie ondersteunen 

Op lange termijn past een stimulerend beleid om de luchtkwaliteit in bedrijven te verbeteren. Volgens het recente SERV-rapport rond broncontrole wordt steun voor betere ventilatie in bedrijven nauwelijks voorzien of benut. Daarnaast ontbreekt de nodige aandacht voor weers- en luchtgerelateerde parameters zoals luchtvochtigheid, temperatuur, wind, vervuiling, …  terwijl die een relevante impact hebben op de transmissie. Er is tot slot te weinig informatie om investeringen in verbeterde binnenluchtkwaliteit op te volgen. Om dit uit te werken wordt samengewerkt met de collega’s van de Confederatie Bouw.

Wat moet ik allemaal weten over sneltesten voor bedrijven?

De bedrijfsarts centraal

De FOD WASO werkte een nieuwe regeling uit waarin de bedrijfsarts een centrale rol krijgt. De bedrijfsarts kan bepalen of alle of een deel van de werknemers van een bedrijf op geregelde tijdstippen (bv. 2x/week) en gedurende een bepaalde termijn (een maand) via sneltesten getest worden. Ook privacy en registratie (beperkt tot positieve gevallen) worden via de bedrijfsarts geregeld. Het is mogelijk om als bedrijf zelftesten aan te kopen en deze aan vrijwillig aan werknemers aan te bieden.

Wanneer en wie kan er met sneltesten in een bedrijf getest worden?

Er zijn drie mogelijkheden om sneltesten in te zetten: in het kader van clusterbeheer, als een algemene preventieve screening of op verzoek van de arts-sociaal inspecteur.

1. Bij uitbraken
 
Vandaag worden sneltesten al gebruikt bij clusterbeheer (≥ 2 gevallen met epidemiologische link), wanneer een besmetting op de werkvloer via de contacttracing aan het licht komt. In het kader van clusteronderzoek in bedrijven kan bij personen met een laag-risico contact, een sneltest afgenomen worden. Daarnaast kan bij werknemers die slechts tijdelijk in België werkzaam zijn en waarvan minstens één persoon symptomen heeft of positief heeft getest op COVID-19 een sneltest afgenomen worden.

Belangrijk is dat de participatie van zowel werkgever als werknemer vrijwillig is en de werknemers moeten hun toestemming geven. Sciensano heeft een specifieke procedure voor bedrijven.

Belangrijk: hoogrisicocontacten moeten in principe in quarantaine en worden getest met PCR-testen zoals eerder al in voege was. Voor kritische functies in essentiële sectoren geldt hierop een uitzondering: om hoogriscocontacten uit quarantaine te houden, bestaat een specifieke procedure waarbij toch sneltesten worden ingezet.

2. Preventief screenen 
   

Het is ook mogelijk om sneltesten in te zetten als een algemene preventieve screening buiten clusteronderzoek (dus niet op basis van gekende besmettingen). Het repetitief inzetten van sneltesten is evenwel aan specifieke voorwaarden gebonden die beschreven staat in de regeling van de FOD WASO. Enkel specifieke categorieën medewerkers komen in aanmerking voor een brede screening. Op basis van concrete criteria (aantal contacten, mate van afstand houden, mate van ventilatie, …) bepaalt de arbeidsarts wie getest kan worden. Telewerkers komen niet in aanmerking. Daarnaast is er een aparte Sciensano-richtlijn voor repetitieve testen.


3. Op vraag van de arts-sociaal inspecteur

Tot slot kan de arts-sociaal inspecteur de arbeidsarts vragen om een bepaalde periode herhaaldelijk sneltests af te nemen bij op de werkvloer aanwezige werknemers. 

Zelftest aankopen door bedrijven: niet meer het exclusief van de arbeidsarts  

Tot voor kort was de aankoop van zelftesten door bedrijven beperkt tot arbeidsarts. Deze zelftesten vielen dan steeds onder het KB van 5 januari 2021 dat zoals hierboven beschreven strenge voorwaarden oplegde aan het preventief screenen binnen een bedrijfscontext. Nieuwe wetgeving laat aankoop door bedrijven toe. Deze testen kunnen dan, buiten de arbeidsrelatie en op vrijwillige basis afgenomen worden door de werknemers. Meer info in dit artikel.

Kostprijs en beschikbaarheid van testen:

Testkits bestemd voor het testen van werknemers kunnen alleen worden aangevraagd door de arbeidsartsen, en moeten ook rechtstreeks aan arbeidsartsen worden afgeleverd. Er is een specifiek aanvraagformulier beschikbaar dat arbeidsartsen kunnen gebruiken. Bedrijven kunnen zelf geen testen aanvragen.

De beschikbare stock die werd aangelegd door verschillende overheden wordt in een eerste fase gratis ter beschikking gesteld. Verwacht wordt  dat dit volgens de huidige modellen moet volstaan om tot mei 2021 sneltesten te organiseren. Van nu tot mei kunnen bedrijven per personeelslid maximaal acht gratis tests krijgen. Er zijn twee tests per week nodig om te screenen op besmetting. Uitzonderlijk kunnen bedrijven er meer krijgen als daar volgens de bedrijfsarts een goede reden voor is.


In een tweede fase worden de testen vrij verkrijgbaar via groothandels  (bedrijven via de  bedrijfsarts) en publieke apotheken (voor burgers). Over wat de precieze prijs zal zijn, heerst nog onduidelijkheid. Deze kost zal in de tweede fase door de arbeidsgeneeskundige dienst aan de werkgever worden aangerekend.

Naast de kost voor de testen zelf is er een kost voor de afname van de zelftesten door de arbeidsarts of een verpleegkundige. De externe diensten voor preventie en bescherming op het werk geven hier meer informatie over. Het kabinet Dermagne liet verstaan dat het vervoer naar de arbeidsartsen wordt vergoed.
 
Registratie van de resultaten:

Gezien het om gezondheidsgegevens gaat, dient de privacy gerespecteerd te worden en mogen testresultaten in geen geval met de werkgever gedeeld worden. Er wordt enkel registratie van een positief testresultaat na een sneltest verwacht. De richtlijn van Sciensano rond registratie staat hier. In elk geval dient een positief resultaat te leiden tot quarantaine en contactopsporing.

Bronnen en contactgegevens: 

Daan Aeyels – daan.aeyels@voka.be 0475 298377 

Sciensano clusteranalyse: covid.clusters@sciensano.be 

Mag ik mijn werknemer verplichten om zich te laten vaccineren?

Nee, dat mag niet. Vaccinatie tegen COVID-19 is vandaag niet verplicht. Ook werkgevers kunnen dit dus niet eisen, zelfs niet in de zorgsector. Bovendien biedt het coronavaccin geen garantie op een veilige werkomgeving. De veiligheids- en preventiemaatregelen uit de generieke gids en sectorale afspraken blijven dus van toepassing om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Het is de plicht van elke werkgever om deze voorschriften na te leven en erop toe te zien dat werknemers deze respecteren. Of werknemers zich wel of niet laten vaccineren, verandert hier niets aan.

Alle info over vaccineren

Bron: SD Worx, Mensura

Moet mijn werknemer mij op de hoogte houden over zijn keuze om al of niet te vaccineren?

Neen. Aangezien het hier bovendien gaat om medische gegevens van persoonlijke aard, moet de werkgever niet op de hoogte worden gesteld van de weigering van een werknemer om een niet-verplichte inenting te ondergaan. Een werkgever kan zijn werknemers wel vragen of zij gevaccineerd zijn, maar zij zijn niet verplicht om deze vraag te beantwoorden. Wanneer de werknemer deze informatie toch verstrekt, dan mag de werkgever die gegevens niet registreren en er ook geen gevolgen aan koppelen, zoals een aanpassing van het uurrooster of verplicht telewerk.

Alle info over vaccineren

Wat kan een werkgever doen rond vaccineren?

Op dit moment zijn de vaccinaties in handen van de overheid. Werkgevers kunnen wel een sensibiliserende rol spelen. Creëer een breed draagvlak in je onderneming om samen de veiligheid op de werkvloer te garanderen. Als werkgever sta je in voor een veilige werkomgeving. Geef dus het goede voorbeeld, en leef alle voorgeschreven preventiemaatregelen uit de generieke – en eventueel sectorale – gids na. Zorg er ook voor dat alle aanwezigen op de werkvloer deze preventiemaatregelen kennen én naleven. 

Mogelijk zullen werkgevers - via hun preventiediensten -  in de toekomst wel een rol kunnen spelen bij het vaccineren. Denk aan het griepvaccin dat vrij algemeen via de arbeidsgeneeskundige diensten wordt verspreid. Werkgevers zullen ook dan hun werknemers kunnen aanmoedigen, maar niet verplichten. Samenwerking met de preventieadviseur – arbeidsarts is zeker aangewezen. 

Bron: SD Worx, Mensura

Testen voor asymptomatische hoogrisicocontacten: hoe en wat met quarantaineduur?

Dankzij de opschaling en de optimalisering van de PCR-testcapaciteit in ons land, zullen vanaf 23 november 2020 opnieuw alle asymptomatische hoogrisicocontacten getest mogen worden via PCR, op dag 7 beginnend de dag na het hoogrisicocontact. 

In de praktijk betekent dit dat hoogrisicocontacten van een besmette persoon die zelf geen symptomen vertonen, via de contacttracing een code voor staalname zullen verkrijgen. 

Als het hoogrisicocontact plaats vond in een organisatie zoals scholen of bedrijven, is de coördinerend arts van de organisatie verantwoordelijk voor het genereren van deze code.
 
Burgers die terugkeren uit een rode zone in het buitenland dienen een PLF in te vullen die het gelopen risico evalueert. Wanneer zij op basis van hun gedrag tijdens hun buitenlands verblijf getest moeten worden, ontvangen ook zij de activatiecode per sms. 

Buiten deze gevallen kan een huisarts uiteraard nog steeds een activiatiecode aanmaken op basis van zijn eigen risico-analyse of voor die gevallen waar bovenvermelde werkwijze niet gevolgd kon worden.

Zij kunnen met deze code naar een triage- en staalafnamecentrum, waar de staalname voor een PCR-test gebeurt, op dag 7 beginnend de dag na het laatste hoogrisicocontact of terugkeer naar België.

Daarvoor kunnen zij een reservatie maken via de reservatietool die bereikbaar is via mijngezondheid.belgie.be. Daar is ook de mogelijkheid voorzien om de test te linken aan de 17- cijferige code die gegenereerd wordt door de app Coronalert. Dat garandeert dat het testresultaat ook ontvangen wordt in de app, wat noodzakelijk is om onbekende hoogrisicocontacten via de app te kunnen verwittigen. 

Indien de test positief is, wordt het hoogrisicocontact in isolatie geplaatst voor minstens 7 dagen vanaf de dag dat de test is afgenomen. Indien deze test negatief is, kan het hoogrisicocontact uit quarantaine, maar benadrukken we het belang van het aanhouden van extra waakzaamheid tot in totaal 14 dagen na de dag van het laatste hoogrisicocontact (met inachtneming van de geldende uitzonderingen voor zorgpersoneel).

Indien geen test wordt afgenomen (bijv. kind jonger dan 6 jaar), of wanneer het testresultaat niet tijdig beschikbaar is, stopt de quarantaine van asymptomatische hoogrisicocontacten na 10 dagen beginnend de dag na het laatste hoogrisicocontact. Deze quarantaine wordt dan gevolgd door een periode van 4 dagen extra waakzaamheid.

Via de website mijngezondheid.belgium.be kunnen asymptomatische hoogrisicocontacten een quarantaine-attest voor hun werkgever downloaden, en ook het resultaat van hun test raadplegen. 

Deze procedure wordt gevolgd om de administratieve druk op de huisartsen te verlichten.

Hoe kun je besmetting op de werkvloer voorkomen en wat kun je doen als dat toch gebeurt?

Hoe bepaalt en hanteert u een efficiënt coronabeleid? Wat moet u acuut doen als er een besmetting binnen uw organisatie wordt vastgesteld? Wat met de contacten binnen het bedrijf en wat te doen als uw bedrijf zich plots in een cluster of hotspot van besmettingen bevindt? Zijn coronatesten in uw organisatie nuttig of niet? Wat met een stijging van besmettingen en vanaf welk aantal zijn er welke extra acties nodig?

Over deze en andere vragen werkte Mensura een aantal draaiboeken uit die een leidraad kunnen vormen voor ondernemingen.

Een aantal belangrijke zaken die steeds voor ogen gehouden moeten worden:

  • Preventie blijft de prioriteit, voor alles.
  • Ga actief aan de slag met risicopersonen.
  • Testen: het blijkt een genuanceerd verhaal.
  • Bereid contact tracing intern voor (~ corona audit).

Ontdek hier hoe u een besmetting kan voorkomen.

Ontdek hier hoe u zich best voorbereid op een besmetting

Ontdek hier wat u moet doen wanneer er een besmetting is vastgesteld bij een of meerdere werknemers

Hoe kan ik een besmetting op de werkvloer voorkomen en wat moet ik doen als dat toch gebeurt?

Hoe bepaalt en hanteert u een efficiënt coronabeleid? Wat moet u acuut doen als er een besmetting binnen uw organisatie wordt vastgesteld? Wat met de contacten binnen het bedrijf en wat te doen als uw bedrijf zich plots in een cluster of hotspot van besmettingen bevindt? Zijn coronatesten in uw organisatie nuttig of niet? Wat met een stijging van besmettingen en vanaf welk aantal zijn er welke extra acties nodig?

Over deze en andere vragen werkte Mensura een aantal draaiboeken uit die een leidraad kunnen vormen voor ondernemingen.

Een aantal belangrijke zaken die steeds voor ogen gehouden moeten worden:

  • Preventie blijft de prioriteit, voor alles.
  • Ga actief aan de slag met risicopersonen.
  • Testen: het blijkt een genuanceerd verhaal.
  • Bereid contact tracing intern voor (~ corona audit).

Ontdek hier hoe u een besmetting kan voorkomen.

Ontdek hier hoe u zich best voorbereid op een besmetting

Ontdek hier wat u moet doen wanneer er een besmetting is vastgesteld bij een of meerdere werknemers

Hoe kan ik mijn bedrijf beschermen op de werkvloer?

Werknemers uit niet-essentiële bedrijven die kunnen thuiswerken, blijven thuis. Bedrijven waar dat niet kan, moet er voldoend sociale afstand gehouden kunnen worden. Als dat niet gegarandeerd kan worden, moet het bedrijf sluiten.

Een goede individuele handhygiëne en voldoende sociale afstand houden, blijven belangrijke maatregelen die iedereen moet opvolgen. Een strikte naleving ervan door iedereen, van jong tot oud, is noodzakelijk om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Burgerzin en solidariteit met de meest kwetsbare personen is onontbeerlijk.

Verder nog enkele tips:

  • Zorg ervoor dat jouw werkplekken schoon en hygiënisch zijn. Zo moeten bureaus, tafel, toetsenborden, ... regelmatig schoongemaakt worden met desinfectiemiddel

  • Spoor iedereen aan de handen meermaals per dag met water en zeep te wassen. Je kan dit bijvoorbeeld doen door posters op te hangen

  • Voorzie papieren zakdoekjes voor wie een loopneus heeft of moet hoesten en niezen
  • Zorg ook dat deze tissues in een gesloten vuilbak kunnen weggegooid worden
  • Spoor personen met symptomen van luchtwegaandoeningen aan om thuis te werken

 
Het volledige advies van de WHO voor bedrijven vind je op de website van VLAIO.
 
Een belangrijke vraag? Op vraag van Voka nam Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits (CD&V) het initiatief om een hulplijn voor bedrijven en ondernemers te laten oprichten. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen heeft de hulplijn (0800 20 555) opengesteld voor ondernemers en bedrijven die vragen hebben over het coronavirus. 

Hulplijn ondernemers: 0800 20 555

Je kan het CrisisCentrum van de Vlaamse Overheid (CCVO) bereiken op 02 217 0 112 of via ccvo@vlaanderen.be.

 
Meer informatie vind je ook op de federale website

Bron: VLAIO

Hoe voldoe ik als bedrijf aan de strenge voorwaarden aangaande social distancing die door de sociale inspectie gecontroleerd kunnen worden?

Bedrijven moeten nog minstens tot 19 april aan strenge voorwaarden voldoen aangaande social distancing. Iedereen moet immers zoveel mogelijk afstand houden van anderen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Klinkt eenvoudig. Maar hoe pas je die social distancing nu precies toe als bedrijf?


Om de verspreiding van het coronavirus af te remmen, legt de overheid bedrijven enkele strikte regels op.

Waar het kan moet er aan telewerk gedaan worden. 

Voor de functies waar dit niet haalbaar is, moet er op de werkvloer minstens 1,5 meter afstand gehouden worden met andere personen. Dit geldt trouwens ook voor het vervoer dat je als werkgever organiseert.

Is afstand houden noch telewerk mogelijk, dan ben je als bedrijf verplicht te sluiten ten zij je volgens de overheid een essentieel bedrijf bent. De meest recente lijst van essentiële bedrijven vind je hier.


Zo pak je het aan

De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg publiceerde op haar website een checklist die u kan overlopen in overleg met uw interne preventieadviseur en/of uw externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.

Om social distancing in de praktijk te brengen zijn er in grote lijnen zijn er drie opties:

1.    Ga digitaal
Zijn er functies waarin medewerkers kunnen telewerken? Dan ben je als werkgever verplicht om dit te organiseren. Bekijk ook of je meetings, opleidingen en ander overleg anders kan aanpakken. Zo zijn er veel digitale mogelijkheden om deze vanop afstand in te richten.

2.    Zorg voor spreiding
Bekijk of je het werk kan spreiden, zodat medewerkers niet allemaal op hetzelfde moment op de werkvloer hoeven te zijn. Is het bovendien mogelijk om pauzes te spreiden? Ook zo creëer je kleinere groepjes, waardoor het voor medewerkers makkelijker is om afstand te houden in pakweg de cafetaria.

3.    Baken af
> Je ziet het al in winkels, maar ook op de werkvloer kunnen tape, lint of andere markeringen helpen om een afstand van 1,5 meter in acht te houden. Zeker bij in- en uitgangen, waar al snel groepjes kunnen ontstaan, is het nuttig om te bekijken of dit mogelijk is.
> Waar dat kan, valt het aan te raden om werkruimtes te compartimenteren. Of misschien is het wel haalbaar om ervoor te zorgen dat in elk kantoor of werkplek maar één persoon aan de slag is?
> Als allerlaatste stap kan het in bepaalde gevallen nodig zijn om een kleine groep medewerkers af te schermen van andere collega’s omdat ze van cruciaal belang zijn voor het bedrijf. Deze verregaande ingreep kan uiteraard enkel in overleg.

Stevige sancties
Bedrijven die zich niet aan de regels houden, riskeren stevige sancties. “Indien de autoriteiten vaststellen dat de social distancing-maatregelen niet worden nageleefd, wordt de onderneming in eerste instantie een zware boete opgelegd; in geval van niet-naleving na de sanctie zal de onderneming moeten sluiten”, waarschuwt de overheid. 

Cruciale sectoren en essentiële diensten wordt gevraagd om ervoor te zorgen “dat de regels over social distancing in de mate van het mogelijke in acht worden genomen”, luidt het vanuit de overheid. Zij riskeren geen boete of sluiting.

Belangrijk tegen besmetting
Waarom social distancing zo belangrijk is? Het coronavirus verspreidt zich van mens op mens via kleine druppeltjes die bij hoesten en niezen vrijkomen. Via die druppeltjes komt het virus terecht in de lucht, op voorwerpen en oppervlakken. 


Het coronavirus overleeft gemiddeld zo’n drie uur op gladde oppervlakken en materialen (zoals deurklinken, leuningen, tafels …). Wie virusdruppeltjes via de handen in de mond, neus of ogen binnenkrijgt, kan besmet raken.

Maak je medewerkers bewust van social distancing door er duidelijk over te communiceren. Voka ontwierp een checklist voor social distancing bij bedrijven. Download de poster hier.

Voka-activiteiten

Voka volgt de richtlijnen van de overheid en verhoogt zijn digitaal aanbod

Voka volgt strikt de maatregelen van de overheid na ivm events en activiteiten. Volg de updates en het aanbod op onze activiteiten-pagina.

 

Archief: heropstartmaatregelen en verstrengingen

Welke nieuwe maatregelen gingen in op 29 oktober?

Onderstaande maatregelen gaan in op vrijdag 29 oktober.

1. Uitbreiding mondmaskerplicht

De huidige mondmaskerplicht, bijvoorbeeld in het openbaar vervoer en bij de medische en niet-medische contactberoepen, wordt uitgebreid met een algemene verplichting om mondmasker te dragen in binnenruimtes van:

•    Winkels en winkelcentra,
•    Zorginstellingen, 
•    Publiek toegankelijke ruimtes van bedrijven, overheidsgebouwen, gerechtsgebouwen
•    Inrichtingen voor culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve activiteiten, waaronder schouwburgen, concertzalen, cinema’s, musea, indoor pret- en themaparken, indoor fitnesscentra en sportcentra
•    Bibliotheken, spelotheken en mediatheken
•    Erediensten 

De mondmaskerplicht vervalt op plaatsen waar Covid Safe Ticket gebruikt wordt.

2. Covid Safe Ticket

Voor publieke evenementen stelt de federale regering het gebruik in van het Covid Safe Ticket voor evenementen vanaf 200 personen binnen en 400 personen buiten. Bij gebruik van het Covid Safe Ticket vervalt de mondmaskerplicht.

De deelstaten engageren zich om vanaf 1 november de toepassing van het Covid Safe Ticket te verplichten in alle horeca en fitnesscentra in ons land. Voor het personeel zal de mondmaskerplicht gelden vanaf 29 oktober.

3. Telewerk

Telewerk wordt sterk aanbevolen bij voor alle personeelsleden van ondernemingen, verenigingen en dienstverleners. Tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de bedrijfsactiviteiten of van de dienstverlening.

Meer telewerken moet het aantal contacten op de werkplek en het openbaar vervoer verminderen. 

Welke maatregelen gingen in voegen vanaf 1 oktober 2021?

In het licht van de huidige situatie, heeft het Overlegcomité een reeks beslissingen genomen die gelden vanaf 1 oktober. Hieronder vatten we de voornaamste zaken samen. Het integrale Ministeriële Besluit kun je hier downloaden.

Mondmasker en afstand houden

Vanaf 1 oktober blijft het dragen van het mondmasker voor personen ouder dan 12 jaar verplicht in volgende omstandigheden:

  • de binnenruimtes van het openbaar en collectief vervoer, de stations en luchthavens;
  • de zorginstellingen, ambulante zorg en thuiszorg 
  • het personeel, de klanten bij de medische en niet-medische contactberoepen;
  • bij evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen, en congressen met meer dan 500 personen binnen indien zonder CST

Deze verplichtingen vormen een federale sokkel die geldt voor het hele land. Regionale of communautaire overheden kunnen, indien de epidemiologische omstandigheden of een te lage vaccinatiegraad dit vereisen, strengere mondmaskerverplichtingen voorzien.

De werkplek

Binnen de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk (HRPBW) worden aanpassingen  voorbereid van de Generieke Gids aan de actuele fase van de COVID pandemie en de post-federale fase. Het Comité bevestigt dat bedrijfsrestaurants onder dezelfde regels vallen als de horeca (art. 6, §1 van het ministerieel besluit).

Voor ondernemingen die dat wensen moet het mogelijk zijn om de vaccinatiegraad binnen hun onderneming te kennen (geanonimiseerd voor ondernemingen met meer dan 50 werknemers). Binnen de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk (HRPBW) wordt, in samenwerking met de preventiediensten, een kader van maatregelen uitgewerkt rond de communicatie van de vaccinatiegraad in de onderneming. Daarnaast wordt een kader bepaalt voor het gebruik van het Covid Safe Ticket (CST) op de werkvloer, daar waar het CST toegelaten is.

Het Comité neemt akte van de inspanningen van de ministers van Volksgezondheid, van Werk en van Ambtenarenzaken om de arbeidsgeneeskunde en de populatiemanagers van de eerstelijnszone een actievere rol te laten spelen bij de realisatie van de doelstelling om een zo groot mogelijk deel van de totale bevolking te vaccineren.

Cafés en nachtleven

Vanaf 1 oktober is dansen opnieuw toegelaten in cafés. Ook discotheken, dancings en nachtclubs kunnen opnieuw openen op voorwaarde dat het Covid Safe Ticket gebruikt wordt en de luchtkwaliteit, ventilatie en maximale capaciteit verzekerd zijn via verscherpte protocollen. Het verplicht gebruik van het CST in dancings, cafés en nachtclubs geldt ook voor privé-feesten.

Gebruik van het Covid Safe Ticket

Het Covid Safe Ticket is een bewijs van volledige vaccinatie, van een recente negatieve PCR-test (48h geldig), een snelle antigeentest (24h geldig) of van een herstelcertificaat. Het Overlegcomité vindt het Covid Safe Ticket een geschikt alternatief voor beperkende maatregelen of sluitingen in die steden en gemeenten waar men geconfronteerd wordt met een aanzienlijke verslechtering van de epidemiologische situatie. Het gebruik ervan wordt verlengd tot en met 31/10; verlengen kan door de deelstaten. De deelstaten, burgemeesters en gouverneurs kunnen de minimumgrens van het aantal bezoekers verlagen of het CST verplicht te maken voor een specifiek massa-evenement of proef- en pilootproject.

De deelstaten moeten via een decreet of ordonnantie een reglementaire basis voorzien om het gebruik van het Covid Safe Ticket vast te leggen. Er wordt een reflectie opgestart over de eventuele uitbreiding van het Covid Safe Ticket tot publiek toegankelijke plaatsen binnen met een epidemiologisch risico.

Organisatoren van indoor evenementen met 500 of meer toeschouwers en voor outdoor evenementen met 750 of meer toeschouwers, kunnen vanaf 1 oktober gebruik maken van het Covid Safe Ticket. In dat geval vallen de verplichtingen inzake CIRM/CERM weg.

Het mondmasker en sociale afstand zijn bij die evenementen ook niet langer verplicht. De organisatoren van dergelijke evenementen moeten dan wel op voorhand toelating vragen aan de lokale overheid.

Vaccinatiegraad bij zorgverleners

Ondanks de prioriteit die aan zorgverleners werd verleend bij de vaccinatiecampagne, zijn te weinig zorgverleners gevaccineerd. Het Comité stelde daarenboven grote regionale verschillen inzake vaccinatiegraad vast bij bepaalde groepen van zorgverleners. Zo is 93,6% van het zorgpersoneel in Vlaanderen volledig gevaccineerd.

Het Comité nodigde de ministers van Volksgezondheid daarenboven uit om de cijfers inzake de vaccinatiegraad van de zorgverleners per zorginstelling zo vlug als mogelijk te publiceren.

Het Comité bevestigt dat volledige vaccinatie zal worden verplicht voor alle zorgverleners, met inbegrip van zelfstandigen en stagiairs, zowel in de ambulante sector als in de zorginstellingen.

Reizen

De inreiscontroles werden de afgelopen weken verscherpt en opgedreven. Inmiddels worden alle terugkerende of aankomende reizigers gecontroleerd op het invullen van het Passenger Locator Form (PLF). Het Comité beslist dat het papieren PLF-formulier vanaf 1 oktober wordt afgeschaft en dat het elektronische PLF-formulier wordt vereenvoudigd.

Ook de deelstaten en lokale besturen hebben het toezicht op testing, tracing, quarantaine en isolatie voor terugkerende reizigers opgedreven.

Het Comité nodigt het COVID-19 Commissariaat uit om na te gaan hoe de administratieve last voor bedrijven kan verminderd worden, bijvoorbeeld met betrekking tot het verplicht bijhouden van het register van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België.

Te lage vaccinatiegraad in bepaalde steden en gemeenten

De Brusselse overheden hebben volgende acties ondernomen:

  • Een verhoogde inzet van de call and field agents bij terugkerende reizigers uit landen met een hoge positiviteitsratio;
  • Een verscherpte manuele controle op de PLF, waarbij verdachte PLF systematisch aan de field agents worden doorgegeven voor opvolging;
  • De rechtstreekse toegang van de politie tot de databank PLF, met controles op personen die de testverplichtingen niet nakomen;
  • De uitdrukkelijke vraag aan bedrijven en administraties gevestigd op het Brusselse grondgebied om telewerk als norm te behouden;
  • Een uitgebreider gebruik van het Covid Safe Ticket;
  • De mogelijkheid om zich te laten vaccineren in bedrijven, secundaire scholen, hogescholen en universiteiten;
  • Mobiele vaccinatiepunten (huisartsen, thuisverpleegkundigen, apotheken, stations, enz).

Voorbereiding beëindiging federale fase

In de komende periode zal het einde van de federale fase verder worden voorbereid.

Het Overlegcomité blijft de epidemiologische situatie nauwgezet opvolgen en komt uiterlijk midden oktober opnieuw samen.

Wat was op 27 juni de nieuwe stap in het Zomerplan?

27 juni 2021: nieuwe stap Zomerplan

De daling van het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames laat vanaf 27 juni een nieuwe stap in het Zomerplan toe:

  • Sociale contacten: tot 8 personen binnen, exclusief leden van het eigen gezin en kinderen tot en met 12 jaar. Dit geldt ook voor gezinsvakanties in een toeristisch logies. Toeristische logies die meer dan 15 personen kunnen herbergen kennen geen beperkingen, mits geldende protocollen gerespecteerd worden.
  • Winkelen: geen beperking meer op het aantal mensen met wie je kan winkelen. Mondmasker blijft verplicht.
  • Horeca: 

- Een maximum van 8 personen is toegestaan, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld. Een huishouden mag een tafel delen.
- Het verplichte sluitingsuur wordt verlaat naar 1.00 uur ’s nachts. Dit sluitingsuur geldt ook voor horeca-bezorging aan huis en nachtwinkels.
- Het gebruik van plexiglas is toegestaan op de terrassen als alternatief voor de 1,5-meter-regel tussen de tafelgezelschappen.
- Cafésporten en kansspelen zijn toegelaten, mits het dragen van een mondmasker.
- Voor banketten en recepties gelden er geen maxima meer wat het aantal aanwezigen betreft. Voor het overige gelden de regels van de horeca. 

  • Erediensten: tot 200 personen binnen en 400 personen buiten. Bij gebruik van CERM of CIRM, gelden bepalingen evenementensector. 
  • Markten, jaarmarkten, braderijen, brocante- en rommelmarkten: vanaf een bezoekersaantal van 5.000 personen met eenrichtingsverkeersplan, met afzonderlijke in- en uitgang. Mondmaskerplicht in juli en augustus.
  • Kermissen: vanaf een bezoekersaantal van 5.000 personen met eenrichtingsverkeersplan, met afzonderlijke in- en uitgang. Mondmaskerplicht in juli en augustus. Met desinfecteren handen voor de attractie en social distancing tussen bezoekers of toegelaten groepen. Geldende regels worden geafficheerd in de stand of de attractie.
  • Toegelaten capaciteit evenementen:  

- Binnen: verhoging 100% van de CIRM-capaciteit tot maximaal 2.000 aanwezigen, met een verhoging naar 4.000 aanwezigen voor testevenementen en dit van zodra het COVID Safe Ticket beschikbaar is en uitsluitend wanneer het COVID Safe Ticket toegang geeft tot het event.
- Buiten: verhoging van 2.500 naar 5.000 aanwezigen wanneer uitsluitend het COVID Safe Ticket toegang geeft.

Samenscholingen en betogingen: het nachtelijk samenscholingsverbod vervalt en de beperkingen op betogingen vallen weg, mits het respecteren van de mondmaskerplicht en de verplichting tot veilige afstand.

Teambuildings: fysieke teambuildings zijn opnieuw toegelaten. 

Dienstenchequesector

Het Overlegcomité beslist de verlenging van geldende maatregelen in de dienstenchequesector tot 30 september 2021, onder meer de verplichting van de werkgever om per prestatie mondmasker en desinfecterende gel ter beschikking te stellen.

Verduidelijkingen

Het Overlegcomité formuleert, ten slotte, een aantal verduidelijkingen: 

  • Bij alle sportieve activiteiten mag elke deelnemer tot en met 18 jaar vergezeld worden door één lid van hetzelfde gezin.
  • Sanitaire infrastructuur zoals kleedkamers en douches mogen gebruikt worden.
  • Wanneer op evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden, trainingen en congressen er horeca-activiteiten zijn, is ook afhaal toegestaan.
  • Organisatoren die gebruik maken van de COVID Safe Ticket zijn niet verplicht om de testmogelijkheid aan de ingang van het evenement aan te bieden.
  • De mondmaskerplicht bij outdoor-evenementen vervalt indien men zit.

Een volgend Overlegcomité is gepland op 16 juli.

Meer info 

Wat had het overlegcomité op 4 juni beslist?

Vrij en veilig reizen: 

  • Het certificaat zal vanaf 1 juli in alle EU-landen worden gebruikt en is het bewijs dat iemand tegen corona is gevaccineerd, negatief op corona is getest of van corona is hersteld.
  • Reizen naar landen buiten de Europese Unie blijven intussen sterk afgeraden.
  • Terugkeer als inwoner na verblijf in het buitenland
  • Terugkeer uit groene of oranje zone:
  • Geen verplichting tot quarantaine of test. Let wel: de status van een zone kan tijdens je verblijf steeds wijzigen.
  • Terugkeer uit rode zone:
  •  Wie beschikt over een digitaal coronacertificaat met volledig vaccinatie (+ 2 weken), recente negatieve PCR-test  (< 72 uur) of herstelcertificaat hoeft niet in quarantaine.
  • Wie zich bij aankomst onmiddellijk laat testen (dag 1 of dag 2), hoeft niet in quarantaine. Voor personen vanaf 12 jaar wordt een negatieve PCR-test gevraagd. Kinderen onder de 12 jaar zijn vrijgesteld van testverplichting.
  • Terugkeer uit zone met heel hoog risico (“variants of concern”):
  • Verplichte quarantaine van 10 dagen met PCR-test op dag 1 en dag 7.
  • Deze verplichting geldt ook voor personen die volledig gevaccineerd zijn of in het land zelf al een negatieve test hebben afgelegd. Het gaat immers om gevaarlijke virusvarianten die we buiten Europa willen houden.
  • Aankomst in België als niet-inwoner
  • Aankomst vanuit groene of oranje zone:
  • Geen verplichting tot test of quarantaine.
  •  Aankomst vanuit rode zone:
  • Wie beschikt over een digitaal coronacertificaat met volledig vaccinatie (+ 2 weken), een recente negatieve PCR-test of herstelcertificaat, hoeft niet in quarantaine.
  • De recente test mag niet ouder zijn dan 72 uur voor aankomst in België.
  • Aankomst van buiten de Europese Unie:
  • Wie van buiten de Europese Unie komt, moet volledig gevaccineerd zijn (+ 2 weken) met een door Europa erkend vaccin én een PCR-test afleggen op de dag van aankomst. Indien de test negatief is, hoeft deze persoon niet in quarantaine.
  • Aankomst na verblijf in zone met heel hoog risico (“variants of concern”):
  • Er geldt een inreisverbod voor niet-Belgen die niet in België resideren en zich de afgelopen 14 dagen op enig moment in zone met heel hoog risico bevonden.  Er is een uitzondering voor essentiële reizen door vervoerspersoneel en diplomaten. Zij moeten 10 dagen verplicht in quarantaine met PCR-test op dag 1 en dag 7. De quarantaine mag enkel worden onderbroken voor de uitvoering van de essentiële reden
  • Vertrek naar het buitenland
  • Wie over een geldig digitaal coronacertificaat beschikt, kan binnen de lidstaten van de Europese Unie vrij reizen. Dat is het basisprincipe. Bestemmingslanden kunnen evenwel steeds bijkomende voorwaarden stellen.
  • Controleer daarom voldoende vooraf de precieze reisvoorwaarden van het land van bestemming of van de landen waar je in transit bent. Het voorkomt onaangename verrassingen.
  • Passenger Location Form blijft behouden.
  • Aan het gebruik van het Passenger Location Form, verandert er niets.
  • Het onderscheid tussen professioneel en niet-professioneel reizen vervalt. Ook voor professionele reizen moet vanaf 1 juli een PLF worden ingevuld in plaats van de Business Travel Abroad-tool (BTA).
  • Twee gratis PCR-testen
  • Voor kinderen en jongeren tussen 6 en 17 jaar en voor volwassenen die nog niet de kans hebben gekregen om zich volledig te laten vaccineren en zo immuniteit te verwerven, wordt de kostprijs van een PCR-test terugbetaald tot een maximum van 55 euro. Het betreft testen afgenomen in België, afhankelijk van het bekomen van een Corona Test Prescription Code bij de FOD Volksgezondheid.
  • De financiële tegemoetkoming kan maximaal 2 keer gebruikt worden, tijdens de maanden juli, augustus en september.

Openingsuur horeca

  • Het openingsuur in de horeca wordt vanaf 9 juni vervroegd van 8u ’s ochtends naar 5u ’s ochtends.
  • Verder beslist het Overlegcomité dat vanaf 9 juni ook het sluitingsuur voor zowel binnen als buiten op 23.30 uur wordt gebracht.

Testevenementen

  • Het Overlegcomité legt de goedkeuringsprocedure vast voor een dertigtal testevenementen in de periode van 1 juli tot en met 31 augustus. Bedoeling is bijkomende kennis te verwerven over hoe veilig een evenement te organiseren, rekening houdend met beschikbare wetenschappelijke gegevens.
  • Er komen onder meer testevenementen rond het gebruik van het COVID Safe Ticket, luchtkwaliteit en crowd management.

Grootschalige evenementen

  • Het Overlegcomité verduidelijkt de voorwaarden voor grootschaligere evenementen vanaf 13 augustus. Voor deelnemers van deze evenementen is een volledige vaccinatie (+ 2 weken) of een recente PCR-test (< 72 uur) vereist. Ook bestaat de mogelijkheid om te voorzien in snelle antigeentesten ter plaatse.
  • Er geldt een plafond van maximaal 75.000 bezoekers.

Volgend Overlegcomité

  • Het volgend Overlegcomité is gepland voor 11 juni en zal onder meer betrekking hebben op de verdere invulling van het Zomerplan vanaf 1 juli.

Bron: Be.alert

Wat hield het breed Zomerplan in?

Het Overlegcomité heeft beslist over een ‘breed zomerplan’ met daarin twee belangrijke pijlers: het vaccinatieprogramma en de cijfers in de ziekenhuizen. Dit is er beslist:

Vanaf 9 juni

  • De horeca mag binnen ook weer mensen ontvangen. Je mag per 4 aan een tafel zitten en die tafels moeten 1,5 meter van elkaar staan. Binnenshuis mogen cafés en restaurants tussen 8 uur en 22 uur mensen ontvangen. Voor de terrassen wordt het sluitingsuur op 23.30 uur gelegd.
  • Thuis mag je 4 mensen ontvangen. Die hoeven niet van dezelfde familie te zijn.
  • Bowlingzalen, casino's, tropische zwembaden, bioscopen, fitnesscentra, publieke sauna's zullen weer open mogen. Ook voor de binnenruimtes van dierentuinen en pretparken is dat het geval.
  • Telewerkers mogen weer 1 dag per week op hun werkplek aanwezig zijn.
  • Evenementen kunnen binnen doorgaan met 200 (zittende) mensen met mondmaskers en op veilige afstand, buiten mogen er 400 mensen samen aanwezig zijn (ook met mondmasker en op veilige afstand). Die aantallen zullen in de maanden nadien worden opgetrokken (zie hieronder).
  • Erediensten mogen 100 mensen binnen of 200 mensen buiten ontvangen.
  • Niet-professionele sporten mogen met 50 mensen tegelijk binnen en met 100 mensen buiten (met uitzondering voor contactsporten).
  • Jeugdkampen en -activiteiten mogen met 50 mensen tegelijk doorgaan, weliswaar nog zonder overnachting.

Vanaf 27 juni

  • Telewerk is niet meer verplicht, enkel aangeraden.
  • Je mag weer winkelen zoals vroeger: met meer dan 2 personen en zonder tijdsbeperking.
  • Erediensten mogen 200 mensen binnen of 400 mensen buiten ontvangen.
  • Op indoor evenementen mogen maximaal 2.000 mensen aanwezig zijn, buiten ligt dat maximum op 2.500.

Vanaf 30 juli

  • Op indoor evenementen mogen maximaal 3.000 mensen aanwezig zijn, buiten ligt dat maximum op 5.000.

Vanaf 13 augustus

  • Grotere evenementen, zoals festivals, met meer dan 5.000 aanwezigen buiten zijn mogelijk. De aanwezigen moeten daarvoor een bewijs van vaccinatie of een negatieve test kunnen voorleggen.

Vanaf 1 september

Zouden de beperkingen “maximaal moeten verdwijnen.”

Het volledige overzicht van het Zomerplan van de overheid vind je hier.

Wat is er op 23 april door het Overlegcomité beslist?

Dit is er beslist:

1. Bevestiging einde Paaspauze (buitenbubbel, winkels en contactberoepen)

Het Overlegcomité herbevestigt het einde van de Paaspauze op 26 april.  Dit wil zeggen dat mensen vanaf maandag mensen in groepen van 10 elkaar buiten mogen ontmoeten.
 
Ook winkeliers mogen vanaf maandag opnieuw klanten ontvangen zonder afspraak. Er hoeft niet langer alleen gewinkeld te worden, maar men mag vergezeld worden door één ander lid van het huishouden.
 
Niet-medische contactberoepen - waaronder kappers en schoonheidsspecialisten – heropenen onder de verstrengde protocollen.

2. Terrassen 

Zo werden de voorwaarden van de terrasopening als volgt vastgelegd: 

  • Maximaal 4 personen aan één tafel (of mensen van hetzelfde huishouden)
  • Minstens 1,5 meter tussen de tafelgezelschappen
  • Enkel zitplaatsen aan tafel
  • Mondmasker verplicht voor personeel en klanten in zoverre ze niet aan tafel zitten
  • Bediening aan de bar is niet toegestaan
  • De klant mag de binnenruimte occasioneel en kort betreden voor de sanitaire voorzieningen, het terras te betreden of te betalen. 
  • De openingsuren zijn beperkt van 08u00 tot 22u00

3. Evenementen

Het Overlegcomité bevestigde ook de eerdere beslissingen voor de cultuur en evenementensector voor de maand mei. Hieronder vallen grote evenementen zoals culturele en andere voorstellingen, wedstrijden en handelsbeurzen. 

  • Dat betekent dat in de maand mei buitenactiviteiten tot 50 personen zijn toegelaten. Ook zullen indoor een reeks testevenementen worden georganiseerd.
  • In de maand juni zijn buitenactiviteiten mogelijk tot 200 personen. Voor binnen geldt een maximale zaalbezetting van 75% van de CIRM (Covid Infrastructure Risk Model), met een plafond van eveneens 200 personen. 

Evenementen binnen en buiten moeten steeds plaatsvinden met mondmasker en op de gepaste sociale afstand. Bij evenementen binnen moeten mensen ook steeds zitten.  

4. Jeugd- en clubactiviteiten

  • Het Overlegcomité herbevestigt dat vanaf 8 mei activiteiten in georganiseerd verband (bijv. sportclub of vereniging) met maximaal 25 personen buiten mogelijk worden en dit voor alle leeftijden, maar zonder publiek en zonder overnachting. Kinderen tot en met 12 jaar kunnen met maximaal 10 binnen.
  • Vanaf 25 juni zijn binnen- en buitenactiviteiten mogelijk in georganiseerd verband tot maximaal 50 personen. Voor jeugdkampen worden overnachting vanaf die datum ook mogelijk. Ook kermissen en niet-professionele brocante- en rommelmarkten worden mogelijk vanaf juni.

Lees hier de reactie van Voka.

Meer info

Wat heeft het Overlegcomité op 14 april beslist?

Vanaf 19 april:

  • De scholen gaan opnieuw open. Afstandsonderwijs voor de helft van de tijd voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Hoger onderwijs één dag per week fysiek onderwijs en fysieke examens
  • Het reisverbod verdwijnt. Voor wie uit een rode zone terugkeert moet opnieuw getest worden en volgt een quarantaineperiode van minstens 7 dagen (test op dag 1 en dag 7). Geen uitzonderingen voor gevaccineerden

Vanaf 26 april:

  • Opnieuw met 10 buiten afspreken, in plaats van met 4 nu.
  • Heropening niet-medische contactberoepen zoals kappers
  • Start van proefprojecten in verschillende sectoren: sport, cultuur en evenementen

Vanaf 8 mei:

  • Terrassen mogen opnieuw open van cafés en restaurants
  • Avondklok wordt vervangen door een samenscholingsverbod van middernacht tot 5 uur ‘s morgens met maximaal drie personen
  • Je mag maximaal tegelijk twee nauwe contacten thuis ontvangen van hetzelfde gezin
  • Culturele activiteiten en erediensten in buitenlucht kunnen met maximaal 50 personen
  • Pretparken kunnen open
  • Georganiseerde buitenactiviteiten voor jongeren met maximaal 25 personen buiten (tot en met18 jaar) en maximaal 10 personen binnen (tot en met 12 jaar)

Deze datum is afhankelijk van twee parameters: Als zeven op de tien 65-plussers tegen dan gevaccineerd is en de situatie op intensieve zorg duurzaam is verbeterd.

Begin juni

  • Meer cultuur en evenementen mogelijk buiten
  • Jaarmarkten en kermissen kunnen
  • Regels duidelijk voor zomerkampen
  • Meer sociale contacten mogelijk
  • Cafés en restaurants openen binnen
  • Eerste evenementen, cultuur en erediensten mogelijk binnen
  • Sport en fitness binnen mogelijk

Deze datum is afhankelijk van twee parameters: Bijna alle 65-plussers tegen dan gevaccineerd  en de situatie op intensieve zorg duurzaam is genormaliseerd.

Het volgende Overlegcomité is gepland op 23 april en zal in het teken staan van heropstart cultuur en sport.

Bron: Persconferentie Overlegcomité en Vrt Nws

Wat heeft het Overlegcomité op 24 maart 2021 beslist

Omdat de cijfers verslechteren heeft het Overlegcomité beslist over een aantal nieuwe verstrengingen. Er zal onder meer streng toegekeken worden op telewerk voor bedrijven. Wergevers zullen ook een register moeten bijhouden van wie er wanneer aanwezig zal zijn op de werkvloer.

Samenkomsten buiten maximaal 4 personen

De groep van mensen (kinderen t.e.m. 12 jaar niet meegeteld) die elkaar buiten mogen ontmoeten, wordt beperkt tot maximaal vier. Gezinnen groter dan vier mogen zich uiteraard wel met meer verplaatsen.

Niet-essentiële winkels op afspraak

Niet-essentiële winkels mogen enkel klanten ontvangen op afspraak, waarbij het maximaal aantal klanten dat tegelijk binnen mag, afhangt van de grootte van de winkel en met een absoluut maximum van 50 personen. Twee personen uit hetzelfde gezin mogen samen de winkel binnen.

Leveringen aan huis en ‘click-and-collect’ blijven mogelijk op voorwaarde dat er geen fysiek contact is en de winkelruimte niet betreden wordt. 

Essentiële winkels (onder meer voedingswinkels, apothekers, maar ook winkels voor hygiëne-producten, kledingstoffen, bloemen en planten, telecomwinkels en kranten- en boekenwinkels) mogen klanten blijven ontvangen zonder afspraak

Sluiting niet-medische contactberoepen

De niet-medische contactberoepen moeten sluiten. Dit betreft onder meer:

de schoonheidssalons;
de niet-medische pedicurezaken;
de nagelsalons;
de massagesalons;
de kapperszaken en barbiers;
de tatoeage- en piercingsalons.

Jeugd en onderwijs

De lessen van alle onderwijsniveaus (lager en secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs, hoger onderwijs en sociale promotie) worden opgeschort van 29 maart tot en met 2 april. Kleuterscholen blijven open. Er mogen nog wel examens georganiseerd worden in de week voor de paasvakantie.

Tussen 29 maart en 2 april wordt voor kinderopvang gezorgd voor niet-telewerkbare functies en voor personen die in de onmogelijkheid zijn om voor opvang te zorgen. De lessen hervatten na de paasvakantie op maandag 19 april, indien mogelijk volledig als contactonderwijs voor het secundaire niveau.

Jeugdkampen en extra-curriculaire activiteiten voor scholieren zijn wel mogelijk, maar enkel tijdens de paasvakantie, in beperkte groepen van maximaal 10 jongeren en zonder overnachting.

Striktere controles op telewerk

De controles op verplichte telewerk worden opgedreven en verscherpt.

Werkgevers moeten een register bijhouden waarin de planning staat van wie er wanneer aanwezig zal zijn op de werkvloer. Ook openbare besturen dienen zich aan de verplichtingen van telewerk te houden.

Niet-essentiële reizen blijven verboden

Niet-essentiële reizen tijdens de paasvakantie blijven verboden. De grenscontroles worden gevoelig opgevoerd.

Betogingen

Het aantal deelnemers voor statische manifestaties op de openbare weg is beperkt tot 50.

Het Ministerieel Besluit geldt tot en met 25 april.

Wat heeft het Overlegcomité op 19 maart 2021 beslist?

1. Buitenplan uitgesteld

Het buitenplan wordt voorlopig uitgesteld, met uitzondering van jeugdactiviteiten (jongeren tot en met 18 jaar) voor maximum 10 personen, buitenactiviteiten zonder overnachting. Voor kinderen onder de 12 jaar vinden de activiteiten bij voorkeur buiten.

2. Maatregelen in het onderwijs

Het Overlegcomité vraagt aan de ministers van Onderwijs om tegen maandag 22 maart een gedetailleerd en doortastend plan voor te leggen om het aantal besmettingen en clusters in de scholen zo snel mogelijk te beperken.

Het Overlegcomité heeft ook beslist:

  • de mogelijkheid voor de tweede graad van het secundair onderwijs om vanaf 29 maart voltijds contactonderwijs te hebben, uit te stellen tot na de Paasvakantie.
  • het dragen van een mondmasker op school te verplichten voor alle leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar basisonderwijs vanaf uiterlijk woensdag 24 maart.
  • voltijds contactonderwijs in het middelbaar onderwijs pas mogelijk te maken na de Paasvakantie, vanaf 19 april. 
  • voltijds contactonderwijs moet gepaard gaan met de uitrol van het repititief screenen van leerkrachten en, in een tweede fase, van leerlingen. 

3.    Antigeentesten voor niet-telewerkers in risicogevoelige sectoren

Vanaf maandag 22 maart zullen antigeentesten worden ingezet in risicogevoelige sectoren waar geen telewerk mogelijk is. 

4.    Beperkingen in treinen

Het aantal zitplaatsen op treinen naar toeristische bestemmingen wordt beperkt. Behalve op schooldagen geldt in treinen dat alleen zitplaatsen aan het venster gebruikt mogen worden, met uitzondering van kinderen beneden de 12 jaar.

Belang van de basisregels

Het Overlegcomité herhaalt het belang van: 

  • het naleven van de geldende sanitaire maatregelen door de bevolking,
  • de strikte handhaving door de politie- en inspectiediensten van deze maatregelen,
  • het verplicht telewerk alsook de strikte handhaving ervan door de inspectiediensten,
  • de door de lokale besturen genomen maatregelen om crowding op drukke plaatsen te vermijden.

Het Overlegcomité, het coronacommissariaat en de Risk Assessment Group blijven de situatie dag na dag nauwgezet opvolgen en zullen onmiddellijk samenkomen wanneer de situatie dit vereist.

Het Ministerieel Besluit wordt verlengd tot en met 30 april, met uitzondering van het verbod op niet-essentiële reizen dat wordt verlengd tot 18 april onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring van het samenwerkingsakkoord met betrekking tot handhaving van verplichte testing en quarantaine van reizigers.

Meer info

Wat heeft het Overlegcomité van vijf maart beslist?

Er gelden vanaf 8 maart nieuwe regels. Hieronder een samenvatting. Het integrale Ministerieel Besluit lees je hier.

Meer mensen buiten

Vanaf 8 maart:

  • kan men elkaar met 10 personen buiten ontmoeten. Het blijft daarbij belangrijk om 1,5 meter afstand te houden.
  • kan men op een begrafenis of uitvaart binnen afscheid nemen met maximaal 50 personen en maximum 1 persoon per 10 vierkante meter.
  • zijn georganiseerde buitenactiviteiten (sport en andere) toegelaten: voor kinderen  (-13 jaar) met max. 10 binnen of 25 buiten; voor jongeren (-19 jaar) met max. 10 buiten. Het publiek bij sporttrainingen wordt beperkt tot één persoon per kind.
  • mogen fotografen mensen ontvangen (maximaal 1 consument per 10 vierkante meter, wonend onder hetzelfde dak.
  • mogen privé-sauna’s open voor gebruik door personen die onder hezelfde dak wonen. Jacuzzi's, stoomcabines en hammams zijn daarbij niet toegankelijk.

Vanaf 15 maart:

  • zijn in het lager en middelbaar onderwijs extra muros schoolactiviteiten van maximaal 1 dag opnieuw toegelaten.
  • is voor kwetsbare groepen in het buitengewoon onderwijs en het deeltijds beroepsonderwijs voltijds contactonderwijs toegelaten.
  • is in het hoger onderwijs maximaal 20% contactonderwijs toegelaten.

Vanaf april: Buitenplan

Voor zover de epidemiologische toestand het toelaat en afhankelijk van de druk op de ziekenhuizen en de voortgang van de vaccinatiecampagne, komt er vanaf april een buitenplan waarbij volgende activiteiten zouden toegelaten worden:

  • Georganiseerde buitenactiviteiten voor iedereen (van sport- en andere verenigingen, inclusief sporttrainingen): max. 10 personen. Het publiek bij sporttrainingen wordt beperkt tot één persoon per -19 jarige.
  • Cultuur, evenementen en erediensten: max. 50 personen, mits respect van de afstandsregels en mondmaskerplicht
  • Pretparken
  • Lager en middelbaar onderwijs: na de Paasvakantie, alle dagen in de klas

Het Overlegcomité beslist ook dat tijdens de paasvakantie georganiseerde activiteiten met overnachting voor kinderen en jongeren tot en met 18 jaar worden toegelaten op voorwaarde dat de groep maximaal 25 personen telt, begeleiders niet meegerekend. Het kamp kan enkel plaatsvinden indien alle deelnemers getest worden voor het begin en aan het einde van het kamp.

Vanaf 1 mei: breder inzetten op sneltesten

Voor zover de epidemiologische toestand het toelaat en afhankelijk van de druk op de ziekenhuizen en de voortgang van de vaccinatiecampagne, en mits het gebruik van sneltesten, kunnen vanaf 1 mei nog meer activiteiten buiten én binnen worden voorzien. Het gaat onder meer over sociale contacten, horeca binnen en buiten, winkelen en ambulante handel, cultuur en events, jeugdwerk, verenigingsleven en sport, erediensten, thuisverzorging en kermis.

Sneltesten kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Hiertoe dient een soepel wettelijk kader te worden uitgewerkt zodat op korte termijn antigeentesten op veralgemeende manier ter beschikking zijn.

Aan de Groep van Experts voor Managementstrategie van COVID-19 (GEMS) wordt gevraagd om een meer gedetailleerd plan van aanpak uit te tekenen om toekomstige stappen veilig te laten verlopen. Hierbij moet ook aandacht gaan naar ventilatie en de rol die CO2-meters kunnen spelen bij het heropstarten van binnenactiviteiten.

Regels niet-essentiële reizen

Het Overlegcomité beslist het verbod op verplaatsingen voor recreatief-toeristische doeleinden vanuit en naar België, voorlopig aan te houden tot 18 april 2021, maar deze maatregel wordt op het eerstvolgende overlegcomité opnieuw geëvalueerd. Dit reisverbod is een verantwoorde en noodzakelijke maatregel om de circulatie van het virus tegen te houden.

Het Overlegcomité zal op 26 maart opnieuw een stand van zaken opmaken van de coronasituatie in ons land.

Bron: MB, Premier.be

Wat heeft het overlegcomité op 5 februari beslist?

De federale regering en de regeringen van de deelstaten hebben vandaag in het Overlegcomité de coronasituatie besproken. Het Overlegcomité heeft beslist dat de kappers vanaf 13 februari onder zeer strikte omstandigheden kunnen heropenen, ook buitenactiviteiten in dierenparken zijn vanaf dan toegelaten.

Kappers kunnen hun activiteiten hervatten vanaf zaterdag 13 februari. Andere niet-medische contactberoepen, zoals bijvoorbeeld schoonheids-, massage- en nagelsalons, kunnen vanaf 1 maart opnieuw aan de slag.

Zeer strikte voorwaarden

De heropening van de niet-medische contactberoepen is gekoppeld aan zeer strikte voorwaarden en aangescherpte protocollen. Deze bevatten onder meer:

  • Wachttijd van 10 minuten tussen twee behandelingen, voldoende voor de reiniging en desinfectie van de behandelingsruimte
  • Verplichting om te werken op afspraak
  • Klanten moeten buiten wachten
  • Voorzien van voldoende ventilatie, bijvoorbeeld ramen en deuren open
  • Dienstverlening aan huis blijft verboden
  • Buitenactiviteiten in dierenparken

Dierentuinen mogen vanaf 13 februari openen en dit volgens dezelfde regels als de natuurparken. Dat betekent onder meer dat enkel buitenactiviteiten zijn toegelaten en er strikte toegangscontrole plaatsvindt.

Vakantiehuizen in vakantieparken, bungalowparken en campings

Het Overlegcomité nam tevens akte van het arrest van de Raad van State van 2 februari betreffende de vakantiehuizen in vakantieparken, bungalowparken en campings. Zij zullen conform het arrest vanaf 8 februari hun activiteiten mogen heropenen onder dezelfde beperkende voorwaarden als andere logiesvormen. Dit betekent onder meer dat zij hun restaurants, drankgelegenheden en andere gemeenschappelijke faciliteiten gesloten moeten houden.

Immo

Het Overlegcomité bevestigde haar vroegere beslissing om vanaf 13 februari huisbezoeken toe te laten in het kader van immo-activiteiten door professionele makelaars. 

Tijdpad

Het Overlegcomité bevestigt dat de huidige beperkingen geleidelijk afgebouwd kunnen worden van zodra de epidemiologische situatie structureel verbetert. Onder meer de toename van het aantal gevaccineerde burgers, met name kwetsbare groepen, zal hierop een positief effect hebben. Het COVID-19 commissariaat en de GEMS werd gevraagd om samen met de bevoegde ministers en sectoren een tijdpad uit te tekenen.

Nieuw Overlegcomité op 26 februari

Het Overlegcomité heeft, ten slotte, ook beslist dat het besluit van 28 oktober 2020 wordt verlengd tot 1 april 2021. Dat gebeurt om ook na 1 maart 2021 de nodige rechtszekerheid te hebben. Dat betekent niet dat geen tussentijdse beslissingen of herzieningen mogelijk zijn.

Het volgend Overlegcomité is gepland op vrijdag 26 februari 2021.

Bron: premier.be

Wat heeft het Overlegcomité op 22 januari beslist?

De federale regering en de regeringen van de deelstaten hebben in het Overlegcomité  van 22 januari de coronasituatie besproken. Om de import en verdere verspreiding van nieuwe virusvarianten tegen te gaan beslist het Overlegcomité om tijdelijk een verbod in te voeren op verplaatsingen voor recreatief-toeristische doeleinden van en naar België.

Wil u alle details weten? Lees dan hier het Ministerieel Besluit.

Beperking niet-essentiële reizen

  • Verplaatsingen voor recreatief-toeristische doeleinden van en naar België zijn verboden van woensdag 27 januari tot maandag 1 maart 2021. Het reisverbod zal gecontroleerd worden, zowel voor het weg-, lucht-, zee- als voor het treinverkeer.
  • Wie zich vanuit en naar België verplaatst, moet in het bezit zijn van een verklaring op eer (ook Franse versie is beschikbaar). De verklaring op eer moet gelinkt worden aan het Passenger Location Form en ondersteund worden door de nodige documenten.
  • Bij gebruik van vervoerder moet de vervoerder ook bij boarding en bij uitstappen controleren of zijn/ haar passagiers deze verklaring op zak hebben.
  • Voor inreizenden uit 'derde landen' (dus niet-EU/EER): is een 'attest van essentiële reis' nodig die uitgereikt wordt door de ambassades/ consulaten. Een dergelijk attest is niet nodig indien het essentiële karakter van de reis zou blijken uit ‘officiële documenten’ die de reiziger op zak heeft.

Gedurende de periode van het verbod zijn enkel essentiële reizen toegelaten. Concreet gaat het om reizen omwille van:

  • Professionele redenen voor de uitoefening van de professionele activiteit
  • Dwingende gezinsredenen
  • Gezinshereniging;
  • Bezoeken aan een echtgenoot of partner die niet onder hetzelfde dak woont, voor zover een aannemelijk bewijs geleverd kan worden van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie;
  • Verplaatsingen in het kader van co-ouderschap, burgerlijke en religieuze huwelijken, begrafenissen of crematies (van aanverwanten of naasten).
  • Humanitaire redenen
  • Verplaatsingen om medische redenen en verderzetting van een medische behandeling;
  • Bijstand aan een oudere, minderjarige, gehandicapte of kwetsbare persoon
  • Bezoek aan aanverwanten in palliatieve zorg.
  • Studieredenen
  • Reizen van leerlingen, studenten en stagiairs, die in het kader van hun studies een uitwisseling volgen;
  • Onderzoekers met een gastovereenkomst.
  • Inwoners van grensregio’s

Verplaatsingen als onderdeel van het dagdagelijkse leven voor activiteiten die eveneens in België toegelaten zijn;

Quarantaine

Vanaf maandag 25 januari zullen alle reizigers die vanuit het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika naar België reizen tien dagen verplicht in quarantaine moeten gaan met een PCR-test op dag 1 en dag 7.

Verplichte negatieve test

Het Overlegcomité wenst dat elke niet-resident die naar België reist, naast de verplichte negatieve test voorafgaand aan het vertrek, bij aankomst in België nogmaals getest wordt. Dit kan met een PCR-test of een snelle antigeentest. Het Overlegcomité vraagt de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid, de Taskforce Testing en het COVID-commissariaat dit te concreet te maken.

Verlengde isolatie

Mensen die positief testen op COVID-19 zullen zich voortaan gedurende tien dagen moeten isoleren.

Na een hoogrisicocontact of reis naar ons land blijft de duur van quarantaine tien dagen. Die duur kan worden ingekort tot minimum zeven dagen op voorwaarde van een negatief test die ten vroegste werd afgenomen zeven dagen na de blootstelling.
 

Opening niet-essentiële contactberoepen

Perspectief voor niet-medische contactberoepen. In de huidige stand van de epidemie is een heropening van de niet-medische contactberoepen nog niet aangewezen.

Een opening is ten vroegste mogelijk vanaf 13 februari, op voorwaarde dat de epidemiologische situatie verder gunstig evolueert.

Het Overlegcomité zal deze situatie op 5 februari evalueren.  

Een opening van de niet-medische contactberoepen kan bovendien enkel in geval van het strikt respecteren van de bestaande protocollen, aangevuld met een reeks extra maatregelen, zoals de verplichting van het maken van een afspraak, verplichte registratie, de klanten die buiten moeten wachten en de ramen en deuren die te allen tijde open moeten zijn.

Lees hier de reactie van Voka

Bron: Ministerieel Besluit 26/1 en premier.be

Wat heeft het overlegcomité op 8 januari beslist?

Omdat de cijfers nog niet gunstig genoeg zijn en het volgens het Overlegcomité nog te vroeg is om de eventuele impact van terugkerende reizigers, de voorbije feestdagen en de heropening van de scholen te evalueren, worden er – op één na – nog geen versoepelingen toegestaan. 

Dit zijn de voornaamste beslissingen, vooral de bevestiging van vorige maatregelen:

  • De rijscholen mogen weer open.
  • Verplicht thuiswerk blijft aangehouden. Er komen meer controles op de werkplekken van werknemers die in quarantaine moeten zijn. 
  • Niet-essentiële reizen blijven ten zeerste afgeraden. Er komen meer controles op het naleven van testing en de verplichte quarantaine na een niet-essentiële reis. Ook de controles van het terugkerend reisverkeer over de weg zullen worden opgedreven. De huidige regels voor reizen zullen gelden tot zeker na de Krokusvakantie.
  • Sneller vaccineren. Het Overlegcomité vraagt de Taskforce Vaccinatie om het vaccineren te versnellen en efficiënter te maken. Het nieuws over de verdubbeling van de Europese aankoop van vaccins van Pfizer en BioNTech is in dat kader van bijzonder belang. 
  • Meer testen. De ministers van Volksgezondheid en de Taskforce Testing krijgen de opdracht om binnen de huidige testcapaciteit het aantal PCR-testen en antigeentesten op te voeren.
  • Waakzaamheid in het onderwijs. Extra aandacht moet gaan naar het respecteren van de sanitaire maatregelen en het respecteren van de quarantaine van schoolgaande jongeren, in het bijzonder voor schoolgaande jongeren uit onze buurlanden die een minder gunstige epidemiologische situatie kennen. 

Noodzaak aan perspectief

  • Om de heropening voor alle sectoren zo snel en efficiënt mogelijk te kunnen laten gebeuren, vraagt het Overlegcomité aan de expertencommissie (GEMS) een tijdpad uit te tekenen voor de heropening en aan te geven waar verstrengde protocollen en bijkomende sanitaire maatregelen nodig zijn.  
  • Aan het COVID-19-Commissariaat wordt gevraagd om concrete voorstellen over te maken om de motivatie van de bevolking tijdens deze moeilijke periode te ondersteunen. 
  • Het Overlegcomité zal opnieuw vergaderen op 22 januari 2021. Op dat moment kan de impact van de feestdagen en terugkerende reizigers beter geëvalueerd worden.

Bron: Premier.be

Wat werd beslist op het Overlegcomité van 18 december?

Naast de bestaande maatregelen - die dus blijven bestaan - is dit beslist:

  • Er komt meer controle op telewerk omdat de aandacht aan het verslappen is. 
  • Reizen wordt nog steeds sterk afgeraden. Wie toch meer dan 48 uur in een rode zone verbleef, wordt beschouwd als een hoogrisicocontact. Zij zullen vlugger zeven dagen in quarantaine moeten. Eerder werd aangekondigd dat mensen sowieso in quarantaine moeten als ze uit een rode zone komen, maar dat heeft het Overlegcomité nu teruggedraaid. Nog steeds zal op basis van het zelfevaluatieformulier – dat reizigers moeten invullen als ze terugkeren uit het buitenland – beslist worden of mensen risico hebben gelopen op besmetting. De criteria in dat formulier zullen wel worden verstrengd. 
  • Er komen meer controles op het invullen van het formulier dat mensen moeten invullen als ze terugkeren uit het buitenland. 
  • Niet-inwoners die vanuit een rode zone naar ons land komen, zullen een negatieve coronatest moeten hebben. 

Het ministerieel besluit naar aanleiding van de maatregelen van vrijdag 18 december werd op zondag 20 december gepubliceerd. Je kan het hier downloaden.

Wat werd beslist door het Overlegcomité op 27/11 en wat waren de voorwaarden dat winkels weer op mochten, die zeker nog van kracht zijn tot en met 1 maart?

Heropening van winkels onder strikte voorwaarden, geldende tot 1 maart:

Niet-essentiële winkels mogen opnieuw openen met vanaf 1 december 2020.

Er gelden echter strikte hygiënische voorwaarden:

  • Strikte opvolging van de basisregels zoals handen wassen, afstand houden en het dragen van een mondmasker.
  • Preventiemaatregelen moeten zichtbaar aangekondigd zijn voor alle bezoekers, inclusief personeelsleden en leveranciers.
  • Aan de ingang moet ontsmettende handgel ter beschikking zijn; iedereen die de winkel betreedt moet zijn/haar handen ontsmetten.
  • Personeel krijgt een passende opleiding.
  • Individueel winkelen met één volwassene per winkelbeurt. Het gezelschap van kinderen tot en met 18 jaar wordt zoveel mogelijk beperkt.
  • Een winkelbezoek wordt tot een minimum beperkt en duurt maximaal 30 minuten.
  • Winkels zijn verantwoordelijk voor het beheer van de wachtrijen buiten de winkel.  Er moet toezicht zijn op buitenstaande wachtende winkelaars, zodat de afstandsregels gerespecteerd worden. De organisatie buiten de winkel gebeurt volgens de richtlijnen van de lokale overheden.

De voorwaarden hebben ook betrekking op het maximaal aantal klanten per vierkante meter toegankelijke vloeroppervlakte:

  • Voor winkels geldt de norm van één klant per 10 m².
  • Winkels met een oppervlakte van minder dan 20 m² laten maximaal 2 klanten tegelijk toe, mits respecteren van de afstandsregels.
  • Grote winkels van meer dan 400 m² dienen verplicht een toegangscontrole te voorzien.
  • De toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings wordt door de bevoegde gemeentelijke overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, zo georganiseerd, dat de afstandsregels kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

Musea en zwembaden mogen openen conform het protocol van hun sector.

  • De sociale contactregels blijven gelden. 
  • Voor samenkomsten buiten blijft de regel van vier gelden.
  • De avondklok tussen middernacht en 5.00 uur blijft van kracht, net als het geldende samenscholingsverbod. Er komt ook een algemeen verbod op het verkopen en afsteken van vuurwerk.

Scherpere controle op reizen

Voor personen die langer dan 48 uur in het buitenland verbleven en langer dan 48 uur in België zullen verblijven, zal strenger worden gecontroleerd worden op:

  • Het invullen van het Passenger Locator Form
  • Het naleven van de verplichte quarantaine

Duur maatregelen

Alle bovenstaande maatregelen gelden tot 1 maart 2021. 

Neergaande en beheersfase

Het Overlegcomité besliste ook om naar twee fases te gaan in het sanitair beheer:

  • Een neergaande fase waarin men de besmettingscijfers zo snel mogelijk bedwingt, met strikte maatregelen.
  • Een beheersfase waarin de protocollen per sector van kracht zijn. De bestaande sectorprotocollen met verschillende versies per alarmniveau worden herleid tot één protocol per sector. Dit protocol geldt dan voor de beheersfase en schrijft voor hoe men zich moet gedragen in een samenleving die “coronaproof” is.  
  • Om van de neergaande fase naar de beheersfase te kunnen gaan, moet de incidentie voldoende lang voldoende laag zijn. Ook zullen niet alle sectoren op hetzelfde ogenblik in dezelfde fase zitten. Dit zal sterk afhangen van de epidemiologische risico van de sector.

Bron: Premier.be

Welke winkels mogen openblijven in deze tweede coronagolf?

Het Ministerieel Besluit is gepubliceerd. 

Deze winkels zullen de komende zes weken wel mogen openblijven en enkel essentiële goederen mogen aanbieden:

  • De voedingswinkels (ook de nachtwinkels)
  • De winkels voor verzorgings- en hygiëneproducten
  • De dierenvoedingswinkels
  • De apotheken
  • De kranten- en boekenwinkels
  • De tankstations en de leveranciers van brandstoffen
  • De telecomwinkels (behalve winkels die enkel accessoires verkopen)
  • De winkels voor medische hulpmiddelen
  • De doe-het-zelfzaken
  • De tuincentra en boomkwekerijen
  • De bloemen- en plantenwinkels
  • De groothandels bestemd voor professionelen
  • De gespecialiseerde detailhandelszaken die kledingstoffen verkopen
  • De gespecialiseerde detailhandelszaken die breigarens, handwerken en fournituren verkopen
  • De winkels voor schrijf- en papierwaren
  • Notariaten

Om oneerlijke concurrentie te vermijden mogen zijn enkele zaken niet verkopen de komende zes weken. Daaronder vallen meubels, tuinmeubels, BBQ-toestellen, groot keukengerei, mobiele verwarmingstoestellen, decoratieartikelen (uitsluiting van kaarsen), multimedia, elektro, speelgoed, kleding, schoeisel, telecomaccessoires, juwelen, lederwaren, sportartikelen en dergelijken. Die producten mogen ze in de fysieke winkels niet aanbieden. Online mag dat wel.

Diensten
Verder staan er in het ministerieel besluit ook een aantal diensten die als essentieel worden beschouwd. Zo mogen autogarages en fietsenwinkels hun herstellingsdiensten blijven aanbieden tijdens de lockdown. Taxi's blijven rijden en ook de advocaten, notariaten en banken mogen hun dienstverlening fysiek verderzetten. Alles wel in overeenstemming met de hygiëneregels, zoals afstand houden.

Uit het Ministerieel Besluit blijkt ook welke andere zaken de komende weken zeker hun deuren moeten sluiten:

  • De schoonheidssalons
  • De niet-medische pedicurezaken
  • De nagelsalons
  • De massagesalons
  • De kapperszaken en barbiers
  • De tatoeage- en piercingsalons
Wat zijn de verstrengde maatregelen die vanaf 2 november zijn ingegaan?

Om de zorgsector te ontlasten en de stijle opgang van het virus te breken, willen de regeringen de sociale contacten zoveel als mogelijk beperken. Daarom wordt overgegaan naar een verstrengde lockdown. De regels gaan in vanaf middernacht, de nacht tussen zondag en maandag, en zullen anderhalve maand duren.

Lees hier het volledige Ministerieel Besluit.

Deze winkels zullen de komende zes weken wel mogen openblijven en enkel essentiële goederen mogen aanbieden:

  • De voedingswinkels (ook de nachtwinkels)
  • De winkels voor verzorgings- en hygiëneproducten
  • De dierenvoedingswinkels
  • De apotheken
  • De kranten- en boekenwinkels
  • De tankstations en de leveranciers van brandstoffen
  • De telecomwinkels (behalve winkels die enkel accessoires verkopen)
  • De winkels voor medische hulpmiddelen
  • De doe-het-zelfzaken
  • De tuincentra en boomkwekerijen
  • De bloemen- en plantenwinkels
  • De groothandels bestemd voor professionelen
  • De gespecialiseerde detailhandelszaken die kledingstoffen verkopen
  • De gespecialiseerde detailhandelszaken die breigarens, handwerken en fournituren verkopen
  • De winkels voor schrijf- en papierwaren

Om oneerlijke concurrentie te vermijden mogen zijn enkele zaken niet verkopen de komende zes weken. Daaronder vallen meubels, tuinmeubels, BBQ-toestellen, groot keukengerei, mobiele verwarmingstoestellen, decoratieartikelen (uitsluiting van kaarsen), multimedia, elektro, speelgoed, kleding, schoeisel, telecomaccessoires, juwelen, lederwaren, sportartikelen en dergelijken. Die producten mogen ze in de fysieke winkels niet aanbieden. Online mag dat wel.

Diensten
Verder staan er in het ministerieel besluit ook een aantal diensten die als essentieel worden beschouwd. Zo mogen autogarages en fietsenwinkels hun herstellingsdiensten blijven aanbieden tijdens de lockdown. Taxi's blijven rijden en ook de advocaten, notariaten en banken mogen hun dienstverlening fysiek verderzetten. Alles wel in overeenstemming met de hygiëneregels, zoals afstand houden.

Uit het Ministerieel Besluit blijkt ook welke andere zaken de komende weken zeker hun deuren moeten sluiten:

  • De schoonheidssalons
  • De niet-medische pedicurezaken
  • De nagelsalons
  • De massagesalons
  • De kapperszaken en barbiers
  • De tatoeage- en piercingsalons

Economie

  • Niet-essentiële winkels moeten de deuren sluiten, maar ze mogen wel een afhaalpunt hebben of aan thuislevering doen, met gelijke en eerlijke regels voor iedereen.
  • De vakantieparken moeten maandagavond sluiten. Zwembaden, bars en hotels zijn daar gesloten.
  • Hotels mogen wel open blijven, maar de maaltijden moeten op de kamer geserveerd worden. 
  • Niet-medische contactberoepen, zoals kappers en schoonheidsspecialisten, zullen niet uitgeoefend kunnen worden.
  • Telewerken wordt verplicht, als dat niet mogelijk is, zijn mondmaskers en ventilatie verplicht.
  • De federale regering gaat de bestaande steunmaatregelen evalueren en kijken wat verlengd kan worden.
  • Ondernemingen in moeilijkheden zullen kunnen rekenen op steun.

Onderwijs

  • De herfstvakantie wordt nog verder doorgetrokken: de scholen blijven dicht tot 15 november, daarna wordt overgeschakeld op halftijds afstandsonderwijs in de tweede en derde graad, met maximum 50 procent contactonderwijs tot minstens 1 december.
  • Het hoger onderwijs: tot het einde van het jaar afstandsonderwijs, uitzondering voor eerstejaars.

Contacten

  • We mogen thuis nog maar één persoon ontvangen, die tegelijk het knuffelcontact is. 
  • Buiten mag je tot vier mensen ontmoeten, op afstand en met mondmasker.
  • Het knuffelcontact blijft behouden. 
  • Alleenstaanden mogen een tweede knuffelcontact hebben.

Andere

  • Er komt geen verbod op niet-essentiële verplaatsingen. 
  • Grenzen blijven open, al worden niet-essentiële reizen afgeraden.
  • De avondklok blijf behouden.
  • Geen maaltijden meer na begrafenissen.
Op 28 oktober werd een nieuw MB gepubliceerd dat alle maatregelen zoveel mogelijk moest stroomlijnen. Wat stond erin?

Er werd beslist om te werken met de publicatie van een Ministerieel Besluit dat alle maatregelen voor het hele Belgische grondgebied maximaal moet stroomlijnen. Gewesten kunnen wel nog strengere regels opleggen (bijvoorbeeld in Brussel en Wallonië geldt een strengere avondklok). Gezien de ernst van de situatie werd ook besloten om de maatregelen met onmiddellijk ingang in werking te laten treden.

Het gaat om een uitbreiding van de federale sokkel met volgende maatregelen:

  • Winkelen: er kan slechts individueel worden gewinkeld, of met maximum één andere persoon voor maximum 30 minuten (per winkel).
  • Hotels en andere logiesvormen: enkel restaurant open, en dit uitsluitend voor de gasten die er verblijven.
  • Alle inrichtingen (of onderdelen) die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector worden gesloten, inclusief: casino’s, speelautomatenhallen en wedkantoren; wellnesscentra, met inbegrip van onder meer sauna’s, jacuzzi’s, stoomcabines en hammams; discotheken en dancings; feest- en receptiezalen, behalve voor de organisatie van rouwmaaltijden na begrafenissen en crematies; pretparken; binnenspeeltuinen; bowlingzalen; kermissen, jaarmarkten, brocantemarkten, rommelmarkten, kerstmarkten en winterdorpen; zwembaden; handelsbeurzen, met inbegrip van de salons

Mogen geopend blijven:

  • buitenspeeltuinen;
  • buitengedeelten van dierentuinen, dierenparken, natuurparken en openluchtmusea, met inbegrip van de ingang, uitgang, sanitaire voorzieningen, eerste hulp en noodgebouwen;
  • bibliotheken;
  • gebouwen der erediensten en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;
  • buitengedeelten van sportinfrastructuren voor het individueel uitoefenen van sport;
  • overdekte paardenpistes van manèges en paardenrenbanen, en dit enkel met het oog op het welzijn van het dier
  • culturele plaatsen, voor -12 jarigen in kader van schoolse en extraschoolse activiteiten en in kader van georganiseerde
  • stages en activiteiten, en voor de personeelsleden in het kader van hun professionele activiteiten
  • sportzalen en -voorzieningen, maar dit enkel: voor zover het geen zwembad betreft, voor schoolgroepen van kinderen tot en met 12 jaar oud in het kader van schoolse of buitenschoolse activiteiten van het verplicht onderwijs;
  • voor zover het geen zwembad betreft, voor sportstages en -kampen georganiseerd door de lokale overheid voor kinderen tot en met 12 jaar oud;
  • voor trainingen van professionele sporters;
  • voor professionele wedstrijden;

Andere activiteiten dan sportactiviteiten, voor zover deze zijn toegelaten volgens de bepalingen van dit besluit en de geldende protocollen.

  • Huwelijken, begrafenissen, crematies, erediensten en niet-confessionele diensten: beperking tot max. 40 personen
  • Onderwijs: volgens de richtlijnen van de Gemeenschappen

Sport:

  • professioneel : wedstrijden en trainingen enkel zonder publiek, indoor en outdoor
  • amateurwedstrijden en -trainingen: enkel voor -12 jarigen, mag enkel bijgewoond worden door één ouder, enkel outdoor.

Jeugd:

  • kampen, stages en activiteiten met -12 jarigen toegelaten, zonder overnachting. Mondmaskerplicht voor begeleiders.
  • Georganiseerde activiteiten van -12-jarigen, nl. onder begeleiding of in kampen en stages: max. 50 personen

De maatregelen gelden in eerste instantie tot en met 19 november 2020.

De regels komen bovenop de al bestaande federale sokkel:

  • Telewerk blijft de regel
  • Knuffelcontacten (nauwe contacten) worden beperkt tot max. 1 persoon
  • Privésamenkomsten worden beperkt tot 4 dezelfde personen per twee weken.
  • Samenscholingen op openbaar domein worden beperkt tot maximaal 4 personen.
  • Markten blijven open, maar het nuttigen van drank en voeding is verboden. Rommelmarkten, brocantes en kerstmarkten zijn verboden.
  • Cafés en restaurants zijn gesloten. Afhalen van maaltijden blijft mogelijk tot 22.00 uur.
  • Nachtwinkels moeten sluiten om 22.00u. Er is een verbod op alcoholverkoop vanaf 20.00u.
  • Verbod om zich op de openbare ruimte te begeven tussen 24.00u en 5.00u, behalve voor essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen, zoals onder meer dringende medische redenen, professionele verplaatsingen en woon-werk verkeer. Plaatselijk en provinciaal kan een strengere avondklok van kracht zijn.
Wat zijn de verstrengde maatregelen die door het Overlegcomité werden aangekondigd op 23 oktober?

Onderstaande verstrengingen gelden tot 19 november . De beleidsmakers benadrukken dat voor getroffen sectoren steunmaatregelen worden uitgewerkt:

Indoor culturele evenementen (op cultureel, religieus, onderwijs en verenigingsvlak): maximum 40 personen, indien voldoende garanties voor coronaproof organisatie, en mits 1,5 meter-regel en mondmasker, maximum 200 personen. Het aanbieden van drank en voedsel is verboden.

Hoger onderwijs: de bezettingsgraad wordt herleid tot maximaal 20% mét mondmaskerplicht, behalve voor practica waarvoor dat niet mogelijk is. De regel geldt niet voor eerstejaars.

Openbaar vervoer: elke overheid waakt er binnen zijn bevoegdheid over dat de capaciteit van het openbaar vervoer tijdens de spitsuren optimaal is om crowding te vermijden.

Sportevenementen: alle professionele sportwedstrijden binnen en buiten verlopen zonder publiek. Alle amateurwedstrijden worden opgeschort. Jeugdwedstrijden voor jongeren tot 18 jaar blijven toegelaten, maar zijn enkel toegankelijk voor één enkel lid van het gezin. Het aanbieden en nuttigen van drank en voedsel blijft verboden.

Pretparken: worden tijdelijk gesloten.

Dierentuinen: indoor ruimtes worden gesloten; het aanbieden en nuttigen van drank en voeding is verboden. 

Telewerk blijft de regel. Er wordt met de werkgeversfederaties overlegd om een responsabiliserende monitoring op te zetten zodat men de regel van telewerk overal toepast waar het moet. Meer info over telewerk.
 

Daarnaast blijven de algemene regels voor alarmniveau 4 die op maandag 19 oktober van kracht gingen:

  • Nauwe contacten worden beperkt tot max. 1 persoon
  • Privésamenkomsten worden beperkt tot 4 dezelfde personen per twee weken.
  • Samenscholingen op openbaar domein worden beperkt tot maximaal 4 personen.
  • Markten en kleine kermissen blijven open, maar het nuttigen van drank en voeding wordt verboden. Rommelmarkten, brocantes en kleine kerstmarkten zijn verboden.
  • Cafés en restaurants zijn gesloten. Dit geldt voor een periode van vier weken, en wordt geëvalueerd na twee weken. Afhalen van maaltijden blijft mogelijk tot 22.00 uur. Recepties en banketten verzorgd door een professionele catering/traiteur onderneming zijn verboden, behalve in hotels voor de verblijvende gasten en koffietafel bij uitvaarten (max. 40 personen).
  • Nachtwinkels moeten sluiten om 22.00u. Er is een verbod op alcoholverkoop vanaf 20.00u.
  • Verbod om zich op de openbare ruimte te begeven tussen 24.00u en 5.00u, behalve voor essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen, zoals onder meer dringende medische redenen, professionele verplaatsingen en woon-werk verkeer.
Welke verstrengde maatregelen gingen op 9 oktober in voege?
  • Je mag nog maximaal 3 nauwe contacten hebben bovenop de mensen waarmee je eventueel samenwoont.
  • Cafés moeten om 23 uur sluiten en je mag maar met 4 mensen aan tafel zitten, zowel binnen als buiten.
  • Voor restaurants blijven de huidige regels gelden
  • Je mag niet meer dan 4 mensen uitnodigen bij je thuis voor een etentje of om samen iets te drinken mits handhaving van de nodige afstand.
  • Spontaan samenkomen op straat mag ook met niet meer dan 4 mensen samen.
  • Voor begeleide activiteiten, zoals cultuurevents en begeleide wandelingen, geldt die verstrenging niet
  • Thuiswerken wordt nog altijd sterk aanbevolen in de mate van het mogelijke.
  • Pedro Facon wordt aangeduid als coronacommissaris om de communicatie tussen de deelregeringen en de betrokken instellingen te stroomlijnen en om de coronabarometer te optimaliseren. 
Op de Nationale Veiligheidsraad van 23/09/2020 werden een reeks versoepelingen doorgevoerd en enkele bestaande regels werden herhaald. Welke waren dat? (opgelet - een aantal versoepelingen zijn intussen teruggeschroefd)

Op de Nationale Veiligheidsraad van 23/09/2020 werden een reeks versoepelingen doorgevoerd en enkele bestaande regels zijn herhaald. Het aangekondigde systeem met kleurcodes is er nog niet gekomen. Er wordt gewerkt aan een soort barometer, maar die is nog niet af.

1.    De basisregels blijven gelden: handen wassen, anderhalve meter afstand houden en mond-neusmasker dragen waar dat niet kan.

2.    Iedereen mag zoveel mensen zien als hij wil, als ze afstand houden én met niet meer dan tien mensen tegelijk samenkomen (kinderen worden niet meegeteld).

3.    De bubbel verdwijnt: iedereen mag maximaal met 5 mensen per maand nauw contact hebben, maar dat aantal moet zoveel mogelijk beperkt worden.

4.    Er komt een barometersysteem op nationaal, regionaal en lokaal niveau zodat er snel beslissingen kunnen worden genomen als de situatie betert of verslechtert. Het moet ook meer perspectief bieden op termijn. Die barometer is nog niet af. Volgens Vlaams minister-president Jan Jambon moet dat binnen de 14 dagen het geval zijn.

5.    Professioneel georganiseerde evenementen zoals recepties of trouwfeesten zijn voortaan onderworpen aan dezelfde regels als de horeca. Er is geen limiet aan het aantal deelnemers, zolang de locatie dat uiteraard toestaat. 

6.    Voor evenementen met publiek blijft de limiet op 200 voor evenementen binnen en 400 buiten, tenzij er uitzonderingen worden toegestaan.

7.    Er wordt niet meer getest bij personen die terugkeren uit oranje zones.

8.    De quarantaine uit rode zone geldt niet voor grensarbeid (minder dan 48u in buitenland), en er geldt geen reisverbod meer, wel een reisadvies dat ten zeerste afraadt naar dergelijke zone te reizen. 

9.    Vanaf 1 oktober wordt de quarantaine ingekort tot 7 dagen. Bij mensen met symptomen: maximum 7 dagen quarantaine en van zodra een negatieve test kan deze stopgezet worden. Bij mensen zonder symptomen, met een recent nauw contact met een besmette persoon: men gaat 7 dagen in quarantaine en ondergaat een test op de 5e dag. Is deze negatief, stopt de quarantaine. Is deze positief, loopt de quarantaine verder door, met 7 dagen vanaf de test.

10.    Op 30 september volgt de app lancering die de contact tracing verder zal versterken.

Wat waren de maatregelen voor fase 4 van de exitstrategie die ingingen vanaf 1 juli

De Nationale Veiligheidsraad versoepelde een aantal maatregelen vanaf 1 juli - ondertussen werden een aantal alweer teruggeschroefd. Hoe was de toestand op 1 juli?:

Evenementen mogen weer

Indoorevenementen tot maximum 200 aanwezigen zijn toegestaan vanaf 1 juli, mits het respecteren van de veiligheidsmaatregelen. Bij evenementen buiten mogen er niet meer dan 400 mensen aanwezig zijn.

Evenementen gaan ook moeten voldoen aan een uitgebreide, bindende checklist. 

 

Openbare markten met meer dan 50 kramen

Er geldt geen beperking meer voor het aantal kramen op een markt. Dat betekent dat vanaf 1 juli opnieuw meer dan 50 kramen zijn toegestaan. Er mag ook weer gegeten en gedronken worden, mits naleving van hygiënemaatregelen (afstand houden, handen ontsmetten, infrastructuur schoonmaken,...). Mondmaskers zijn verplicht vanaf zaterdag 25 juli.

Winkelen 

Een mondmasker dragen werd verplicht in de winkels sinds zaterdag 11 juli.

Om de veiligheid te garanderen, wordt er maximaal 1 klant per 10 vierkante meter toegelaten in de winkel. Maar we mogen wel opnieuw met meerdere mensen winkelen. Ook is er geen tijdslimiet meer. De afstandsregels moeten wel gerespecteerd blijven.

Sluitingsuur van cafés blijft hetzelfde

Het sluitingsuur van de horeca-zaken wordt niet gewijzigd. De cafés en restaurants moeten ten laatste om 1 uur ‘s nachts de deuren sluiten. 

Om te vermijden dat cafégangers massaal zouden samenscholen na 1 uur lag de afschaffing van dat sluitingsuur op tafel. Maar dat gaat dus niet door.

Onderwijs

De ministers van Onderwijs hebben een systeem opgezet dat aangeeft hoe de school zich moet organiseren vanaf volgend schooljaar.

Sociale bubbel mag uitgebreid worden

De sociale bubbel-regel van maximum 10 mensen wordt uitgebreid naar 15. Het principe blijft hetzelfde: iedere week kan u dus met maximum 15 personen afspreken. Dat hoeven niet iedere week dezelfde mensen te zijn.

Publieke activiteiten heropenen

Deze publieke activiteiten mogen heropenen/herstarten: zwembaden, wellnesscentra, pretparken, binnenspeeltuinen, casino’s, speelzalen, cinema’s, congreszalen, recepties en feestzalen. 

Er komt een limiet van maximum 50 aanwezige personen en de zaken moeten veiligheidsmaatregelen uitvaardigen: een veiligheidsafstand, tijdsslots, crowd management, en een grondige hygiëne.

Discotheken en nachtclubs gaan nog niet open.

Wat zei het Ministerieel Besluit van 5 juni over de heropstart fase 3 (sinds 8 juni)?

Vanaf 8 juni zal alles weer worden toegestaan, behalve de activiteiten die specifiek worden uitgesloten. Dat wordt bevestigd in het Ministerieel Besluit van 5 juni.

Open

Voor de horeca, sportsector en cultuursector komt het licht op groen om vanaf 8 juni opnieuw op te starten. Wel gelden nog strikte voorwaarden. Zo moet er bij de horeca tussen de tafels 1,5 meter afstand zijn, per tafel mogen maximum tien mensen zitten, elke klant moet aan zijn of haar eigen tafel zitten en bediend worden, obers moeten een mondmasker dragen en alle horecazaken en nachtwinkels mogen openblijven tot één uur 's nachts.

Vanaf 8 juni kunnen alle culturele activiteiten zonder publiek hervat worden. Optredens met het publiek zijn op maandag nog niet toegestaan, maar kunnen wel vanaf 1 juli hervat worden. Ook hier gelden specifieke regels, zoals het respecteren van de veiligheidsafstand voor het publiek en maximaal 200 aanwezigen.

Nog gesloten

Zaken die nog gesloten blijven tot en met 30 juni 2020: de wellnesscentra, met inbegrip van sauna’s; de casino’s en de speelautomatenhallen; receptiezalen met maximum vijftig aanwezigen, de pretparken, de binnenspeeltuinen en de bioscopen.

Casino's mogen pas op 1 juli open, net zoals receptiezalen met maximum vijftig aanwezigen. Discotheken mogen niet voor eind augustus opengaan. Massa-evenementen zijn nog verboden tot minstens 31 augustus.

Bij het individueel gedrag zijn zes gouden regels:

  • Hygiëneregels zoals de handen regelmatig wassen en elkaar geen hand geven.
  • Bij voorkeur buitenactiviteiten houden, anders voldoende ventileren
  • Neem extra maatregelen voor risicogroepen
  • Veiligheidsafstand blijft altijd van toepassing behalve bij kinderen jonger dan twaalf onder elkaar
  • Met mensen uit uw eigen huishouden kunt u nauwer contact hebben. Ook met mensen uit uw uitgebreide bubbel kunt uw nauwer contact hebben. Per week kan de groep veranderen. Het maximum van tien per week zorgt ervoor dat de sociale contacten beperkt blijven en maakt het gemakkelijker om ze op te sporen. 
  • Een groep mag niet groter zijn dan tien personen, kinderen inbegrepen. Dat geldt bij uw thuis, buitenshuis of in restaurants.
Welke heropstartmaatregelen gelden specifiek voor de horeca?

* UPDATE 24/07/2020

Sinds 25 juli zijn twee extra maatregelen van kracht voor horeca:

  1. een algemene mondmaskerplicht ingevoerd voor klanten van cafés en restaurants. Klanten mogen dit mondmasker enkel afzetten wanneer ze aan hun tafel zitten. Voor iedere verplaatsing binnen de zaak moet het mondmasker gedragen worden.
  2. Per tafel moet minstens één persoon contactgegevens (telefoonnummer en e-mailadres) achterlaten zodat er contact kan opgenomen worden in geval van een mogelijke besmetting met het coronavirus. Deze gegevens worden twee weken bijgehouden en nadien vernietigd.

 

Volgens het Ministerieel Besluit van 5 juni mocht de horeca terug open met de volgende voorwaarden:

  • de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafels wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
  • een maximum van tien personen per tafel is toegestaan;
  • enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
  • elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
  • het dragen van een mondmasker door het personeel is verplicht in de zaal;
  • het dragen van een mondmasker door het personeel is verplicht in de keuken, met uitsluiting van functies waarvoor een afstand van 1,5 meter kan worden gerespecteerd;
  • er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken met naleving van een afstand van 1,5 meter;
  • terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden;
  • drankgelegenheden en restaurants mogen tot één uur ‘s nachts open blijven, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten.
De veiligheidsraad lichtte toe wat vanaf 8 juni opnieuw mocht. Wat is belangrijk voor bedrijven?

Vanaf 8 juni zal alles weer worden toegestaan, behalve de activiteiten die specifiek worden uitgesloten.

Dat is goed nieuws voor de horeca, sportsector en cultuursector die vanaf 8 juni opnieuw mogen hervatten. Wel gelden nog strikte voorwaarden. Tussen de tafels moet 1,5 meter afstand zijn, per tafel mogen maximum tien mensen zitten, elke klant moet aan zijn of haar eigen tafel zitten en bediend worden, obers moeten een mondmasker dragen en alle horecazaken en nachtwinkels mogen openblijven tot één uur 's nachts.

Vanaf 8 juni kunnen alle culturele activiteiten zonder publiek hervat worden. Optredens met het publiek zijn op maandag nog niet toegestaan, maar kunnen wel vanaf 1 juli hervat worden. Ook hier gelden specifieke regels, zoals het respecteren van de veiligheidsafstand voor het publiek en maximaal 200 aanwezigen.

Casino's mogen pas op 1 juli open, net zoals receptiezalen met maximum vijftig aanwezigen. Discotheken mogen niet voor eind augustus opengaan. Massa-evenementen zijn nog tot minstens 31 augustus.

Bij het individueel gedrag zijn zes gouden regels:

  • Hygiëneregels zoals de handen regelmatig wassen en elkaar geen hand geven.
  • Bij voorkeur buitenactiviteiten houden, anders voldoende ventileren
  • Neem extra maatregelen voor risicogroepen
  • Veiligheidsafstand blijft altijd van toepassing behalve bij kinderen jonger dan twaalf onder elkaar
  • Met mensen uit uw eigen huishouden kunt u nauwer contact hebben. Ook met mensen uit uw uitgebreide bubbel kunt uw nauwer contact hebben. Per week kan de groep veranderen. Het maximum van tien per week zorgt ervoor dat de sociale contacten beperkt blijven en maakt het gemakkelijker om ze op te sporen. 
  • Een groep mag niet groter zijn dan tien personen, kinderen inbegrepen. Dat geldt bij uw thuis, buitenshuis of in restaurants.
Op vrijdag 15 mei werd het MB gepubliceerd over fase 2 van het heropstartplan. Wat was belangrijk voor het economisch leven?

Op vrijdag 15 mei werd het MB gepubliceerd over fase 2 van het heropstartplan. Dat bevestigt grotendeels wat afgelopen woensdag al werd aangekondigd op de Veiligheidsraad. Enkele belangrijke zaken op een rijtje.

Lees hier de volledige tekst van het MB in detail.

  • De contactberoepen zullen opnieuw aan de slag kunnen, onder bepaalde voorwaarden. Zo moeten ze werken op afspraak, een mondmasker of mondneusbescherming dragen (personeel en klanten) en moeten ze de veiligheidsafstand tussen de klanten respecteren.
  •  
  • Verder mogen er – met instemming van de lokale overheden - opnieuw markten worden georganiseerd. Die markten mogen maximaal 50 kramen hebben, er moet een circulatieplan worden opgesteld en de veiligheidsafstand moet altijd gerespecteerd worden. Het dragen van een masker of mondneusbescherming is verplicht voor de marktkramers en hun personeel en wordt ook voor klanten sterk aanbevolen.
  • In deze fase is er ook een geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs onder strikte organisatorische voorwaarden. De kleuterscholen blijven in dit stadium gesloten en het hoger onderwijs heeft het einde van het academiejaar al georganiseerd samen met de gemeenschapsoverheden.
  • De volgende stap in het afbouwplan zal niet vóór 8 juni plaatsvinden. En na fase 3 zullen er nog meer fases volgen.
  • Alle culturele, sportieve, toeristische en recreatieve evenementen zijn verboden tot en met 30 juni.
Op woensdag 13 mei besliste de Nationale Veiligheidsraad (NVR) om vanaf 18 mei fase 2 van het afbouwplan op te starten. Wat waren de belangrijkste aandachtspunten?

Op woensdag 13 mei heeft de Nationale Veiligheidsraad (NVR) beslist om vanaf 18 mei fase 2 van het afbouwplan op te starten. Enkele belangrijke zaken voor het economische leven op een rijtje.

  • De contactberoepen zullen opnieuw aan de slag kunnen, onder bepaalde voorwaarden. Zo moeten ze werken op afspraak, een mondmasker of mondneusbescherming dragen (personeel en klanten) en moeten ze de veiligheidsafstand tussen de klanten respecteren.
  • Verder mogen er – met instemming van de lokale overheden - opnieuw markten worden georganiseerd. Die markten mogen maximaal 50 kramen hebben, er moet een circulatieplan worden opgesteld en de veiligheidsafstand moet altijd gerespecteerd worden. Het dragen van een masker of mondneusbescherming is verplicht voor de marktkramers en hun personeel en wordt ook voor klanten sterk aanbevolen.
  • In deze fase is er ook een geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs onder strikte organisatorische voorwaarden. De kleuterscholen blijven in dit stadium gesloten en het hoger onderwijs heeft het einde van het academiejaar al georganiseerd samen met de gemeenschapsoverheden.
  • De volgende stap in het afbouwplan zal niet vóór 8 juni plaatsvinden. En na fase 3 zullen er nog meer fases volgen.
  • Alle culturele, sportieve, toeristische en recreatieve evenementen zijn verboden tot en met 30 juni.
Winkels mochten vanaf 11 mei weer open. Wat waren/zijn de voorwaarden?

De winkels mochten op maandag 11 mei heropenen onder strikte voorwaarden. Meer bepaald ging het over 'ondernemingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten'. Zo staat het verwoord in het Ministerieel Besluit.

Mochten nog niet open:

  • de schoonheidssalons;
  • de niet-medische pedicurezaken;
  • de nagelsalons;
  • de massagesalons;
  • de kapperszaken en barbiers;
  • de wellnesscentra, met inbegrip van sauna's;
  • de fitnesscentra;
  • de tatoeage- en piercingsalons;
  • de casino's, speelautomatenhallen en wedkantoren;
  • de markten
  • de culturele, feestelijke, recreatieve, sportieve en horecasectoren

Strikte voorwaarden

De ondernemingen moeten de nodige veiligheidsmaatregelen nemen om de veiligheid te garanderen, dus ook ervoor zorgen dat er 1,5 meter afstand tussen personen mogelijk is. Als dat niet mogelijk is, moeten zij minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming aanbieden.

Er mag slechts één klant per tien vierkante meter binnen, en dat slechts voor dertig minuten of zolang als gebruikelijk in het geval van een afspraak.

In zaken waar de toegankelijke vloeroppervlakte voor klanten minder dan 20 vierkante meter bedraagt, is het toegelaten om twee klanten te ontvangen, mits een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon gegarandeerd is, of een gelijkwaardig niveau van bescherming aangeboden wordt. 

De onderneming moet ook middelen voor handhygiëne voorzien voor het personeel en de klanten.

Voor de winkelcentra worden er specifieke voorwaarden opgelegd:

  • Eén klant per tien vierkante meter wordt toegelaten gedurende een periode die niet langer is dan noodzakelijk en gebruikelijk;
  • Het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgang;
  • Het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties.
  • Er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk. Tenzij het gaat over een minderjarige die in het gezelschap is van een volwassene die onder hetzelfde dak woont.

Lees het volledige Ministerieel Besluit

Lees hoe winkels het aanpakken in de corona-opstart FAQ

Op donderdag 30 april werd het Ministerieel Besluit gepubliceerd over de verschillende fases voor de heropstart van de economie. Wat was belangrijk voor bedrijven?

Op donderdag 30 april is het Ministerieel Besluit gepubliceerd met de concretisering van de beslissingen die vorige week al door de Nationale Veiligheidsraad werden genomen om in verschillende fases de economie te heropstarten. De raad besliste onder meer dat bedrijven open mogen vanaf 4 mei en winkels vanaf 11 mei. Nog een aantal zaken, waaronder telewerk, social distancing en de generieke gids, werden verduidelijkt.

Afbouwstrategie

1. Fase 1 – a (4 mei)

Voor de bedrijven (uitgezonderd kleinhandel)

Alle bedrijven kunnen medewerkers oproepen als het nodig is, mits de veiligheid gegarandeerd is. Telethuiswerk wordt aanbevolen voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent. Maar indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen de nodige maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. 

Als bedrijven niet kunnen voldoen aan de fysieke afstand moeten ze een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. De generieke gids is daarbij een referentiebasis en kan waar nodig inspiratie bieden. Deze gids kan aangevuld worden met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden.

Sectoren en werkgevers die hun activiteiten niet hebben onderbroken en die zelf reeds de nodige veiligheidsmaatregelen hebben genomen, kunnen de generieke gids gebruiken als inspiratiebron.

De ondernemingen informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.
 

Voor de winkels en de horeca

Daar veranderen de regels niet, behalve voor de stoffenwinkels, die – gezien hun belangrijke rol in de productie van mondmaskers – hun deuren mogen openen. Daarnaast mogen ook de groothandels bestemd voor professionelen openen, maar enkel ten gunste van deze laatste. 

Voor de gezondheidszorg

Geleidelijke en veilige uitbreiding van de toegang tot de algemene en gespecialiseerde gezondheidszorg.

Belangrijk om weten!

Kinderopvang wordt verruimd voor alle ouders die gaan werken en geen andere opvangmogelijkheden hebben. 

Het kleuter, basis- en secundair onderwijs blijven voorzien in opvang van leerlingen op school en in voor- en naschoolse opvang. In die opvang krijgen de leerlingen nieuwe leerstof aangeboden via ‘preteaching’, net zoals hun klasgenoten die thuis zijn.
 
Crèches en onthaalmoeders blijven open zoals voordien. 
 

2. Fase 1 – b (11 mei)

Voor de winkels

Deze fase laat toe dat de winkels allemaal tegelijk weer open kunnen gaan –  zonder discriminatie op basis van grootte of sector – om zo iedereen dezelfde kans op succes te gunnen. Dat zal uiteraard onder voorwaarden gebeuren. Die zullen bepaald worden in overleg met de sectoren en de sociale partners.

Er zijn drie soorten voorwaarden:

  • de organisatie van het werk,
  • de ontvangst van klanten,
  • en het beperken van de toegang tot de winkel, om drukte te vermijden.
  • De uitoefening van zogenaamde contactberoepen (zoals dat van kappers bijvoorbeeld) is in deze fase nog niet toegestaan.

3. Fase 2 (18 mei)

Voor de winkels

Er zal bekeken worden of en onder welke voorwaarden zogenaamde contactberoepen hun activiteit opnieuw zouden kunnen uitoefenen, ook hier onder voorwaarden.

Op vlak van onderwijs

De heropstart van de lessen zal zeer geleidelijk gebeuren vanaf 18 mei. Niet alle leerlingen zullen meteen weer naar school gaan. Elke gemeenschap zal verantwoordelijk zijn voor de uitwerking van deze beslissing op haar eigen grondgebied, in overleg met de onderwijssector.

4. Fase 3 (Ten vroegste vanaf 8 juni)

Vanaf 8 juni zullen meerdere punten bekeken worden. Onder meer de modaliteiten voor de mogelijke en geleidelijke heropening van restaurants en in een latere fase ook cafés, bars en dergelijke. Dit zal in ieder geval onder strikte voorwaarden moeten gebeuren.

 

Stel je vraag

Heb je een dringende of praktische vraag over het coronavirus met betrekking tot je bedrijf of werknemers? Je kunt terecht bij:

Antwerpen-Waasland
jill.suetens@voka.be

Brusselse metropool
jan.vandoren@voka.be

Limburg
kenneth.stulens@voka.be

Mechelen-Kempen
fientje.moerman@voka.be

Oost-Vlaanderen
viavoka@voka.be

Vlaams-Brabant
isabel.dewinter@voka.be

West-Vlaanderen
daphne.renier@voka.be

Nationaal
infocorona@voka.be

Word Voka lid

Als Voka lid heb je talloze voordelen.

Lid worden
Ontdek onze vacatures!
Gosselin
IMU salesforce
VZW - eATA 2021
Welt white paper
VZW - DigiChambers 2021
VZW - Take The Lead
Plan je bezoek in ons Experience Center!
IMU - LOOK&FIN
Proximus
Degroof - Petercam
Accent
BMW Brussels
CapitalAtWork
Customer Collective
Deloitte
De Ridder
facilicom
GSJ Advocaten
ING
Logo Mensura
Proximus
Recrewtment
SD  Worx
Tormans
CRM Group
Logo KPMG
Logo Premed
Logo Randstad