Skip to main content
Terug naar het overzicht

Brexit: de meest gestelde vragen

brexit
brexit
Hoofdstukken

Na moeizame onderhandelingen van meer dan 2 jaar stapte het Verenigd Koninkrijk (VK) op 31 januari 2020 officieel uit de Europese Unie (EU). Sindsdien hebben het VK en de EU lang onderhandeld over de toekomstige relatie die op 1 januari 2021 in werking is getreden. De onderhandelingen zijn moeizaam verlopen. Uiteindelijk mondden ze uit in een beperkt akkoord. Voka verzamelt hier de meest gestelde vragen over de brexit. Lees zeker ook onze online special rond brexit en ontdek daar onder meer activiteiten en handige tools.

Aan de
slag

NIEUW EN IN DE KIJKER

Niet alle goederen die vanuit de EU naar het VK verzonden worden, zullen aan nulrecht onderworpen worden bij invoer. Enkel goederen met preferentiële EU oorsprong komen in aanmerking. Dit zijn voornamelijk goederen die in de EU geproduceerd (gekweekt, gefokt, vervaardigd, …) zijn of een substantiële transformatie hebben ondergaan. Bv. Chinese goederen die in de EU ingevoerd waren en nadien in onbewerkte staat vertrekken richting het VK vallen hier dus niet onder.

Om na te gaan of uw goederen onder de preferentieregeling vallen en wat u hiervoor moet doen, hebben wij een handig visuele beslissingsboom opgemaakt. Deze geeft u een overzichtelijke leidraad. Consulteer het schema hier.

Het brexitakkoord bevat instrumenten om te vermijden dat de concurrentie op de Europese markt wordt verstoord, legt samenwerking op domeinen als klimaatverandering, energie en transport vast en biedt Europese vissers voor een overgangsperiode van 5,5 jaar "volledige voorspelbaarheid". 

Het vrijhandelsakkoord verzekert dat de wederzijdse handel in goederen ook in de toekomst tariefvrij en zonder quota zal verlopen. Het bevat een kader voor een gelijk speelveld voor bedrijven op domeinen als staatssteun, sociale normen en milieubescherming, een bindend mechanisme voor geschillenbeslechting en de mogelijkheid voor beide partijen om “corrigerende maatregelen” te nemen.

Voor de visserij kwamen beide partijen een overgangsperiode van 5,5 jaar overeen waarin de vangstquota voor Europese vissers in de Britse wateren gefaseerd worden verminderd met 25 procent van de huidige vangstwaarde.

Het gaat ook om de toegang tot de 6-12 mijlszone voor schepen die vandaag al actief zijn in deze zone. Deze 6-12 mijlszone is de zone voor de Britse kust waar onze visserij vandaag erg actief is. Specifiek voor het voortbestaan van de visserijactiviteiten van een 30-tal kleinere vaartuigen, is deze zone belangrijk.

Voor een volwaardig ratificatieproces ontbreekt de tijd. De lidstaten moeten nu de komende dagen de teksten analyseren en vervolgens unaniem instemmen met de ondertekening én de voorlopige inwerkingtreding van het akkoord vanaf 1 januari. Sommige regeringen hebben daarvoor ook parlementaire toestemming nodig.

De definitieve ratificatie van het akkoord in het Europees Parlement volgt pas in 2021. De Europese Commissie stelt daarom voor om de overeenkomst in afwachting op voorlopige basis toe te passen en voor een beperkte periode, namelijk tot 28 februari 2021.

Lees hier het akkoord op de website van de Europese Commissie
 

Het Handelsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk (EU-UK Trade and Cooperation Agreement), dat op 24 december 2020 werd overeengekomen tussen de onderhandelaars, bevat afspraken voor volgende sectoren:

  1. handel van goederen en diensten;
  2. digitale handel;
  3. intellectuele eigendomsrechten;
  4. overheidsopdrachten;
  5. luchtvaart en transport over de weg;
  6. energie en duurzame ontwikkeling;
  7. visserij;
  8. sociale zekerheid en korte termijn visa;
  9. ordehandhaving en gerechtelijke samenwerking inzake strafrechtelijke zaken;
  10. thematische samenwerking en participatie in Unieprogramma’s.

Het weze duidelijk dat dit brede handelsakkoord een impact zal hebben op de handelscontracten van uw onderneming op korte en lange termijn, afhankelijk van de sector waarin de activiteiten van uw onderneming kaderen. Het Handelsakkoord zal in afwachting van goedkeuring door de EU-lidstaten in de Europese Raad en het Europees Parlement provisioneel toegepast worden vanaf 1 januari 2021 tot ten minste 28 februari 2021. Bijgevolg vallen uw lopende transacties en samenwerkingen  vanaf 1 januari 2021 onder deze regels.

In principe is een contract bindend en blijven alle bestaande contractuele afspraken en voorwaarden ook na 1 januari 2021 gelden. Of het Handelsakkoord een impact heeft op de lopende samenwerking dient geval per geval te worden nagegaan. Mochten er zich alsnog nadelige gevolgen voordoen, kan u trachten om bepaalde in het verleden gemaakte afspraken te heronderhandelen.

Meer vragen over contracten.

De Belgische Douaneadministratie heeft een handige samenvatting & groepering van de geldende wetgeving, instructies en praktische procedures gepubliceerd die van toepassing zullen zijn post-brexit in de havens van Zeebrugge en Gent. Het document geeft weer wie welke formaliteiten moet vervullen bij uitvoer, invoer en transit van goederen tussen het VK en de EU.
Voor meer informatie verwijzen wij graag naar de desbetreffende nota’s voor de Haven van Zeebrugge en de Haven van Gent.
 

Momenteel is de impact van etikettering op producten onduidelijk. Verwacht wordt dat in eerste instantie de gevolgen van de brexit weinig impact zullen hebben op de etiketteringsnormen. Wel is het zo dat ‘merking’ of ‘etikettering’ van goederen die in de EU worden binnengebracht en die verwijzen naar instanties of personen die in het Verenigd Koninkrijk zijn gevestigd, niet meer voldoen aan de etiketteringsvereisten van de Unie. Het is aangeraden om voor specifieke vragen contact op te nemen met het Belgisch Verpakkingsinstituut IBE-BVI.

Voor goederen die op de Britse markt worden gebracht dienen mogelijkse vereiste etiketteringswijzigingen voor 30 September 2022 in orde gebracht te worden. Een volledig overzicht van verpakkings- en etiketteringsregels voor de Britse markt kan u hier terugvinden.

Meer vragen over verpakking en etikettering.

Sommige merken, modellen en kwekersrechten worden beschermd op Europees niveau, de zogenaamde communautaire rechten, en deze zullen een impact ondervinden. 

Wordt de beschermingsomvang van mijn Europees merk (Uniemerk) beïnvloed en hoe?

Ja, na de overgangsperiode die eindigt op 31/12/2020 zal een Uniemerk geen bescherming meer verlenen in het Verenigd Koninkrijk. De beschermingsomvang zal dus beperkt worden tot de 27 overblijvende lidstaten van de Europese Unie. 

Verlies ik dan mijn rechten in het Verenigd Koninkrijk? 
Nee, om de continuïteit te garanderen zullen Uniemerken die vóór het einde van de overgangsperiode geregistreerd werden, automatisch én kosteloos omgezet worden naar een vergelijkbaar nationaal merk in het Verenigd Koninkrijk (hierna: VK-merk).

Het Uniemerk wordt als het ware gekloond, d.w.z. dat het teken (woord / logo) en de goederen- en dienstenomschrijving identiek worden overgenomen en de depot en/of prioriteitsdatum van het Uniemerk behouden blijft. 

Opgelet! Het VKmerk is afhankelijk van het ‘ouder’ Uniemerk waarvan het is afgeleid en kan nietig verklaard worden of vervallen indien het Uniemerk nietig wordt verklaard of ingetrokken als gevolg van een procedure die reeds liep in de EU op de laatste dag van de overgangsperiode.

Wat als mijn Uniemerk nog niet geregistreerd werd? 

Indien een aanvraag voor een Uniemerk werd ingediend voor het einde van de overgangsperiode, maar deze nog niet geregistreerd werd, zal u op eigen initiatief en kosten een vergelijkbaar VK merk kunnen aanvragen met behoud van dezelfde depotdatum als het Uniemerk.
 
Deze aanvraag dient te gebeuren bij het UKIPO (United Kingdom Intellectual Property Office) binnen 9 maanden vanaf het einde van de overgangsperiode, dus t.e.m. 30 september 2021. 

Kan ik gebruik van mijn EU-merk aantonen d.m.v. bewijzen bij te brengen van gebruik in het Verenigd Koninkrijk?

Vanaf het einde van de overgangsperiode zal gebruik van uw merk in het Verenigd Koninkrijk niet meer kwalificeren als gebruik in de EU. 
Indien u gebruiksbewijzen moet bijbrengen van een periode die aan het einde van de overgangsperiode vooraf gaat, kwalificeert het gebruik van uw merk in het Verenigd Koninkrijk wél als gebruik in de EU. 

Wat zal er gebeuren met mijn Internationale merkinschrijving met opeising van de EU?

Vanaf het einde van de overgangsperiode zullen er slechts 27 lidstaten beschermd worden door uw Internationale registratie met opeising van de EU. Indien de registratie van uw Internationale merkinschrijving met opeising van de EU plaatsvond vóór het einde van de overgangsperiode, zorgt het Verenigd Koninkrijk ervoor dat de bescherming ervan in het Verenigd Koninkrijk voortduurt d.m.v. een vergelijkbaar Brits merk (zie hierboven).

Indien uw Internationale aanvraag met opeising van de EU nog niet werd geregistreerd voor het einde van de overgangsperiode, zal u een vergelijkbaar VK-merk kunnen aanvragen met behoud van dezelfde depotdatum. Deze aanvraag dient te gebeuren binnen 9 maanden vanaf het einde van de overgangsperiode.

Verschilt de situatie m.b.t. geregistreerde en niet-geregistreerde EU modellen? 
Neen, voorgaande informatie m.b.t. de Uniemerken kan ook toegepast worden op de geregistreerde Europese modellen. Bovendien blijft een niet-geregistreerd Europees model dat voor het einde van de overgangsperiode is ontstaan, door het Verenigd Koninkrijk beschermd als een gelijkwaardig intellectueel eigendomsrecht in het Verenigd Koninkrijk.

Wat als het tot een zogenaamde hard brexit komt? Welke impact zal dit hebben op intellectuele eigendomsrechten op Europees niveau? 

Voor wat de bescherming van Europese merken en Europese modellen na een harde brexit betreft, zijn – onder voorbehoud van wijzigingen de komende weken –  op dit ogenblik dezelfde regels van toepassing als in het geval van een ‘zachte’ brexit.

Meer vragen over intellectuele eigendom.

Er is een nieuwe Britse productmarkering – UKCA-markering (United Kingdom Conformity Assessed) die zal gebruikt moeten worden voor goederen die in Groot-Brittannië op de markt worden gebracht. Deze conformiteitsbeoordelingsmarkering zal er zijn voor de meeste goederen die momenteel onder de CE-markering vallen. Echter wordt de CE-markering nog tot 1 Januari 2022 worden toegelaten voor sommige producten. Meer informatie over de UKCA-markering vindt u hier. Omgekeerd geldt overigens wel dat de Britten hun producten voor de Europese markt nog steeds moeten voorzien van een CE-markering.

Meer vragen over normalisatie en accreditering
 

Het terugtrekkingsakkoord dat al in werking is getreden in het begin van dit jaar, garandeert dat Britse werknemers en hun familieleden die verblijven in België hier kunnen blijven. Britse werknemers en hun familieleden die hier al verblijven zouden een aanvraag moeten indienen om hun E/E+/F/F+ kaart om te ruilen. Ze zullen dan een nieuw document in de plaats krijgen, met name ‘een Brexit kaart’ ofwel M kaart. De aanvraag van deze kaart verloopt via gemeente, en kan uiterlijk tot 31/12/2021. Voor grensarbeiders die hier momenteel al werken wordt een elektronische N kaart afgeleverd. Ook de toegang tot arbeid (en niet verblijf) voor reeds aanwezigen is gegarandeerd door het terugtrekkingsakkoord.

Meer vragen over Britse werknemers in België.

Aan de
slag

ALGEMEEN

De brexit verwijst naar de beslissing van het Verenigd Koninkrijk om de EU te verlaten. Deze beslissing werd genomen naar aanleiding van een referendum dat het VK georganiseerd heeft op 23 juni 2016 waarin de Britten werden gevraagd of ze al niet in de EU wensen te blijven. Een nipte meerderheid van 51,9% gaf toen aan de EU te willen verlaten.

Het VK heeft officieel de EU al verlaten op 31 januari 2020. De brexit is dus met andere woorden vanuit juridisch oogpunt reeds een feit. Ondernemers zullen echter pas geconfronteerd worden met de werkelijke gevolgen van de brexit op 1 januari 2021, de dag waarop de zogenaamde transitieperiode eindigt.

Een zachte brexit betekent dat de EU en het VK er in slagen om een goed akkoord te sluiten over de toekomstige relatie. In de praktijk zou dit betekenen dat handel tussen de EU en het VK niet onderworpen wordt aan invoerheffingen en dat er op verschillende regelgevende domeinen afspraken worden getroffen om zowel de tarifaire als niet-tarifaire belemmeringen tot een minimum te beperken. Desalniettemin zal zelfs een zachte brexit de handel tussen de EU en het VK moeilijker maken. Impactanalyses stellen dat een zachte brexit Vlaanderen tot 6.505 jobs zou kosten en 0,60% van het bbp ofwel 1,8 miljard euro.

Een harde brexit betekent dat de EU en het VK er niet in slagen om een akkoord te sluiten over de toekomstige relatie. In de praktijk zou dit betekenen dat de handel tussen de EU en het VK opnieuw onderworpen zou worden aan invoerheffingen en dat er nauwelijks afspraken worden gemaakt rond regelgevende samenwerking. De handel tussen de EU en het VK zou dan ook sterk bemoeilijkt worden door een dergelijke harde brexit. Impactanalyses stellen dat dit Vlaanderen 28.000 jobs zou kosten en 2,5% van het bbp ofwel 7,4 miljard euro
 

De brexit onderhandelingen werden opgesplitst in twee verschillende fases. Eerst en vooral diende er een akkoord bereikt te worden over de modaliteiten van de terugtrekking van het VK uit de EU, vervolgens kon er pas onderhandeld worden over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK.
Het terugtrekkingsakkoord is het akkoord dat de EU en het VK gesloten hebben op 31 januari 2020 na lange en intensieve onderhandelingen. In het algemeen kan gesteld worden dat het terugtrekkingsakkoord vier grote domeinen succesvol geregeld heeft:

  1. Het behoud van de rechten van EU-burgers die voor de brexit in het VK wonen en leven en vice versa, na de brexit.
  2. De financiële verplichtingen die het VK als EU-lidstaat voor de brexit heeft opgenomen en moet blijven nakomen na de brexit.
  3. Een regeling inzake de Noord-Ierse grens om te vermijden dat er grenscontroles ontstaan op het Ierse eiland tussen het Britse Noord-Ierland en de Ierse Republiek.
  4. De transitieperiode van 31 januari 2020 tot 1 januari 2021 tijdens dewelke de EU en het VK kunnen onderhandelen over hun toekomstige relatie zonder dat de modaliteiten van de economische relatie tijdens deze periode veranderen.

Aan de
slag

DOUANE ALGEMEEN

Ja, met onder meer het 'Enig Document' voor alle goederenbewegingen EU-VK.

Code vak 1 van Enig Document: Na de brexit zal in het handelsverkeer van Uniegoederen – geldt ook voor niet-unie goederen met het VK – de code 'EU' vermeld moeten worden in het eerste deelvak van vak 1 van het Enig Document. 

Door de politieke verklaring rond Noord-Ierland, zullen twee landencodes van kracht zijn voor het Verenigd Koninkrijk (vakken 15 en 17):

  • Voor Noord-Ierland moet de code 'XI' worden gebruikt. Opgelet! momenteel is het zo dat er GEEN uitvoeraangifte voor Noord-Ierland dient te worden opgemaakt.

  • Voor de rest van het VK (Engeland, Wales, Schotland, …) moet 'GB' worden ingegeven.

Zie ook document van EU Commissie.                                                                    

Meer info 

EORI staat voor Economic Operator Registration Identification, vrij vertaald: identificatie van een onderneming in een Europese database. Deze registratie wordt verplicht door Europa opgelegd aan iedere marktdeelnemer die te maken heeft met douaneprocedures. De registratie dient in principe te gebeuren in de lidstaat waar de maatschappelijke zetel is gevestigd of waar de eerste invoer plaatsvindt. Meer informatie over de aanvraag en het gebruik van dit nr. is terug te vinden op de webpagina van de Belgische douane.

Een eerste mogelijkheid betreft 'Gebruik van bijzondere douaneregelingen'. Niet-Uniegoederen kunnen bij aankomst in de EU onder een bijzondere regeling worden geplaatst. Het gaat dan in concreto over de regelingen douane-entrepot, actieve veredeling en transit.

Douane-entrepot en Actieve veredeling is een regeling met opschorting van betaling. Door gebruik te maken van de regelingen behouden de goederen de status van niet-Uniegoederen waardoor op dat ogenblik geen invoerrechten noch btw van toepassing zijn.

Transit is een regeling waarbij goederen naar een andere plaats, onder schorsing van invoerbelastingen, worden vervoerd en waarbij de status als niet-uniegoed wordt behouden.

Een tweede mogelijkheid betreft btw bij invoer. Invoer wordt op het vlak van de btw beschouwd als een belastbare handeling. Indien goederen in het verbruik worden gesteld dienen naast de invoerrechten eventuele andere rechten de nationale belastingen zoals btw voldaan te worden.

In principe dient de btw onmiddellijk betaald te worden aan de hand van de invoeraangifte die bij de douane wordt ingediend.

In de praktijk beschikken de douanevertegenwoordigers over een klantenrekening en wordt de btw aan de douane betaald uiterlijk de donderdag volgend op de week waarin de goederen werden ingevoerd. 

Er bestaat ook een mogelijkheid om de btw bij invoer te verleggen naar de btw-aangifte waarbij het verschuldigde bedrag aan btw administratief wordt verwerkt via de btw-aangifte. De verschuldigde btw bij invoer wordt niet cash betaald maar administratief verwerkt in de betrokken vakken van de btw (vak 57: boeking bedrag verschuldigde btw bij invoer en in vak 59 wordt deze btw in aftrek gebracht voor zover de betrokken onderneming van recht op aftrek kan genieten). 

Dit betekent dat door het verleggen van de btw er geen voorfinanciering nodig is.

Ondernemingen die gebruik willen maken van de verlegging btw bij invoer dienen hiervoor te beschikken over een specifieke vergunning (de zogenaamde vergunning ET.14000) die dient aangevraagd te bij de Belgische btw administratie.

De aanvraagformulieren zijn beschikbaar op de webpagina van de AAD&A.

De douanevertegenwoordiger is een natuurlijk persoon (individu of groep van natuurlijke personen die een feitelijke vennootschap vormen) of rechtspersoon die: 

  • beroepsmatig de douaneformaliteiten vervult bij invoer, uitvoer en doorvoer,  
  • in zijn naam of in naam van een opdrachtgever, maar voor rekening van een opdrachtgever en  
  • die erkend is door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. 

Meer info over douanevertegenwoordiging en het overzicht van de geregistreerde douanevertegenwoordigers is terug te vinden op de webpagina van de AAD&A
 

AEO staat voor Authorised Economic Operator en kan aanzien worden als een douanekwaliteitsmerk die aan een marktdeelnemer wordt toegekend indien deze voldoet aan een aantal voorwaarden. 

De betrokken AEO-onderneming dient te voldoen aan een aantal gedefinieerde criteria (artikel 39) van het douanewetboek van de Unie en werkt nauw samen met de douaneautoriteiten om de internationale toeleveringsketen te beveiligen.

Bedrijven met een AEO-statuut ontvangen voordelen in de 27 EU-idstaten. Daarnaast zijn er ook voordelen voor AEO-S (zie hieronder) vergunninghouders voor landen waarmee een zogenaamd ‘Mutual Recognation Agreement’ ofwel een akkoord van wederzijdse erkenning werd afgesloten. Na de brexit verliest de Belgische AEO-vergunninghouder zijn voordelen in het VK. Het AEO statuut wordt bekrachtigd door de afgifte van een AEO-vergunning. 

Er zijn twee soorten van AEO-vergunningen

  • AEO-vergunning douanevereenvoudigingen (AEO-C): met deze vergunning kunnen operatoren toegang krijgen tot vereenvoudigde douaneprocedures en genieten van een verminderde borgstelling (bv. bij vergunning douane-entrepot, actieve veredeling). 
  • AEO-vergunning veiligheid (AEO-S): deze vergunning heeft te maken met het faciliteren van douanecontroles die naar aanleiding  van het binnenkomen of uitgaan van goederen te maken hebben, ook wel de Safety & Security-controles genoemd. 

Directe voordelen AEO:

  • Soepele toegang tot een aantal douanevergunningen
  • Verminderde dataset voor summiere aangiften 
  • Gereduceerd controlepercentage
  • Vermindering van zekerheidsstelling, 

Indirecte voordelen AEO : 

  • Vermindering aantal diefstallen en verliezen 
  • Optimalisering planning 
  • Betere klanttevredenheid
  • Beter voorraadbeheer
  • Vermindering aantal veiligheidsincidenten 
  • Meer engagement van de medewerkers

Meer informatie omtrent het AEO-statuut.

In het nieuwe handelsakkoord tussen de EU en het VK zal het AEO-statuut wederzijds erkend worden en zullen de EU ondernemingen in het VK dezelfde douane voordelen moeten krijgen als de Britse ondernemingen.

Vanaf 1 januari 2021 zijn grensoverschrijdende vergunningen die door het VK zijn afgeleverd vanaf de dag van de uitstap ongeldig.

'EU-27-vergunningen' (waaronder Belgische) met het VK als deelnemende lidstaat maken een vergunning niet ongeldig. De bepalingen rond het VK worden zonder doel, waardoor de vergunning niet gebruikt kan worden voor elementen die te maken hebben met het VK (bv. entrepot of plaats van veredeling in het VK). De vergunning zal moeten worden gewijzigd wat ook implicaties heeft voor eventuele goederen die zich op het moment van de uitstap nog onder een regeling in het VK bevinden. 

Aan de
slag

UITVOER VAN BELGIË NAAR HET VK

De Belgische Douaneadministratie heeft een handige samenvatting & groepering van de geldende wetgeving, instructies en praktische procedures gepubliceerd die van toepassing zullen zijn post-brexit in de havens van Zeebrugge en Gent. Het document geeft weer wie welke formaliteiten moet vervullen bij uitvoer, invoer en transit van goederen tussen het VK en de EU.
Voor meer informatie verwijzen wij graag naar de desbetreffende nota’s voor (i) Haven van Zeebrugge en (ii) Haven van Gent.

Bij uitvoer dient een uitvoeraangifte te worden opgemaakt. Goederen mogen niet op een schip worden geladen zonder uitvoeraangifte. Gezien er geen binnenlandse kantoren meer zijn, gelden de kantoren van uitgang ook als kantoren van uitvoer. Merk op dat in kader van brexit wordt het niet aangeraden om te wachten tot op het kantoor van uitgang om de uitvoeraangifte in te dienen.

Ondernemingen kunnen er ook voor opteren om de uitvoerformaliteiten te vervullen vanuit de eigen bedrijfsinfrastructuur. Hiertoe dienen zij te beschikken over een beschikking goedgekeurde plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane Vergunning Goedgekeurde Plaats.

Meer informatie rond de Vergunning Goedgekeurde Plaats.

Voor meer informatie, kan u overigens de nota ‘Brexit export flow maritiem’ opgesteld door de douane autoriteiten hier consulteren.
 

Men dient te beschikken over de goederencodes van de uit te voeren goederen. Goederencodes zijn 8-cijferige codes die het product douane technisch omschrijven.

Verder dient de factuur of pro-forma factuur beschikbaar te zijn op basis waarvan het uitvoerdocument wordt opgesteld. Tot slot is het ook vereist om de nodige certificaten (gezondheidscertificaat, fytosanitair certificaat) en/of vergunning (uitvoervergunning inzake dual-use) te hebben.

Op basis hiervan zal er een uitvoeraangifte worden opgemaakt via PLDA (het elektronisch aangiftesysteem van de Belgische douane). Dit kan door zowel de economische operator alsook door een douanevertegenwoordiger (cf. hierboven) worden gedaan. De uitvoerder kan ook gebruik maken van de vergunning Laadplaats (zie verder).
 

Niet alleen op het vlak van douane moet men als exporteur de uitvoer van goederen kunnen aantonen, ook op het vlak van de btw is het cruciaal om over het bewijs te beschikken dat de goederen het douanegebied van de Unie verlaten hebben.

In een B2B-omgeving blijft de verkoop van goederen waarbij de goederen vanuit België naar het VK worden vervoerd vrijgesteld van Belgische btw (toepassing artikel 39,§1 Wetboek btw). Om de ingeroepen btw-vrijstelling te kunnen aantonen, moet men als exporteur/verkoper beschikken over een geheel van documenten (bv. douaneaangifte, contracten, betalingsbewijzen, vervoersbewijzen, …). 

Het belangrijkste document bij deze bewijsvoering is het exemplaar 3 van de PLDA-uitvoeraangifte dat de uitgang uit de EU bevestigt. Na het verlaten van de EU wordt het uitvoergeleidedocument automatisch vervangen door het exemplaar 3 van de uitvoeraangifte dat geldt als bewijs van uitvoer voor de btw. Het is daarom van belang om het document beschikbaar te hebben tijdens een btw-controle om de btw-vrijstelling te staven.

Het handelsakkoord afgesloten tussen de EU en het VK voorziet een mogelijkheid om goederen (met oorsprong van het VK of de EU) aan nulrecht in te voeren in het partnerland. 

Om hiervan gebruik te maken, moet men aantonen dat de goederen van preferentiële oorsprong zijn en voldoen aan de toepasselijke oorsprongsregels. De oorsprongsregels (klik hier voor meer informatie) voor elk product (per GN-code) worden opgenomen in het handelsakkoord (vanaf p. 423 van het akkoord).

De preferentiële oorsprong wordt door de exporteur bevestigd aan de hand van zelf-certificatie via het “Registered Export System” (REX). U dient hiervoor een vergunning Geregistreerde Exporteur te hebben. Indien u nog niet beschikt over de vergunning, dient u eerst een aanvraagformulier in te vullen en op te sturen. Meer informatie vindt u hier.

Zodra u over de vergunning beschikt, kan u bewijzen dat uw goederen van EU preferentiële oorsprong zijn door een attest van oorsprong (hetzij als afzonderlijk document, hetzij geïncorporeerd in de factuur) af te geven aan uw VK klant.

De Belgische Douaneautoriteiten hebben op 31 december 2020 een informatienota met meer details over de preferentiële oorsprongsregels tussen de EU en het VK gepubliceerd. Deze nota kan u hier raadplegen.

Niet alle goederen die vanuit de EU naar het VK verzonden worden, zullen aan nulrecht onderworpen worden bij invoer. Enkel goederen met preferentiële EU oorsprong komen in aanmerking. Dit zijn voornamelijk goederen die in de EU geproduceerd (gekweekt, gefokt, vervaardigd, …) zijn of een substantiële transformatie hebben ondergaan. Bv. Chinese goederen die in de EU ingevoerd waren en nadien in onbewerkte staat vertrekken richting het VK vallen hier dus niet onder.

Om na te gaan of uw goederen onder de preferentieregeling vallen en wat u hiervoor moet doen, hebben wij een handig visuele beslissingsboom opgemaakt. Deze geeft u een overzichtelijke leidraad.

Consulteer het schema hier.

Via een vergunning Laadplaats kan men uitvoerformaliteiten vervullen op de locatie waar de exporteur is gevestigd of waar de goederen worden geladen met het oog op uitvoer. Dit kan een plaats zijn gelegen in het binnenland. Ingeval van een fysieke controle op de goederen, zal de verificatie plaatsvinden op de locatie (i.p.v. aangebracht op het douanekantoor).

Dual-use goederen (ook wel goederen van tweeërlei gebruik) zijn goederen die zowel in civiele als in militaire toepassingen kunnen gebruikt worden. 
De controle op de handel van dual-use goederen wordt op Europees vlak geregeld en de goederen kunnen onderworpen worden aan een uitvoervergunning. De verplicht vergunde goederen (en hun vereiste eigenschappen) worden opgenomen in EU-verordening 428/2009 die jaarlijks geactualiseerd wordt.

Niet alle goederen die genoemd zijn in de lijst van goederen voor 'tweeërlei gebruik' worden voor militaire doeleinden gebruikt. Indien kan aangetoond worden dat de goederen voor civiele doeleinden gebruikt worden, zijn zij niet vergunningsplichtig. In dat geval kan door de betrokken instanties een vrijgavebrief worden afgegeven op vraag van de betrokken exporteur. 

Uitvoervergunningen in het kader van dual-use is een bevoegdheid die werd toegekend aan de gewestregeringen. Voor Vlaanderen is de Dienst Controle Strategische Goederen (Departement Buitenlandse Zaken) bevoegd. 
Ook voor uitvoer van dual-use goederen naar het VK, zal men een uitvoervergunning (in casu Uniale Vergunning) of bv. een vrijgavebrief nodig hebben post brexit.
 

Na afloop van de overgangsperiode is het VK geen lid meer van de EU. Op het vlak van accijnzen betekent dit dat het vervoer van accijnsgoederen vanuit België naar het VK wordt beschouwd als een uitvoer naar een derde land waardoor de overbrenging onder de accijnsschorsingsregeling niet meer mogelijk is. 

Dit betekent dat de procedures die inzake EMCS (Excise Movement and Control System is het automatiseringssysteem om accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling over te brengen) gelden zullen moeten aangevuld worden met de procedures inzake uitvoer. Een e-AD uitvoer dient te worden opgemaakt, aangevuld met een uitvoeraangifte. De uitvoeraangifte wordt op het kantoor van uitgang aangeboden. De e-AD uitvoer wordt aangezuiverd door de bevestiging van uitgang van de goederen in PLDA (PaperLess Douane en Accijnzen).

Meer informatie kan vinden op de webpagina van AAD&A (Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen).

Aan de
slag

INVOER IN BELGIË VANUIT HET VK

De Belgische Douaneadministratie heeft een handige samenvatting & groepering van de geldende wetgeving, instructies en praktische procedures gepubliceerd die van toepassing zullen zijn post-brexit in de havens van Zeebrugge en Gent. Het document geeft weer wie welke formaliteiten moet vervullen bij uitvoer, invoer en transit van goederen tussen het VK en de EU.
Voor meer informatie verwijzen wij graag naar de desbetreffende nota’s voor (i) Haven van Zeebrugge en (ii) Haven van Gent.

Bij invoer van de goederen moet de invoerder ten minstens over de volgende informatie beschikken:

  • Correcte goederencode van de in te voeren goederen
  • Douanewaarde van de goederen. In de meeste gevallen vormen de factuurwaarde + Incoterm deel transportkost buiten de EU de basis van de douanewaarde. Het is dus belangrijk om de factuur (of pro-forma factuur) bij te hebben bij de opmaak van de douaneaangifte
  • Oorsprong van de in te voeren goederen.

Net zoals voor uitvoer (zie vorige vraag) het geval is dient er bij invoer van niet-Unie goederen in de EU een aangifte voor een toegelaten douanebestemming te worden opgesteld.

Op de webpagina van de douane autoriteiten wordt het invoerproces toegelicht voor goederen afkomstig van het VK na afloop van de overgangsperiode.

In theorie moeten de goederen aanwezig zijn voor de opmaak van de invoeraangifte. Er wordt echter toegelaten om 2 uur voor het aanlanden, bij het openstellen van de CUSCAR (kort voor 'Customs Cargo'-berichten) de invoeraangifte op te maken.

Voor een volledig overzicht kan u de nota ‘Brexit import flow maritiem’ opgesteld door de douane autoriteiten raadplegen.

Voor meer technische informatie kan u daarnaast ook de ‘Algemene nota No-deal brexit’ van de douane autoriteiten raadplegen.

Voor invoer via de Haven van Antwerpen is er ook de nota ‘Short sea bewegingen van en naar het Verenigd Koninkrijk. Wie doet wat en wanneer in het logistieke proces?
 

Goederen met preferentiële oorsprong uit het VK (zie ook vraag ‘Moeten er bij uitvoer naar het VK certificaten van oorsprong worden opgemaakt?’) zullen ingevoerd worden aan nulrecht in de EU.

Echter goederen waarvoor er geen preferentiële oorsprong van toepassing is (ook al komen die van het VK), zullen aan invoerrechten onderworpen worden.

Een analyse van de invoerbelastingen die van toepassing zullen zijn, kan gemaakt worden met behulp van de Tariefbrowser binnen Tarbel.

Bij eventuele fouten in de douaneaangifte dient de invoerder spontaan zelf de correctie aan te vragen. Dit kan leiden tot een regularisatie van de douaneaangifte.

Meer informatie rond regularisatie.
 

Het vervoer van accijnsgoederen vanuit het VK naar België zal als een invoer beschouwd worden. Pas na het vervullen van de invoerformaliteiten (betaling van eventuele invoerrechten) in België zal de overbrenging onder de accijnsschorsingsregeling kunnen plaatsvinden en gelden de regels inzake EMCS.

Meer informatie.
 

Aan de
slag

INVOER IN HET VK VANUIT BELGIË

Op basis van de laatste informatie zullen grenscontroles gefaseerd ingevoerd worden in het VK. Een overzicht van alle invoerformaliteiten is beschikbaar in de globale documentatie 'Border Operating Model'.

Verder kan u ook duiding over invoerprocedures terugvinden op de volgende pagina’s:

Goederen met een preferentiële oorsprong uit de EU (zie ook vraag ‘Moeten er bij uitvoer naar het VK certificaten van oorsprong worden opgemaakt?’) zullen ingevoerd worden aan nulrecht in het VK.

Echter goederen waarvoor er geen preferentiële oorsprong van toepassing is (ook al komen die van de EU) zullen aan invoerrechten onderworpen worden.

Een analyse van de invoerbelastingen die van toepassing zullen zijn, kan gemaakt worden met behulp van de UK Tariff browser.

Aan de
slag

DISTRIBUTIE

De Belgische Douaneadministratie heeft een handige samenvatting & groepering van de geldende wetgeving, instructies en praktische procedures gepubliceerd die van toepassing zullen zijn post-brexit in de havens van Zeebrugge en Gent. Het document geeft weer wie welke formaliteiten moet vervullen bij uitvoer, invoer en transit van goederen tussen het VK en de EU.
Voor meer informatie verwijzen wij graag naar de desbetreffende nota’s voor (i) Haven van Zeebrugge en (ii) Haven van Gent.

Vanaf 1 Januari 2021 worden bedrijven die volgens de EU-wetgeving gedefinieerd zijn als distributeur, importeur. In dit geval dient u erover te waken dat de fabrikant aan al zijn verplichtingen heeft voldaan. Bovendien dienen uw gegevens vermeld te worden op de etiketten en producten wat op zich weer bepaalde extra verplichtingen met zich mee brengt. Om dit te vermijden, dient uw klant in het VK een gemachtigde aan te stellen in één van de 27 EU lidstaten. U vindt meer informatie over de rol van de fabrikant en de importeur in de zogenaamde ‘Blauwe Gids’
 

In dit geval ben jij als exporteur verantwoordelijk voor zowel de uitvoeraangifte bij de Belgische douane als voor de invoeraangifte bij de douane in het Verenigd Koninkrijk. Heel concreet wil dit zeggen dat jij zowel over een Belgisch als over een VK EORI-nummer alsook een VK BTW-nummer dient te beschikken.

Voor de uitvoer aan de Belgische kant zal u zich ook vertrouwd moeten maken met de PLDA-software en eventueel extra douanesoftware moeten aanschaffen of dit uitbesteden aan een douanevertegenwoordiger.

Voor de invoer aan de Britse kant kan u dan eventueel ook beroep doen op een ‘Customs en/of fiscal agent’ die u helpt met de inklaring.

Daarnaast bent u bij DDP-leveringen ook verantwoordelijk voor het transport en de verzekering vanaf vertrek in België tot de eindbestemming in het VK. Dit alles brengt uiteraard extra kosten en papierwerk met zich mee. 
 

Bij gebruik van de incoterm EXW liggen alle risico’s en douaneverplichtingen bij uw klant. Hierdoor komt u mogelijks niet in het bezit van het bewijs van uitvoer. Indien u goederen verkoopt en levert buiten de EU, zal u in principe geen btw factureren.

In geval van controle moet u echter een bewijs van uitvoer kunnen voorleggen. Als u EXW verkoopt bent u echter niet in het bezit van een uitvoerdocument. Bij gebruik van de Incoterm FCA (Free Carrier) beschikt wel over alle uitvoerdocumenten.

Voor meer informatie over Incoterms kan u contact opnemen met uw douanevertegenwoordiger of met uw lokale Kamer van Koophandel.
 

Vanaf 1 januari 2021 zullen de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde lasthebbers niet langer worden geacht in de Unie gevestigd te zijn. Bijgevolg wordt u verzocht de nodige maatregelen te treffen om te verzekeren dat uw aangewezen lasthebber vanaf 1 januari 2021 in de EU27 gevestigd zal zijn.

U heeft tot 31 december 2020 de tijd om de nodige wijzigingen aan te brengen in uw basisdossiers van het geneesmiddelenbewakingssysteem.
Voor gezondheidsproducten kunnen ondernemingen de volgende stappen ondernemen om aan de Europese wetgeving te voldoen en op de EU-markt te blijven:

  • Een gemachtigde vertegenwoordiger in de EU27 aanwijzen;
  • Een nieuwe CE-markering aanvragen bij een in de EU27 gevestigde aangemelde instantie.

Zowel in België als in het VK zal de transporteur over enkele documenten dienen te beschikken, hieronder een overzicht:

  • Een Entry Summary Declaration of een Safety and Security Declaration dient op voorhand ingevuld te worden;
  • De chauffeur dient een Master of Reference Number (MRN) en/of VK EORI-nummer te hebben als bewijs van pre-lodging;
  • De chauffeur dient ook over een CEMT-vergunning te beschikking om in het VK te mogen rijden (uitzondering voor cabotagevervoer, eigen vervoer en voertuig met totaalgewicht van  onder 3,5 kg)
  • Vakbekwaamheid Code 95 blijft tot nader order erkend in het VK

De haven van Zeebrugge heeft samen met de politiediensten en verschillende instanties een verkeersplanning gemaakt voor de mogelijke toenemende algemene verkeersdrukte door wachttijden aan de terminals. Afhankelijk van de drukte in de haven en op de toegangswegen zijn er gefaseerde maatregelen genomen om het verkeer zo vlot mogelijk te laten verlopen. Het doel van dit plan is om de haven bereikbaar te houden voor alle bedrijven en het lokale verkeer. Consulteer het circulatieplan hier.

Aan de
slag

VERPAKKING EN ETIKETTERING

Op dit moment is er in het algemeen weinig sprake van wijzigingen met betrekking tot verpakking. Indien er geen akkoord komt, bestaat de mogelijkheid dat er extra wijzigingen doorgevoerd dienen te worden. Voor voorverpakte voeding dient wel een extra label aangebracht te worden met een VK adres op. Dit zorgt ervoor dat bij problemen de Food Standards Agency contact kan opnemen met het bedrijf. Er is momenteel nog onduidelijkheid over wiens adres in het VK u kan vermelden, hoogstwaarschijnlijk wordt dit de invoerder.

Momenteel is de impact van etikettering op producten onduidelijk. Verwacht wordt dat in eerste instantie de gevolgen van de brexit weinig impact zullen hebben op de etiketteringsnormen. Wel is het zo dat ‘merking’ of ‘etikettering’ van goederen die in de EU worden binnengebracht en die verwijzen naar instanties of personen die in het Verenigd Koninkrijk zijn gevestigd, niet meer voldoen aan de etiketteringsvereisten van de Unie. Het is aangeraden om voor specifieke vragen contact op te nemen met het Belgisch Verpakkingsinstituut IBE-BVI.

Voor goederen die op de Britse markt worden gebracht dienen mogelijkse vereiste etiketteringswijzigingen voor 30 September 2022 in orde gebracht te worden. Een volledig overzicht van verpakkings- en etiketteringsregels voor de Britse markt kan u hier terugvinden.
 

Tot september 2022 kan u een EU, GB (Groot Brittannië) of NI (Noord-Ierland) adres van een exploitant van levensmiddelen vermelden voor voorverpakt voedsel. Na deze datum moet het adres van een in de VK gevestigd exploitant vermeld worden. Als de exploitant zich niet in het VK bevindt, dan dient het adres van de importeur vermeldt te worden.
 

Aan de
slag

NORMALISATIE EN ACCREDITATIE

De normen zullen voorlopig niet veranderen bij uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk. Het BSI, de Britse normalisatie-instelling, blijft namelijk tot 31 december 2021 lid van de Europese normalisatie-instellingen waardoor ze deze dus niet kunnen vervangen. Echter zal het zo een vaart niet lopen. Zowat 95% van alle Britse normen zijn internationaal (ISO/IEC) of Europees (CEN/CENELEC), en het VK werkte er actief aan mee. Die omzetten in nieuwe nationale normen, zou een huzarenstuk zijn
 

Er is een nieuwe Britse productmarkering – UKCA-markering (United Kingdom Conformity Assessed) die zal gebruikt moeten worden voor goederen die in Groot-Brittannië op de markt worden gebracht. Deze conformiteitsbeoordelingsmarkering zal er zijn voor de meeste goederen die momenteel onder de CE-markering vallen. Echter wordt de CE-markering nog tot 1 Januari 2022 worden toegelaten voor sommige producten. Meer informatie over de UKCA-markering vindt u hier. Omgekeerd geldt overigens wel dat de Britten hun producten voor de Europese markt nog steeds moeten voorzien van een CE-markering.
 

Na de brexit zullen de Europese autoriteiten de accreditatiecertificaten van het Britse UKAS (United Kingdom Accreditation Service) niet langer erkennen. Na de brexit kan de Britse wetgeving afwijkingen met zich meebrengen. 
 

Vanaf 1 januari 2021 verliezen de aangemelde instanties (notified bodies - NB) uit het Verenigd Koninkrijk hun statuut volgens de Europese wetgeving over conformiteit. Zij kunnen dan niet langer als NB ingrijpen in de procedures van conformiteitsbeoordeling van producten en bijvoorbeeld geen EU-typecertificaten meer afleveren of kwaliteitssystemen certificeren.

Let wel op: een product dat voor 1 januari 2021 op de markt werd aangeboden voldoet na 1 januari 2021 niet meer. Ook al gaat het om een identiek product, de evaluatie gebeurt voor elk product afzonderlijk voor het in de handel gebracht wordt. Ook daarop moeten bedrijven anticiperen.

Het is voor de bedrijven dan ook sterk aangeraden om voor nieuwe producten gebruik te maken van een EU-Notified Body. De NANDO-database (die alle NB’s bevat per domein) maakt het mogelijk om te weten welke NB uit het Verenigd Koninkrijk actief zijn volgens de Europese harmonisatiereglementeringen. Via die database kunnen bedrijven andere mogelijke NB zoeken die in hetzelfde domein actief zijn.
 

Aan de
slag

CONTRACTEN

Het Handelsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk (EU-UK Trade and Cooperation Agreement), dat op 24 december 2020 werd overeengekomen tussen de onderhandelaars, bevat afspraken voor volgende sectoren:

  1. handel van goederen en diensten;
  2. digitale handel;
  3. intellectuele eigendomsrechten;
  4. overheidsopdrachten;
  5. luchtvaart en transport over de weg;
  6. energie en duurzame ontwikkeling;
  7. visserij;
  8. sociale zekerheid en korte termijn visa;
  9. ordehandhaving en gerechtelijke samenwerking inzake strafrechtelijke zaken;
  10. thematische samenwerking en participatie in Unieprogramma’s.

Het weze duidelijk dat dit brede handelsakkoord een impact zal hebben op de handelscontracten van uw onderneming op korte en lange termijn, afhankelijk van de sector waarin de activiteiten van uw onderneming kaderen. Het Handelsakkoord zal in afwachting van goedkeuring door de EU-lidstaten in de Europese Raad en het Europees Parlement provisioneel toegepast worden vanaf 1 januari 2021 tot ten minste 28 februari 2021. Bijgevolg vallen uw lopende transacties en samenwerkingen  vanaf 1 januari 2021 onder deze regels.

In principe is een contract bindend en blijven alle bestaande contractuele afspraken en voorwaarden ook na 1 januari 2021 gelden. Of het Handelsakkoord een impact heeft op de lopende samenwerking dient geval per geval te worden nagegaan.  Mochten er zich alsnog nadelige gevolgen voordoen, kan u trachten om bepaalde in het verleden gemaakte afspraken te heronderhandelen.
 

Wanneer een contract door onvoorziene omstandigheden niet (meer) kan worden nageleefd, kunt u of uw medecontractant proberen een beroep te doen op een overmachtsclausule. Het zal van de concrete feiten afhangen of de situatie van de brexit na het sluiten van het Handelsakkoord onder het juridisch begrip van overmacht / force majeure valt

Overmacht kan gedefinieerd worden als een redelijkerwijze onvoorzienbare situatie/gebeurtenis die buiten de wil ligt van de partijen en de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk/definitief onmogelijk maakt. Voor contracten die werden aangegaan na de bekendmaking van de brexit is het duidelijk dat de brexit niet onvoorzienbaar is en aldus niet als overmacht aangemerkt kan worden. Voor contracten die echter al langer bestaan (bv. een afnameovereenkomst voor grondstoffen die vijf jaar geleden werd aangegaan) zou dat eventueel wel kunnen worden ingeroepen. Het blijft wel een feitenkwestie.

Vaak is het aangeraden om een heronderhandelingsclausule op te nemen in bestaande en nieuwe contracten. Bij ingrijpende wijzigingen in de economische situatie kan de overeenkomst dan herbekeken en aangepast worden aan de nieuwe realiteit. Zo vermijdt u ongunstige of onevenwichtige contractuele verplichtingen en eventuele financiële verliezen.   

Voorbeeld: “In the event the Brexit causes an economical imbalance in the contractual relationship, the parties shall negotiate in good faith in order to neutralize the negative consequences of the Brexit.”

Dit voorbeeld is slechts een algemene bepaling die verder kan worden verfijnd in functie van de specifieke risico’s in de samenwerking. Zo bijvoorbeeld het uitsluiten van aansprakelijkheid in geval de levertijden langer zouden worden (wachttijd aan de grens) of de aanpassing van prijzen in functie van heffingen terwijl partijen hadden afgesproken dat zou worden geleverd volgens de incoterm DDP en de verkoper bijgevolg de kost van de heffing zou moeten dragen.

Het is aangeraden om een wisselkoersclausule in de overeenkomst in te lassen. Dit is een clausule om de negatieve gevolgen van wisselkoersdaling of -stijging op te vangen.

Voorbeeld: “The prices of the Products are based on a pricelist which the Company shall provide to the Distributor before signing the Agreement. The Distributor acknowledges that the Company shall review the prices as stipulated in the pricelist, on 31 March, 30 June, 30 September and 31 December in each year, based on the following formula: [The Distributor acknowledges that the Price has been set based on an exchange rate of £1 :  1.275 Euro.  At the end of each calendar quarter the Company shall review the Price by reference to changes in that exchange rate, on the following basis:

(a)    where the average value of Pounds Sterling to Euro for the previous quarter has increased by 5% or more as against the value on which the Price was set the Price shall be decreased by an amount equivalent to the actual change less 5% ; and
(b)    where the average value of Pounds Sterling to Euro for the previous quarter has decreased by 5% or more as against the value on which the Price was set the Price shall be increased by an amount equivalent to the actual change less 5%.  
For the purposes of this clause 6.10, the difference in the currency exchange rate for Pounds Sterling to Euro shall be as recorded by Her Majesty's Revenue and Customs.”


Daarnaast kan u wisselkoersrisico’s ook afdekken door te werken met termijncontracten.
 

De brexit roept veel onzekerheden op betreffende geschillenbeslechting, zoals de toepasbaarheid van het geldende EU-recht, de verschillen tussen de Britse common law rechtstraditie en de Europese civil law rechtstraditie en welke rechtbank bevoegd zal zijn om geschillen te beslechten. Gerechtelijke uitspraken uit een EU-lidstaat zullen minder eenvoudig afdwingbaar zijn in het Verenigd Koninkrijk (en omgekeerd). Die barrière kan gevolgen hebben voor uw onderneming, in het bijzonder gelet op de relatief hogere gerechtskosten in het Verenigd Koninkrijk. Daarom is het aangewezen om een forumkeuze en toepasselijk recht clausule in de overeenkomst in te schrijven, om daarover zekerheid te scheppen.

Het kan voorkomen dat de brexit op zich een reden is om het contract te beëindigen wegens een verstoorde economische waarde voor u of uw medecontractant. Denk goed na over de toevoeging van een beëindigingsclausule en houd rekening met:

a.    De beëindigingsmogelijkheid (per direct of met opzeg)
b.    Zijn er alternatieve aankoop-/verkoopkanalen voorzien?
c.    Lopende orders
d.    Business continuïteit
 

Het is ook belangrijk dat ondernemingen rekening houden met wat er met hun gegevens zal gebeuren na 1 januari 2021. Vele ondernemingen geven immers gegevens, waaronder persoonsgegevens, door naar het Verenigd Koninkrijk of hebben daar datacenters.

De doorgifte van persoonsgegevens is geregeld door de Algemene Verordening Gegevensbescherming, beter bekend als de GDPR. Bij de brexit zal het Verenigd Koninkrijk een derde land worden ten aanzien van de Europese Unie. Ondanks het engagement van zowel het Verenigd Koninkrijk als de EU om een hoog niveau van gegevensbescherming te verzekeren na 1 januari 2021, zal de derde land status van het Verenigd Koninkrijk een impact hebben op de doorgifte van persoonsgegevens naar het Verenigd Koninkrijk. De GDPR bepaalt immers dat een doorgifte naar een derde land slechts kan onder strikte voorwaarden, die alleen nog maar onduidelijker zijn geworden door het recente Schrems II arrest van het Hof van Justitie. Bijgevolg moeten ondernemingen goed regelen of en hoe ze persoonsgegevens zullen doorgeven naar het Verenigd Koninkrijk en in welke locatie ze persoonsgegevens zullen opslaan. Flexibiliteit inzake IT-organisatie moet daarom contractueel vastgelegd worden, om zodoende voldoende rekening te houden met steeds wijzigende regels en technologische evoluties

Aan de
slag

INTELLECTUELE EIGENDOM

Er bestaan verschillende Intellectiele Eigendomsrechten, namelijk: merken, modellen, octrooien, auteursrechten en kwekersrechten. 

Niet al deze Intellectuele Eigendomsrechten zullen een impact ondervinden. Zo worden octrooien en auteursrechten nationaal beschermd, waardoor bestaande octrooien en auteursrechten beschermd zullen blijven onder het respectievelijke nationale recht.

Sommige merken, modellen en kwekersrechten worden beschermd op Europees niveau, de zogenaamde communautaire rechten, en deze zullen wel een impact ondervinden. Hieronder treft u de meest gestelde vragen inzake merken en modellen. Hou er wel rekening mee dat de onderstaande antwoorden nog niet sluitend zijn.
 

Ja, na de overgangsperiode die eindigt op 31/12/2020 zal een Uniemerk geen bescherming meer verlenen in het Verenigd Koninkrijk. De beschermingsomvang zal dus beperkt worden tot de 27 overblijvende lidstaten van de Europese Unie. 

Nee, om de continuïteit te garanderen zullen Uniemerken die vóór het einde van de overgangsperiode geregistreerd werden, automatisch én kosteloos omgezet worden naar een vergelijkbaar nationaal merk in het Verenigd Koninkrijk (hierna: VK-merk). 

Het Uniemerk wordt als het ware gekloond, d.w.z. dat het teken (woord / logo) en de goederen- en dienstenomschrijving identiek worden overgenomen en de depot en/of prioriteitsdatum van het Uniemerk behouden blijft. 

Opgelet! Het VK-merk is afhankelijk van het ‘ouder’ Uniemerk waarvan het is afgeleid en kan nietig verklaard worden of vervallen indien het Uniemerk nietig wordt verklaard of ingetrokken als gevolg van een procedure die reeds liep in de EU op de laatste dag van de overgangsperiode.
 

Indien een aanvraag voor een Uniemerk werd ingediend voor het einde van de overgangsperiode, maar deze nog niet geregistreerd werd, zal u op eigen initiatief en kosten een vergelijkbaar VK-merk kunnen aanvragen met behoud van dezelfde depotdatum als het Uniemerk.

Deze aanvraag dient te gebeuren bij het UKIPO (United Kingdom Intellectual Property Office) binnen 9 maanden vanaf het einde van de overgangsperiode, dus t.e.m. 30 september 2021. 
 

Vanaf het einde van de overgangsperiode zal het gebruik van uw merk in het Verenigd Koninkrijk niet meer kwalificeren als gebruik in de EU. 
Indien u gebruiksbewijzen moet bijbrengen van een periode die aan het einde van de overgangsperiode vooraf gaat, kwalificeert het gebruik van uw merk in het Verenigd Koninkrijk wél als gebruik in de EU. 
 

Vanaf het einde van de overgangsperiode zullen er slechts 27 lidstaten beschermd worden door uw Internationale registratie met opeising van de EU. Indien de registratie van uw Internationale merkinschrijving met opeising van de EU plaatsvond vóór het einde van de overgangsperiode, zorgt het Verenigd Koninkrijk ervoor dat de bescherming ervan in het Verenigd Koninkrijk voortduurt d.m.v. een vergelijkbaar Brits merk.

Indien uw Internationale aanvraag met opeising van de EU nog niet werd geregistreerd voor het einde van de overgangsperiode, zal u een vergelijkbaar VK-merk kunnen aanvragen met behoud van dezelfde depotdatum. Deze aanvraag dient te gebeuren binnen 9 maanden vanaf het einde van de overgangsperiode.
 

 Neen, voorgaande informatie m.b.t. de Uniemerken kan ook toegepast worden op de geregistreerde Europese modellen. Bovendien blijft een niet-geregistreerd Europees model dat voor het einde van de overgangsperiode is ontstaan, door het Verenigd Koninkrijk beschermd als een gelijkwaardig intellectueel eigendomsrecht in het Verenigd Koninkrijk.
 

Voor wat de bescherming van Europese merken en Europese modellen na een harde brexit betreft, zijn – onder voorbehoud van wijzigingen de komende weken –  op dit ogenblik dezelfde regels van toepassing als in het geval van een ‘zachte’ brexit. 
 

Aan de
slag

VLAAMSE STEUNMAATREGELEN

De brexit-taskforce van de Vlaamse regering voorziet 83 miljoen euro extra steun voor bedrijven die getroffen worden door de gevolgen van de brexit. Daarvan zal 30 miljoen euro beheerd worden door Flanders Investment and Trade (FIT), 3 miljoen euro door het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en 50 miljoen euro door het Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO).

FIT zal met de verkregen middelen export ondersteunende maatregelen treffen, VLAIO voorziet extra steun om bedrijven bijvoorbeeld te helpen in het aanpassen van hun interne processen om de gevolgen van de brexit op te vangen. De VLAM zal dan weer export ondersteunende maatregelen uitwerken specifiek voor de agro- en visserijsector. Het is vooralsnog niet duidelijk hoe de verschillende agentschappen de middelen specifiek zullen inzetten.
 

Aan de
slag

WERKNEMERS: Britten naar België (TOT 2021)

Britten die al in België verbleven voor 01/01/2021 moeten zelf geen stappen ondernemen. Momenteel hebben zij nog een E- of E+-kaart. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) zal hen wel oproepen om hen een andere verblijfsvergunning, een M-kaart, te geven. Uiterlijk einde 2021 zouden alle Britten die in België verblijven over dit nieuw verblijfsdocument moeten beschikken.

Dit betekent ook dat deze Britten hier nog steeds mogen blijven werken zonder een single permit aan te vragen.

Vergeet niet vanaf 01/01/2021 een kopie van het verblijfsdocument van de Britse werknemer te vragen en bij te houden in zijn personeelsdossier. Hij is dan immers een derdelander geworden.

Ja, deze persoon mag hier nog blijven wonen en werken. Hij zal wel een ander document moeten krijgen. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) zal hen oproepen om hen een andere verblijfsvergunning, een M-kaart, te geven. Uiterlijk einde 2021 zouden alle familieleden van Britten die in België verblijven over dit nieuw verblijfsdocument moeten beschikken.

Woont hij in een huis of appartement dan moet hij zo snel mogelijk een bijlage 15 aanvragen als hij deze niet heeft. Hij moet deze bijlage bij de gemeente aanvragen waar hij werkt. In 2021 zal de werknemer deze bijlage 15 omgezet zien naar een N-kaart. Hij mag hier blijven werken zonder een single permit aan te vragen.

Als hij nog geen bijlage 15 heeft, vraagt hij deze best zo snel mogelijk aan bij de gemeente waar hij werkt. In 2021 zal de werknemer deze bijlage 15 omgezet zien naar een N-kaart. Hij mag hier blijven werken zonder een single permit aan te vragen.

Als hij nog geen bijlage 15 heeft, vraagt hij deze best zo snel mogelijk aan bij de gemeente waar hij werkt. In 2021 zal de werknemer deze bijlage 15 omgezet zien naar een N-kaart. Hij mag hier blijven werken zonder een single permit aan te vragen.

Neen, hij heeft geen single permit/arbeidskaart nodig. In het verleden had hij dit ook niet nodig.

Ja, zolang de situatie blijft voortduren, kan hij onder Britse sociale zekerheid blijven vallen.

Ja, zolang de situatie ononderbroken blijft voortduren, kan hij onder Britse sociale zekerheid blijven vallen. Ononderbroken verwijst niet noodzakelijk enkel naar detachering. Indien een gelijktijdige tewerkstelling de detachering opvolgt, zal dit ook ononderbroken zijn.

De Britse overheid zal in principe A1 documenten blijven afleveren voor deze situaties.

Ja, zolang zijn situatie ononderbroken blijft voortduren, kan hij onder Britse sociale zekerheid blijven vallen. Ononderbroken houdt bijvoorbeeld in dat de werknemer 2 dagen per week in België en 3 dagen per week in het Verenigd Koninkrijk werkt.

De Britse overheid zal in principe A1 documenten blijven afleveren voor deze situaties.
 

Aan de
slag

WERKNEMERS: Britten naar België (VANAF 2021)

Neen, Britten zijn vrijgesteld van de visumplicht. Let wel: de werknemer moet wel bij de douane kunnen aantonen waarom hij naar België reist. Een uitnodiging of een arbeidskaart kunnen hierbij al helpen. De douane mag naar alle bewijsstukken vragen die zij nodig achten zoals een hotelreservatie enz.

Ja. De plaats van tewerkstelling is bepalend om te weten in welke regio de werkgever de arbeidskaart moet aanvragen.

In bepaalde gevallen is een vrijstelling van een arbeidskaart mogelijk vb. vergadering in beperkte kring, opleiding, techniekers voor installatie, onderhoud en reparatie van geleverde toestellen, … …

Hotel
Wanneer de Britse werknemer in een hotel verblijft, moet hij zich niet aanmelden bij de gemeente. Zijn Brits paspoort is voldoende.

Appartement/huis
Wanneer een Brit een appartement of huis in België huurt, moet hij zich aanmelden bij de gemeente. Hij ontvangt dan een bijlage 3 met een maximale geldigheidsduur van 3 maanden.

 

Hotel
Wanneer de Britse onderdaan in een hotel verblijft, moet hij zich niet aanmelden bij de gemeente. Zijn Brits paspoort is voldoende.

Appartement/huis
Wanneer een Brit een appartement of huis in België huurt, moet hij zich aanmelden bij de gemeente waar hij werkt. Hij ontvangt dan een bijlage 15 als grensarbeider.

Ja. De plaats van tewerkstelling is bepalend om te weten in welke regio de werkgever de single permit moet aanvragen.

Voor intracompany-uitwisseling van werknemers voorziet de Brexit-deal versoepelingen. Deze mogelijkheid is beperkt tot leidinggevenden, specialist-werknemers en stagiair-werknemers.

 

Ja, dat kan maar hier zijn voorwaarden aan gekoppeld. Zo is dit maar mogelijk in bepaalde sectoren, bijvoorbeeld het geven van financieel advies, verzekeringen, bouwactiviteiten …
Momenteel is het nog niet duidelijk welke formaliteiten moeten vervuld worden.

Ja, mits de Britse overheid hier mee instemt. De detachering mag maximum 24 maanden duren. Gedurende deze periode kan de werkgever de sociaalzekerheidsbijdragen in het Verenigd Koninkrijk betalen.

De werknemer blijft onderworpen aan de Britse sociale zekerheid omdat hij meer dan 25% van zijn tijd in het Verenigd Koninkrijk werkt.
 

De werknemer is onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid omdat hij minder dan 25% van zijn tijd in het Verenigd Koninkrijk werkt.

Ja, deze Verordening is ook van toepassing op derdelanders, dus ook op Britten. Je kan deze Europese regels ook op de tewerkstellingssituatie van de Britse werknemer toepassen.
 

Aan de
slag

WERKNEMERS: Belgen in het VK (TOT 2021)

Hij heeft  aan te vragen. Met deze status mag hij blijven wonen en werken in het Verenigd Koninkrijk.

Wanneer hij niet geregistreerd is bij de Britse overheid, dan riskeert hij een aantal rechten te verliezen. Door een settled of pre-settled status aan te vragen vrijwaart hij volgende rechten:

  • Toegang tot de National Health Service;
  • Mogelijkheid om te blijven wonen en werken in het Verenigd Koninkrijk.

Hij heeft tot 30/06/2021 de tijd om een settled of pre-settled status aan te vragen. Met deze status mag hij verblijven en werken in het Verenigd Koninkrijk.

De Britse regering is nog volop bezig een regeling te treffen voor grensarbeiders. Vanaf 1 juli 2021 moet hij een geldige frontier work permit hebben en een geldig paspoort om in het Verenigd Koninkrijk te werken.

Tot 1 juli 2021 kan hij gebruik blijven maken van zijn paspoort om in het Verenigd Koninkrijk te werken. Hij moet dan nog geen frontier work permit hebben.

De Britse overheid werkt nog aan een procedure om deze work permit aan te vragen.

Ja, zolang zijn situatie ononderbroken blijft voortduren, kan hij onder de Belgische sociale zekerheid blijven vallen. Ononderbroken verwijst niet noodzakelijk enkel naar detachering. Indien een gelijktijdige tewerkstelling de detachering opvolgt, zal dit ook ononderbroken zijn.

De Belgische overheid zal in principe A1 documenten blijven afleveren voor deze situaties.

Ja, zolang je situatie ononderbroken blijft voortduren, kan hij onder de Belgische sociale zekerheid blijven vallen. Ononderbroken houdt bijvoorbeeld in dat de werknemer 2 dagen per week in België en 3 dagen per week in het Verenigd Koninkrijk werkt.

De Belgische overheid zal in principe A1 documenten blijven afleveren voor deze situaties.

Aan de
slag

WERKNEMERS: Belgen naar het VK (VANAF 2021)

In bepaalde gevallen moet hij geen visum hebben om voor professionele redenen naar het Verenigd Koninkrijk te reizen. Indien hij bijvoorbeeld meetings bijwoont of contracten onderhandelt en ondertekent, technieker voor installaties is, onderhoud en reparatie van geleverde toestellen uitvoert …

In de andere gevallen is een visum nodig ongeacht de duurtijd van de prestaties in het Verenigd Koninkrijk.

Hij moet een specifiek visum op basis van punten aanvragen. Enkel werknemers die voldoende punten kunnen aantonen, geraken nog binnen in het Verenigd Koninkrijk.

De Britse overheid kent de punten toe op basis van de vaardigheden, de kwalificatie en het inkomen van de Belg. Hij moet minstens 70 punten halen om in het Verenigd Koninkrijk te kunnen werken.

Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien hij:

  • al een jobaanbod van een Britse werkgever heeft gekregen (= 20 punten),
  • hij hooggeschoold is (= 20 punten),
  • een minimum jaarloon  kan voorleggen (= 20 punten), en
  • Engels kan spreken (= 10 punten).

Daarnaast moet de Britse werkgever optreden als sponsor.

Hij moet een visum hebben. Het Verenigd Koninkrijk heeft specifieke vereisten om een visum te bekomen. Om het visum te krijgen moet hij onder andere een Britse onderneming erkend als sponsor hebben. Wanneer er geen Britse erkende onderneming is, zal het moeilijk zijn om een Belg in het Verenigd Koninkrijk tewerk te stellen. Een oplossing zou zijn dat de Belgische onderneming een Brits filiaal of vestiging op het Brits grondgebied heeft.
Voor intra company uitwisseling van werknemers zijn er wel mogelijkheden voorzien om een visum hiervoor aan te vragen.

Hij moet een visum hebben. Het Verenigd Koninkrijk heeft specifieke vereisten om een visum te bekomen. Om het visum te krijgen moet hij onder andere een Britse onderneming erkend als sponsor hebben. Wanneer er geen Britse erkende onderneming is, zal het moeilijk zijn om een Belg in het Verenigd Koninkrijk tewerk te stellen. Een oplossing zou zijn dat de Belgische onderneming een Brits filiaal of vestiging op het Brits grondgebied heeft.
Voor intra company uitwisseling van werknemers zijn er wel mogelijkheden voorzien om een visum hiervoor aan te vragen.

De werknemer gaat een Intra-company Transfer visa moeten aanvragen om in het Verenigd Koninkrijk te mogen werken. Verder zal de Britse zusteronderneming moeten optreden als sponsor. De werknemer kan zijn arbeidsovereenkomst met u wel behouden op voorwaarde dat de ondernemingen deel uitmaken van dezelfde groep. Tenzij de werknemer £73.900 of meer per jaar verdient, moet hij ten minste 12 maanden bij u hebben gewerkt. Als het loon ten minste £73.900 bedraagt, is er geen sprake van zo een vereiste.

Deze situatie is momenteel nog niet uitgeklaard en maakt onderdeel uit van de onderhandelingen. Van zodra we meer nieuws hebben, komen we hier op terug.

Wanneer er geen akkoord is, kan je de werknemer nog voor 6 maanden naar het Verenigd Koninkrijk detacheren onder de Belgische sociale zekerheid. Deze periode van 6 maanden kan eenmalig verlengd worden met een nieuwe periode van 6 maanden.

Deze situatie sluit mooi aan bij de Britse wetgeving die derdelanders voor 52 weken vrijstelt van Britse sociale zekerheidsbijdragen bij detachering.
Blijven ze langer dan moet deze situatie verder onderzocht worden.

Deze situatie is momenteel nog niet uitgeklaard en maakt onderdeel uit van de onderhandelingen. Van zodra we meer nieuws hebben, komen we hier op terug.

Wanneer er geen akkoord is dan lopen Belgen het risico om sociaal verzekerd te zijn in België en het Verenigd Koninkrijk.

Als de dekking onder de Britse sociale zekerheid niet voldoende is voor de werknemer dan kan de werknemer zich nog aansluiten bij de Overzeese Sociale Zekerheid.
 

De onderdelen 'Contracten' en 'Intellectuele eigendom' van deze FAQ kwamen tot stand in samenwerking met Monard Law en Gevers.

Logo's van Monard Law en Gevers

De onderdelen 'Werknemers' van deze FAQ kwamen tot stand in samenwerking met SD Worx.

SD Worx
  • ING
  • SD  Worx