Elia opent gloednieuw Offshore Service Center
“We blijven verder werken aan de ontwikkeling van offshoreprojecten”
In Oostende heeft transmissienetbeheerder Elia zijn nieuwe Offshore Service Center geopend. Het vormt voortaan de uitvalsbasis voor het onderhoud van en interventies aan de offshore-infrastructuur van Elia. De keuze voor Oostende is niet toevallig: de haven ligt dicht bij de offshoreinstallaties en groeide de voorbije jaren uit tot een belangrijk knooppunt voor offshore-energieactiviteiten op de Noordzee.
Geert Moerkerke is als Head of Grid Services Offshore and Power Electronics bij Elia onder meer verantwoordelijk voor het onderhoud van de offshoreinstallaties. Vanuit die rol ziet hij van dichtbij hoe belangrijk offshore-infrastructuur is voor het Belgische energiesysteem. “Door offshorewind kunnen we als land meer energie zelf opwekken. Het helpt ons om de energietransitie waar te maken, onze energieonafhankelijkheid te versterken en onze economie competitief te houden. Dat is belangrijk voor gezinnen, maar zeker ook voor bedrijven, voor wie elektriciteit een basisvoorwaarde is. Ook de interconnecties met onze buurlanden spelen daarin een belangrijke rol: ze maken het mogelijk om elektriciteit over de grenzen heen uit te wisselen.”
Als transmissienetbeheerder produceert Elia zelf geen energie, maar verbindt het de elektriciteitsproductie met de verbruikers en houdt het het electriciteitsnet stabiel. “Vroeger waren we enkel verantwoordelijk voor de hoogspanningsinfrastructuur op land, maar sinds 2016 is onze opdracht uitgebreid: sindsdien transporteren we ook de elektriciteit die de windmolenparken op zee produceren naar het elektriciteitsnet op het vasteland. Daarvoor hebben we eerst het Modular Offshore Grid ontwikkeld, het zogenaamde stopcontact op zee, dat 4 windmolenparken met het land verbindt. In een tweede fase komt daar het Prinses Elisabeth Eiland bij, dat de windenergie van de nieuwe concessiezones aan land zal brengen. Allebei zijn het wereldprimeurs.”
Dat hoeft niet te verbazen, want op het vlak van offshorewind behoort België al lang tot de voortrekkers, benadrukt Moerkerke. “Al in 2004 deden we onderzoek voor het C-Power-windmolenpark, dat vanaf 2008 werd gebouwd. In die meer dan 20 jaar hebben heel wat bedrijven in ons land expertise opgedaan in het bouwen van die installaties, maar ook in het onderhouden en beheren ervan.”
De voorbije jaren is hier een sterk ecosysteem gegroeid rond offshore-energie, met veel kennis, infrastructuur en innovatie.
Zo dicht mogelijk bij zee
Voor de operations en maintenance van zijn offshore-infrastructuur wil Elia zo dicht mogelijk bij zijn installaties op zee aanwezig zijn. Daarom heeft de netbeheerder al sinds 2018 een uitvalsbasis in Oostende: eerst in een bestaand gebouw in de haven en sinds kort in een gloednieuw gebouw op de site ernaast. “Het is voor ons belangrijk om dicht bij onze offshoreinstallaties te zitten, want we voeren heel wat inspecties en preventieve onderhoudswerken uit. Vanuit Oostende bereiken we het Modular Offshore Grid in ongeveer een uur en een kwartier varen. Het Prinses Elisabeth Eiland ligt iets verder.”
Niet alleen praktisch, maar ook strategisch is Oostende een logische keuze, vindt Moerkerke. “De voorbije jaren is hier een sterk ecosysteem gegroeid rond offshore energie, met veel kennis, infrastructuur en innovatie. Onze leveranciers zijn hier aanwezig, net als organisaties zoals het MRCC, Bluebridge, Ostend Science Park en het Waterbouwkundig Laboratorium. Dat ecosysteem maakt Oostende voor ons bijzonder interessant. Ook de Haven Oostende en de Stad Oostende spelen daarbij een belangrijke rol.”
Vanuit het nieuwe Offshore Service Center coördineert Elia al zijn offshoreactiviteiten. Het gebouw, dat tot in de kleinste details verwijst naar de zee en de activiteiten van Elia, omvat kantoren, een atelier, een magazijn met strategische reserveonderdelen, vergader- en ontvangstruimtes, een crisisruimte en een operations control room. Voor de offshoremedewerkers zijn er douches en sanitaire voorzieningen. Daarnaast biedt het gebouw directe toegang tot de bestaande kaai en aanlegsteiger.
In het Offshore Service Center werken ongeveer 40 mensen, voornamelijk ingenieurs en technici. “Wie offshore aan de slag gaat, vertrekt om 6 uur ’s morgens en is pas 12 uur later terug. We proberen interventies op zee zoveel mogelijk te beperken: ze zijn relatief duur in vergelijking met interventies op land, brengen bijkomende veiligheidsrisico’s mee en vragen heel wat voorbereiding en administratie. Vandaar dat we ze zo efficiënt mogelijk organiseren. We besteden veel aandacht aan intensieve opleidingen, want als je minstens 40 kilometer op zee zit met een klein team, moet je op alles voorbereid zijn. Onze medewerkers zijn uitgebreid opgeleid om adequaat te reageren op noodsituaties, zoals medische incidenten, brand of evacuaties. Daarnaast beschikken zij over diverse erkende certificeringen, zoals het veilig besturen van rescueboten, Sea Survival-trainingen en opleidingen voor helicopter underwater escape (HUET), waarmee zij voorbereid zijn om te overleven op zee en zich in veiligheid te brengen bij een incident met een helikopter. Doordat we al die expertise zelf in huis hebben, kunnen we onze mensen, als dat nodig is, binnen enkele uren uitsturen. Die flexibiliteit zit verankerd in het DNA van iedereen in ons team en behoort tot de kerntaken van een netbeheerder. Daar zijn we bijzonder fier op”, besluit Geert Moerkerke.
Het Prinses Elisabeth Eiland
De bouw van het Prinses Elisabeth Eiland is volop aan de gang. De 23 caissons die de fundering vormen, zijn inmiddels geplaatst en de binnenzijde wordt opgespoten met zand. Volgens de huidige planning worden in 2027 en 2028 de kabelverbindingen naar de kust aangelegd. In 2029 start de installatie van de elektrische infrastructuur. De oplevering van het project is voorzien voor 2031. Het energie-eiland moet de aansluiting van de tweede Belgische offshorewindzone mogelijk maken en creëert daarnaast mogelijkheden voor een toekomstige energieverbinding met het Verenigd Koninkrijk. Voor de aanleg van het eiland kreeg Elia vorige week een lening van 1 miljard euro van de Europese Investeringsbank (EIB).






