Burger moet straks sneller bezwaren formuleren

29/11/2017 , Steven Betz - Milieu en Ruimtelijke Ordening

De ‘codextrein’ is bijna aan zijn eindstation. In deze spreekwoordelijke trein zitten tal van wijzigingen aan verschillende decreten die onze vergunningsprocedures regelen. Een van de belangrijke elementen in het ontwerp verplicht burgers om al bij de start van een vergunningsprocedure hun eventuele bezwaren te formuleren.

  • De codextrein wil burgers verplichten om al bij de aanvang van een procedure meteen hun bezwaren op tafel te leggen.
  • Inspiratie voor dit voorstel werd gehaald in Nederland.
  • De twijfels van de Raad van State worden ten onrechte gebaseerd op het arrest Djurgården.

De codextrein draagt formeel de naam ‘ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu Codextreinen omgeving’. Het omvangrijke document werd midden november een laatste keer besproken en gestemd in de bevoegde parlementaire commissie zodat het dossier nu op weg is naar zijn laatste halte. Eerstdaags volgt de bespreking in de plenaire vergadering van het Vlaams parlement.

Een van de artikelen uit die codextrein wil burgers verplichten om al bij aanvang van de procedure meteen hun bezwaren op tafel te leggen. Enkel diegene die tijdens het openbaar onderzoek een gemotiveerd bezwaar indiende, krijgt het recht om nadien beroep aan te tekenen. Op deze regel zijn wel aantal uitzonderingen voorzien. Zo mag toch iedereen beroep aantekenen wanneer de aanvraag na het openbaar onderzoek gewijzigd werd of wanneer de vergunningsbeslissing juist enkele voorwaarden oplegt die voor hen gevolgen hebben. Tot slot kan de burger ook nog overmacht inroepen wanneer hij bijvoorbeeld geen weet had van het openbaar onderzoek omdat hij toen in het buitenland zat of in het ziekenhuis lag.

“Behoorlijk burgerschap veronderstelt dat argumenten in een vroeg stadium van de procedure naar voren worden gebracht.”

Inspiratie voor dit voorstel werd gehaald in Nederland. Onze noorderburen hebben al enkele jaren in hun regelgeving voorzien dat burgers geresponsabiliseerd worden door hen het recht te ontnemen als hen redelijkerwijs kan worden verweten dat zij tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar hebben ingediend. Deze regeling bestaat in Nederland al verschillende jaren en is daar algemeen aanvaard.

Eigenlijk is het ook niet meer dan logisch dat burgers op hun verantwoordelijkheden gewezen worden. We hebben de jongste jaren onze mond vol van principes als vooroverleg en participatieve procesvoering. Initiatiefnemers en overheid worden aangespoord en soms verplicht om bij aanvang van een procedure zoveel mogelijk in te zetten op overleg. De bedoeling daarvan is dat een initiatiefnemer van bij de start zicht krijgt op mogelijke problemen en eventueel zijn project kan bijstellen op basis van andere inzichten. Helaas zien we vaak dat omwonenden afwachten en tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar indienen en pas na het afgeven van een vergunning actie ondernemen door in beroep te gaan. Dat werkt uiteraard vertragend, vermits de overheid dan geen beslissing kan nemen op basis van een volledig dossier. Kortom, iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen: behoorlijk burgerschap veronderstelt dat argumenten in een vroeg stadium van de procedure naar voren worden gebracht zodat initiatiefnemers en vergunningsverleners daar maximaal rekening mee kunnen houden en procedures niet nodeloos vertraagd worden.

Maar ondanks de logica van het voorstel en het goede voorbeeld uit Nederland, is het voorstel gecontesteerd. Tegenstanders stellen dat het in conflict komt met internationale verplichtingen. Zij voelen zich gesteund door het advies van de Raad van State op de codextrein, waarin twijfels worden geuit over de juridische haalbaarheid. De Raad van State verwijst daarbij naar het arrest Djurgården waarin Zweden door het Hof van Justitie werd terecht gewezen wegens het ongeoorloofd beperken van het recht tot toegang tot de rechter. Ten onrechte Codexwordt deze uitspraak van het Hof veralgemeend, waardoor het nu lijkt alsof ook het Vlaamse voorstel in conflict komt met onze Europese rechtsregels. Maar zoals vaker verdwijnt gaandeweg de nuance zodat we eens terug moeten gaan naar de oorspronkelijke teksten: in het arrest Djurgården was de situatie niet te vergelijken met de aanpassing die de Vlaamse regering beoogt. De Zweedse regelgeving voorzag immers dat milieuorganisaties slechts in beroep konden gaan als zij voldeden aan een aantal voorwaarden, waaronder het tellen van minstens 2.000 leden.

Concreet betekende dit dat kleine plaatselijke milieuverenigingen wel hun stem konden laten horen tijdens het openbaar onderzoek, maar dat hen nadien het recht werd ontzegd om beroep aan te tekenen. Tegen die achtergrond klinkt de conclusie van het arrest wel genuanceerder. Zweden stelde immers: je hebt al inspraak gehad tijdens de publieke consultatie, dus is het geen probleem dat je het recht wordt ontzegd om nog eens je beklag te doen in de graad van beroep. Het voorstel in de codextrein daarentegen stelt: als je geen bezwaar indient tijdens het openbaar onderzoek, verlies je jouw belang waardoor je geen beroep meer kan aantekenen. Dat is een wezenlijk verschil. Bovendien bepaalt Europa dat lidstaten zelf mogen bepalen wat volgens hen een voldoende belang vormt in het licht van de doelstelling om het publiek een ruime toegang tot de rechter te verlenen.

Het voorstel in de codextrein kan dus wel, het tast geenszins de rechten van de burger aan. Nederland deed het ons al voor en daar werkt het goed…

Steven Betz - Senior Adviseur Milieu & Ruimtelijke ordening - steven.betz@voka.be