"Zie zorg als een exportproduct, niet als een kost"

07/03/2019

Massa’s data met slimme algoritmes die analyses uitvoeren. Preventieve zorg die ons gezond houdt. Proactieve ingrepen die ziektes bestrijden nog vóór ze schade kunnen aanrichten. Wearables en apps die ons op onze eigen verantwoordelijkheid wijzen om voor onze gezondheid zorg te dragen. Roger Lemmens van imec en Christophe Mouton van AZ Maria Middelares voorspellen ingrijpende veranderingen in onze gezondheidszorg dankzij big data, artificiële intelligentie en slimme technologie. 

Christophe Mouton

Tekst Marijke Van Gysegem – Foto Wim Kempenaers

Christophe Mouton is een ingenieur met ervaring in de industrie (Philips, Matsushita en Beaulieu). Sinds 2015 staat hij aan het hoofd van AZ Maria Middelares in Gent, waar hij mee timmert aan de toekomst van de gezondheidszorg.  
Roger Lemmens is directeur Innovation Services & Solutions bij imec. Imec is een hub voor R&D en innovatie, gericht op nano-elektronica en digitale technologie (hard- en software). Een belangrijk onderdeel van hun missie is het begeleiden van Vlaamse bedrijven om succesvol nieuwe producten in de markt te zetten, met de nieuwste technologieën. 

Aan de basis van innovatieve technologieën, of het nu AI-systemen, VR-toepassingen of robots zijn, liggen data. Daar zijn Roger Lemmens en Christophe Mouton het volmondig over eens. We moeten evolueren naar een meer permanente opvolging van meer parameters (denk hierbij aan lichaamstemperatuur, bloeddruk, hartritme…). Meer en meer wordt ook het menselijk genoom in kaart gebracht (het totaal van genen in het DNA), een enorme schat aan informatie. En alle data die we op die manier genereren, vormen een vruchtbare voedingsbodem voor intelligente algoritmes, artificiële intelligentie en machine learning.  

“Artificiële intelligentie analyseert ontelbare cases en kan een unieke ondersteuning bieden bij het stellen van een diagnose”, licht Roger Lemmens toe. “Maar ook als het aankomt op de keuze van de meest geschikte behandeling kunnen best practices, zelfs wereldwijd, geanalyseerd worden om die beste keuze te maken. Dit noemen we ook wel clinical decision support systemen.”

Klinische en ethische validatie cruciaal

“Wij hebben verschillende projecten op dit domein”, vertelt Christophe Mouton. “AI helpt bijvoorbeeld onze radiologen om prioriteiten te bepalen in hun werklijsten. We spreken zelfs van IoMT: Internet of Medical Things. Een voorbeeld: wie opgevolgd wordt voor een hartaandoening, kwam vroeger twee keer per jaar naar de cardioloog. Die moest zich dan baseren op de waarden van twee meetmomenten, die weliswaar zeer exact waren, maar een beperkt beeld gaven. Vandaag kan je met wearables continu meten en evoluties in kaart brengen. Die metingen zijn niet even correct, maar de trends zijn wel duidelijk, en belangrijker dan de waarde an sich.” 

Een ander voorbeeld  is de app Fibricheck, ontwikkeld met steun van imec. De app detecteert hartritmestoornissen, zoals voorkamerfibrillatie, door de vingertop op de camera van de smartphone te houden. De app is klinisch gevalideerd, wordt gebruikt op voorschrift van een arts en wordt ook door AZ Maria Middelares toegepast. “Vaak wordt de ontwikkeling van dit soort toepassingen afgeremd doordat consumentenapps, die niet klinisch gevalideerd zijn, de geloofwaardigheid van zulke applicaties ondermijnen”, vertelt Roger Lemmens. “Om het kaf van het koren te scheiden, wordt nu eindelijk werk gemaakt om digital health oplossingen uitgebreid te testen en te valideren. Hierover heeft het kabinet De Block nu een belangrijke beslissing genomen, in het kader van een initiatief om digital health oplossingen in aanmerking te laten komen voor terugbetaling.” 

Het innovatiecomité van AZ Maria Middelares hanteert ook zeer strikte richtlijnen in de selectie van projecten waarin wordt geïnvesteerd. “Alleen projecten die wettelijk in orde zijn, veilig en ethisch correct, komen in aanmerking. Naast Fibricheck hebben we nog verschillende trajecten lopen, zoals een pilootproject met revalidatie op afstand, met behulp van een wearable en de app moveUP. Die app zal binnenkort ook terugbetaald worden, net als kinesitherapie. Op de oncologie werken we met de app RemeCoach om de patiënt tijdens de kankerbehandeling op te volgen, met aandacht voor zijn gemoedstoestand.”

Leve 5G en de rekenkracht

De digitale beschikbaarheid van data en het gemakkelijk delen ervan, ondersteunen ook de transmurale zorg, met andere woorden de samenwerking tussen eerstelijnszorg (huisarts, rust- en verzorgingscentrum), tweedelijnszorg (algemeen ziekenhuis) en derdelijnszorg (universitair ziekenhuis). Het ‘zorgpad’ van een patiënt kan op efficiënte en foutloze manier worden opgevolgd door verschillende zorgverleners dankzij het digitaal ter beschikking stellen van informatie.  

“Interconnectiviteit wordt hét codewoord in het hele ecosysteem van de zorg”, vertelt Christophe Mouton. “Snelle verbindingen zijn daarbij zeer belangrijk. Als je weet hoe groot het verschil is tussen 4G en 5G en als je weet hoeveel data, vooral dan beeldmateriaal, nodig zijn om systemen te laten samenwerken, dan weet je dat 5G het zorgsysteem een enorme boost zal geven. De technologie is er al, ik verwacht dat dit binnen enkele jaren algemeen in gebruik zal zijn in onze regio.” 

Roger Lemmens (imec)
Roger Lemmens (imec)

Gelijktijdig met de enorme sprong van 4G naar 5G, maakt ook de rekenkracht een enorme evolutie door. En rekenkracht is net wat artificiële intelligentie en machine learning nodig hebben. “AI bestaat eigenlijk al sinds de jaren 50-60. Maar het is net als met de wet van Bernoulli in de luchtvaart: de principes waren al meer dan een eeuw gekend vóór het eerste vliegtuig opsteeg. Het was wachten op voldoende krachtige motoren en voldoende lichte materialen. Nu komen we op een punt dat computers voldoende krachtig en data voldoende beschikbaar worden om écht gebruik te gaan maken van AI. Gekoppeld met  voldoende snelle verbindingen  kan je heel andere manieren van zorg gaan definiëren zoals bijvoorbeeld chirurgie op afstand. Het in kaart brengen van genomen is ook een goed voorbeeld. Dat kan al jaren, maar was tot voor kort onbetaalbaar. Nu lopen er in de VS projecten met het massaal in kaart brengen van het menselijk genoom. Bij prenatale onderzoeken doen we hier al op grote schaal screenings, gericht op bepaalde aandoeningen. Bij deze evoluties komen uiteraard ook heel wat ethische kwesties kijken.”  

“Die ethische kwesties, en ook de beveiliging van data, zijn cruciaal”, bevestigt ook Roger Lemmens. “Mensen moeten hierop kunnen vertrouwen. Allemaal goed en wel dat DNA-gebonden risicofactoren of afwijkingen in je hartritme gekend zijn, zodat je preventieve maatregelen kan nemen en gezond blijft. Maar je wil niet dat je verzekeringsmaatschappij, zonder dat je dit weet, over je schouder meekijkt en je meer gaat aanrekenen omdat ze hier weet van hebben.”  

Het grote voordeel van deze data en de analyses erop, is dat we zowel preventief als proactief zullen kunnen werken. Preventief in de zin dat we mensen gezond kunnen houden, proactief in de zin dat we veel sneller kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld al handelen wanneer een tumor zich begint te ontwikkelen, nog vóór hij waarneembaar is op scans, laat staan symptomen geeft. “Proactief ingrijpen kan zowel financieel grote voordelen opleveren voor de maatschappij als de patiënt een veel hoger comfort en betere kans op herstel bieden.”

Roger Lemmens
Roger Lemmens, imec: "Onze markt is te klein om op een rendabele manier iets te lanceren en ook nog eens vrij conservatief: onze starters moeten meteen internationaal denken."

Fout financieringssysteem vertraagt innovatie

Innovatie vraagt investeringen. En investeringen worden gedaan als daar een voldoende return on investment tegenover staat. De logica zelve. Alleen ligt dat in de zorg wat moeilijker. “Ten eerste”, begint Roger Lemmens, “zijn verschillende partijen betrokken, die elk hun eigen rol spelen. De dokter die iets voorschrijft, de gebruiker (patiënt), de verzekeringsmaatschappij en/of overheid die beslist over terugbetaling … Dat hele systeem verschilt dan ook nog eens van land tot land. Het is als onderneming met een innovatief idee moeilijk om in te schatten of jouw product of dienst zal aanslaan op voldoende schaal om rendabel te zijn.” 

“Het financieringssysteem speelt een grote rol”, bevestigt ook Christophe Mouton van AZ Maria Middelares. “Zo worden ziekenhuizen eigenlijk financieel ontmoedigd om te investeren in technologieën die preventieve geneeskunde mogelijk maken. Een voorbeeld. Door bepaalde parameters van patiënten zeer zorgvuldig op te volgen met wearables, kunnen wij sneller detecteren wanneer een patiënt ernstig achteruit gaat en tijdig ingrijpen. Dit vraagt een investering in intensieve opvolging én in intelligente meetsystemen. Het resultaat is wel dat we 80% minder reanimaties doen dan enkele jaren terug. Maar het is net voor reanimaties dat we financiering ontvangen. Het systeem slaagt er dus niet in een maatregel aan te moedigen die zo’n sterk resultaat geeft. Hetzelfde geldt voor robotchirurgie. Door de betere technieken is de patiënt sneller weer op de been en aan het werk. Maar het ziekenhuis doet de investering, en de maatschappij plukt de voordelen doordat de patiënt sneller terug aan de slag kan.” 

“Ons hele zorgsysteem is gebaseerd op inspanning”, bevestigt ook Roger Lemmens. “Hoe meer inspanningen, ingrepen of consultaties een arts of paramedicus doet, hoe meer die daarvoor vergoed wordt. Een systeem dat vergoedingen organiseert op basis van resultaat, zou innovatie veel meer aanmoedigen. Het zou de sense of urgency verhogen en ervoor zorgen dat nieuwe technologieën veel sneller geadopteerd worden. Nog een voorbeeld: een applicatie om dankzij best practices kinesisten te ondersteunen om hun patiënten sneller te laten revalideren. Kinesisten die voor professionele sportclubs werken, zijn enthousiast, ze willen hun topspelers zo snel mogelijk weer in competitie. Maar de kinesist om de hoek heeft sowieso een volle wachtzaal en is niet gemotiveerd om te investeren in snellere resultaten.” 

Toch hebben beide heren hoop op beterschap. “Onze overheden weten dat we hier werk moeten van maken”, bevestigt Christophe Mouton. “We kunnen leren van de goede elementen van systemen in het buitenland om te evolueren van prestatiegeneeskunde naar value based health care. Zo is in verschillende landen de financiering al deels gebaseerd op feedback van de patiënt: PROMs, of Patient Reported Outcome Measurements. Daarbij kan je zeer objectief resultaten evalueren en ook benchmarken met het buitenland.” Ook Roger Lemmens ziet het positief in. “We voelen dat er een kentering bezig is, dat zie je in het beleid van federaal minister De Block en Vlaams minister Vandeurzen.”

Digitale hypnose en virtuele consultaties

Om tot innovatie te komen in de zorgsector, moeten artsen samenwerken met specialisten in technologische en ICT-facetten. Het is dus van belang dat ze voldoende contact hebben en elkaar voldoende begrijpen. “Wij maken al jaren werk van ons eigen elektronisch patiëntendossier”, vertelt Christophe Mouton. “Dat werd ontwikkeld in nauwe samenwerking tussen ICT en artsen. Mee daardoor is die verstandhouding zeer goed in ons ziekenhuis.” 

Christophe Mouton (AZ Maria Middelares)
Christophe Mouton (AZ Maria Middelares)

“Ook wij voelen dat de nieuwe generatie artsen niet alleen veel meer affiniteit heeft met technologie en ICT, maar zelfs eigen initiatieven opzetten om in samenwerking met ingenieurs en ICT-ers zaken te ontwikkelen en in de markt te zetten”, getuigt Roger Lemmens. “Vroeger was er een grotere afstand tussen artsen en technologie, maar dat kan vandaag niet meer. Multidisciplinair samenwerken tussen artsen en ingenieurs is de norm geworden, denk maar aan slimme implantaten. Artsen participeren ook steeds meer in projecten van en met bedrijven, net als patiënten trouwens. Dankzij feedback in een zo vroeg mogelijk stadium is de slaagkans van valorisatie van technologie significant hoger.” 

Ook het AZ Maria Middelares organiseert op regelmatige basis contact tussen studenten en artsen. “Studenten en artsen kijken samen wat nieuwe technologieën in de verschillende vakgebieden kunnen betekenen. Wij hebben drie innovatiecellen die elk in hun domein technologieën (digitalisatie/automatisatie, mobiele technologie en VR-AR/big data/AI) verkennen en voorstellen lanceren. Dat zijn multidisciplinaire teams met ICT-ers, ingenieurs, artsen én verpleegkundigen. Het overkoepelende innovatiecomité selecteert dan projecten waarvoor budget wordt vrijgemaakt. Zo hebben we een project lopen waarbij we VR gebruiken om mensen tot rust te brengen voor kleine interventies zoals puncties en beeldvorming. Dat is een vorm van digitale hypnose. We gebruiken AR-technologie om tijdens een operatie kraakbeenletsel te meten. De technologie is ook waardevol in patiëntencommunicatie. Vroeger kwamen maandelijks zo’n 120 mensen naar de infoavond op de materniteit, nu is er een virtuele rondleiding waar al 40.000 mensen op af zijn gekomen. Als je het mij vraagt, zijn virtuele consultaties de volgende stap. Niet alleen de consultatie op afstand, maar vooral de combinatie met AI zou een enorme toegevoegde waarde geven. Denk aan vragen die de patiënt op voorhand beantwoordt, met een algoritme dat de arts begeleidt om prioriteiten te stellen.”  

Nieuwe technologieën, goed en wel, maar wie zal er gebruik kunnen van maken? De happy few die het kunnen betalen, of ook Jan met de pet? “We hebben het aan de happy few, lees vaak de early adopters, te danken dat nieuwe technologieën betaalbaar worden”, benadrukt Roger Lemmens. “Hoe meer een nieuwe technologie gebruikt wordt, hoe betaalbaarder ze wordt. Dat is het marktmechanisme. Het is waar dat wie geld heeft, vandaag een betere zorg kan genieten dan wie geen geld heeft. Maar dat is altijd zo geweest. Digitalisering maakt alles net transparanter en versnelt ook de adoptiegraad, waardoor nieuwe toepassingen sneller betaalbaar worden.” 

Er zijn nú economische opportuniteiten in de zorg 

Privébedrijven die nieuwe technologieën op de markt brengen,  willen vanzelfsprekend een economische meerwaarde realiseren. De zorgsector biedt opportuniteiten, daar zijn de beide heren van overtuigd. “We leven in een wereld van vijf miljard geconnecteerde mensen, in een tijd dat technologische evoluties enorme opportuniteiten creëren. De Googles en Microsofts van deze wereld investeren volop in de gezondheidszorg omdat ze hier veel potentieel in zien. Als we snel zijn, kunnen we een stuk van die nieuwe markt naar ons toe trekken, denk maar aan preventieve en proactieve geneeskunde en aan telegeneeskunde. Kijk naar de manier waarop onze noorderburen met Bol.com en Booking.com zowel de Big Five van Silicon Valley als de lokale kruidenier de loef afsteken. Laat ons hetzelfde doen met geneeskunde.” 

“Het is onze kerntaak om Vlaamse bedrijven te begeleiden bij het valoriseren van nieuwe technologieën”, zegt Roger Lemmens. “Met ons istart acceleratorprogramma bieden wij startkapitaal, begeleiding, toegang tot de nieuwste technologieën en tot een uitgebreid netwerk. Daarnaast bieden wij aan alle ondernemingen living lab projecten: fast prototyping om een eerste prototype te ontwikkelen én het testen ervan met burgers of patiënten om de adoptiegraad en willingness to pay na te gaan. Er zijn immers technisch briljante producten waar de markt nu eenmaal (nog) niet op zit te wachten en het is in de zorgsector niet gemakkelijk om de product-market fit in te schatten. Het is een complexe markt, doordat de financiering en ondersteunende systemen sterk verschillen van land tot land. Onze markt is sowieso te klein om op een rendabele manier iets te lanceren en ook nog eens vrij conservatief: onze starters moeten meteen internationaal denken.” 

“Chinese en Amerikaanse bedrijven hebben een grotere thuismarkt en dat is een voordeel”, vindt ook Christophe Mouton. “Onze bedrijven moeten heel Europa als hun thuismarkt zien. Wij hebben in België een zeer sterk gezondheidssysteem, hoogopgeleide mensen met goede ideeën en ondernemerschap. Het is hoog tijd dat we zorg niet langer zien als een kost, maar als een potentieel exportproduct, een opportuniteit.”