Wie wil er naar een groene oase in een economische woestijn?

15/04/2018 , luc.luwel@voka.be

Met de voorstelling van een radicaal mobiliteitsplan, heeft Wouter Van Besien van Groen afgelopen weekend zijn campagne voor de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen op gang geschoten. Het felomstreden circulatieplan in Gent lijkt haast een flauwe vingeroefening, vergeleken bij wat de Antwerpse lijsttrekker van Groen allemaal in de pipeline heeft zitten.

Binnen dat Groene manifest wordt ijverig met nieuwe tramverbindingen gestrooid, krijgen fietsers ruim baan en de auto een pariastatuut. En wat dan met de publieke parkings, vraagt u zich af? Wel, die gaan we gewoon cadeau doen aan de bewoners. Hoe we dit aan de private parkingbeheerders gaan uitgelegd krijgen, zijn zorgen voor later.   Het staat politieke partijen en drukkingsgroepen natuurlijk vrij om een nieuwe stad bij elkaar te dromen, maar van een kandidaat-burgemeester hadden we toch iets meer realiteitszin verwacht. 

Natuurlijk zijn we voorstander van een beter openbaar vervoer, propere wagens en een veilige fietsinfrastructuur. Ook wanneer het doorgaand verkeer vlotter over de Ring zal geleid worden via de Oosterweelverbinding zullen we ons in de toekomst multimodaler moeten verplaatsen om de stad op een leefbare manier te laten groeien. Maar een mobiliteitsvisie die compleet voorbijgaat aan het gegeven dat een stad een economische ontwikkelingspool is, getuigt van weinig inzicht.  


Een belangrijke denkfout van Groen, is dat ze geen onderscheid maakt tussen het organisch gegroeide stadscentrum en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In nieuw ontwikkelde zones, kan het gebruik van de auto inderdaad grondig worden beperkt door van meet af aan stevig in te zetten op multimodale knooppunten. Als je zorgt dat die goed bereikbaar zijn, zullen gebruikers vanzelf overstappen op andere vervoersmodi om zich naar de binnenstad te verplaatsen. Op voorwaarde natuurlijk dat we de gemiddelde snelheid van openbaar vervoer (tram, bus) dan wat gaan opkrikken. In Antwerpen bedraagt die nauwelijks 11 km/u. In een vergelijkbare stad zoals Kopenhagen is dat minstens dubbel zo hoog. We vragen ons trouwens af waar Groen de miljoenen zal vinden voor de voorgestelde megalomane light-rail-projecten. Laat ons maar eerst focussen op de efficiëntieverbetering van het bestaande openbaar vervoer.  


Iedereen met een klein beetje dossierkennis stelt bovendien vast dat Groen zaken voorstelt die onder het huidige stadsbestuur al in realisatie zijn (zoals de huidige werken Noorderlijn ter verbetering  van het openbaar vervoer) of in de plannen van Oosterweel zijn vervat (zoals een fietstunnel tussen het Noordkasteel en Sint-Annabos op linkeroever). Goed te weten dat er gelijkgezindheid is. 


Sowieso zijn wij van mening dat de (groot)stedelijke activiteiten en voorzieningen in het Antwerpse stadscentrum bereikbaar moeten blijven via een samenhangend netwerk van stedelijke ontsluitingswegen. Daarbij kan je een hiërarchie opstellen tussen verschillende types wegen: hoofdaders waarbij je prioritair inzet op de doorstroming van auto’s, en duidelijk afgebakende woon- en shoppingzones waar de focus ligt op veilige straten met traag bewonersverkeer. Op die manier geef je plaats aan de auto waar dat nodig is om economische redenen, maar maak je gebieden autoluw die economisch niet prioritair zijn. Botweg de auto verbieden in het hele gebied tussen Schelde en Leien is nefast voor het handelsapparaat en de veel ondernemingen en kantoren die er gevestigd zijn.  


Vergeet ook niet de technologische evoluties die voor de deur staan op mobiliteitsvlak. Slimme stadsdistributie en Mobility as a service kunnen ook veel mobiliteitswinst boeken. Zeker als ingezet wordt op de juiste technologie en overheden en private spelers hiervoor gaan samenwerken. 

Tot slot nog dit. Wij vinden het ook van weinig respect getuigen voor de verschillende actoren die samen voor het unieke, dynamische karakter van Antwerpen instaan.  In een stad waar alle functies op een kleine oppervlakte met elkaar verweven zijn, moet je alle gebruikers bedienen. Anders creëer je een groene oase in een economische woestijn. En daar wil uiteindelijk niemand nog naartoe.