Skip to main content
  • Nieuws
  • Spott over arbeidsmarkt en onderwijs

Spott over arbeidsmarkt en onderwijs

  • 23/12/2021

Dit voorjaar lanceerde Voka Oost-Vlaanderen ‘Het ministerie van Rimpelloze Zaken.’ Met deze ietwat ludieke titel wil de bedrijvenorganisatie onze start- en scale-ups de wind in de zeilen geven, zodat ze op volle kracht kunnen varen. Drie oprichters van beloftevolle scale-ups geven hun mening over ondernemen in soms woelige zeeën en over hoe de overheid mee de juiste koers kan bepalen. Ontdek de mening van Michel De Wachter, co-founder Spott rond arbeidsmarkt en onderwijs.

foto

Tekst Laurens Fagard – foto Wim Kempenaers

De visie van Voka: “De regelgeving rond het aanwerven, verlonen (en soms afdanken) moet fors vereenvoudigen en toegankelijker zijn”

Dat jonge ondernemingen jobs en nieuwe dynamieken op de arbeidsmarkt creëren, staat buiten kijf. Ze zorgen ervoor dat talent een plek krijgt en werkervaring wordt opgebouwd. En de verwachtingen van sollicitanten of werknemers in het start- en scale-uplandschap zijn hoog. Met een pingpongtafel alleen red je het niet. Uitdaging, flexibiliteit, zelfsturing, teamwerk en impact, daar draait het om. Het aanwerven, verlonen (en soms afdanken) van werknemers is echter een ingewikkelde zaak, die de focus om een sterk team neer te zetten, verstoort. De regelgeving zou daarom fors moeten vereenvoudigen en toegankelijker zijn. Als talent niet in ons land voorhanden is, dan moet buitenlands talent aan boord gehaald kunnen worden.

Ook onze eigen kweekvijver heeft nood aan een update. De kloof tussen onderwijs en de arbeidsmarkt lijkt er groter op te worden en ondernemerschap lijkt ver te zoeken in het opleidingscurriculum. Kinderen en jongeren moeten de skills meekrijgen om creatief en oplossingsgericht te werken. De samenwerking tussen hogescholen, universiteiten en het bedrijfsleven kan niet genoeg gestimuleerd worden. Maak het eenvoudiger voor doctorandi om actief in het bedrijfsleven te stappen. Zij kunnen vandaag bijvoorbeeld nog geen actieve rol spelen in een vennootschap. Het ontnemen van deze kans op ondernemen lijkt ons lang voorbijgestreefd.

De mening van Michel De Wachter, co-founder van Spott: “Als we onze jobs blijven beschermen met red tape, dan rijd je je als land in de vernieling” 

Toen het Aalsterse bedrijf Spott enkele jaren geleden met hun software voor de dag kwam, volgden de prijzen elkaar al vrij snel op. In 2017 werden ze onder meer verkozen tot Deloitte’s Rising Star en tot op heden zijn ze het enige Belgische bedrijf dat ooit op Silicon Valley’s Disrupt100 is geraakt. Hun platform maakt het mogelijk om foto’s, video’s en pdf’s interactief te maken en zo het moment van inspiratie en conversie aan elkaar te linken. Denk aan een advertentie van Polestar op VTM GO waar je in de advertentie direct je e-mailadres kan achterlaten voor een testdrive zonder dat je naar een webpagina moet gaan. “Het gaat nog verder dan dat soort interactieve advertenties”, vertelt Michel De Wachter, die samen met Jonas De Cooman Spott oprichtte. “Zie je bijvoorbeeld een prachtige foto verschijnen op een nieuwssite van mensen die aan het dineren zijn aan een idyllische baai in Italië, dan kan je al die informatie bundelen op die plaats; een Google Maps-locatie, de TripAdvisor-score, een overzicht van de Airbnb’s die er in de buurt zijn tot zelfs welke muziek er op dat moment speelt.” 

De wereld als thuis

Dankzij de software weet het SaaS-bedrijf slim in te spelen op consumenten die zich graag laten inspireren in plaats van zelf op zoek te gaan. “Stel: je ziet als klant de badkamer van jouw dromen, dan wil je toch graag alles kunnen bestellen in één klik? De cijfers liegen er niet om, want de gemiddelde waarde van al de bestellingen stijgt tot 19%. De conversie is dus aanzienlijk beter en dat valt in goede aarde bij adverteerders, die vandaag de dag veel budgetten spenderen aan sociale media om gewoon nog maar opgemerkt te worden in de newsfeed van duizenden berichten. Volgens Google heb je zelfs tot 11 ‘touchpoints’ nodig alvorens je ze tot klant kan maken. Door elke keer zo’n ‘touchpoint’ interactief te maken, kan dat cijfer enorm zakken, wat een fikse efficiëntiewinst oplevert.”

Momenteel heeft Spott zo’n 5.000 gebruikers in alle uithoeken van de wereld. Het bedrijf werkt onder meer samen met DPG, ZEB, Samsung en Starbucks. “In onze beginperiode hebben we vooral gefocust op de Belgische markt omdat we in de veronderstelling leefden dat je product pas klaar is voor het buitenland als je in eigen land al iets bewezen hebt. Mochten we alles opnieuw kunnen doen, zouden we veel sneller buiten de grenzen gaan. Nu is België onze derde grootste markt na de Verenigde Staten en Brazilië.”

“We groeiden mondjesmaat uit tot een grote speler in de EU tot de pandemie er bij ons stevig inhakte. Een derde van onze omzet kwam van bedrijven uit Noord-Italië die beslisten de stekker eruit te trekken toen het virus zich daar tijdens de eerste golf manifesteerde en heel wat slachtoffers maakte. Dat was een serieuze financiële domper. Gelukkig liggen er al weer mooie groeicijfers in het vooruitzicht.”

(lees verder onder de artikels)

Geen fulltime kantoor

De coronalockdown zorgde er in maart vorig jaar ook voor dat Michel en Jonas hun toenmalig kantoor in Aalst opgaven en kozen voor een kleinere locatie. Alle 14 medewerkers van Spott werken trouwens nu nog altijd grotendeels van thuis uit. “We komen twee dagen per week samen. Op termijn willen we dit terug verhogen, maar met de vierde golf die nu in opmars is, kijken we nog even de kat uit de boom. Dat is op zich niet echt een probleem aangezien we elke euro in onze groei investeren. Nochtans geen evidentie, want het is een grote opgave om medewerkers te vinden. Dat gaat van klassieke front-end en back-end developers tot digitale marketeers.”

“We hebben gelukkig wel een product dat aantrekkelijk is en waar je je ten volle in kan onderdompelen. Maar de concurrentie op de arbeidsmarkt is hard. Desondanks blijven we heel streng in onze selectie, vooral omdat we onze manier van werken en ons DNA willen bewaken. Na de eerste week waarin we nieuwkomers zo goed mogelijk faciliteren en ondersteunen, moeten ze draaien zoals de rest van het team. We vinden het heel belangrijk dat onze mensen van nature uit een proactieve mindset hebben, ze van nature nieuwsgierig zijn om bij te leren én fouten durven ter maken. Je mag dan nog de beste zijn in jouw vak, als de culture fit er niet is, wreekt zich dat.”

Oost-Europees talent

Dat de vijver aan talent in België aan het uitdrogen is, weten Michel en Jonas al langer. “We hebben medewerkers in dienst die nog nooit op kantoor zijn geweest. Onze designer werkt vanuit Roemenië, twee developers wonen in Servië en Georgië en dat gaat allemaal voortreffelijk. Wat je al langer zag in pakweg de transportsector, zie je nu ook gebeuren bij IT en zelfs dienstverlening in het algemeen. Het is een gevolg van onze arbeidsmarkt die niet flexibel genoeg is en de loonkosten die de pan uit swingen. Een seniorprofiel kost je in België makkelijk 12.000 euro. Op 1.500 kilometer hiervandaan kan je hetzelfde profiel vinden aan 60% van die kost. Bovendien vind je ze makkelijker en zijn ze flexibeler qua inzetbaarheid”, vertelt Michel.

“Als we onze jobs blijven beschermen met red tape (halsstarrig, red.) en onvoldoende doeltreffende maatregelen naar activering nemen, dan rijd je je als economie in de vernieling. De cijfers spreken boekdelen. In oktober waren er zo’n 185.000 werkzoekenden in Vlaanderen tegenover 338.000 vacatures die in de laatste 12 maanden verschenen zijn. Werkgevers vinden geen volk meer. Er zit dus iets grondig fout als vraag en aanbod niet afgestemd zijn op elkaar. Als je de profielen die je zoekt niet vindt in België, ga je net als ons elders zoeken. Voor tijdelijke projecten gebruiken we platformen zoals Toptal en Upwork. Dit laat ons toe heel snel te reageren op marktdynamieken en vragen van klanten. Tussen het publiceren van een job en het starten van een medewerker zitten meestal nog geen twee weken. Als je die context in Brussel niet onderkent, dan zitten we nog ver verwijderd van een oplossing.”

Ook in het onderwijs zijn er volgens Michel uitdagingen en kansen. “De noden van een bedrijf zijn nu anders dan pakweg 20 jaar geleden. Onze focus ligt vooral op hoe snel je in staat bent om aan kennisopbouw te doen. Maar het gaat veel verder dan enkel wat je weet, ook hoe je als persoon in elkaar zit en welke passies je hebt, zijn belangrijk. Daar wordt nog te weinig rond gedaan in scholen. Het is nochtans het eerste wat we proberen doen wanneer stagiairs bij ons starten: hen zo goed mogelijk leren kennen en een natuurlijke drive in hen naar boven brengen. Dan is het leuk dat ze soms na drie maanden verrast zijn van wat ze al kunnen. Mensen weten vaak niet tot wat ze in staat zijn en daar kan het onderwijs echt een cruciale rol in spelen.”

Hoe maken we van dit land een start- en scale-up natie? 

In het voorjaar van 2021 lanceerde Voka het Ministerie van Rimpelloze zaken. Met deze ietwat ludieke titel willen we onze start- en scale-ups wind in de zeilen geven, zodat ze op volle kracht kunnen varen. Stand van zaken: het manifest werd vanuit Jong Voka Oost-Vlaanderen voorgelegd aan de premier en lees je hier.

 

foto

Ontdek ook onze paper waarin we een evaluatie brengen van de huidige situatie, we de hinderpalen formuleren voor snelle groei en we beleidsaanbevelingen doen.

Contactpersonen

Hilde Schuddinck

Directeur regio Gent - Manager Jong Ondernemen

Jan Geers

Manager Belangenbehartiging - Manager Communicatie

Artikel uit publicatie