Singapore, een staaltje van planning

06/12/2017 , Rudi De Kerpel

Stadstaat Singapore transformeerde in vijftig jaar tijd van een derdewereldland tot een van ’s werelds meest welvarende. Over hun politiek model kun je redetwisten, maar de lilliputter van Zuidoost-Azië blinkt uit in visie en daadkracht. En daar kunnen wij nog veel van opsteken.

Rudi De Kerpel

 

Tijdens mijn recent verblijf in Singapore volgde ik de berichtgeving letterlijk en figuurlijk vanop afstand. Zo ook het nieuws van die ene organisatie die het land nog maar eens probeerde plat te leggen. Sociale media deden hun werk. Vakbonden spuwden voor de zoveelste keer hun gal en woede uit. Niemand mocht het wagen aan de ‘verworven’ rechten te raken, maar wie deze ging betalen, daar was men minder duidelijk over. Behalve natuurlijk over de mantra ‘vermogensbelasting’, die is hip en klinkt goed. Op die manier kan men blijvend wegkijken van de problemen en meer nog, ze doorschuiven naar de volgende generatie.

Tegelijkertijd werd er een paar duizend kilometer van bij ons door de Catalanen strijd gevoerd voor meer zelfbestuur. Je zou verwachten dat men in een moderne democratie tenminste het recht heeft om zijn eigen natiestaat op te richten en conventies over landsgrenzen heen op te zeggen. Maar neen, strijders worden neergeknuppeld als weerloze zeehondjes.

Ondertussen dus, in Singapore. Geen onbekende voor mij, maar voor het eerst was ik in deze stadstaat op bezoek met een groep investeerders. Je kijkt dan automatisch met andere ogen naar dit land met zijn clichés: overvloed aan wilde orchideeën en hoge boetes op het uitspuwen van kauwgom. Net geland en je wordt onmiddellijk voorbereid op de discipline eigen aan dit volk: The governement asks us to announce that there is a death penalty if you are carrying drugs with you. Klare taal.

In de plaatselijke boekhandel had ik toevallig de biografie van hun lokale held Lee Kuan Yew in handen. De titel klonk veelzeggend: From third world to first. Of hoe je in vijftig jaar tijd een transitie kan doormaken van een derdewereldland tot één van ‘s werelds meest welvarende. 

Singapore kan alvast tot fascinerend en hoopgevend voorbeeld dienen voor Catalonië, Vlaanderen, Wales maar tegelijk ook voor de hele Europese jeugd. Het land is amper een zakdoek groot (25 op 50 km), maar behoort tot de belangrijkste economieën van Zuidoost-Azië. Het is niet alleen de 4de belangrijkste militaire macht van de wereld, het zet zich ook op de kaart als één van de belangrijkste doorvoerhavens in de wereld (6de plaats). 

Het politiek model kan omstreden zijn, maar het bewijst wel zijn waarde. Zelf noemen ze het een sterk geleide democratie, anderen noemen het een verbeterde dictatuur. Vooral Europese leiders zijn nogal sterk in het benoemen van andermans zwakheden waarmee ze hun eigen chaos proberen te verdoezelen. Je kan veel zeggen over het staatsleiderschap van Singapore, maar niet dat de volgende generatie er slecht voor staat. Er is geen staatsschuld, de regering moet ieder jaar een zero-budget begroting voorleggen - men mag niet meer uitgeven dan wat er binnenkomt - en iedereen draagt solidair bij in lasten en lusten. Zo wordt iedere man verplicht, zelfs burgers met een lichte handicap, om gedurende twee jaar civil service te verrichten. 

Het land blinkt uit in visie en daadkracht zo kijkt de regering permanent 10 tot 20 jaar vooruit. Toen er spanningen omtrent watervoorziening ontstonden met buurland Maleisië - waar men volledig afhankelijk van was - besloot de regering dat hun land binnen de 10 jaar hierin zelfvoorzienend moest zijn. Dat zal ook de realiteit zijn tegen 2020 door opvang van gebruikt water, het aanleggen van grote opvangmeren en het bouwen van een keringsmuur ten zuiden van het eiland. 

Een mooi staaltje van ruimtelijke planning ontdek je bij een bezoek aan het State Department of Planning. De beleidsmakers verwachten een bevolkingsgroei van 5 miljoen (nu) naar 7 miljoen. Daarom zijn ze ook bezig met landwinning: het eiland zal groeien van 580  (1962) tot 824 vierkante kilometer in 2030. Je kan vandaag perfect zien waar over 10 jaar nieuwe wolkenkrabbers zullen verrijzen, hoe de haven zich zal ontplooien, waar de kantoormarkt zich zal vestigen. Zoals gezegd : een sterk staaltje ruimtelijke planning!

Heeft Singapore dan geen gebreken? Natuurlijk, over het staatsmodel valt te redetwisten, maar per saldo is deze stadstaat, met één partij die reeds meer dan 50 jaar de plak zwaait, er niet op achteruitgegaan. Dit wordt aanvaard omdat het resultaat voor iedereen bijdraagt aan een beter leven en meer zelfontwikkeling. Er is geen plaats voor plantrekkers en profiteurs. Sowieso zijn de inwoners te trots om in een uitzichtloze hangmat te gaan liggen en wil men, schouder aan schouder, bijdragen aan een welvarend land voor zichzelf én voor de volgende generatie. 

Misschien moeten we via crowdfunding eens wat vakbondsmensen naar Singapore brengen om ze kennis te laten maken met hoe het anders kan. Geef me maar het rekeningnummer, ik doneer! 

 

REAGEREN? RUDI@DEKERPEL.COM

 

(Vrije Tribune - onder de redactionele verantwoordelijkheid van de auteur)