Skip to main content
  • Nieuws
  • Pozyx over start-upbeleid en internationaal imago van onze regio

Pozyx over start-upbeleid en internationaal imago van onze regio

  • 23/12/2021

Dit voorjaar lanceerde Voka Oost-Vlaanderen ‘Het ministerie van Rimpelloze Zaken.’ Met deze ietwat ludieke titel wil de bedrijvenorganisatie onze start- en scale-ups de wind in de zeilen geven, zodat ze op volle kracht kunnen varen. Drie oprichters van beloftevolle scale-ups geven hun mening over ondernemen in soms woelige zeeën en over hoe de overheid mee de juiste koers kan bepalen. Ontdek de mening van Samuel Van de Velde, CEO Pozyx rond het start-upbeleid en het internationaal imago van onze regio.

foto

Tekst Sam De Kegel – foto Wim Kempenaers

De visie van Voka: “Overheid heeft grote impact op ontwikkeling van start- en scale-ups”

Als het gaat over investeringsprogramma’s en het stimuleren van (risico)kapitaal kan de overheid een cruciale impact hebben op de ontwikkeling van start- en scale-ups. 

Ook in haar positie als potentiële klant kan ze een belangrijke hefboom betekenen voor beloftevolle bedrijven. Denk aan aanbestedingen door de overheid, die start-ups een duwtje in de rug kunnen geven, ook als die nog geen adelbrieven kunnen voorleggen. Of denk aan het inzetten van internationale diplomatie om jonge ondernemingen aan een afzetmarkt te helpen.

We spotten graag met onze assertieve noorderburen, grinniken om het Franse chauvinisme en kijken meewarig naar trotse Amerikanen, maar als het erop aan komt slagen zij er wel in hun land en economie aantrekkelijk te maken voor buitenlands talent en internationaal kapitaal. Het verschil tussen de expatscene van Londen en Amsterdam met die van Gent en Antwerpen is nog steeds heel groot. Laten we daarom ruimte voor ondernemerschap primeren op administratie en onduidelijke regels, met een duidelijke merk- en communicatiestrategie.

De mening van Samuel Van de Velde, CEO van Pozyx: “We zijn niet chauvinistisch genoeg voor onze eigen innovaties” 

Pozyx, een spin-off van de UGent, biedt sinds 2015 een hard- en softwareplatform voor een heel nauwkeurige indoorpositionering (tot op 10 cm nauwkeurig), van goederen en dieren tot vorkheftrucks, robots en personen. Het maakt daarvoor gebruik van de nog vrij nieuwe draadloze technologie ultra-wideband (UWB), dat binnenshuis voor een betere positiebepaling zorgt dan gps en ook preciezer werkt dan bluetooth of wifi. In plaats van bakens in de lucht, bevestig je in de ruimte waar je aan positiebepaling wil doen verschillende ankers. Voorwerpen, personen of dieren die je vervolgens wil volgen, geef je allemaal een tracker of ‘tag’ mee die via UWB met de ankers communiceert. 

Koeien tracken

Tot hun klanten behoren grote namen zoals ArcelorMittal, Honda en Airbus maar evengoed  landbouwbedrijven uit de agro-industrie waarbij ze koeien gaan ‘tracken’. Samuel: “Daarvoor werken we samen met een partner die ons systeem gebruikt om te weten wanneer koeien moeten geïnsemineerd (kunstmatig bevrucht, red.) worden. De melkproductie komt immers pas op gang wanneer ze kalfjes ter wereld brengen. Het moment van inseminatie kan je nauwkeurig bepalen op basis van hun locatiegedrag, hoe ze bewegen en hoeveel ze eten en drinken.” 

Zelfs het Londense Tate Modern gebruikte hun positioneringssoftware en hardware in zijn grote inkomhal voor een interactief kunstwerk met rondvliegende ‘robotkwallen’ die patronen vormden en routes volgden. Samuel: “We zien vaak dat onze technologie ‘coole’ toepassingen heeft in artistieke en entertainmentkringen”, glimlacht Samuel. “Ook licht- en geluidseffecten kan je perfect aanpassen afhankelijk van waar je je bevindt.”  

Hun technologie wordt vaak gebruikt om de doorlooptijden in de productie of in magazijnen te verkorten, dus om de efficiëntie te verhogen. Maar evengoed om kwaliteitsverbeteringen na te streven, zoals validatiechecks, zodat menselijke fouten kunnen vermeden worden, en om de veiligheid te verhogen. “We zien de grootste groei in slimme productie en logistiek”, vertelt Samuel. “Onze klanten willen perfect weten waar hun producten zich bevinden in de keten om zo veel beter datagedreven beslissingen te nemen. In de maakindustrie zie je ook steeds meer flexibele productie waarbij je heel veel varianten van een producten maakt. Met het tracking systeem kan je het overzicht bewaren, bijvoorbeeld voor priority orders waarvoor de eindklant meer wil betalen als het maar op tijd klaar is. 

(lees verder onder de artikels)

Subsidies met overhead

Noem Pozyx  gerust born global. “We zijn in 2015 gestart met Kickstarter (een Amerikaanse crowdfundingwebsite, red.).” Met hun eerste prototype haalden ze al gauw honderden klanten binnen, vandaag staat de teller op ruim 4.000 in meer dan 80 landen. Sinds 2020 heeft Pozyx ook een fysiek sales- en supportkantoor in Greenville in South Carolina (VS). Het werkt daarvoor samen met een lokale partner, Gemba Systems. 
“Ook daar gaan we in de toekomst extra m/v aanwerven, net als hier. Zeker naar de grote Amerikaanse bedrijven in de auto-industrie, logistiek en smart manufacturing is het belangrijk om fysiek mensen ter plekke te hebben.” 

In oktober 2020 haalde Pozyx 2,5 miljoen euro op via KBC Focus Fund en Saffelberg Investments. Saffelberg investeerde in 2018 al 750.000 euro in het bedrijf. Eerder kreeg het bedrijf ook steun van VLAIO en het Europese Horizon 2020-project.

Samuel: “Het helpt natuurlijk dat je met een innovatieve technologie bezig bent. We kregen van meet af aan heel veel vragen vanuit het buitenland om mee te doen aan onderzoeksprojecten. Wij konden zo zelf selecteren wat we interessant vonden. Die subsidies zijn nodig om te groeien, maar bij sommige Europese projecten is de overhead zo belachelijk groot dat het meer een last wordt dan een opportuniteit. Soms denk ik: ‘Geef ons gewoon het geld, we zullen het goed besteden.’ In één project zitten we zelfs met zeventig partijen, consortia binnen consortia dus, waarbij het onderzoek zelf bijna ondergesneeuwd raakt.” 

Pozyx kent dus de weg naar (risico)kapitaal, maar waarschuwt voor overdreven enthousiasme. “Zelfs de investeerders hier zeggen duidelijk dat de grotere ‘tickets’ in het buitenland te vinden zijn.” (zie ook het verhaal over financiering van Skedfiy.)

O, Conservatief België

Wegen Vlaanderen en België zelf zwaar genoeg als hub voor start- en scale-ups? En moeten we ons internationaal nog meer profileren? Samuel: “Organisaties zoals Flanders Investment &Trade ( FIT) hebben ons  goed geholpen in onze eerste stappen richting de VS. Ze gaan de klanten natuurlijk niet voor je deur brengen, maar ze gaan je wel helpen om de juiste keuzes te maken, ze geven interessante cijfers over marktpotentieel in sectoren en ze leren je de cultuur kennen. Voorlopig hebben we ook nog geen negatieve weerklank gehad van klanten omdat we van België zijn. Dit is geen hellhole, hè (lacht). We wekken nog altijd meer vertrouwen dan Oost-Europese landen, maar dat betekent niet dat je zomaar overal binnen geraakt. Voor ons zit er heel veel potentieel in de industrie in Duitsland en Frankrijk. Daar zie je echter dat het chauvinisme om voor een lokale speler te kiezen groot is, wat wij veel minder hebben.”

“België is eigenlijk een conservatief land. Als je hier een innovatieve technologie hebt, dan gaan de potentiële Belgische klanten zich heel voorzichtig opstellen. Ze willen eerst dat je een grote buitenlandse klant hebt, of ze gaan gemakkelijker kiezen voor buitenlandse technologie, terwijl ze dat bijvoorbeeld in Frankrijk niet gauw zullen doen. Dat dwingt je als start-up bijna om richting de VS te kijken waar ze veel bullisher  zijn en ze in plaats van een kleine pilootinstallatie van 10 m² meteen een hele productiehal ‘tracken’ met onze technologie. We zien al een immens verschil met Nederland. Ook onze noorderburen gaan onze technologie sneller een kans geven dan de Belgen.”

“Je kan dus start-ups wel een hart onder de riem steken via mediacampagnes, maar misschien moet je ze ook en vooral een incentive geven als ze een boeiend pilootproject willen opstarten bij een klant. Waarom kan dit niet een stukje gesponsord worden door de overheid, zoals bij de kmo-portefeuille, zodat het zowel voor de dienstverlener als de klant interessant wordt? 

Hoe maken we van dit land een start- en scale-up natie? 

In het voorjaar van 2021 lanceerde Voka het Ministerie van Rimpelloze zaken. Met deze ietwat ludieke titel willen we onze start- en scale-ups wind in de zeilen geven, zodat ze op volle kracht kunnen varen. Stand van zaken: het manifest werd vanuit Jong Voka Oost-Vlaanderen voorgelegd aan de premier en lees je hier.

 

foto

Ontdek ook onze paper waarin we een evaluatie brengen van de huidige situatie, we de hinderpalen formuleren voor snelle groei en we beleidsaanbevelingen doen.
 

Contactpersonen

Hilde Schuddinck

Directeur regio Gent - Manager Jong Ondernemen

Jan Geers

Manager Belangenbehartiging - Manager Communicatie

Gent Jazz

Artikel uit publicatie