Skip to main content
  • Nieuws
  • Pistes naar een gezonde post-coronabegroting

Pistes naar een gezonde post-coronabegroting

  • 31/08/2021

In reactie op de coronacrisis goochelden overheden het voorbije jaar met miljarden euro’s. In 2020 liet ons land een ongezien begrotingstekort van 42,3 miljard euro optekenen. De overheidsschuld klom naar 515 miljard euro. Dergelijke spectaculaire cijfers maken allerlei reacties los: volgens sommigen zijn onze overheden op weg naar het faillissement, terwijl volgens anderen tekorten en schulden er helemaal niet meer toe doen. Los van zulke overdreven reacties is de vraag hoe het nu echt gesteld is met onze overheidsfinanciën wel valabel, en beleidsmatig zeer relevant in de komende jaren.

 

 

Overheidsfinanciën op onhoudbaar traject

Er is geen enkele twijfel dat onze overheden krachtig moesten ingrijpen om de impact van de crisis te compenseren. Zonder die tussenkomsten was de economische schade nog veel groter geweest. De totale ondersteuning door de overheid omvat zowel concrete steunmaatregelen als automatische stabilisatoren zoals de werkloosheidsuitkering of het feit dat er minder belastingen geïnd worden als er minder economische activiteit is. Om daarvan een globaal beeld te krijgen, vergelijken we wat het begrotingstekort geweest zou zijn zonder de crisis (op basis van ramingen van eind 2019) met wat het uiteindelijk geworden is.

Saldo tov realisatie
Figuur 1 - bron IMF: Verschil tussen raming primair saldo 2020 in november 2019 en uiteindelijke realisatie (in % van het bbp)

 

Die benadering wijst op een totale ondersteuning van bijna 9% van het bbp in 2020, wat overeenkomt met een dikke 40 miljard euro (zie figuur 1). De Belgische overheidssteun in 2020 lag daarmee in lijn met die in andere industrielanden. Dat resulteerde in 2020 in een totaal begrotingstekort van 9,4% van het bbp, of 42,3 miljard. Dit jaar zou het tekort volgens de recentste raming van het Monitoringcomité uitkomen op 7,6% van het bbp, of nog altijd 36 miljard. Dat zijn spectaculaire cijfers. Zulke tekorten zijn in ons land niet meer gezien sinds begin jaren 90. Toch is het budgettaire prijskaartje van die tijdelijke crisismaatregelen is niet noodzakelijk een probleem. 

De toekomst van onze overheidsfinanciën wordt evenwel gehypothekeerd door een aantal andere factoren: zo waren onze overheidsfinanciën al wankel voor de coronacrisis, zijn we nog altijd niet voorbereid op de budgettaire impact van gekende uitdagingen als de vergrijzing en de klimaattransitie en blijkt een belangrijk deel van de meeruitgaven tijdens deze crisis structureel. Dankzij een relatief gunstige rente en economische groei valt geen acute crisis van de overheidsfinanciën te verwachten. Er is evenwel geen enkele garantie dat die gunstige omstandigheden ook in de toekomst overeind blijven. Een stevige stijging van de rente of een verdere daling van ons groeipotentieel zouden onze overheidsfinanciën vrij snel in moeilijke papieren brengen. Meer nog, door het grote structurele begrotingstekort waarmee we uit deze crisis komen, zitten onze overheidsfinanciën vandaag al op een onhoudbaar langetermijntraject. En dat zelfs bij de huidige gunstige rente- en groeiomstandigheden.

Als onze overheden niet budgettair bijsturen zal onze overheidsschuld de komende decennia spectaculair oplopen. Om onze overheidsfinanciën terug op de rails te krijgen, wacht onze overheden deze en volgende legislatuur een belangrijke volgehouden inspanning. Een inspanning die groter is dan de structurele inspanningen van de regeringen Dehaene.

Pistes om de overheidsfinanciën terug op de rails te krijgen

Er is geen mirakeloplossing om onze overheidsfinanciën duurzaam terug op orde te zetten, maar anderzijds zijn er ook geen honderden manieren om dat te doen. In essentie zijn er drie mogelijkheden: meer economische groei, meer inkomsten en/of minder uitgaven. De voorbije twintig jaar werd in België vooral gehoopt op groei, werd er vervolgens gezocht naar extra inkomsten en werd er vooral gepráát over het terugdringen van de uitgaven. De Belgische overheidsfinanciën zijn al decennialang een verhaal van stelstelmatig oplopende uitgaven, gedeeltelijk gecompenseerd door toenemende inkomsten. Dat patroon is niet houdbaar voor de komende budgettaire uitdaging.

1. Economische groei

In sommige hoeken wordt de coronacrisis gezien als een signaal dat het hoog tijd wordt om af te stappen van ons economische model gericht op groei. In die analyse is economische groei een bron van allerlei negatieve effecten, en moeten we daarvan af. De realiteit is enigszins anders.

Zonder economische groei is onze huidige welvaartsstaat niet houdbaar. Als de economische groei stilvalt, ontspoort onze overheidsschuld. Daar komt nog bovenop dat ook de vergrijzingsfactuur zou exploderen.

In haar basisscenario rekent de Studiecommissie op een gemiddelde economische groei van 1,4% per jaar in 2019-2070 en dan zou de vergrijzingsfactuur oplopen tot 4,3% van het bbp. Als die gemiddelde groei 0,3% lager zou uitkomen, dan zou die factuur de helft hoger zijn (6,5%). De Studiecommissie hanteert geen scenario zonder economische groei, maar in zo’n scenario zou de vergrijzingsfactuur nog veel zwaarder uitvallen. Sterkere economische groei en meer mensen aan het werk zou dus helpen om de schuld onder controle te brengen en maakt het ook makkelijker om het begrotingstekort terug te dringen.

Meer groei en meer mensen aan het werk is evenwel makkelijk gezegd, maar zal niet vanzelf gebeuren. Integendeel, eerdere zware crisissen resulteerden in structureel lagere economische groei. Om zo’n scenario, met de bijhorende nefaste gevolgen voor onze overheidsfinanciën, te vermijden, moeten beleidsmakers nu volop inzetten op maatregelen die onze economie duurzaam versterken. Dat kan met extra productieve overheidsinvesteringen en structurele hervormingen.

Het huidige relanceplan is op dat vlak een eerste stap, maar er is meer nodig. Vooral op het vlak van de hervormingen van onze arbeidsmarkt, van onze fiscaliteit, van onze sociale zekerheid, van ons onderwijs, … laten we een enorm potentieel liggen.

2. Overheidsontvangsten

Bijkomende overheidsontvangsten zijn al decennialang de ‘makkelijke’ manier om de overheidsrekening bij te passen. Zo evolueerden de totale Belgische overheidsontvangsten van gemiddeld 40,7% van het bbp in de jaren 70, over 45,4% in de jaren 80, 47,2% in de jaren 90, en 49,3% in de jaren 00, naar 51% van het bbp in 2019. Daarmee heeft België bij de hoogste overheidsontvangsten van Europa. Enkel in Denemarken, Frankrijk en Finland liggen die nog hoger. Gezien belastingen het leeuwendeel van die overheidsontvangsten uitmaken, hoort België ook qua totale belastingdruk bij de Europese ‘top’.

Dat neemt niet weg dat in bepaalde hoeken extra belastingen ook nu weer beschouwd worden als de makkelijkste weg om de begrotingstekorten bij te passen. Daarbij wordt dan doorgaans verwezen naar extra belastingen op vermogen, op multinationals of op ondernemingen in het algemeen. Die analyse gaat voorbij aan het feit dat de totale belastingdruk op kapitaal in België ook bij de hoogste van Europa hoort.

3. Overheidsuitgaven

De totale uitgaven van de gezamenlijke Belgische overheden kwamen in 2019 uit op 52,1% van het bbp. Na Frankrijk en Denemarken was dat het derde hoogste niveau van Europa. De coronacrisis zorgde voor heel wat tijdelijke bijkomende uitgaven, maar zoals hoger aangehaald zouden de overheidsuitgaven ook na de crisis op een gevoelig hoger niveau blijven hangen (rond 56% van het bbp). Nu hoeven hoge overheidsuitgaven 

op zich geen punt te zijn. De vraag is vooral wat er tegenover staat: stemt de kwaliteit van het beleid en van de overheidsdiensten overeen met het niveau van de overheidsuitgaven? Krijgt de belastingbetaler voldoende waar voor zijn/haar geld? Er zijn wel wat indicaties dat dat in België lang niet altijd het geval is.

Brede internationale concurrentierangschikkingen geven een indicatie van hoe goed een economie, en dus ook het beleid, werkt. In dat soort rangschikkingen scoort België doorgaans matig. Bovendien verliezen we geleidelijk terrein. Meer toegespitst op het overheidsbeleid wordt het plaatje nog somberder. Zo staat België in de Global Competitiveness rangschikking van het World Economic Forum op een 36e plaats voor toekomstgerichtheid van de overheid en op een 53e plaats voor kwaliteit van de publieke sector. Dat staat in schril contrast met onze toppositie qua overheidsuitgaven. 

Ook onze eigen Waar-voor-je-geld-analyse plaatst grote vraagtekens bij de prijs/kwaliteit van ons overheidsbeleid. In die analyse vergelijken we voor een reeks Europese landen het niveau van de overheidsuitgaven met een brede indicator van de kwaliteit van het beleid. Daaruit blijkt dat veertien Europese landen een hogere kwaliteit van beleid afleveren voor lagere overheidsuitgaven (zie figuur 2).

Overheidsuitgaven
Figuur 2 - bron Voka: Totale overheidsuitgaven (in % van het bbp)

 

Versterking begrotingskader

De weg naar gezonde overheidsfinanciën mag echter niet herleid worden tot de opmaak van lijstjes met besparingen of extra inkomsten. Kern van de zaak is immers het opvallend negatieve verband tussen de institutionele kwaliteit van een land – gemeten aan de hand van de overheidseffectiviteit – en zijn schuldgraad.

Toegepast op ons land valt op dat opeenvolgende regeringen vaak nalieten om in economisch gunstige tijden buffers aan te leggen. Het vizier was te sterk gericht op de korte termijn. Hoe meer verkiezingen naderen hoe korter bovendien de politiek relevant geachte tijdsperiode. Met als gevolg dat de jaarlijkse engagementen in de stabiliteitsprogramma’s het voorbije decennium niet gehaald werden. Dat tast de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid aan en helpt te verklaren waarom op enkele domeinen langetermijnuitdagingen onvoldoende werden aangepakt.

Het maakt het cruciale belang van een geloofwaardig tegengewicht duidelijk. De versterking van een doeltreffend begrotingskader – dat effectief nageleefd wordt – kan substantieel bijdragen aan betere begrotingsresultaten. Europese landen die er beter in slagen om de overheidsfinanciën op de rails te houden, zoals Nederland, bieden op dat vlak inspiratie.

Ons uitgavenbeleid lijkt wat minder selectief dan in andere Europese landen. Dit doet vermoeden dat bestaand beleid te weinig in vraag wordt gesteld en dat bij de begrotingsopmaak te weinig afwegingen worden gemaakt tussen uitgavensoorten. 

Internationale adviesorganen vragen ons land daarom al lang om spending reviews toe te passen. Via dergelijke heroverwegingen wordt de efficiëntie en effectiviteit van bepaalde overheidsuitgaven op gecoördineerde en diepgaande wijze in kaart gebracht. Door de focus op bereikte resultaten versterken ze ook de heroverwegingscultuur bij overheden. Ze creëren zo budgettaire ruimte voor nieuwe beleidsprioriteiten en voor de gezondmaking van de overheidsfinanciën. Landen als Nederland en het VK tonen op dat vlak alvast de weg.

 

Contactpersoon

Senne Poelmans

Senior adviseur belangenbehartiging

Artikel uit publicatie

Propaganda
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
Logo KPMG
alk
Logo JAM
Trixxo