Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Over kleine en grote zaken: Jos zit liever terwijl hij typt
Over kleine en grote zaken: Jos zit liever terwijl hij typt

Over kleine en grote zaken: Jos zit liever terwijl hij typt

Een cursief over het wel en wee op de Oost-Vlaamse werkvloer.

Jos

Tekst Sam De Kegel − Illustratie Lise Vanlerberghe

Elke gelijkenis met bestaande personen en/of situaties is louter toeval.

We kunnen het ons niet meer voorstellen, maar in de vorige eeuw hing er op menige werkvloer een wolk van nicotine. Jos had die glorietijd nog meegemaakt. Hij pafte Marlboro. Tegen het einde van de werkdag stroomde zijn asbak net niet over. Jos, de boekhouder van een bedrijf dat in elektronica deed, pafte al sinds zijn veertiende. Hij cijferde én rookte aan de lopende band. Zijn geel gerafelde vingertoppen logen niet, net zoals hijzelf. Jos was eerlijk geboren.  

Toen roken op de werkvloer niet meer getolereerd werd, ergens rond het millennium, werd Jos verbannen naar een aparte ruimte voor zijn rookpauzes. Daar kon hij mee leven. Al voelde hij wel de nijdige blikken, want roken was nu officieel een werkonderbreking, en niet alle niet-rokers konden daar mee om. Nadien werd hij van de rookruimte verbannen naar de stoep, op de parking, als een paria. Jos werkte én rookte onverstoorbaar verder. Zo snel kreeg je hem niet uit zijn lood.  

Maar rond 2010 zeiden gezondheidsgoeroes opeens dat zitten het nieuwe roken is. Jos moest binnensmonds eens hard lachen. ‘Ha ha, die is goed. Straks mag ik al niet meer op mijn lui gat zitten ook!’ Hij vermoedde toen in de verste verte niet dat hij de waarheid sprak.  

De voorbije jaren kreeg de stelling dat bureaudieren met een zittend gat meer kans hebben op lage rugpijn, hart- en vaatziekten, diabetes en vroegtijdig overlijden steeds meer bijval. Jos liet er zijn slaap niet voor. Zijn rookverslaving kostte hem ook minstens tien jaar van zijn leven, naar het schijnt.  

Maar een maand geleden kreeg hij opeens een factuur voorgeschoteld ter goedkeuring. Voor drie sta- en evenveel fietsbureaus. Aan de start-to-run of een yogasessie tijdens de middagpauze had hij nog weten te ontsnappen – Jos vond de meeste sporten een minder nobele vorm van uitsloverij – maar de CEO gebood dat elke werknemer één dag per week  zo’n ‘beweegbureau’ moest uitproberen. ‘Wist je trouwens dat zowel Winston Churchill als Leonardo Da Vinci staand werkten?’, zei hij pocherig.  

‘Ik ben Churchill niet, ik ben Jos en ik zit liever terwijl ik typ’, vloekte Jos nu binnensmonds. ‘Trouwens, ik loop drie keer per dag naar de parking voor mijn rookpauze. En als ik moet peddelen aan zo’n fietsbureau, slaan mijn hersenen tilt en daalt mijn rendabiliteit.’  

Om de boel een beetje te saboteren nam Jos geen mooie, rechte houding aan de statafel aan, maar hing hij eraan, alsof hij aan de toog stond van zijn lievelingscafé ‘De Wilde Sanseveria.’  
Na twee weken mocht Jos weer fulltime balansen analyseren al zittend.  
Want de keuze tussen een fietsende, gezonde maar balorige boekhouder of een zittende, gemotiveerde cijfertovenaar met rookverslaving was snel gemaakt.  

Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD Worx
BovaEnviro+
GutzandGlory
G4S
Soundfield
Jobat Media