Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • (Oost)-Vlaanderen leert voortaan duaal. Ons rapport.
(Oost)-Vlaanderen leert voortaan duaal. Ons rapport.
  • 06/09/2019

(Oost)-Vlaanderen leert voortaan duaal. Ons rapport.

Doe maar duaal

Duaal leren wordt dit schooljaar officieel uitgerold in 80 studierichtingen en nu al geprezen als dé oplossing voor de mismatch op de arbeidsmarkt. De leerling verwerft nieuwe kennis en vaardigheden deels op de schoolbanken en deels op de werkvloer. Een win-win voor school, bedrijf én leerling. Alles staat of valt evenwel met het engagement van deze drie hoofdrolspelers. En mét voldoende structurele ondersteuning. Duaal leren heeft in ieder geval het potentieel om ons (technisch) onderwijs een echte boost te geven.

De voorbije drie jaar liepen er proefprojecten met scholen en bedrijven in zes tot veertig richtingen. Sinds 1 september 2019 wordt duaal leren uitgerold naar 80 studierichtingen in tso en bso-onderwijs. Elke school kan ermee starten. GO! Atheneum Geraardsbergen, onder leiding van directeur Brecht Persoons, biedt ondertussen in zes bso-richtingen duaal leren aan: elektrische installaties, installateur gebouwenautomatisering, zorgkundige, kinderverzorger, interieurbouwer en schilder-decorateur. Voor elke richting gaat het met een aantal bedrijven in zee. Binnen elektriciteit heeft de school zeven bedrijven als partners. 
In Oost-Vlaanderen stappen in 2019-2020 40 scholen in duaal leren.

NIET VOOR ELKE LEERLING

De verwachtingen zijn hooggespannen. De combinatie van ‘leren en werken’ bestaat  al langer via de  ‘leercontracten’ in het (Oost)-Vlaanderen leert voortaan duaal. Ons rapport.deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) en in Syntra-leertijd. En ook de bso- en tso-richtingen in het gewone dagonderwijs kennen stageweken. Maar de bestaande formules en arbeidsgerichte onderwijsvormen kampen met een negatief imago en zijn vaak niet de eerste keuze van de leerlingen.
Bij duaal leren is het cruciaal dat de jongeren ‘arbeidsmarktrijp’ zijn. Ze moeten immers solliciteren, op tijd op de werkplek zijn, een goede attitude tonen. Niet elke leerling binnen het bso of tso is in de wieg gelegd voor duaal leren. “Alles staat of valt met die selectie en opvolging. Als je per se iedereen in duaal leren wil krijgen, verlies je er een aantal onderweg”, zegt Liesbeth Venneman, trajectbegeleider bij GO! Atheneum Geraardsbergen.

MENTOREN EN TRAJECTBEGELEIDERS: ONMISBARE SCHAKELS

Bij duaal leren zitten school en bedrijf op voorhand samen om het opleidingstraject te verdelen. Een deel wordt op school aangeleerd, een deel op de werkvloer. De leerlingen worden nauw opgevolgd door een trajectbegeleider (meestal de vakleerkracht) en een mentor (een werknemer uit het bedrijf). Het is cruciaal dat bedrijven goed op de hoogte zijn van het engagement dat ze nemen. Eén van die bedrijfsleiders die in duaal leren zijn gestapt, is Luc De Jonge: “Wij tellen nu vier mentoren, die daarvoor een opleiding gevolgd hebben. Die is verplicht vanaf dit schooljaar. Onze mentoren zijn ploegbazen die veel energie in die jonge gasten steken.”
Bedrijven moeten niet enkel zorgen dat er voldoende mentoren zijn, maar ook de nodige infrastructuur en processen voorzien om al die competenties aan te leren.

LEERLINGEN EN OUDERS OVERTUIGEN

Voka trekt mee aan de kar sinds 2016 en werkte o.a. hard mee aan het regelgevend kader.  Volgens Jonas De Raeve, onderwijsexpert bij Voka, mag het zwaartepunt nog iets meer kantelen richting tso-onderwijs. Duaal leren kan het hele technisch onderwijs opwaarderen. “Binnen die 80 studierichtingen zien we dat er relatief weinig scholen intekenen voor vernieuwende tso-opleidingen, zoals chemische procestechnieken. Er is veel goed nieuws over duaal leren, maar de grote massa van ouders én leerlingen is nog niet overtuigd. Dat zal pas lukken als ze zien dat je met die duale trajecten nog verder kan studeren en/of dat ze leiden tot goedbetaalde en kwalitatief interessante jobs.” 

Dat wordt dé allergrootste uitdaging: ouders en leerlingen overtuigen van de meerwaarde van duaal leren. De Raeve: “Bij ‘leren en werken’ denken ouders nog aan leercontracten voor de drop-outs, de leerlingen die echt schoolmoe zijn. Het duurt soms lang vooraleer vernieuwingen, zoals duaal leren nu, echt doorbreken. Stilaan studeren de eerste jongeren af via duaal leren. Als die een goede job vinden, heb je hard bewijsmateriaal.”

STRUCTURELE FINANCIERING A.U.B.

(Oost)-Vlaanderen leert voortaan duaal. Ons rapport. Duaal leren wordt nu al geprezen als dé oplossing voor de mismatch op de arbeidsmarkt. Steeds meer werkgevers willen het  invoeren. Ook Luc De Jonge geeft toe dat duaal leren een efficiënte manier is om nieuw talent aan te werven. “We hebben nu drie jongeren in duaal leren die na hun zevende jaar hier meteen mogen beginnen.” Bedrijven mogen jongeren echter niet alleen opleiden voor hun eigen werkvloer. Wie het systeem enkel ziet als een handige manier om nieuwe werknemers te rekruteren, denkt vanuit eigenbelang. Ze moeten investeren in de toekomst van de arbeidsmarkt, en niet alleen in hun eigen onderneming.

Duaal leren vergt een grote investering van bedrijven en scholen, zowel in tijd als financieel, en daar wringt het schoentje bij ons, zeker voor de scholen. “Er is op dit moment geen structurele financiering voorzien voor de hele uitrol van duaal leren”, zegt De Raeve. “Wij pleiten voor een structurele financiering, gebonden aan concrete doelstellingen. Duaal leren is een van de grootste ‘werven’ van de Vlaamse regering, maar er is nauwelijks financiering aan gekoppeld.” 
Voka pleit ook om duaal leren een kans te geven in het hoger onderwijs, net als in Zwitserland bijvoorbeeld. Er lopen nu al enkele proefprojecten in dat hoger onderwijs.

Tot slot: wie neemt de regie? Tot op vandaag zijn er in Vlaanderen twee ministers en departementen van Werk en Onderwijs verantwoordelijk, samen met de VDAB en het overheidsagentschap Syntra Vlaanderen. Syntra Vlaanderen – dat een ander juridisch statuut heeft dan de Syntra-opleidingscentra – is verantwoordelijk voor de erkenning van de werkgevers. Voka pleit voor één instantie duaal leren, waarin de krachten van de drie bovengenoemde departementen gebundeld worden. 

Tekst Sam De Kegel – foto Wim Kempenaers

Duaal leren in een notendop: 5 lessen om te onthouden

  1. Duaal leren is een volwaardig opleidingstraject – sinds 1 september 2019 wordt het officieel uitgerold in 80 bso- en tso-studierichtingen - waarbij leerlingen nieuwe kennis en vaardigheden deels op school verwerven en deels op de werkvloer. Het zijn dus geen stages. Er lopen ook proefprojecten in het hoger onderwijs. Voka trekt mee aan de kar sinds 2016 en werkte o.a. hard mee aan het regelgevend kader.
  2. Gemotiveerde leerlingen vanaf 15 à 16 jaar komen in aanmerking na stemming door de klassenraad. Streefdoel is 2 dagen per week op de schoolbanken en 3 dagen op een werkplek, maar dat varieert naargelang de sector en de opleiding.
  3. Duaal leren is een win-win voor scholen, leerlingen én werkgevers. Want die laatsten willen (veel) meer voeling met het onderwijs en zoeken zich suf naar jonge technische werknemers voor vacatures die niet ingevuld raken.
  4. Het moet wel op de juiste manier toegepast worden. Bedrijven mogen niet alleen opleiden voor hun eigen werkvloer. Of de leerlingen enkel inzetten voor ‘klusjes’ die niets te maken hebben met het leerprogramma.
  5. De leerlingen worden nauw opgevolgd door een trajectbegeleider (meestal de vakleerkracht) en een mentor (een werknemer uit het bedrijf). School en bedrijf moeten samen de algemene vorming en het leerproces bewaken.
Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD Worx
BovaEnviro+
GutzandGlory
G4S
Soundfield
Jobat Media