Skip to main content
  • Nieuws
  • Nieuw onderzoek maakt competenties meetbaar en voorspelt of mensen kunnen om- of bijscholen

Nieuw onderzoek maakt competenties meetbaar en voorspelt of mensen kunnen om- of bijscholen

  • 25/02/2022

Het volledige spectrum van cognitie herbekijken met een wetenschappelijk model, dat is het onderzoek waar Tanika Kenens tijdens het laatste PhD Innovatiecafé de jury mee overtuigde en de hoofdprijs in de wacht sleepte. “Abstracte en cognitieve redeneertesten zijn nuttige instrumenten als ze juist gebruikt worden, maar ons model meet meer dan er nu bestaat, kijkt naar context en zoekt verbanden.”

foto

Tekst Laurens Fagard – foto Wim Kempenaers

Het PhD Innovatiecafé is een initiatief van UGent en Voka dat de academische wereld en het Vlaamse ondernemersveld dichter bijeen wil brengen. Na een grondige voorselectie stellen een tiental doctorandi uit brede onderzoeksdomeinen hun doctoraat voor aan ondernemers en focussen daarbij op de innovatieve aspecten. Tanika Kenens gooide hoge ogen met AlterEdu, een ingenieus cognitief model waarin competenties in kleine meetbare stukjes of bouwstenen worden opgemeten en die ervoor zorgen dat je gemakkelijker kan voorspellen of mensen om- en bijgeschoold kunnen worden. Het onderzoek werd beloond met de winnende pitch.

Skills gap

Aan de bekroning gingen jaren onderzoek vooraf. “Tijdens mijn studies Taal- en Letterkunde was ik enorm geïntrigeerd door hoe het komt dat sommige jongeren met eenzelfde vorm van dyslexie meerdere talen op hoog niveau kunnen beheersen, terwijl dat bij anderen moeilijker is”, vertelt Tanika. “Toen ik mijn doctoraat wilde focussen op dat onderwerp, sloeg de bankencrisis toe. Ik begon werk te zoeken en na een mindere ervaring startte ik met Hello Languages, mijn eigen bedrijf in taalopleidingen.”

Al vrij snel herkent Tanika dezelfde cognitieve uitdagingen. “Opnieuw merkte ik dat de leercurve van sommige studenten afvlakte, hoewel ze gemotiveerd waren en moeite bleven doen. Aan de hand van uitgebreid vooronderzoek en een literatuurstudie maakte ik zelf een model op. Zo belandde ik in 2017 bij de faculteit psychologie en pedagogische wetenschappen van de UGent waar prof. dr. Martin Valcke me de kans bood om het verder uit te werken. Later kwam daar nog Tilburg University bij, die vooral geboeid was door de impact van de culturele en sociolinguïstische achtergrond. Zo werd het een samenwerking tussen twee onderzoeksinstellingen.”

“Na mijn eigen onderzoek in de drie jaar ervoor, startte ik de eerste statistische onderzoeken met ongeveer 400 mensen. Twee jaar nadien deed ik extra statistische proeven en een bevraging in het werkveld. Daaruit bleek dat de skills gap de grootste uitdaging is om economische groei te waarborgen. De literatuur en document research bevestigen dit en voegen eraan toe dat het tekort aan werkkrachten alleen maar nijpender wordt met de jaren. Mensen bij- of omscholen komt dus hoog op het prioriteitenlijstje te staan, want hoe langer we wachten, hoe moeilijker het is om de kloof te dichten.”

De 120 interviews brachten Tanika nog tot inzichten. “Eenmaal bedrijven geschikte kandidaten tegen het lijf lopen, vinden ze het moeilijk om in te schatten wie ze best aannemen en of die persoon goed zal presteren. Ook hoe snel jobs zullen evolueren en wat de toekomstige verwachtingen zullen zijn, brengt veel onzekerheid teweeg. En als het zover is, weten ze niet wat de succesratio is bij de investering van training en opleiding. Die vragen zijn niet enkel van toepassing bij rekrutering maar ook naar interne mobiliteit van jobs toe.”

Van doctoraat naar praktijk

Toen de probleemstelling duidelijk was voor Tanika, ging ze door op haar elan. “Ik had er toen voor kunnen kiezen om mijn doctoraat enkel met het eerste grote deel van mijn onderzoeken te verdedigen, maar ik wilde er ook ander onderzoek bij betrekken om tot een grotere doctoraatstudie te komen. Met de kennis die ik had verzameld bouwde ik een model gebaseerd op open vragen. In plaats van multiple choice of schalen kan je vrij reageren zoals jij dat wil. Daar trekken we dan onderliggende patronen uit op basis van het model en codeboek. Het uitschrijven van de patronen en de vragen die ernaar peilen, was het vernieuwende aspect. Het nadeel is dat ik alles handmatig deed en dat is zeer arbeidsintensief. De AI zorgt ervoor dat we machines kunnen trainen om dat gedeeltelijk automatisch te doen.”

“Door de competenties in onderliggende stukjes of bouwstenen te verdelen, is het makkelijker om te kijken wat er nog nodig is om een competentie te ontwikkelen. Bekijk het als een puzzel. Zonder puzzelstukken is er geen puzzel. Maar alle puzzelstukken staan ook nog niet per se gelijk aan de puzzel. Verder ligt de complexiteit of het vernieuwende aspect er ook nog in dat je heel veel puzzelstukjes tegelijkertijd in de gaten moet houden. Als je op de ene bouwsteen 80% haalt en op de andere 25%, brengt dat niet per se meer duidelijkheid want ze zouden samen wel eens sterker kunnen zijn. Het is door die vergelijkingen dat we abstracte zaken zoals ‘strategisch denken’, concreet maken.”

Van werk naar werk

Om het model sneller te laten draaien met AI, ging Tanika te rade bij de Gentse scale-up ML2Grow. Voor een bruikbaar dashboard kreeg ze de hulp van Panenco. “De zoektocht naar een goede partner in artificiële intelligentie was niet eenvoudig. Het wetenschappelijke aspect van het model moest er goed uitkomen maar mocht tegelijk ook niet inboeten aan gebruiksvriendelijkheid. Samen met ML2Grow konden we stap voor stap te werk gaan zonder dat er meteen 500 data entries nodig zijn.

Nu het model volledig functioneel is, begint Tanika met AlterEdu aan de eerste commerciële opdrachten. Via het project ‘Van werk naar werk’, gesubsidieerd door Stad Gent, dat onder meer focust op het opbouwen van vaardigheden, werken we nu samen met een tiental bedrijven. Een paar ondernemingen vonden bijvoorbeeld niet genoeg accountants. Via ons model wilden ze te weten komen wie ze binnen hun organisatie kunnen omscholen tot boekhouder door te onderzoeken of ze kans hebben tot slagen op hun examen en of ze daarna zullen presteren op een manier die zij als high performing zien.”

“We vragen bedrijven om intern te zoeken naar mensen die het examen al hebben afgelegd en die staan voor wat ze hopen te vinden in de nieuwe kandidaten. Zij kunnen dienen als referentie, want we denken vaak te weten waar we naar zoeken als het gaat om competenties, maar er ontstaat wel eens verwarring over wat een competentie nu juist inhoudt. Analytisch zijn is bijvoorbeeld voor iedereen anders. Daarnaast verandert ook de soort competenties die je nodig hebt voortdurend. Uit de data kan voortkomen dat de ene persoon gemakkelijker zal slagen op het examen, maar verder weg ligt van wat ze zoeken op de werkvloer of vice versa.”

“Een ander voorbeeld uit de pilot cases van de PhD waren de data engineers. Voor dat beroep bestaat er geen opleiding dus hebben we senior- tegenover juniorprofielen gezet. Ze hadden qua competenties allemaal dezelfde patronen op uitzondering van een persoon na. Hij ondervond moeilijkheden met causaal verbanden leggen. Een perfecte database bouwen was voor hem geen enkel probleem, maar hij wist niet wat het doel ervan was. Bij het bedrijf in kwestie zagen ze wel dat er iets gaande was, maar dachten ze dat het te wijten was aan een gebrek aan ervaring. Door de interne opleiding en begeleiding aan te passen, konden ze het probleem oplossen.”

Tomeloze ambitie

Intussen bouwt Tanika AlterEdu als bedrijf uit samen met Michel Lefebre. “Een extra onderzoeker komt er hoe dan ook bij. Als ons ingediend VLAIO-dossier wordt goedgekeurd, kunnen we nog meer mensen aannemen op korte termijn. Dat zal ons in staat stellen om sneller te werken en zo meer bedrijven te kunnen helpen, meer data te verzamelen om onderzoek mee te doen, en up-to-date  te blijven. Want het is een onderwerp dat continu research vereist.

En het loont want Tanika haar onderzoek oogstte veel lof tijdens het PhD Innovatiecafé. “Normaal neemt mijn medevennoot Michel de externe communicatie van AlterEdu op zich. De winst kwam dus toch wel een beetje onverwacht, omdat ik als researcher nu zelf moest pitchen met zoveel andere sterke deelnemers. Vooraf kregen we een workshop in hoe je iets op een goede manier kan pitchen. Zeker nuttig voor mij om een academisch onderwerp toegankelijk te maken. We kregen niet enkel theorie maar mochten ook oefenen ter plekke en kregen meteen feedback. Het is alleen jammer dat het evenement zelf online doorging want het netwerken achteraf is minstens even belangrijk.”

Interesse om deel te nemen aan een volgende Innovatiecafé?

De vijfde editie van het PhD Innovatiecafé is op til in 2023 en op zoek naar een nieuwe opvolger.

Het is een uitgelezen kans om jonge onderzoekers uit verschillende vakgebieden te ontmoeten, in debat te gaan over innovatief onderzoek en de mogelijkheden voor samenwerking of aanwerving te ontdekken. De pitchers zijn vooraf geselecteerd door een jury om hoge kwaliteit te waarborgen.

We communiceren zo snel mogelijk een nieuwe datum. Hou deze pagina in de gaten!

logo

Contactpersoon

Helena Vancampenhout

Arbeidsmarkt - Innovatie

Artikel uit publicatie