Skip to main content
Meer loon naar werken a.u.b.
  • 17/01/2020

Meer loon naar werken a.u.b.

EEN GEDROOMDE TOEKOMST

De economie van (over)morgen in 20 columns

Welk gelaat hebben onze economie & arbeidsmarkt in 2040? 
Die vraag beantwoorden 20 prominente Oost-Vlaamse ondernemende mensen in 2020, elk vanuit hun eigen ervaring en expertise.

Een visionaire blik op overmorgen, ongecensureerd. Arbeidsmarkteconoom Stijn Baert (UGent) bijt de spits af.

Willen we dit land de komende jaren niet in de collectieve verarming storten, dan moet onze werkzaamheidsgraad fors de hoogte in.

Stijn Baert, Arbeidsmarkteconoom Ugent

Meer loon naar werken a.u.b.

Het is een hallucinant hoog cijfer: in de leeftijdscategorie 25 tot 64 jaar is 27 procent van de mensen in ons land niét aan het werk. Die 27 procent kunnen we ook nog eens opsplitsen in twee subcategorieën: 4 procent werkzoekenden versus 23 procent zogenoemde inactieven. Het beleid heeft zich de voorbije decennia zeer sterk toegespitst op die eerste, veel kleinere subgroep. We hebben ons gefocust op de top van de ijsberg, terwijl de grote ijsmassa onder de waterlijn al die tijd min of meer onaangeroerd is gebleven. Dit moet dringend veranderen: als we de groeiende uitgaven in de sociale zekerheid – en dus ook het oplopende begrotingstekort – onder controle willen krijgen, moeten we het geweer van schouder veranderen. Daarvoor zie ik vandaag maar één echte structurele oplossing: de werkzaamheidsgraad in dit land moet stevig de hoogte in, en daarvoor moeten we meer inactieven naar de arbeidsmarkt lokken.

Zo slaan we meteen twee vliegen in één klap. Succesvolle maatregelen om meer mensen aan het werk te krijgen, hebben enerzijds een rechtstreekse impact op de uitgaven – je moet minder mensen ondersteunen met een uitkering – maar anderzijds zorgen ze ook voor nieuwe inkomsten uit belastingen.

Uitkeringen: eerst hoger, dan lager

Willen we die grote massa inactieven opnieuw op de arbeidsmarkt krijgen, dan moet werken vooral een stuk lucratiever worden. Dit is voor mij dé uitdaging voor de komende jaren: wie aan de slag gaat, moet in de toekomst meer overhouden dan vandaag het geval is. De financiële kloof tussen werken en niet werken is niet diep genoeg in dit land. Dat het anders kan, bewijzen pakweg de Scandinavische landen al jarenlang, maar we hoeven niet eens zo ver te gaan.

20 columnsOok in Nederland valt amper 17 procent van de arbeidsgerechtigde bevolking onder de noemer inactief. Niet zo verbazingwekkend, als je weet dat de Nederlanders ervoor gezorgd hebben dat mensen die opnieuw in de arbeidsmarkt stappen tegelijk ook aanspraak kunnen blijven maken op een aantal sociale voordelen en uitkeringen. In Zweden biedt de overheid dan weer gratis kinderopvang aan, zodat mensen met jonge kinderen niet afgestraft worden als ze opnieuw aan de slag willen. Wat een contrast met ons land, waar je in sommige situaties bijna gestraft wordt als je aan het werk gaat. Koken kost natuurlijk ook geld, maar is het dan echt te veel gevraagd om in dit land ook eens op langere termijn te denken? Nu investeren om later te oogsten, zeg maar.

Andere maatregelen vragen helemaal geen grote investeringen: ik pleit er al veel langer voor om de opbouw van de werkloosheidsuitkeringen te veranderen. Trek die de eerste maanden wat op, en maak ze vervolgens sterker degressief. Zo kunnen nieuwe werklozen in eerste instantie volledig voor een duurzame, first best-baan gaan, maar worden ze op wat langere termijn wel geprikkeld om breder te gaan solliciteren. De hervorming die ik voorstel kan trouwens perfect budgetneutraal zijn, en zorgt er tegelijk voor dat het verschil tussen werken en niet werken na enkele maanden een flink stuk groter wordt.

Slopen maar, die koterijen

Nemen we die reusachtige groep inactieven in ons land even wat nauwer onder de loep, dan blijken twee subcategorieën daarin oververtegenwoordigd: de 55-plussers en de mensen met een migratieachtergrond. Vooral naar die twee doelgroepen toe moet het beleid een stuk strakker. Allerlei bouwvallige koterijen en tijdelijke achterpoortjes in de wetgeving kunnen we maar beter zo snel mogelijk slopen, zodat ze eindelijk plaats kunnen ruimen voor een duidelijk en consequent beleid.

Ik besef het: mijn pleidooi is er vooral één voor politieke moed. Niet zo evident in dit land, maar opnieuw verwijs ik graag naar onze noorderburen. Nederland durfde de voorbije jaren wél te hervormen, politici hadden er geen schrik van pijnlijke maatregelen. En zie: terwijl wij vandaag tegen een begrotingstekort van 11 miljard aankijken, mogen onze noorderburen zich in een begrotingsoverschot van 11 miljard verheugen. Goed beleid is ook een kwestie van durf, en je kan de verantwoordelijkheid van de overheid daarin amper overschatten. De bevolking verwacht duidelijkheid, en het is aan de politici om die krijtlijnen heel duidelijk uit te tekenen. Mensen passen zich uiteindelijk wel aan de verwachtingen aan, zolang die maar voldoende duidelijk zijn. Helaas geldt vandaag in België net het omgekeerde: door het warrige beleid rond de pensioenleeftijd, zware beroepen en SWT kan iedereen blijven denken dat enkel de buurman langer zal moeten werken.

Het is een huizenhoog cliché, maar vandaag staan we écht op een keerpunt: willen we dit land de komende jaren niet in de collectieve verarming storten, dan moet onze werkzaamheidsgraad fors de hoogte in. De klassieke lapmiddelen om onze begroting nog min of meer sluitend te maken, raken uitgeput. En politici beseffen het beter dan wie ook: van een bevolking die collectief verarmt, moet je geen stemmen verwachten. Nu niet, maar al evenmin in 2040. De hand aan de ploeg dus.


Tekst Filip Michiels - Foto Wim Kempenaars

Stijn Baert in 2040

Ik voel mezelf als een vis in het water aan de universiteit Gent. Ik ben nu 36, en hoop dus dat ik me ook binnen twintig jaar nog altijd zal kunnen uitleven in onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. Academici belanden natuurlijk af en toe in het vizier van de politiek - en laat binnenlandse politiek nu samen met voetbal mijn grootste passie zijn - maar ik zou het bijzonder lastig vinden om de vrijheid die ik nu geniet op te geven. Ik hoop dus dat ik zal blijven ‘passen’: ik doe veel te graag wat ik nu doe.

Galerij

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat