Made in Belgium: hoe houden we de maakindustrie in eigen land?

23/05/2018 , Sam De Kegel

Penne staat voor sterk geautomatiseerde en complexe productie mét grote aantallen, gecombineerd met een enorme knowhow in de producten die ze zelf ontwerpen. Die kennis verankeren ze liever in België dan in China. CEO Frans Penne: “We hebben onze maakindustrie broodnodig. Op een industrieel kerkhof bouw je immers geen welvaart.” 

Frans PenneWie niet evolueert, is de klos. In een nog niet zo ver verleden was Penne een marktleider in de productie van kinderkoetsen, tot de opkomst van de buggy’s die markt helemaal door elkaar schudde. Frans Penne, CEO: “Mijn overgrootvader was smid, hield café, herstelde naaimachines en had een fietsenmakerij. Mijn grootvader begon in Aalst kinderwagens en -speelgoed te produceren. Hij deed alles zelf: van schrijnwerkerij, textielatelier en metaalperswerk  tot het chromeren en lakken van de eindproducten. Ik liep er nog rond als klein manneke, alles gebeurde op één koer. Begin jaren 60 kwamen de low budget buggy’s op de markt, terwijl mijn grootvader nog echt ‘kindervoituren’ maakte. Die kreeg je niet in een auto, hè (lacht). Mijn vader begon dan te focussen op metaalperswerk, daar waren we toen al goed in. We leverden metaalonderdelen aan de verschillende multinationals die zich hier kwamen vestigen, waaronder Honda, in 1963. Jarenlang hebben we metalen en later ook kunststoffen onderdelen voor bromfietsen en scooters geproduceerd – de beruchte Camino was eigenlijk bijna ‘onze bromfiets’. Ondertussen waren we in gans België leverancier geworden van metaalonderdelen aan alle assemblerende nijverheden, denk aan Nova, Samsonite, Philips, om er maar enkele te noemen. Maar begin jaren 90 werden we steeds meer als citroenen uitgeperst via de door de General Motors van deze wereld geïntroduceerde managementtechnieken  – squeeze the subcontractors. Ik heb een tijd gekend dat, als we in december een brief wilden sturen naar onze klanten dat we 3% zouden opslaan, wij in november zelf al een brief kregen dat we 10% moesten zakken. Noem het jonge roekeloosheid, maar ik wou daar niet meer in meegaan. Als je steeds toegeeft aan deze negatieve spiraal, hou je op het einde van de rit niets meer over. We leverden toen breed, maar onze marges gingen eraan. Veel van onze collega’s zijn toen ten onder gegaan. Ik was nog jong in het bedrijf en had de omzet niet mee opgebouwd, dan neem je waarschijnlijk sneller risico’s.”

Frans Penne trok zijn stoute schoenen aan en kwam bij automotive supplier Bosch in Tienen terecht. Frans: “Daar redeneerden ze als volgt: ‘Als dat manneke het lef heeft om onderdelen te maken voor de Duitse auto-industrie, laat hem dan maar doen; we zullen zijn matrijs betalen als de producten vrijgegeven zijn. Wat bleek achteraf? De zogenoemde ‘toleranties’ die ik had gekregen op mijn tekeningen voor onderdelen van ruitenwissers, waren veel moeilijker dan die van al mijn Duitse concurrenten.”  

Ze gaven u dus een veel moeilijkere klus dan de concurrenten, met het idee: ‘Dat haalt hij toch niet?’

Frans Penne: “Klopt. ‘Toleranties’ hebben alles te maken met nauwkeurigheid. Hoe nauwkeuriger je product is, hoe beter je het nadien kan automatiseren, want dan zijn er geen storingen of defecten. Na twee jaar bleek dat wij die toleranties, die de Duitse automobieltoeleveranciers al die jaren hadden geweigerd wegens ‘onmogelijk te realiseren’, gehaald hadden. Ik stond niet meer aan de achterdeur, maar aan de voordeur en kreeg steeds meer opdrachten van andere klanten, zoals Valeo. Nadien zijn we beginnen diversifiëren en begonnen we ook onderdelen voor fuel tanks te maken (Frans toont een beugel, een metalen onderdeel van een fuel tank, sdk). Onze Poolse en Aziatische concurrenten hadden 7 à 8 aparte operaties nodig om dit te produceren terwijl er bij ons 40 stuks per minuut uit onze machine vielen. Laat ze dan maar goedkoop zijn…
In 1985 hebben we ook een kunststofspuitgieterij opgestart en leverden we kunststoffen onderdelen aan eerstelijns automobieltoeleveranciers, tot bumpers en dashboards toe.”

Moraal van het verhaal: jullie overtroefden de concurrentie omdat jullie dit complex product op een veel efficiëntere manier konden produceren? 

Frans Penne: “Onze kennis in volgmatrijzen is bij de top in Europa en daardoor kunnen wij heel veel processen integreren in het gereedschap en veel sneller producten maken. We zitten in een niche van heel complexe volggereedschappen. Bandstaal haal je door je matrijs, per stap doe je een bewerking en op het einde valt er een stuk uit dat kant-en-klaar is. Die gereedschappen ontwikkelen en bouwen die al die bewerkingen na elkaar in één matrijs combineren, dat is onze sterkte.”

Is dat ook de reden waarom jullie die complexe productie in België konden en kunnen houden?

Frans Penne: “We kunnen dit niet laten produceren in Centraal Europa of Azië, omdat ik daar de mensen niet vind die zulke gereedschappen kunnen ontwerpen. Bij de ontwikkeling van die eerste matrijs heb ik dertig keer de handdoek in de ring willen gooien, maar onze ontwerpers en ingenieurs bleven steeds nieuwe zaken en technologieën uitproberen. Nu, als je achteraf terugblikt, is het duidelijk: als je toegevoegde waarde wil blijven creëren en je wil dus dure gereedschappen verkopen, dan heb je producten met een grote levensduur nodig én hoge stuktallen (aantallen). Door in die niche te gaan, hebben we dat werk hier kunnen verankeren en genieten we daar tot op vandaag van.” 

Ben je als toeleverancier van de automotive industrie niet enorm kwetsbaar, omdat je er zo hard van afhangt?

Frans Penne: “Wij leveren ook aan andere sectoren, maar doorheen de jaren zijn we steeds afhankelijker geworden van automotive, dat klopt. We leveren nu 75% aan automotive. We hebben nood aan producten met een lange levensduur in grote aantallen en bedrijven die kunnen investeren in de benodigde duurdere gereedschappen en dan kom je nogal vlug bij automotive uit. Wij leveren gelukkig onderdelen aan klanten wereldwijd, vaak in lowcostlanden, zoals China, Mexico, Hongarije.” 

Maar die klanten zeggen dan toch: ‘Volg  ons, want dan kan je nog goedkoper leveren’?

Frans Penne (droogjes): “Dat zeggen ze elke keer. Maar wat willen ze eigenlijk? Ze willen onze competentie aan de lonen van die markt. Maar zo werkt dat niet, hè. Als je een goede ontwerper van volggereedschappen wil worden, ben je algauw tien jaar bezig. Dat soort ontwikkelaars moet je in China ook zoeken en opleiden. Bijna niemand beseft nog hoe complex en spitsvondig een auto in elkaar zit. Er zit bijvoorbeeld technologie in een fuel tank opdat je de brandstof niet zou horen klutsen, maar niemand staat daar nog bij stil. Omdat we ons in een bijzonder complexe niche genesteld hebben, is het enerzijds dus heel moeilijk om te delokaliseren, omdat je die niche ginds dus ook helemaal moet opbouwen vanaf nul. Anderzijds heb je de globale spelers die hier bij ons komen omdat we het kunnen. De meeste van onze klanten zijn ondertussen gedelokaliseerd, maar wij blijven hier.”

 

 

TEKST: SAM DE KEGEL
FOTO’S: WIM KEMPENAERS

 

Lees het volledige coververhaal in het meinummer van ons magazine Ondernemers in Oost-Vlaanderen. Ontdek hier de digitale editie.

 

 

Ondernemers mei 2018

 

 

 

Adverteren in ons magazine Ondernemers? Vraag Barbara Vuylsteke (09 266 15 72 - 0474 84 31 79) naar de aantrekkelijke voorwaarden.