Laat ons samen met de Chinezen innoveren

12/02/2019

China is niet louter meer de fabriek van de wereld, het ontpopt zich zelfverzekerd tot brain factory of the world. Ondertussen laten we ons in Europa in slaap wiegen. In plaats van bang te zijn dat Chinezen onze technologie willen stelen, kunnen we er maar beter zo goed mogelijk mee samenwerken. Hier én in China. Dat is het pleidooi van Pascal Coppens en Sven Agten, twee Vlaamse Chinakenners die er jarenlang wo(o)n(d)en en werk(t)en.

Laat ons samen met de Chinezen innoveren

Tekst Sam De Kegel

“Neen, ik zou echt niet meer in België kunnen aarden. Hier gaat alles zoveel sneller.” Sven Agten, een 39-jarige Limburger die sinds 2004 in China woont en werkt, windt er geen doekjes om. Hij belandde in dit land met 1,4 miljard inwoners als leraar Engels aan een universiteit in Noord-China, woonde nadien o.a. in Beijing, resideert nu in Shanghai en is getrouwd met een Chinese. Hij werkt sinds 2014 als CEO Asia-Pacific voor Rheinzink, een Duitse wereldleider in zinkmaterialen, en is auteur van het boek Hoe maak ik het in China? (Lannoo, 2017). Daarin beschrijft hij hoe de Chinese Draak de wereld transformeert: via technologische innovaties, e-commerce,... “In het Westen hoor je enkel de clichés over China. ‘Het is een dictatuur, ze zijn niet open, ze pikken onze technologie.’ Ik vind dat heel jammer. Er zijn trouwens vijftig verschillende China’s en als westers bedrijf moet je er in principe ook vijftig verschillende strategieën hebben. Kijk naar Beijing en Shanghai, twee megasteden. Een Beijinger koopt een BMW om op te scheppen, in Shanghai koopt iemand een BMW omdat hij zich zo meer gesofisticeerd voelt. Dan moet je die auto anders in de markt zetten. Het gros van de Chinezen is wel erg merk- én prijsgevoelig. Voor een Gucci-tas tellen ze 1.000 euro neer, maar op de markt durven ze afdingen tot een eurocent. Ze kunnen van niets geld maken, zowel in China maar ook ver daarbuiten. Als je dat combineert met innovatief denken en de macht van het getal, dan kom je heel ver.”

Follow the leader

Openingsbeeld
Ook Gentenaar Pascal Coppens, sinoloog, ergert zich aan ons veralgemenend schrikjargon: “Chinezen zijn enorm gedreven en competitief, maar ze zijn niet beter of slechter dan Amerikanen waar wij naar opkijken, zoals Steve Jobs of Jeff Bezos. Wij staan niet open voor het China van nu en kijken enkel naar dat van vijf à tien jaar terug.” Coppens woonde en werkte er twintig jaar en is sinds 2016 terug in België. Vier keer per jaar trekt hij voor zijn huidig ‘inspiratiebedrijf’ nexxworks nog naar China, met een aantal CEO’s in zijn zog. “Als ze terugkomen, zeggen ze allen: ‘We moeten in België veel sneller beslissingen nemen.”

Er ligt meer dan één wereld van verschil tussen onze bedrijfscultuur en die in China. Coppens: “In China is het vertrouwen in ‘de leider’ groot, ook in bedrijven. Als die zegt: ‘Dit gaan we doen, dan volgt iedereen zonder aarzelen. Maar dat is niet zo directief als wij denken. Iedereen mag zijn zegje doen. Dat is de reciprociteit van het Chinese netwerk: ‘Wij gaan je helpen en dan weten we dat jij ons ook gaat helpen.’ En hoe sterker die band is, hoe vlugger dingen gebeuren. In België grossieren we vooral in wantrouwen omdat onze leiders dingen beloven die vervolgens niet gebeuren.” Sven Agten gaat nog een stap verder: “In China is de Communistische Partij, de overheid, veel meer bezig met het algemeen belang dan in de westerse wereld, ook al wil het Westen dat niet geloven.”

Nog een opvallend verschil: één eigenaar heeft in China meestal meer dan 50 procent van de aandelen en hakt de knopen door. Coppens: “In Silicon Valley heb je altijd twee of meer co-founders, zoals bij ons. Dat maakt een enorm verschil. En de competitie is immens in China. (fijntjes) In België hebben sommige start-ups na twee jaar nog steeds geen concurrenten. Je kan je markt natuurlijk zo definiëren dat er bijna geen concurrenten zijn. In China heb je meteen tientallen concurrenten, wat je ook doet. Daarom is een leider die snel (investerings)beslissingen neemt, cruciaal.”

Meer dan de fabriek van de wereld 

In 1991 reisde Coppens voor het eerst door China, vanaf 1999 was hij er permanent. Via de Europese Commissie volgde hij een China-MBA van een jaar. Daaruit vloeide een stage voort bij Shanghai Bell (toen in joint venture met Alcatel). Hij was de enige Belg op de werkvloer die Chinees sprak en werd er ondergedompeld in de Chinese bedrijfscultuur, die bijzonder competitief is. Coppens: “Shanghai Bell zag zichzelf als een internationaal, ethisch merk, terwijl de concurrenten van Huawei als oneerlijk werden afgeschilderd. Voor mij was het echter toen al duidelijk dat we nooit gingen winnen van Huawei, omdat hun drive zoveel groter was. Shanghai Bell was in slaap gewiegd, noem het gemoedsrust. Anno 2019 denken we in het Westen nog steeds dat we de innovatiefste zijn, maar eind jaren 90 toonden die ‘miertjes’ van Huawei al een tomeloze ambitie.”

China was lang ‘de fabriek van de wereld,’ het land van de lage lonen en goedkope, minderwaardige producten, maar die vlieger gaat volgens Pascal Coppens niet meer op sinds 2013. “In 2013-2014 is de arbeidswetgeving er veranderd, waardoor overuren moesten betaald worden. De lonen stegen daarvoor al fors, zeker in de techsector. Ik gaf zelf elk jaar 15% opslag aan mijn personeel, anders vertrokken ze. Ook de landen buiten China (Vietnam, Maleisië,…) begonnen zich te professionaliseren en Chinese bedrijven gingen zelf in die landen investeren.” In China vind je steeds minder mensen die aan lage lonen willen werken. Dat is een van de redenen waarom ook buitenlandse fabrikanten zoals Nike nu sneller naar Vietnam en co kijken. “De laisser faire-mentaliteit is weg sinds 2015. China speelt steeds minder in de grijze zone maar volgt de wet dankzij het beleid van Xi Jinping, en die wetten gelden ook voor buitenlandse bedrijven. Denk aan strengere milieunormen en sociale wetgevingen. Gevolg: Chinese en buitenlandse bedrijven spelen nu in dezelfde league. Chinezen werken dus bijna op een westerse manier, maar ze werken harder, ze werken met meer en ze hebben veel meer geld. De Chinees wordt ook zelfbewuster, dankzij de Jack Ma’s van deze wereld (oprichter van Ali Baba, sdk). Buitenlanders voelen zich steeds minder welkom in China, net omdat de Chinezen meer noten op hun zang krijgen. Vroeger waren buitenlandse investeerders de koningen op vlak van productie, nu vinden Chinezen dat ze het zelf vaak beter kunnen.”

Kijk naar de Chinese smartphones, eerst goedkope kopieën van Samsung en Apple, maar nu worden ze trendsetters. De Chinese technologiereuzen zoals Tencent, Alibaba, Xiaomi, Huawei en Baidu gaan de strijd aan met de Amerikaanse concurrenten. Apple voelt de hete adem van Huawei in de nek, dat intussen de tweede grootste smartphoneproducent ter wereld is. Er woedt een technologische oorlog, en die wordt steeds feller. Chinese politieagenten lopen rond met een bril die door gezichtsherkenning mensen opmerkt die hun boetes niet betaald hebben. Coppens: “China staat mondiaal het verst in de commercialisatie van AI-toepassingen.”

Leren van de Chinezen

Beurs
IHauqiangbei


In plaats van bang te zijn dat Chinezen onze technologie komen stelen, kunnen we er maar beter mee samenwerken, vinden beide heren. Pascal: “Ik ben zeker dat wij op dit moment meer kunnen leren van hen dan zij van ons, zeker de jongste twee jaar. Dat geldt niet voor alle sectoren, maar in mijn boek China’s New Normal (komt uit in mei 2019, sdk) voorspel ik voor acht sectoren het kantelpunt wanneer de Chinezen de leiding overnemen van ons. In security (o.a. gezichtsherkenning) kijken we al naar hen sinds 2014, in entertainment en social media leiden ze ook al de dans, net als in retail. De volgende sectoren waarin ze ons zullen inhalen zijn finance (fintech en insurtech) en automotive, gevolgd door smart manufacturing. Wat wij niet willen toegeven, is dat we de technische expertise hier straks niet meer hebben. Apple kan zijn productie zelfs niet meer terugbrengen naar de VS omdat ze er geen experts meer vinden die er kunnen solderen. De drang van Chinezen naar vakmanschap, die hebben wij verloren. Leren van een meester, die traditie gaat 2000 jaar terug. In Shenzhen, op de markt van Huaqiangbei, vind je ’s werelds grootste elektronicamarkt met duizenden stalletjes. Chinezen halen er je gsm in en uit elkaar in enkele uren, bij ons moet je drie weken wachten. De hele wereld is ooit gaan produceren in China en heeft de Chinezen opgeleid en de slimmeriken hebben vele anderen opgeleid. Ook in robotica leiden ze de dans, denk aan homerobots die kinderen een taal aanleren en robots voor de zorgsector en het onderwijs.”

Sven Agten noemt China’s innovatiemodel ‘very low cost high scalable’. Elk jaar studeren er 5 miljoen mensen af, enorm veel ingenieurs innoveren erop los. Relatief goedkope innovatie die heel schaalbaar is: dat is de kracht van China. En als de overheid daar als één man achter staat, volgen de ondernemers met investeringen.”

Klinkt behoorlijk onheilspellend voor het Westen, maar dat betekent niet dat wij geen waarde meer kunnen creëren, beklemtoont Pascal. “Heel veel van die markten zijn een laboratorium: sommige dingen lukken, andere mislukken. Wij kunnen ons laten inspireren en de best practices hier toepassen, aangepast aan onze markt. Een voorbeeld? In China lanceren ze volop de light electrical vehicles, kleine wagentjes die tot 70 km/uur rijden. Vorig jaar werden er 2 miljoen verkocht in China. Ze investeren in nieuwe batterijtechnologie en connectiviteit tussen die wagens. Hier kan je er misschien een hybride versie van maken?” Dus: leren, inspireren en hier implementeren. Zoals Alexander de Bièvre, oprichter van het Evergemse Mobit, dat een fietsdeelconcept met een slim slot in onze markt zet. Hij woonde zeven jaar in Shanghai, ontdekte daar de deelfietsenmarkt, deed zijn R&D in China en kwam terug naar hier.

De Chinese deel- of strooifiets is de eerste grote techtrend die globaal ging. Deelfietsen bestonden al, maar de Chinezen hebben die slimmer gemaakt en aangepast tot ze er top in werden.

Chinese bedrijven landen steeds vaker in de VS en Europa. In België zitten die vooral in Brussel en Wallonië, minder in (Oost)-Vlaanderen. Volvo Cars heeft met Geely wel een Chinese eigenaar, maar vooral het China Belgium Technology Center (CBTC) in Louvain-la-Neuve, het eerste complex van Chinese incubatoren (voor o.a. bio- en nanotechnologie) in Europa, springt in het oog. “We trekken nog veel te weinig Chinese bedrijven aan, zeker in de techsectoren”, vindt Coppens. Onze nationale veiligheidsdienst creëert angst, maar die is opgeklopt. Barco en imec werken al veel met Chinezen samen. Laat ons samen met Chinezen R&D-labs oprichten in Vlaanderen rond AI of blockchain. Nu trekken alle Chinezen voor AI naar de VS of Duitsland en niet naar hier, hoewel we ook veel experts hebben.”

De verborgen schat van Alibaba

Alibaba
E-commercereus Alibaba komt in 2019 naar Luik.


In 2019 komt e-commercereus Ali Baba naar Luik. Die Europese hub is een onderdeel van het plan van Alibaba om wereldwijd zes grote distributiecentra op te richten om vandaar uit elke klant binnen de drie dagen zijn pakje te bezorgen. “Wij mogen blij zijn dat ze naar hier komen”, meent Agten. “We kunnen zoveel leren van hen.”

“Il faut aller chercher la croissance là où elle se trouve”, tweette premier Michel. De paar honderd jobs - op termijn waarschijnlijk een stuk meer - zijn welkom voor een regio die in een economische reconversie zit na het verlies van de zware industrie, maar “we moeten niet focussen op die enkele honderden jobs, we moeten hengelen naar hun innovatie, want zo ontstaan er nieuwe economieën en die zullen veel meer jobs creëren”, zegt Coppens. Hij ontmoette de VP van Ali Baba. “Die vertelde me dat Ali Baba geen e-commercebedrijf maar een data-analytisch bedrijf is, en dat het veel liever samenwerkt met bedrijfjes die gefocust zijn op data dan bedrijven die een goeie omzet halen, want die eerste gaan die tweede omverblazen.” Coppens geeft een verrassend beeld over hoe Chinezen naar data en privacy kijken. “Tencent of Ali Baba geven veel minder data vrij aan bedrijven dan Facebook. Het internetmodel in China is niet gebaseerd op advertisement, maar op virtual goods en andere transactionele verdienmodellen. Een Chinees krijgt dus veel in ruil voor data, wij krijgen vooral spam advertisement. Wij denken ten onrechte dat Chinezen data vrijgeven omdat ze zich niets van privacy aantrekken. Neen, er zijn strenge privacyregelgevingen – strenger dan bij ons. Maar als het een hoger doel dient, vertrouwen de Chinezen de overheid met die data.”

Xi Jinping is de onbetwistbare leider van die hogere overheid, de Communistische Partij. Hij bouwt voort op de macht van zijn voorganger, Hu Jintao, een echte technocraat. Pascal: “Het is de verdienste van Xi dat hij eindelijk de milieu en - corruptieproblemen aanpakt en nieuwe wetgeving rond intellectueel eigendom introduceerde. Hij wil het Westen tonen dat China nu volgens de internationale regels wil spelen. Maar hij heeft zoveel macht naar zich toegetrokken dat ook vele Chinezen zich afvragen wat er gebeurt als hij die zou misbruiken.”

Deelfietsen
Deelfietsen met een slim slot, made in China.

Sommige China-critici werpen ook op dat China geen Groot Plan heeft. Of om het met een frase van Deng Xiaoping te zeggen: ‘de rivier oversteken door naar de stenen te tasten.’ Coppens: “China heeft wel een heel grote visie op lange termijn, maar het gaat heel pragmatisch te werk. Het heeft soms een tekort aan strategie, maar dat is wat ons net vaak vertraagt in het Westen. In 2030 willen ze ‘s werelds grootste innovator zijn en hun achterstand ingehaald hebben in micro-elektronica, fijne chemie, nieuwe materialen en biotech.”

Van biotech tot voedsel: kansen voor Belgen

Net in die laatste sectoren staat België sterk. Coppens pleit voor een samenwerking, zonder dat we onze competitiviteit verliezen. “Natuurlijk moeten we experts blijven in dieper onderzoek, maar laat ons ook de schaal en het geld van China zoeken om nieuwe innovaties sneller en voor veel meer mensen uit te voeren. Als wij een miljard mensen ginds kunnen helpen met gezondheid via biotech, why not? China heeft die basistechnologieën nodig om verder te innoveren en wil er miljarden voor betalen. Want anders kunnen ze hun niveau niet verder naar omhoogtillen en kunnen de lonen niet verder stijgen. De Chinese overheid heeft een grote angst voor sociale onrust door de middle income trap. Miljoenen Chinezen surfen te weinig mee op de economische groei.”

Nog zo’n enorme uitdaging is de aanpak van voedsel- en medische schandalen. Ook daar liggen kansen voor Belgische bedrijven, vindt Coppens: “Chinezen hebben totaal geen vertrouwen meer in hun eigen voedsel, vaccins en medicijnen. Dat vormt een grote opportuniteit voor onze bedrijven, op voorwaarde dat we innoveren met voedsel. China investeert nu wel massaal in blockchain, om hun voedsel beter te traceren.”

“Chinezen staan veel meer open voor nieuwe technologieën dan wij om de simpele reden dat hun sociaaleconomische problemen ook veel groter zijn”, argumenteert Agten. “Denk aan de enorme lucht- en watervervuiling. Cleantech is de oplossing. Er komt ook een enorme vergrijzing aan, dus zijn ze op zoek naar innovaties in levenswetenschappen. Tegen 2050 telt China 220 miljoen minder arbeidskrachten. De arbeid wordt elk jaar 8 tot 10 procent duurder omdat er te weinig arbeidskrachten zijn. De druk van de Chinese bevolking op de Communistische Partij is enorm groot om die problemen op te lossen. Uiteindelijk bestaat de Partij ook maar bij gratie van het volk. De vervuiling vermindert, ook omdat er nu draconische maatregelen genomen worden, zoals het sluiten van gevaarlijke chemische fabrieken en de aanpak van corruptie. En als Chinese bedrijven in het buitenland investeren, denken ze eerst: hoe kunnen we die innovatie in China toepassen?”

Belgische start-ups, waag uw kans

Sinds 11 mei 2018 rijdt er ook een rechtstreekse trein tussen Tangsan en Antwerpen. Het idee van een Nieuwe Zijderoute leeft al lang. Pascal: “Hogesnelheidstreinen hebben eerst China ‘kleiner’ – lees bereikbaarder en compacter - gemaakt. Tussen 2008 en 2018 werd er een hogesnelheidstreinnetwerk van 26.000 kilometer gebouwd in heel China, waarvan 50% dertig meter boven de grond. Het doel: de Chinezen verbinden met alle steden en nu willen ze met de rest van de wereld connecteren. Waarom? Voor afzet, trading van goederen, maar ook voor uitwisseling van technologie en werkkrachten. Wij willen ons ‘verwijderen’ in het Westen via remote working, de Chinezen willen net dichter bij elkaar zitten. Daarom bouwen ze ook andere infrastructuren, zoals hogesnelheidstreinen en vele nieuwe incubatoren.”

China telt al zo’n 2.000 incubatoren omdat ze dus zo graag bij elkaar ‘hokken’. In Hangzhou staan 20 gebouwen vol start-ups die rond e-commerce werken.

Sven Agten is zelf mentor bij China Accelerator. “In tegenstelling tot een incubator is dit een platform dat ook zelf investeert in softwarebedrijven die het aan boord haalt. In elk bedrijf investeert het 200.000 dollar. Het stelt ook een netwerk en mentors beschikbaar.” Onze start-ups kijken veel te weinig richting China, vindt Agten. “Silicon Valley vind ik eerder traag en niet-dynamisch. Er zijn gelukkig al veel buitenlandse start-ups die zichzelf eerst in China willen lanceren en dan pas in de VS of Europa. Omdat je hier meer kan experimenteren en vooral de markt veel sneller reageert. Omgekeerd zijn er ook giganten als Tencent die enorm veel geld steken in Zuidoost-Aziatische tech-start-ups in Maleisië, Indonesië. Ik vrees dat de westerse wereld die regio in de toekomst helemaal gaat missen. Als wij in het Westen niet méér gaan innoveren, zijn we een vogel voor de kat en steken ze ons in minder dan twintig jaar op alle vlakken voorbij. Daarom geloof ik zo sterk in joint research met de Chinezen. Maar slechts heel weinig van onze bedrijven geloven daarin, omdat ze ten onrechte vrezen dat hun technologie gepikt wordt.

 

62 Oost-Vlamingen op zoek naar inspiratie in China

Van 15 tot 24 februari trekt Voka op hightechtrip naar Shanghai, Shenzhen en Hongkong. Op vele technologische domeinen (robotics, AI,…) ontwikkelt China zich razendsnel en laat het andere techclusters zoals Silicon Valley ver achter zich.

De 62 deelnemers - de reis is al maanden volgeboekt - zijn vooral serial entrepreneurs actief in IT, bankwezen, zorg en kennisinstellingen. Ze worden er ondergedompeld in een rollercoaster van meer dan 30 (!) ontmoetingen met zakenlui en innovatieve hightechbedrijven, zoals NIO, Sensetime, Huawei, Materialise, Jinri Toutiao en Laidian Technology. Ze komen vol inspiratie en energie uit China terug en kijken met een nieuwe blik naar hun eigen businessmodel.

Voka organiseert jaarlijks een techtrip. Na Silicon Valley, New York & Boston en Zuid-Afrika is dit de vierde techtrip. Jaarlijks groeit het aantal deelnemers. Meer informatie over de techtrip naar China en de inspiratiereis naar Myanmar en Cambodja (in oktober 2019) vindt u op de Voka-website of via Stefan Derluyn.