Skip to main content
  • Nieuws
  • “Krapte op arbeidsmarkt is groeiend probleem voor bouwsector”

“Krapte op arbeidsmarkt is groeiend probleem voor bouwsector”

  • 20/08/2018

Naar aanleiding van het bouwverlof voerden Confederatie Bouw Limburg en Voka – Kamer van Koophandel Limburg hun jaarlijkse bouwenquête uit. De Limburgse bouwondernemingen kijken positief naar de toekomst wat omzet en winst betreft. Voor internationalisering, jobcreatie en de buitenlandse concurrentie liggen de verwachtingen in dezelfde lijn als een jaar geleden. De krapte op de arbeidsmarkt riskeert echter de verdere groei van onze bouwbedrijven in de toekomst te hypothekeren.

“Krapte op arbeidsmarkt is groeiend probleem voor bouwsector”
Chris Slaets (l.) en Johann Leten (r.)

Uit een recente studie van de Confederatie Bouw blijkt dat verwacht wordt dat de bouwsector in 2018 met 3,7% zal groeien. Deze groei ligt dus een stuk hoger dan de 1,6% verwachte groei van de gehele Belgische economie. Ook de conjunctuurbarometer van Voka – KvK Limburg toont maand na maand aan dat de bouwsector een drijvende kracht achter onze Limburgse economie blijft. In de jaarlijkse bouwenquête springt de sterke omzetstijging in het oog. Ook de trend van verminderde concurrentie uit het buitenland blijft bestendigd in 2018. De Limburgse bouwondernemingen liggen echter steeds vaker wakker van het vinden van geschikte medewerkers. Ook dit jaar blijkt de krapte op de arbeidsmarkt een rem te zijn op verdere groei van onze bedrijven.

Verwachte omzetcijfers kennen sterke groei

Een meerderheid van de respondenten (62%) verwacht dat de totale omzet in 2018 zal stijgen. Dat is aanzienlijk meer dan voorgaande jaren. In 2016 en 2017 lag dit aantal immers nog op respectievelijk 51% en 54%, waardoor we kunnen spreken van een positieve trend. Ook het aantal Limburgse bouwondernemingen dat een afname van de totale omzet verwacht, evalueert positief. Waar een vijfde van de bedrijven in 2017 nog een negatieve verwachting koesterden, zien we in 2018 bijna een halvering van dit cijfers (11%). Het aantal ondernemingen dat een status quo verwacht, blijft gehandhaafd (27% in 2018 ten opzichte van 26% in 2017).

Vorig jaar verwachtte 43% van de respondenten dat ook de winst in 2017 zou stijgen ten opzichte van 2016. Dit positivisme wordt in 2018 verder versterkt. 49% van de Limburgse bouwondernemingen geeft immers aan dat haar winst in 2018 verder zal stijgen. Slechts 16% van de bedrijven geeft aan een winstverlies te verwachten. Ter vergelijking: in 2017 lag dit cijfer nog op 25%.

Wat de orderportefeuille betreft, zien we dat deze steeds op langere termijn reeds ingevuld is. 29% van de respondenten geeft immers aan een orderportefeuille te hebben van meer dan zes maanden (21% in 2017). Het aantal portefeuilles ingevuld voor een periode tussen drie en zes maanden ligt lager in 2018 (29% ten opzichte van 34% in 2017).  Ook het aantal bedrijven met een orderportefeuille van minder dan één maand daalt dit jaar tot 8%  (-0.27% in vergelijking met 2017). Vooral het aantal bouwondernemingen met een  orderportefeuille van meer dan zes maanden na het bouwverlof, kent dus een sterke stijging. Na vorig jaar een daling van bijna 10% gekend te hebben, is het aantal bedrijven met orders op lange termijn bijna terug op dezelfde hoogte als in 2016 (28,95% ten opzichte van 30%).

Chris Slaets, gedelegeerd bestuurder - directeur Confederatie Bouw Limburg, geeft toelichting bij deze cijfers: “Ook dit jaar zien we positieve ondernemers. De verwachte omzet- en winststijgingen liggen dit jaar op het hoogste niveau sinds jaren. Toch zou euforie misplaatst zijn. De uitdagingen om deze groei ook op lange termijn te waarborgen, worden in de huidige economische realiteit steeds groter. Meer dan drie vierde van onze Limburgse bouwondernemingen geven aan dat het vinden van geschikte arbeidskrachten het meest bepalend is voor de groei van hun bedrijf. Met de heersende krapte op de arbeidsmarkt, lijkt het antwoord op deze uitdaging steeds moeilijker te worden. Ook de algemene economische groei (48%) en de loonkosten (40%) bezorgen onze ondernemers nog steeds slapeloze nachten.

De verwachte omzetstijging lijkt ook jobcreatie in de hand te werken. 49% van de respondenten geeft immers aan van plan te zijn om nog dit najaar extra medewerkers aan te werven. Een aanzienlijke stijging ten opzichte van vorig jaar, waar slechts 28% van de Limburgse bouwbedrijven het personeelsbestand op korte termijn zag groeien. De verwachtingen naar volgend jaar toe liggen meer in lijn met de bevindingen uit de enquête in 2017.  De stijging in het  aantal respondenten dat aangeeft extra mensen aan te werven in 2019 is slechts gering (+3%) waardoor dit totaalpercentage op 32% komt te liggen. Iets meer dan de helft van de respondenten (55%) is van plan evenveel mensen aan het werk te houden in 2019  (t.o.v. 51% in 2017). Slechts 3% van de Limburgse bouwondernemingen verwacht het met minder medewerkers te doen in het komende jaar.

Internationalisering blijft op zelfde niveau

We vroegen ook aan de Limburgse bouwondernemingen waar ze hun omzet draaien: binnen Limburg, binnen België of buiten de landsgrenzen. Het merendeel van de bedrijven haalt nog steeds zijn omzet binnen Limburg. Een meerderheid van de respondenten (56%) draait minstens 40% van zijn omzet binnen onze provincie (62% in 2017). De omzet die in het buitenland wordt gerealiseerd is identiek aan die van vorig jaar. Nog steeds 70% van de Limburgse bouwondernemingen realiseert zijn omzet binnen België.

Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – Kamer van Koophandel Limburg: “De trend op vlak van internationalisering in de Limburgse bouwsector is de laatste jaren stabiel. Een beperkt aandeel van de Limburgse bouwondernemingen is actief in het buitenland. De ingezette verschuiving over de provinciegrens vast zet zich echter door. In 2016 realiseerde een vijfde van de Limburgse bouwondernemingen (20%) minstens 60% van haar omzet buiten Limburg maar binnen België. In 2017 liep dit op tot 31% om in 2018 te landen op 30% van de Limburgse bouwondernemingen.

Het aantal Limburgse bouwondernemingen dat beroep doet op buitenlandse arbeidskrachten daalt lichtjes in 2018 (63% ten opzichte van 65% in 2017). Dat de krapte op de arbeidsmarkt zich genadeloos doorzet, zien we ook in de beweegredenen om in zee te gaan met buitenlandse medewerkers. 26% geeft immers aan dat de krapte aan de basis ligt van deze beslissing. Ook de loonkost blijft een belangrijke rol spelen binnen de keuze om al dan niet medewerkers in het buitenland te zoeken. Zo’n 8% (de helft meer dan in 2016) geeft immer aan dit de hoofdreden is. De gunstige arbeidsattitude verliest dan weer terrein. Slechts 1% van de respondenten duidt op de relevantie hiervan. In 2017 lag dit percentage nog op meer dan 5%. Nog steeds een derde van de Limburgse bouwondernemingen (30% t.o.v. 31% in 2016) doet een beroep op buitenlandse werknemers. Vorig jaar was de loonkost de voornaamste reden om met buitenlandse werknemers te werken (13% in 2016 t.o.v. 6% in 2017), maar dit jaar is de krapte op de arbeidsmarkt de voornaamste reden (18% t.o.v. 6% in 2016). Drie op de vier werknemers uit het buitenland  (74%) is afkomstig uit Oost-Europa. De overige arbeidsmigranten zijn afkomstig uit de buurlanden of Zuid-Europa.

Buitenlandse concurrentie stagneert maar blijft messcherp

De trendbreuk die sinds 2016 manifesteerde op het vlak van buitenlandse concurrentie, zet zich ook in 2018 door.  In 2015 had 70% van de Limburgse bouwondernemingen de indruk opdrachten te verliezen aan buitenlandse concurrentie. In 2016 en 2017 noteerden we dat respectievelijk ‘slechts’ 41% en 45%  van de Limburgse bouwondernemingen nog de indruk had opdrachten te verliezen aan buitenlandse concurrenten. Dit aantal blijft in 2018 min of meer gehandhaafd (44%). De concurrentie uit respectievelijk Polen (71%), Roemenië (52%) en Nederland (48%) blijkt het zwaarst te zijn.

“De concurrentie uit het buitenland blijft een zware bedreiging voor onze Limburgse bouwondernemingen. Nog steeds verwachten 9 op de 10 ondernemingen tussen de 1 en 25% van hun projecten te verliezen aan buitenlandse concurrenten”, aldus Slaets. “Wel positief is de verschuiving in grootteorde van de verwachte verliezen. In 2018 voorspelt nog zo’n 17% van de respondenten dat de verliezen boven de tien procent zullen liggen. Vorig jaar lag dit cijfer nog op 40%, wat toch aan aanzienlijk verschil is.”

Limburgse bouwondernemingen zetten in op innovatie

Johann Leten besluit: “De bouwsector staat onder druk. Het vinden van geschikte arbeidskrachten is voor drie vierde van de Limburgse bouwondernemingen de meest bepalende factor voor de groei van hun bedrijf. De bouwsector is weliswaar niet de enige sector die met een nijpend tekort aan geschikte arbeidskrachten wordt geconfronteerd. Daarnaast zorgen ook de loonkosten en het competitiviteitsvoordeel van buitenlandse concurrenten voor een constante druk op de bouwsector. Ondanks de positieve vooruitzichten heeft de sector dus ondersteuning nodig om deze druk te weerstaan. Samen met de Confederatie Bouw Limburg zetten we alvast in op het promoten van de technische opleidingen. We organiseren dit jaar opnieuw de FIRST Lego League. Dat is een Lego-wedstrijd voor jongeren waar ze al spelenderwijs techniek ontdekken en toepassen.”

Ook de onderhandelde jobsdeal kan volgens Johann Leten een positieve bijdrage leveren in het overwinnen van deze hindernis. “Maar dan moet het veelbelovend kader wel snel ingevuld worden in termen van wetten en regelgeving. De Limburgse bouwondernemingen doen alvast meer dan hun duit in het zakje. 56% van de respondenten geeft aan reeds bezig te zijn met innovatie en nog eens 29% stelt hier op termijn werk van te maken. De Limburgse bouwsector wapent zich, maar ook het klimaat waarin ze opereren zal gunstiger moeten worden. Alleen met dergelijk constructief samenspel, kunnen onze bedrijven blijven groeien.”

 

Mijn orderportefeuille is na het bouwverlof:

Grafiek 1

Ik ben van plan om dit najaar:

Grafiek 2

 

Propaganda
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
Logo KPMG
alk
Logo JAM
Trixxo