‘Krappe arbeidsmarkt doet ons de das om’

01/06/2018 , katrijn.delie@voka.be

Het feit dat Umicore voor de bouw van de nieuwe fabriek niet voor Antwerpen kiest is een veeg teken. ‘Een aantal structurele problemen voor onze regio, die we niet op een twee drie opgelost krijgen, liggen aan de basis,’ zegt Dirk Bulteel, directeur belangenbehartiging Voka - Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland. ‘Er is een fundamentele inhaalbeweging nodig op vlak van arbeidsmarkt, onderwijs en energie.’

Onze arbeidsmarkt staat in brand. Industriële bedrijven en vooral hoogtechnologische bedrijven zoals Umicore, kampen met een chronisch personeelstekort. Via proefprojecten met onderwijs, arbeidsbemiddelaars en zelfs buitenlandse jobbeurzen, trekt de fabriek in Hoboken vandaag al alle registers open om de nood aan technici te lenigen. ‘En nog raken niet alle vacatures ingevuld. Zoiets is een schrikbeeld voor buitenlandse investeerders’, zegt Bulteel. 

Maar ook onze loonkost blijft een handicap. Dankzij de taxshift zijn we er weliswaar in geslaagd om de kloof met onze buurlanden te verkleinen. Alleen moeten we tegenwoordig ook opboksen tegen landen met een veel lichtere arbeidsfiscaliteit zoals Tsjechië of Polen. ‘Volgens de meest recente cijfers is een industriële werknemer in België 4 tot 5 keer duurder dan zijn Poolse collega. Naarmate Polen zich verder ontwikkelt zal ook daar de loondruk toenemen, maar voorlopig zitten we hier dus in de hoek waar de klappen vallen’, klinkt het. 

Een ander pijnpunt dat Umicore zelf aanhaalt is het gebrek aan betaalbare groene energie. ‘Hiermee krijgen we eigenlijk de factuur gepresenteerd voor een dossier dat al decennialang mismeesterd wordt.’

Oplossingen

Hiervoor oplossingen vinden is complex en vergt tijd. Toch kunnen we op een aantal structurele punten ingrijpen. ‘De schuchtere hervormingen die zijn ingezet op het vlak van arbeidsmarkt en onderwijs moeten dringend versneld worden’, zegt Dirk Bulteel. De krappe arbeidsmarktreserve activeren is voor onze economie en welvaart een zaak van nationaal belang. ‘Dat doen we niet door eindeloze discussies te voeren over zware beroepen. Wel via scherpere controles op actief zoekgedrag en gerichte toeleiding naar knelpuntopleidingen.’ Het debat rond de ongelimiteerde werkloosheidsuitkering, een totaal voorbijgestreefd concept, moet opnieuw en ten gronde gevoerd worden. Daarnaast moet het beleid ook stroomopwaarts werken richting onderwijs via het breder uitrollen van het duaal leren en de promotie van STEM-richtingen in het secundair onderwijs.

Maar er zijn ook een aantal positieve zaken waar we ons kunnen aan optrekken. ‘Dankzij onze technologische voorsprong is de Vlaamse werknemer nog altijd vier keer productiever dan de Poolse. En uit de beslissing om een nieuw competentiecentrum te bouwen in Olen, blijkt dat we ook internationaal nog altijd erkend worden als een kennisregio. Die voorsprong moeten we absoluut consolideren en als het even kan, verder uitbouwen. Het Angelsaksische model kan daar als goed voorbeeld dienen, waar de actieve samenwerking tussen de academische wereld en het bedrijfsleven heel intens is. Wat kunnen we van hen leren? De oprichting van incubators voor technologische start-ups, het uitwisselen van onderzoekers, nieuwe opleidingen creëren vanuit de vraag wat de vaardigheden van morgen zijn’, besluit Dirk Bulteel.