Skip to main content
  • Nieuws
  • De wederopbouwreserve – eigen vermogen fiscaal voordelig herstellen?

De wederopbouwreserve – eigen vermogen fiscaal voordelig herstellen?

  • 26/11/2020

Het zal niemand nog verbazen dat de huidige coronacrisis het eigen vermogen en de solvabiliteit van vele vennootschappen zwaar heeft aangetast en zal aantasten. Om de impact hiervan zoveel mogelijk te proberen verzachten, werd recent nog een nieuwe fiscale maatregel ingevoerd om vennootschappen toe te laten hun eigen vermogen op een fiscaal voordelige manier te herstellen, namelijk de ‘wederopbouwreserve’.

Tekst: Frank Vancamp, Partner KPMG Tax & Legal Advisers en Ilke Vandenbroeck, Director KPMG Tax & Legal Advisers

Zoals u in een eerdere editie kon lezen werden tal van fiscale maatregelen in het leven geroepen om ondernemingen zoveel mogelijk te ondersteunen in deze moeilijke tijden. In de vorige editie lichtten wij het carry back-principe van verliezen toe zoals deze werd ingevoerd als steunmaatregel met effect op korte termijn. In deze editie lichten wij u graag een andere steunmaatregel toe, die vennootschappen in de toekomst moet helpen om het eigen vermogen fiscaal vriendelijk te herstellen over een looptijd van enkele jaren.

Wederopbouwreserve

Volgens dit nieuwe stelsel kunnen vennootschappen een deel van hun winst voor de belastbare tijdperken 2021, 2022 en 2023 (verbonden met de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024) vrijstellen door de boeking van die winst op een vrijgestelde ‘wederopbouwreserve’.

De wederopbouwreserve is dus een vrijgestelde reserve die in aanslagjaar 2022, 2023 of 2024 aangelegd kan worden ten belope van het boekhoudkundig bedrijfsverlies op de afsluitdatum van boekjaar 2020 of, voor vennootschappen die hun boekjaar afsluiten tussen 1 januari 2020 en 31 juli 2020, boekjaar 2021. Er geldt net zoals bij de carry back van verliezen een maximum van 20 miljoen EUR. Vennootschappen met een positief bedrijfsresultaat op de afsluitdatum van boekjaar 2020 of, in voorkomend geval, boekjaar 2021 zullen geen toepassing kunnen maken van deze maatregel hetgeen uiteraard niet onlogisch is aangezien zij in dat geval niet door de coronacrisis getroffen blijken op economisch vlak.

De wederopbouwreserve laat vennootschappen dus toe om hun winsten op een fiscaal voordelige manier binnen de vennootschap te houden en om hun eigen vermogen terug te brengen op het pre-coronaniveau.

Het uitvoeren van bepaalde verrichtingen leidt tot de uitsluiting van deze maatregel. Een vennootschap die in de periode van 12 maart 2020 tot en met de dag van de indiening van de aangifte die verbonden is aan het aanslagjaar waarin de wederopbouwreserve wordt aangelegd, een inkoop eigen aandelen, dividenduitkering, kapitaalvermindering of elke andere verdeling van het eigen vermogen uitvoert, kan geen toepassing maken van deze maatregel. Bovendien zijn er een aantal uitgesloten vennootschappen, zo zullen vennootschappen die op 18 maart 2020 reeds konden aangemerkt worden als een onderneming in moeilijkheden geen gebruik kunnen maken van deze maatregel. 

Net zoals bij de carry back van verliezen zullen ook vennootschappen die een directe deelneming aanhouden in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs of betalingen aan deze vennootschappen verrichten, zonder economische substantie, niet kunnen genieten van deze maatregel. Wanneer wordt aangetoond dat de betalingen aan belastingparadijzen zijn gedaan in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften, dan speelt deze uitsluiting uiteraard niet.

De wederopbouwreserve moet bovendien voldoen aan de zogenaamde onaantastbaarheidsvoorwaarde, wat inhoudt dat zij op een afzonderlijke rekening van het passief geboekt moet worden en blijven. Wanneer deze onaantastbaarheidsvoorwaarde niet langer voldaan wordt, zal de vrjgestelde reserve belastbaar worden (hetgeen dus uiterlijk bij het sluiten van de vereffening in ieder geval zal gebeuren).

Het eigen vermogen en de tewerkstelling moeten ook op peil blijven:

  • de wederopbouwreserve wordt o.a. belastbaar in geval van kapitaalvermindering, inkoop van eigen aandelen, dividenduitkering of vereffening;
  • een tewerkstellingsvoorwaarde is ook van toepassing: als de personeelskost van de vennootschappen beneden een zeker peil zakt, dan zal het fiscaal voordeel worden verminderd en een deel van de wederopbouwreserve belastbaar worden.

Boekhoudkundige verrichtingen nodig

De carry back voor verliezen wordt enkel verwerkt in de fiscale aangifte, met name een aanleg van een vrijgestelde reserve. De wederopbouwreserve vereist daarentegen ook een boekhoudkundige verwerking daar er een overboeking dient te gebeuren van de winst naar de vrijgestelde wederopbouwreserve. Het maximumbedrag dat kan worden aangelegd als wederopbouwreserve is beperkt, inclusief de reeds belaste bedragen van de wederopbouwreserve, tot het bedrag van het bedrijfsverlies van het boekjaar vastgesteld overeenkomstig de wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening voor het boekjaar dat afsluit in 2020, en tot 20 miljoen euro. Het kan dus van belang zijn hiermee rekening te houden bij de eindejaarsverrichtingen in dit boekjaar dat afsluit in 2020.

De wederopbouwreserve verschilt ten opzichte van de carry back voor verliezen voornamelijk door het feit dat zij meer gericht is op de structurele eigen vermogensopbouw van vennootschappen. De wederopbouwreserve laat vennootschappen inderdaad toe de winsten van de boekjaren verbonden aan de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024 fiscaal vriendelijk binnen de onderneming te houden. 

Conclusie

De wederopbouwreserve laat een vennootschap toe haar toekomstige winsten fiscaalvriendelijk binnen de onderneming te houden. 

Wij raden u aan de mogelijke impact van de toepassing van deze maatregel voor uw vennootschap tijdig (en bij voorkeur voor de afsluiting van het boekjaar 2020) samen met uw fiscale adviseur te bekijken, het kan een gunstige impact hebben om hierbij reeds rekening te houden met de mogelijkheden die deze maatregel kan bieden – zeker nu de in het verleden ingevoerde minimum belastbare basis anders wel eens ongewenste gevolgen kan hebben die langs deze weg vermeden kunnen worden. 

Een gunstige maatregel dus, die bij correcte en tijdige opvolging zeker voor heel wat vennootschappen een welkome pleister op de wonde zal kunnen zijn.

 

KPMG in Belgium - KPMG België

BMW Brussels
ING
Logo Mensura
SD  Worx
Logo KPMG