De juiste taak voor iedereen

04/09/2018 , Veronique Leroy - sociaal recht en arbeidsmarkt

Bij sierplantenkwekerij De Nolf uit Waregem lijkt het personeelsbeleid wat op hun core business: het groeit en evolueert op een natuurlijke wijze, volgens de noden van natuur en bedrijf. En net zoals het assortiment zeer divers is, is er ook ruimte voor diversiteit bij de medewerkers.

Willy en Katrien De Nolf startten 33 jaar geleden met hun sierplantenkwekerij. De containerteelt was toen nog volop in opmars. Traditioneel teelden boomtelers hun bomen, sierstruiken, vaste planten en fruitbomen in de vollegrond. In de jaren tachtig begon men in potten te telen. Daardoor kwam de boomkwekerij ook enigszins los van de seizoenen. Planten in pot kan je immers ook tijdens de zomer een plaatsje geven in je tuin.

Bedrijf

Ondertussen is het bedrijf van Willy en Katrien sterk gegroeid. Dat heeft zowel met hun visie en werkkracht te maken, als met het groeien van de markt voor sierplanten (heesters, vaste planten, coniferen, klimplanten, sierstruiken en zelfs jonge bomen). Bekijk maar eens het plantenassortiment op www.denolf.com. De meer dan 1600 geteelde soorten en cultivars hebben gemeenschappelijk dat ze visueel aantrekkelijk zijn. In tuincentra, maar ook in grootwarenhuizen, nemen klanten ze graag mee om hun tuin, terras of zelfs huiskamer op te fleuren. De klanten zijn tuincentra, tuinaannemers, allerlei handelaren en andere telers in zowat heel Europa. Aan particulieren verkopen ze niet.

Container De Nolf

Familiaal karakter

Speciaal is dat ondertussen 3 van de 4 kinderen meewerken in het bedrijf. Op de vraag welke voor- en nadelen werken met familieleden met zich meebrengt, moet Katrien lang nadenken over mogelijke nadelen. “Je moet uiteraard familiale aangelegenheden en het zakelijke gescheiden houden. Soms merken we dat de 2 generaties verschillende meningen hebben, maar dat biedt ook ruimte tot groei. Het moet soms eens botsen. Ik vind dat het bij ons goed lukt. Een voordeel is de grote betrokkenheid. We zijn ook samen sterk. In vergelijking met hoe we gestart zijn, denk ik dat het niet meer mogelijk is om in deze tijd met twee voor alles in te staan. Bij ons heeft elk zijn ding. Dat is spontaan geëvolueerd. Dat duurt een paar jaar. Ze bijten zich vast in de dingen die ze best kunnen en het liefste doen. We staan niet boven onze kinderen, maar naast elkaar. Ze hebben wel enkele zaken overgenomen, maar ze doen ook andere dingen. Lucas is bijvoorbeeld volop bezig met de verkoop via het internet. Dat hebben wij nooit gedaan. We vragen ons soms af hoe dat zou gelukt zijn, indien de kinderen niet in het bedrijf waren gekomen.”

Familie De Nolf

Arbeidsorganisatie

Er zijn vijftien vaste medewerkers. De arbeidspieken liggen in het voorjaar, wanneer veel planten vermeerderd worden, maar ook in de zomer. “Dan doen we beroep op seizoenarbeiders, meestal Polen. We hebben veel mensen die jaarlijks komen. Ze komen doorgaans terug in dezelfde periode, zodat we ze dezelfde taak kunnen geven. Nieuwe mensen vinden we meestal door mond-tot-mond reclame. De ene brengt de andere mee. Sommigen hebben ondertussen al een vast contract, blijven hier en spreken al Nederlands.

Bij plotse arbeidspieken doen we beroep op een interimkantoor. Ze kunnen ook mensen zoeken voor het systeem met plukkaarten. Dit is een specifieke regeling voor de land- en tuinbouwsector, waarin iemand op piekmomenten volledig legaal een beperkt aantal dagen kan werken.

Diversiteit op de werkvloer

Behalve de Polen werken er bij De Nolf ook heel wat Vlamingen, maar ook Afrikanen. “Onze meestergast voor het inpotten is afkomstig uit Liberia. Hij is hier twintig jaar geleden gestart met een plukkaart. Dat was in de tijd dat je vooraf nog heel veel papieren diende in te vullen en de noodzaak diende te bewijzen voor het inschakelen van tijdelijke buitenlandse medewerkers. Ondertussen woont hij hier.”

Een echt gedefinieerd beleid rond diversiteit is er niet, maar uit het verhaal van Katrien blijkt dat er toch een en ander gebeurt. “We staan open voor veel. Vrouwen maken zowat de helft van onze medewerkers uit, en niet alleen voor het niet-fysieke werk. We hebben ook vrouwen die buiten werken in de kwekerij. Die zijn graag bezig met planten. Het snoeien, aanbinden of collecteren van planten is niet heel lastig, maar het moet wel gebeuren in weer en wind. We hebben ook veel taken die vrouwen op een natuurlijke wijze beter doen. Het labelen van planten en het op de karren schikken, bijvoorbeeld. Vrouwen zijn blijkbaar preciezer, en ze zorgen dat de planten en de foto’s op karren mooi staan. Het is belangrijk dat de planten mooi presenteren, wanneer ze toekomen in een tuincentrum.”

Met Katrien en Laura is 40% van de bedrijfsleiding vrouwelijk. Momenteel geven alleen mannen operationeel leiding aan een team, maar dat is volgens Katrien toevallig. In het verleden werden dergelijke functies ook al ingevuld door vrouwen. “Wanneer zo iemand wegvalt bekijken we in eerste instantie wie in aanmerking komt binnen het bedrijf. Soms moeten we buitenshuis zoeken, omdat diegenen die er nu zijn graag doen wat ze nu doen, en niet geneigd zijn om te switchen.”

Laaggeschoolden zijn er nu minder dan vroeger. “De meeste medewerkers hebben minstens secundair onderwijs achter de rug, sommigen ook hoger onderwijs. Vroeger hadden we wel eens iemand met een leercontract, maar de laatste tien jaar niet meer. Niet dat we daar niet voor open staan, maar we krijgen daar geen vragen meer voor.”

Vroeger waren er wel enkele medewerkers met een mentale beperking, die mee konden draaien in de ploeg, maar medewerkers met een fysieke beperking zijn er niet. Onrechtstreeks zijn die er wel, doordat de plantenlabels en –etiketten gemaakt worden met eigen foto’s. “Dat gebeurt in samenwerking met een drukkerij en een sociale werkplaats. Er komt daar heel veel handwerk aan te pas.

Dat er geen 55-plussers werken heeft te maken met Willy en Katrien. “We zijn gestart met jong personeel. Als starter kies je blijkbaar mensen die jonger zijn, hoewel ik me ook niet kan herinneren dat we ooit iemand geweigerd hebben die ouder was. Er zijn nog geen 55-plussers, maar dat komt wel.”