Skip to main content
  • Nieuws
  • Covidcrisis in cultuursector maakt opmerkelijke innovatie los richting bedrijfswereld

Covidcrisis in cultuursector maakt opmerkelijke innovatie los richting bedrijfswereld

  • 02/05/2022

Kurt Melens (Handelsbeurs Gent) is een ervaren man in de kleine Vlaamse wereld van kunst en cultuur. Vóór corona toesloeg was hij drie dagen per week actief voor de Handelsbeurs, vandaag is hij meer dan voltijds in de weer voor de Gentse concerttempel aan de Kouter. De pandemie vreet alle beschikbare tijd op van de afgevaardigd bestuurder van Noordstarfonds, de kloeke pijler onder de Handelsbeurs. “Het ding overeind houden,” omschrijft Melens zijn missie. De filoloog met MBA-diploma (Vlerick) is tevens consultant voor individuele artiesten en voor CultuurLoket. Hij kent de minder artistieke kant van de cultuursector – zoals het kluwen aan overheidsinstrumenten -door en door. “Het is niet gemakkelijk om een pure livesector met een lange traditie te heroriënteren. Maar ondanks – of is het dankzij corona? – kreeg innovatie een boost. De gebruikelijke (profit) Voka-leden moeten weten dat de cultuursector klaar staat om tot samenwerking over te gaan.”

foto
De Handelsbeurs op de Kouter in Gent - © koen broos

 

Tekst: Jan Van Gyseghem

De curieuze effecten van covid

Kurt: “Waar iedereen dacht dat de stand still door corona slechts een paar weken zouden duren, is het uiteindelijk 18 maanden op 24 geworden. Buiten de cultuursector beseft men onvoldoende hoe groot de impact was. Stel: je bent een koppel, twee acteurs met twee kinderen en een aantal engagementen … En dan val je plots terug op een inkomen van minder dan 2000 €/maand, de helft van wat je normaal met z’n tweeën verdient. Ik heb zelf zeker een 20-tal dossiers door mijn handen zien passeren en heb dus echt de miserie gezien die is ontstaan toen corona toesloeg.”

Eén van de effecten van coronacrisis is de erg grote uitstroom, naar verluidt nog meer bij ondersteunende diensten dan bij kunstenaars. Veel cultuurwerkers gingen naar sectoren waar zij meteen aan de slag konden en waar ze nadien blijkbaar in grote getale zijn gebleven?

Kurt: “Allemaal erg begrijpelijk. De cultuursector is niet de meest gemakkelijke als het gaat over de combinatie werk en gezin. Avonduren, weekendprestaties, overnachtingen soms… Er is een grote shift gebeurd en dus voelen wij nu een sterke nood aan nieuwe werkkrachten. Net zoals in andere sectoren, overigens.”

“Bij de Handelsbeurs hebben wij zelf niet te kampen gehad met uitstroom. Noordstarfonds koos er immers voor om open te blijven. Een moedige beslissing van de raad van bestuur die gezegd heeft: ‘Ons maatschappelijk doel gaat voor op onze economische principes. We hebben het geld, waarom zouden wij het niet doen? Een uitgelezen tijdstip om het verschil te maken tussen geen cultuur en wel cultuur.’ “

Nieuwe samenwerking tussen bedrijven en cultuursector steunt op waardenmatching”

Voor de Handelsbeurs kreeg een en ander vorm in een sterk programma aan digitale concerten. Terwijl veel cultuurmakers nagenoeg zonder publiek vielen, mocht de Handelsbeurs in de voorbije twee jaar 25.000 bezoekers verwelkomen op zowel digitale als live concerten.

Kurt: “Dat heeft een bijzonder groot verschil gemaakt, vooral voor de artiesten.”

Konden jullie op die manier de zaak kostendekkend laten draaien of hebben jullie beroep moeten doen op een financiële buffer uit het verleden?

“Er is een groot verschil tussen organisaties met een sterke afhankelijkheid van subsidies -  zoals de kunstinstellingen of de stadstheaters – en andere spelers. Die eersten konden gebruik maken van tijdelijke werkloosheid en tegelijk de subsidies innen. Daar waar de subsidies meer dan 50% van de kosten uitmaken, kon men in feite zelfs ‘sparen’. Dat is ook gebeurd , denk ik. Dankzij de Vlaamse Regering zijn er instituten niet in verliescijfers gegaan. Wat dat betreft, geen kwaad woord.”

“Het is een heel ander verhaal voor de andere helft van de organisaties; zij die dus meer eigen inkomsten hebben dan subsidies. In het geval van de Handelsbeurs halen wij tot 85% middelen uit eigen inkomsten. Voor dat type organisaties zijn de inkomsten uit ticketing weg, uit zaalverhuur en uit indirecte inkomsten uit horeca…”

Kan je zeggen dat wie het verst stond in zijn ontwikkeling, het meest heeft afgezien? En wie volledig op ondersteuning draaide, minder klappen heeft gekregen?

Kurt: “En bij uitbreiding: wie een heel grote loonkost torste - in verhouding tot de subsidies - behoorde tot de goede verdieners in de coronajaren. Absurd en één van de perverse effecten van de coronapandemie.”

Handelsbeurs heeft een sociale balans van 14,5 FTE, los van zelfstandigen en interim-medewerkers. Het cultuurhuis heeft een loonkost van ongeveer een miljoen €, tegenover minder dan 380.000 € aan subsidies van de Vlaamse Gemeenschap. 

Kurt: “Die wegen natuurlijk niet op. Op zich is dat geen probleem want wij maakten een bewuste keuze om open te blijven. Daarnaast is het een complexe organisatie met een brasserie in concessie. Je zegt niet zomaar ‘Ik doe de deur toe, gooi de sleutel weg en iedereen blijft thuis. Alle kosten weg.”
 

Van elk ticket – dat gemiddeld 16 € oplevert - verliest de Handelsbeurs vandaag 10 € aan energiekosten.”

Gebroken ketting 

Kurt: “De culturele sector is in feite één mega supply chain. In een ‘gewoon’ bedrijf zit die binnen in de eigen structuur; in het geval van de kunstensector zit die verspreid over vele kleine bedrijfjes. Wat je nu merkt is dat die hele ketting zwaar verstoord is en dat zal nog een hele tijd zo blijven. Wij zijn geen café dat je snel opent of sluit. Wij werken op termijnen van een jaar tot twee jaar om dingen vast te leggen. Het zal dus nog twee jaar duren eer alle rimpels van die ketting weg zijn.”

Dat de cultuur- en kunstensector wel meer lijkt op de ‘gewone’ economie, blijkt onder andere ook uit de impact van de voorthollende energieprijzen op de werking. 

Kurt: “Het is één van onze grootste kosten”, zegt Kurt. “Jaarlijks kopen 40.000 tot 50.000 mensen bij ons een ticket. Van elk ticket – dat gemiddeld 16 € oplevert - verliest de Handelsbeurs vandaag 10 €  aan energiekosten. De sector tracht vaak met een soort groepsaankoop te werken. Ook voor ons gaat die energieprijs maal drie.”

(lees verder onder de foto)

foto
The Tehran Sessions - © geert vandepoele

 

Jullie gaan de tickets toch duurder moeten maken?

Kurt: “Ja dat zal een beetje duurder worden. Niet vergeten dat wij in de sector op seizoenbasis werken. Momenteel (april, red.) leggen wij de prijzen vast voor het seizoen 2022-2023. De prijzen waarmee wij nu werken, werden vastgelegd in mei 2021… Wij kunnen niet – zoals vliegmaatschappijen hebben gedaan – een soort brandstoftaks invoeren.”

Kurt Melens spreekt zelfs van een ‘dode generatie’, als gevolg van het stilvallen van de supply chain: een generatie jonge artiesten die niet wordt gezien. 

Kurt: “In onze sector werken laatstejaarsstudenten uit diverse opleidingen in stageverband mee aan diverse projecten. Die mensen worden opgemerkt en opgepikt door het professionele circuit. Je krijgt een natuurlijke overvloei en die artiesten maken dan een eigen groep of creëren een eigen voorstelling. Maar, na het gedurende achttien maanden uitstellen van concerten, zijn wij nu bezig met concerten die gepland waren in maart-mei 2020. Momenteel werken wij nog de wachtrij af van vroegere concerten. Die neemt alle ruimte in want het gaat om aangegane engagementen, zowel naar het publiek als naar de artiesten. Ik verwacht nog effecten tot juni 2022. Een gevolg daarvan is dat er in heel die periode geen ruimte is voor nieuwe producties. Het normale ‘spel’ zoals dat zich op onze markt afspeelt, is niet mogelijk.” 

Wij kunnen niet – zoals vliegmaatschappijen hebben gedaan – een soort brandstoftaks invoeren.”

Al valt het volgens Kurt Melens bij de Handelsbeurs nog mee. In opera werkt men met termijnen van drie tot vijf jaar. Ook daar zitten de kalenders helemaal vol. De tax shelter maakte het wel mogelijk te produceren maar die producties zijn niet tot bij een publiek gebracht. 

Als crisis voor innovatie zorgt

Kurt: “Een generatie die ondertussen is afgestudeerd, heeft geen plek. De rustige opbouw van de loopbaan van die mensen is plots gedurende twee jaar stilgelegd.”

Toch heeft de diep snijdende covidcrisis ook iets positiefs in gang gezet: er is een duidelijke innovatiegolf aangebroken. 

Kurt: “Heel wat jonge kunstenaars gaan op zoek naar alternatieve modellen en alternatieve vormen van financiering. Weg van het schema: ‘Wij vragen subsidie en dat zal het zijn’. Zij kijken voortdurend uit naar bedrijven en gaan op zoek naar mecenassen en vormen van samenwerking om financiële middelen te genereren.”

Kurt: “Op wereldschaal gaat dat zelfs heel ver. Een project onder de naam Art can die heeft zelfs een bitcoin gemaakt waarin je kan investeren als individu of als bedrijf en die gebruikt wordt in een soort recurrent model dat nieuw werk mogelijk maakt. Dat alles is louter het gevolg van het vastlopen van een simpel systeem – een subsidiesysteem of een Amerikaans systeem maakt niet uit.”

Zo creëerde de Handelsbeurs de Sound of Ghent , een concept van digitale concerten tegen betaling waarop zeven verschillende organisatoren hebben ingespeeld. 

Kurt: “Het concept kende behoorlijk succes en het is een interessant instrument dat wij zullen houden. Voorts hebben wij nog twee andere manieren van vernieuwing opgezocht, onder meer door een andere doelgroep aan te spreken. Zo bleken  kinderen en families een ‘gat in de markt’ wat wij onder meer vertaald hebben in een festivalletje in de krokusvakantie. Verder zetten wij erg veel in op aanvullende financiering. Wij willen instrumenten ontwikkelen – zowel met bedrijven als met individuen – die tot een soort joint venture attitude leiden om er voor te zorgen dat de ‘pot’ opnieuw wordt gespijsd.” 

De boodschap als (kleine) organisatie is: stop met return te definiëren in functie van de eigen werking. We gaan veel meer op zoek naar waardenmatching.”

Wat is de voorlopige balans van twee jaar artistiek-organisatorische ellende? 

Kurt: “Globaal hebben wij een verlies geboekt van 1,9 mio € over twee jaar. Dat is niet weinig tegenover een jaarlijkse omzet van drie miljoen €. Een deel ervan is weliswaar boekhoudkundig verlies – niet alles is cash burn – maar het blijven hoe dan ook harde klappen. “

Voor Kurt Melens is er maar één, “onvermijdelijke” uitweg uit de malaise: veel sterker samenwerken met bedrijven en zoeken naar een win-win. 

Kurt: “Ook voor bedrijven zelf is het belangrijk om te kijken naar mogelijke vormen van samenwerking. Dat kan onder de vorm van een congres, sponsoring of afnames. Willen wij alles terug naar een evenwicht laten komen, zal er voldoende reach out nodig zijn in de twee richtingen.”

(lees verder onder de foto)

foto
Mos Ensemble - © geert vandepoele

 

Erg positief is dat de coronacrisis gezorgd heeft voor een bijzonder intense samenwerking tussen cultuuractoren. Kurt Melens neemt in Gent deel aan een project rond ticketing van CultuurConnect. Daarin werken zeven partners samen voor een betere kwaliteit in ticketing service . Op een aantal plekken – de Vooruit, Handelsbeurs, NTGent en andere worden echt inspanningen geleverd om business development op te zoeken buiten de eigen silootjes. 

Kurt: “Stel: als je enkel je eigen voorstellingen kan verkopen is de return voor een bedrijf erg beperkt. Maar als je samenwerkt met collega’s en je een palet aanbiedt, dan wordt het voor die partner misschien wel interessant. Binnen een dergelijk consortium kan zo’n bedrijf opera én theater én concerten én workshops voor families tot bij hun klanten brengen. Stuk voor stuk hoopvolle tekenen in post-coronatijd. De boodschap als (kleine) organisatie is: stop met return te definiëren in functie van de eigen werking. We gaan veel meer op zoek naar waardenmatching. 

Het vertrouwde model ‘Sponsoring in ruil voor wat tickets en een chique  receptie met champagne’ is out. Melens geeft aan dat de sector niet meer bezig is met dit soort concepten, wel met duurzaamheid en innovatie in de maatschappij.

Kurt: “Wij zijn per definitie een innovatieve sector. Wij vinden ons eigen product elke dag opnieuw uit.”

“Onze sector heeft een nonprofit-kant: de subsidie en wat je terug geeft aan de maatschappij enerzijds, en anderzijds de kant van ‘gewone bedrijfsvoering’. En die laatste lijdt aan alle kwalen waaraan het bedrijfsleven zelf lijdt.”

Na twee jaar covidellende likt de cultuursector dus zijn wonden. De actoren staan terug op en zoeken in een nieuwsoortige combinatie meer dan ooit samenwerking met het bedrijfsleven. Wie doet mee?
 

Over Noordstarfonds/Baloise en de Handelsbeurs

Noordstarfonds vzw werd in 1935 opgericht vanuit de verzekeringsmaatschappij Noordstar en Boerhaave (nu Baloise Insurance). Het fonds zorgde voor extra impulsen aan het culturele leven in Vlaanderen. Zo sponsorde het door de jaren heen tal van manifestaties en organisaties in heel Vlaanderen.

In 1980 werd naast de sponsoractiviteiten van dit cultuurfonds ook een eigen werking uigebouwd. Dit werd de Gele Zaal, tot 1999 een referentie in Gent. De Gele Zaal bracht wereldmuziek en hedendaags klassieke muziek, naast tijdelijke tentoonstellingen van plastische kunst.
In 1997 stopte het Noordstarfonds met sponsoring en besliste om de Handelsbeurs, een historisch pand in het centrum van Gent, in erfpacht te nemen en samen met de eigenaar, Baloise Insurance, te renoveren. 

De zaal werd uitgerust met een state of the art podiuminfrastructuur. Het gebouw werd ingehuldigd in 2002.