“Consument wil transparantie en storytelling bij voeding”

06/06/2018 , Sam De Kegel

De een is een semi-ambachtelijk vleeswarenbedrijf, de ander een biopionier. Breydel en Biofresh bloeien elk op hun manier, in een maatschappij waarin de kritiek op industriële productiemethoden groeit en de herkomst en authenticiteit van producten steeds meer aan belang winnen. Een duogesprek met gastheer Ivan De Keyser en gast Filip Fraeye over weten wat er op je bord ligt, eigen voeding eerst en duurzaam DNA.  

Breydel_BiofreshWie de gebouwen van Vleeswaren Antonio, beter gekend als Breydel, binnenstapt, voelt meteen de familiale sfeer. Op het gelijkvloers lacht een varken ons toe, op de eerste verdieping belanden we in een belevingsruimte met vijf kookeilanden, een state-of-the-art keuken en een terras met barbecue. Tijdens het interview komt chef-kok Jeroen De Pauw binnenwaaien; hij zal straks koken voor een select aantal bezoekers. “Voeding is voor mij gelijk aan beleving”, vertelt spraakwaterval en CEO Ivan De Keyser. “Die proberen we onder meer te creëren met onze kookworkshops, bedrijfsbezoeken en jaarlijkse Breydelfeesten (waarvan de opbrengst integraal naar een goed doel van ontwikkelingsorganisatie Trias gaat, sdk).” 

Vleeswaren Antonio werd opgericht door Antoine De Keyser, de vader van Ivan, vanuit de schoot van slagerij St. Pierre uit Gent. Het eerste atelier was gevestigd op een oude hoeve in Eke-Nazareth. Ivan: “De roots van mijn vader liggen in de slagerswereld, die van mijn moeder in de landbouwwereld. Mijn vader ging zijn vee halen bij de boeren en slachtte het thuis, naast de slagerij. Zo hebben mijn ouders elkaar ook leren kennen.” 
Na zijn studies landbouwingenieur rolde Ivan al snel in het ouderlijk bedrijf en toen zijn vader plots terminaal ziek werd, stond hij er op zijn 27ste alleen voor. “Onze solvabiliteit was toen erg zwak, maar ik was een geboren middenstander en werkte zeven op zeven. Toen ik begin jaren 90 Breydel als merk deponeerde, zijn we voor het eerst beginnen groeien. De naam was een schot in de roos en op en top authentiek. Jan Breydel was een middeleeuwse slager die met zijn vriend Pieter de Coninck in Brugge de opstand leidde tegen de Franse bourgeoisie, vlak voor de Guldensporenslag. Wie Breydel nu googelt, komt bij hem terecht of bij ons (lacht).”

De jaren 90 waren ook die van de grote voedselcrisissen. Welke impact hadden die?

Ivan De Keyser: “Varkenspesten, dolle koeienziekte, mond-en-klauwzeer, dioxinecrisis, het hield niet op. Ik heb ze overleefd dankzij mijn werklust, goede medewerkers, een goede merkkeuze én ons kwaliteitssysteem. Toen in 1993 voor het eerst de term HACCP viel, hoorden de meesten het donderen in Keulen. Wij waren bij de eerste vijf in de hele voedingssector die ISO 9002 haalden, in 1995. In het begin van mijn carrière waren we met ruim 2.000 vleeswarenproducenten met een vergunning, vandaag zijn dat er nog 180. Velen zagen het niet meer zitten om te investeren in strenge productiecontrolesystemen. Wij deden dat wel en kregen zo, als kleine speler, een pak meer geloofwaardigheid. Vanaf 2000 zijn we exponentieel gaan groeien. We leverden aan slagers en speciaalzaken via de groothandel. Rond 2000 trok ik daarenboven ook de kaart van de retail, omdat het aantal winkels en slagerijen begon te verminderen. Ik kom uit een nest van middenstanders, de supermarkt was toen de ‘vijand’, hé (lacht).”

Mijnheer Fraeye, jullie leveren sowieso niet aan de supermarkten, maar enkel aan  gespecialiseerde biowinkelkanalen?

Filip Fraeye: “Klopt, zo staat het ook in onze missie, en dat vindt die biowinkel heel belangrijk. Die laatste doet het goed, in tegenstelling tot bakkers, slagers en kruidenierszaken, die het steeds moeilijker krijgen. Het gaat over een geloof in een bepaalde markt, ook al heb je niet alles in de hand. We leveren wel aan de Bio-Planet, omdat dat een 100% bioverkooppunt is. Daarnaast leveren we ook aan scholen, bedrijven en restaurants.”

Willen jullie de keten ook bewust zo kort mogelijk houden?

Filip Fraeye: “Indien mogelijk, ja. We hebben een heel ecosysteem van producent tot consument. Door de kleinschaligheid van de gespecialiseerde handel is dat bijna een korteketensysteem. De hoofdregel is dat we altijd eerst in België aankopen. Is er een tekort, dan kijken we ook naar Frankrijk, Nederland, Spanje of Italië, maar altijd via rechtstreekse lijnen, zodat we perfect weten bij welke boer we aankopen. Ons bioverhaal staat en valt met biocontrole en de eeuwig weerkerende én terechte vraag is: ‘Is dat wel bio?’ Wij zetten dus heel hard in op die controle en kiezen de juiste telers en producenten.” 

De herkomst van producten wint steeds meer aan belang, blijkt ook uit een recent onderzoek van de VLAM. Mijnheer De Keyser, op uw website staat expliciet:‘Al onze producten zijn vervaardigd uit 100% Belgisch varkensvlees?’ Een bewuste strategie?

Ivan De Keyser: “Dat is de evidentie zelve. In het voorjaar van 2016 wou een Franse afnemer enkel nog gekookte hammen afkomstig van Franse varkens – daarvoor moeten we sindsdien helaas een uitzondering maken - maar daarnaast produceren we nog steeds met 100% Belgische grondstoffen. Onze partners halen het vee levend op bij een aantal vertrouwde boerderijen, slachten het en brengen de deelstukken bij ons. In de nabije toekomst willen we elk stukje varkensvlees kunnen traceren en borgen, zodat we weten welke ham van welke boerderij komt, dat is nu nog niet 100 procent mogelijk. 
Onze productie is nog heel ambachtelijk, er is nauwelijks automatisering. Bij de ingangscontrole en ook tijdens de verschillende bewerkingen wordt elk stuk vlees in de hand genomen. Handmade dus, die troef zouden we nog meer moeten uitspelen.”

Filip Fraeye: “Klopt, want consumenten willen steeds vaker weten hoe iets gemaakt is. De groep consumenten die begint na te denken over de herkomst groeit elke dag.” 

Mijnheer De Keyser, u zit wel in een markt die eerder krimpt dan groeit…

Ivan De Keyser: “Inderdaad. Consumenten kijken vandaag heel kritisch naar vlees. Het heeft geen zin om in te gaan tegen mensen die geen vlees meer willen eten. In onze sector is er ook een grote consolidering, maar dat schept nieuwe kansen. We profileren ons al jaren naar andere eetmomenten – denk aan het aperitief, feesten, events. We zetten enorm in op beleving – je moet de gezelligheid proeven - en we willen een open huis zijn. Elke dag vinden hier bedrijfsbezoeken of kookworkshops plaats, goed voor 10.000 bezoekers per jaar. We tonen dat we niets te verbergen hebben. Bij zo’n bedrijfsbezoek gaan mensen letterlijk door de productie, dat doet in de vleessector bijna niemand, behalve Ganda. Enkel door transparant te zijn, kan je het vertrouwen winnen van de consumenten.” 

Rijmt lokaal & duurzaam ook op internationaal? Veel voedingsbedrijven moeten over de grenzen kijken, willen ze hun markt vergroten en rendabel zijn? 

Filip Fraeye: “Da’s een moeilijke…Wij kiezen voor niet-supermarktkanalen, maar ook bij ons wil de consument zijn vertrouwde tomaten en appelen kopen. Het biokanaal is geëvolueerd van een heel kleinschalig naar een normaal kanaal, maar de consument vindt het ook normaal dat hij altijd appelen kan krijgen. Door de slechte appeloogst in België vorig jaar zijn we in april appelen beginnen importeren uit Argentinië.” 

 

TEKST: SAM DE KEGEL
FOTO’S: WIM KEMPENAERS

 

Lees het volledige coververhaal in het juninummer van ons magazine Ondernemers in Oost-Vlaanderen. Ontdek hier de digitale editie.

 

Ondernemers juni 2018

 

 

 

 

Adverteren in ons magazine Ondernemers? Vraag Barbara Vuylsteke (09 266 15 72 - 0474 84 31 79) naar de aantrekkelijke voorwaarden.