Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Op weg naar hogere belastingen of meer besparingen
Bart Van Craeynest
  • 15/02/2019

COLUMN - Op weg naar hogere belastingen of meer besparingen

Het Planbureau publiceerde deze week haar nieuwe economische vooruitzichten. Een opvallend cijfer daarin was dat van het verwachte begrotingstekort. Volgens het Planbureau klimt dat bij ongewijzigd beleid van 0,8% van het BBP in 2018 naar 2% in 2020 en 2,6% in 2024. Dat hoeft niet te verbazen. De aanhoudende vergrijzing zal de komende legislatuur de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg duidelijk hoger duwen, en zonder corrigerende maatregelen impliceert dat een oplopend tekort op de begroting. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

Bart Van CraeynestDeze ramingen houden nog geen rekening met andere extra uitgaven waar de overheid moeilijk onderuit zal kunnen, zoals de noodzakelijke inhaalbeweging op het vlak van de overheidsinvesteringen na decennia van onderinvesteren. En deze ramingen houden evenmin rekening met de eindeloze beloftes van extra uitgaven of van belastingverlaging die in de verkiezingscampagne vanuit allerlei hoeken gelanceerd worden. 

De pijnlijke realiteit is dat de volgende regering al serieuze inspanningen zal moeten doen om de bestaande facturen te betalen, laat staan dat er nog heel veel ruimte zal zijn voor nieuwe initiatieven. De cruciale vraag wordt hoe die regering dat wil aanpakken. Volgt die eerder de piste Di Rupo of de piste Michel? Beide regeringen realiseerden een beperkte structurele verbetering van de begroting (respectievelijk met 0,9 en 0,7% van het bbp), maar deden dat wel op een totaal verschillende manier. Di Rupo ging volop voor belastingverhogingen. De structurele overheidsontvangsten, kortom de overheidsontvangsten gezuiverd voor conjunctuurimpact en éénmalige ingrepen, namen van 2011 tot 2014 toe met 1,3% van het BBP. De regering Michel verlaagde die structurele ontvangsten met 1%. Dat financierde ze met structurele besparingen van 1,7% van het bbp, de grootste besparingsinspanning sinds midden jaren 80. De budgettaire ruimte die daarmee vrijgemaakt werd, werd vooral gebruikt om de belastingen te verlagen, maar minder om de overheidsfinanciën op te kuisen.

De verschillende aanpak van Michel en Di Rupo wordt ook een cruciale keuze voor de volgende regering. Zoals de vooruitzichten van het Planbureau nog maar eens bevestigen, moet die op zoek naar vele miljarden. Zo zitten er op z’n minst al ruim 5 miljard,in euro’s van vandaag, aan extra uitgaven voor pensioenen en zorg aan te komen. Hoe de partijen dat willen financieren, wordt voor onze economie in de komende jaren een essentiële vraag. Sommigen willen het geld gaan zoeken bij belastingen die gemakkelijkheidshalve door ‘anderen’ - lees rijken, bedrijven of vervuilers - betaald worden. Anderen pleiten vooral voor pijnloze besparingen. Geen van beide is een realistische piste. Daarbij kan het startpunt voor die keuze best niet uit het oog verloren worden: zowel de overheidsuitgaven als de ontvangsten bedragen nog altijd meer dan 50% van het bbp, en behoren daarmee tot de hoogste ter wereld. Die ontvangsten, en dus de belastingen fors hoger duwen, zou voor onze economie geen goed idee zijn. De volgende regering kan dan ook best mikken op lagere uitgaven, maar dat zal niet pijnloos zijn. Toch deelt lang niet iedereen die analyse.

ING
SD Worx