Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Eerst opnieuw groei, dan saneren
  • 25/06/2020

COLUMN - Eerst opnieuw groei, dan saneren

Volgens de Nationale Bank (NBB) klimt het begrotingstekort dit jaar naar 10,6% van het bbp en de overheidsschuld richting 120%. Dat leidde al tot straffe verklaringen rond onhoudbare schuldenbergen of quasi-failliete overheden. De realiteit is veel genuanceerder. Onze overheidsschuld is hoog maar niet onhoudbaar. 

Onze overheden gaan niet failliet, maar staan voor langdurige budgettaire inspanningen. De dynamiek van de overheidsschuld wordt bepaald door de gemiddelde rente op die schuld, de nominale economische groei (d.i. inclusief inflatie) en het primaire begrotingssaldo (d.i. exclusief rentelasten). Kort uitgelegd werkt het zo: een hogere rente duwt de schuldgraad hoger, een hogere groei en een beter begrotingssaldo duwen die lager. Als de gemiddelde rente op de schuld hoger is dan de nominale groei dan is er een reëel gevaar voor een rentesneeuwbal. Omgekeerd, als de groei hoger ligt dan de rente dan zal de schuldgraad automatisch afnemen als het primair tekort binnen de perken blijft. Van 1980 tot 2015 zaten we overwegend in de eerste, riskante situatie. Sinds 2015 zitten we in de veel gunstigere tweede situatie, en dat zal ook de komende jaren meer dan waarschijnlijk zo blijven. 

Om onze overheidsfinanciën terug op orde te krijgen, moeten we vooral zo snel mogelijk de economische groei structureel opkrikken.

Bart Van Craeynest

Met de huidige economische vooruitzichten en de beloftes van de Europese Centrale Bank blijft de rente allicht nog jarenlang heel laag. Dat betekent geenszins dat onze budgettaire uitdagingen van zelf zullen verdwijnen en dat we zo maar geld kunnen rondstrooien voor allerlei onzinnige ideetjes (‘gratis’ treintickets iemand?). Om onze overheidsfinanciën terug op orde te krijgen, moeten we vooral zo snel mogelijk de economische groei structureel opkrikken. Dat moet vandaag de absolute prioriteit zijn en vereist productieve overheidsinvesteringen en structurele hervormingen

Na de crisis zal het begrotingstekort afgebouwd moeten worden. Met het economische herstel zal dat tekort volgend jaar sowieso afnemen, maar volgens de NBB blijft er toch een primair tekort van 4,2% van het bbp. Daarbovenop komen nog de bijkomende vergrijzingsuitgaven (3,4% van het bbp tegen 2040 volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing). Dat impliceert op termijn een budgettaire uitdaging van 7,6% van het bbp, of zo’n 34 miljard. Onze overheden zijn nog lang niet failliet, maar staan na deze crisis wel voor een aanzienlijke budgettaire uitdaging, en eigenlijk was die er ook al voor deze crisis.     

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

VZW - IMU - Staples
VZW - De Tijd - Herstart
ING
SD  Worx