Skip to main content
  • Nieuws
  • 'Al onze investeringen zijn een bekentenis naar de toekomst'

'Al onze investeringen zijn een bekentenis naar de toekomst'

  • 02/11/2021

Een 50-tal installaties in een gebied van 2.200 voetbalvelden groot en 3.500 eigen medewerkers, met daarnaast soms meer dan 4.000 contractoren op de werkvloer. Het zijn maar enkele duizelingwekkende cijfers die van BASF Antwerpen het grootste chemische productiecentrum van het land maken. Bijna twee jaar intussen is Jan Remeysen de CEO van deze 'industriestad' aan de Schelde, en vanuit die rol ook de voorzitter van ons Platform Industrie. 'CEO zijn houdt geen onemanshow in. Ik ben liever speler-trainer', zegt de nieuwe
mister Industry.

Deze titel komt met de job, sinds u heeft plaatsgenomen ’aan het stuur van het grootste chemiebedrijf in Antwerpen. Wat is u tot nu toe in uw rol het meest bijgebleven?

Jan Remeysen: ‘Bij mijn start had ik enkele ideeën rond continuïteit én ook enkele specifieke thema’s in het achterhoofd. Maar plots was daar corona, waarvoor geen draaiboek klaar lag. Intern liepen al programma’s om mensen meer vertrouwd te maken met digitale tools. Plots kwam dat in een stroomversnelling, met tot duizend medewerkers die zijn overgeschakeld naar thuiswerk. BASF Antwerpen is in de eerste plaats nog wel een productiesite. Bijna al onze plants draaien 24/7. Operatoren en technici moeten wel ter plaatse aan installaties werken, om de beschikbaarheid en veiligheid te garanderen. Bovendien leveren we basiselementen voor tal van essentiële producten. Ondanks de situatie zijn we er steeds in geslaagd om te blijven produceren. Van die periode onthoud ik vooral de slagkracht, flexibiliteit en loyaliteit van onze medewerkers. Die hebben zich op bijzonder korte termijn alle veiligheidsmaatregelen eigen weten te maken. Dat was nodig, met alle bedrijvigheid op de site in de tweede helft van 2020. Nog voor de pandemie was al de stilstand van een aantal installaties ingepland. Werkzaamheden aan andere installaties die in de eerste jaarhelft waren uitgesteld, kwamen daar nog eens bovenop. Dan stel je verheugd vast hoe sterk je onderneming is, door de vele competenties en specialisten die je in huis hebt. Dat laat in crisistijd toe om snel te schakelen. Het is mijn taak om als een trainer alle aanwezige kennis bijeen te brengen in de juiste aanpak. Al beperk ik me niet tot kijken hoe iedereen loopt. Maak er dus maar speler-trainer van.(lacht)’

Jan Remeysen CEO BASF

Sinds uw start bij BASF in 1996 hebt u vele echelons doorlopen. Zo kent u omzeggens iedereen bij naam op deze site. Helpt dit u in het leidinggeven?

Jan Remeysen: ‘Alle 3.500 medewerkers bij naam kennen, is moeilijk. Maar velen ken ik wel. Twintig van de voorbije vijfentwintig jaar heb ik op deze site doorgebracht. Hierdoor weet ik al te goed wat haar opdracht is en ken ik al haar troeven en verbeterpunten. Ik weet welke aanpak hier wel en niet werkt. In mijn rol moet je meteen aangeven wanneer iets goed of niet goed is, wil je geloofwaardig blijven. Je moet altijd open en eerlijk communiceren en geen dingen beloven die niet juist zijn. Wie me over concrete operationele problemen aanspreekt, antwoord ik meteen dat hij dat met zijn directe leidinggevende moet opnemen. Het zou contraproductief en niet collegiaal zijn, mocht ik anders handelen.’

U was een viertal jaar aan het werk op de hoofdzetel in Ludwigshafen. Wat hebt u daarvan meegenomen naar Antwerpen?

Jan Remeysen: ‘Ik heb gezien hoe een hoofdkwartier opereert en geleerd hoe je je eigen thema’s beter op de agenda in het moederbedrijf zet. Zoals een stad aan citymarketing doet, moeten wij aan sitemarketing doen. In die periode vertoefde ik minstens de helft van de tijd in het buitenland om productiesites operationeel te verbeteren. Door mijn ervaring hier kon ik veel zaken elders delen. Tegelijk kon ik zo nuttige zaken meenemen uit andere vestigingen in Europa, Amerika en Azië. In die vier jaar heb ik een mooi netwerk opgebouwd. Binnen een multinational vergemakkelijkt dat toekomstige samenwerkingen.’

De Antwerpse site opereert al sinds 1967. Welke evolutie maakt ze als de tweede belangrijkste productievestiging nog binnen de groep?

Jan Remeysen: ‘De troeven die BASF in 1964 overtuigden om hier een productiecentrum uit te bouwen, zijn er nog steeds. De toegang naar zee via de Schelde biedt een poort naar de wereld, er is nog ruimte voor expansie en via de monding van het Schelde-Rijnkanaal aan de andere kant van de Berendrecht- en Zandvlietsluis is de site verbonden met het Europese hinterland. We blijven ook groeien. Zo investeren we momenteel ruim 500 miljoen euro in een nieuwe ethyleenoxidefabriek. Eind volgend jaar is die operationeel. Daarnaast investeren we de jongste jaren jaarlijks 100 tot 150 miljoen in de renovatie van infrastructuur die de productie ondersteunt. In samenwerking met Evides bouwen we een nieuwe installatie voor gedemineraliseerd water voor onze processen. Als we alles op orde hebben, zijn we ook veel aantrekkelijker voor nieuwe investeringen.’

Jan Remeysen CEO BASF

Hoe kijkt u in dit verband naar de huidige context voor de energiebevoorrading?

Jan Remeysen: ‘Voor investeringen komt het er ook op aan om aan de juiste prijs te kunnen gebruikmaken van voldoende beschikbare nutsvoorzieningen, zoals elektriciteit en stoom. Valt een installatie uit, dan heeft dat misschien impact op enkele andere installaties. Maar als we geen stoom kunnen produceren, heeft heel onze site een groot probleem. Ons investeringsprogramma is een bekentenis naar de toekomst. We investeren fors verder in de transitie naar een klimaatneutrale site. Daarmee spelen we niet alleen in op de Europese doelstellingen, maar ook op onze eigen ambities naar onder andere CO2-reductie en gebruik van gerecycleerde grondstoffen en water. Waar de Europese doelstelling uitgaat van 55% minder CO2-uitstoot tegen 2030 ten opzichte van 1990, mikt BASF op minstens 60% minder. Om dat te behalen, moeten we vol aan de bak. 2030 is bij wijze van spreken morgen al, als je nog projecten moet voorbereiden, vergund krijgen, bouwen en opstarten. We willen een pioniersrol opnemen. Zo investeert BASF 1,6 miljard euro in het windmolenpark Hollandse Kust Zuid. Dit is het eerste niet-gesubsidieerde offshore park in Europa dat we samen met het Zweedse energiebedrijf Vattenfall laten bouwen. Vanaf 2023 belevert dat heel onze Antwerpse site volledig met hernieuwbare energie. Los daarvan blijft gegarandeerde leverzekerheid van energie in ons land belangrijk. We hopen dat de juiste knopen in dat proces worden doorgehakt.’


De Antwerpse (petro-)chemische cluster is de tweede grootste ter wereld. Hoe ervaart u de onderlinge samenhang?

Jan Remeysen: ‘De cluster die de Antwerpse chemische en petrochemische bedrijven vormen, brengt ons in de unieke positie om samen heel sterk te zijn. Ook al zijn we concurrenten van elkaar, er zijn ook zaken die ons verbinden. Denk maar aan de gemeenschappelijke klimaatdoelstellingen. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in Antwerp@C (samenwerking van zeven energie- en chemiebedrijven samen met het havenbedrijf Antwerpen om CO2-emissies in de haven af te vangen, te hergebruiken of op te slaan, red.). Het zou toch waanzin zijn dat elk bedrijf voor zich een pijpleiding zou trekken om zijn CO2-emissies af te voeren? Zulke samenwerkingen leiden naar kostenefficiëntie. Voor bijvoorbeeld het transport van CO2 of waterstof, toch een sleutelmolecule in de transitie naar klimaatneutraliteit, zouden we een masterplan moeten kunnen ontwikkelen. Wat we vandaag al doen onder naburige bedrijven, moeten we ook doen onder naburige havens en landen. We kunnen al beginnen in de Benelux, eventueel uitgebreid met het Rijn-Ruhrgebied en de Noord-Franse industrie. Dan fungeer je als proeftuin voor de rest van Europa, waarin bedrijven, overheden en kenniscentra samenwerken om die unieke cluster nog sterker te maken. Dit moet stilaan wel gaan gebeuren. Tot nu vindt die dialoog nog te weinig plaats.’

U bent sinds vorig jaar ook voorzitter van het Platform Industrie van de Kamer, een erkend platform van de 22 grootste industriële spelers in onze regio. Helpt die rol u om zaken in gang te zetten?

Jan Remeysen: ‘Een werkgroep als het Platform Industrie is er niet alleen om onderling informatie uit te wisselen of aandachtspunten in onze dagelijkse werking te bespreken. We denken ook samen na over hoe we als industrie naar de toekomst kijken, wat we daarvoor nodig hebben en hoe we daarrond kunnen samenwerken. Dat gebeurt bijvoorbeeld binnen de haven al in overleg met het havenbedrijf Antwerpen via het STHIL (Stakeholdersoverleg Haven, Industrie en Logistiek). Ook met het Platform zijn we ons aan het organiseren. Het is belangrijk om niet alleen stil te staan bij de actuele status van specifieke dossiers, maar ook even naar de ruimere horizon te kijken. Het Platform is bovendien een initiatief dat de sector overstijgt. De 22 leden van de stuurgroep engageren zich om het industrieel klimaat te bewaken voor een 300-tal productiesites in Antwerpen-Waasland. Dat het Platform voor deze vele dimensies aandacht heeft, vind ik heel verrijkend.’
Wat is er nodig om onze industriële positie internationaal minstens vast te houden?
Jan Remeysen: ‘Europa is een pionier in klimaatneutraliteit. Als je dat verstandig doet, biedt dat heel wat opportuniteiten. Alleen moet het speelveld voor iedereen gelijk zijn. Een groot deel van onze industrie zit geconcentreerd in havenregio’s, vanwaar producten makkelijk naar alle hoeken van de wereld vertrekken. In zo’n globale context moeten we oppassen dat we onszelf in de energietransitie niet uit de markt prijzen. Dat gevaar is reëel, als onze concurrenten op dit vlak niet dezelfde kosten moeten slikken. De overheid kan op verschillende manieren de industrie ondersteunen. Ze kan het initiatief nemen voor een masterplan rond infrastructuur. Dat kan dan samen met de private sector en kenniscentra worden uitgewerkt. Ze kan ervoor zorgen dat voorrijders zich niet uit de markt prijzen, door hen financieel te ondersteunen. Aan de hand van slimme parameters valt missing money weg te werken, zodat pioniers op wereldschaal kunnen blijven concurreren. Zaak is te voorkomen dat mensen hier hun job verliezen, omdat onze Vlaamse producten te duur worden.’

De meningen over hoe industrievriendelijk België is vergeleken met omringende landen, lopen uiteen. Hoe ziet u dat?

Jan Remeysen: ‘De hoge Belgische lasten op arbeid zijn duidelijk niet industrievriendelijk. Maar bijvoorbeeld Duitsland heeft dan weer een zware heffing op hernieuwbare energie. Ik kan deels begrijpen dat de politiek vaak op korte termijn denkt, met verkiezingen die om de zoveel jaar volgen. Dat mag geen alibi zijn om niet aan langetermijnbeleid te doen. We hebben twintig jaar tijd gehad om een beleid rond energie te ontwikkelen. Omdat die deadline vele jaren voor ons lag, gaan we pas vlak voor de finish nadenken. Dat is geen goede zaak. Ik zie Nederland en Duitsland sneller beslissingen nemen binnen een langetermijnpolitiek. En daar heb je ook om de haverklap verkiezingen. Voor elk dossier zijn er pro’s en contra’s. Maar hak knopen door, zodat het kader duidelijk is en voorzie voldoende tijd en ruimte dat de industrie zich er naar kan organiseren. Vandaag kan ik op weinig steunen om een prognose voor de stroomprijzen op te maken. Voor een energie-intensieve fabriek is dat wel een fundamenteel element om een investering onze richting uit te krijgen. De recent besliste energienorm en de herziening van de federale bijdragen en heffingen op energie zijn alvast een stap in de juiste richting !’

De Antwerpse petrochemische cluster vindt alsmaar moeilijker nieuwe medewerkers. Hoe gaat BASF Antwerpen hiermee om?

Jan Remeysen: ‘Jammer genoeg is er veel te weinig instroom vanuit STEM-richtingen. Onder meer in samenwerking met Voka en essenscia trachten we jongeren te motiveren voor wetenschap en techniek. Omdat alle industriële bedrijven hetzelfde belang hebben, trekken we aan hetzelfde zeel. Jaarlijks ontvangen we zo’n tweehonderd stagiairs en een veertigtal medewerkers via duaal leren. Desondanks blijft er een discrepantie tussen de samenstelling van de maatschappij en de uitstroom van de STEM-richtingen. Zeker meisjes en jongeren met een migratieachtergrond zijn ondervertegenwoordigd. Om hen te bereiken, sluiten we aan bij allerlei initiatieven en zetten we ook zelf acties op. Want vele jongeren hebben een passend profiel voor een van de vele STEM-jobs die voor het rapen liggen, maar zijn zich er niet van bewust of geloven er niet in. En het potentieel op werk is enorm: voor elke afgestudeerde technieker zijn er tien vacatures, voor een procesoperator zijn dat er 2 à 2,5 vacatures’

En dan zit ook haar imago de industrie nog eens dwars. Merkt u dat dit de jongste maanden weer klappen heeft gekregen?

Jan Remeysen: ‘Zeker, en als wetenschapper doet me dat pijn aan het hart. Want chemie is de moeder van alle industrieën. Het is de leverancier van essentiële bestanddelen voor een karrenvracht aan producten. Je kan geen dagelijks product bedenken zonder dat er chemie aan te pas komt. De chemische industrie zorgt voor hogere opbrengsten van voedsel en heeft een belangrijke rol in de klimaattransitie. Denk maar aan bestanddelen voor genees- en ontsmettingsmiddelen, kathodemateriaal voor batterijenproductie, isolatiemateriaal en coatings voor windmolens. We werken hard om onze uitstoot aan koolstofdioxide en stikstof te verminderen en houden ons aan strenge wetgeving. Uit verschillende internationale benchmarks blijkt dat we aan de wereldtop qua energie-efficiëntie en inzet van grondstoffen staan. We worden weinig erkend voor al het harde werk, terwijl we bij slecht nieuws wel meteen vol in de schijnwerpers staan en ‘alles’ verkeerd loopt. Zo had de pers voor onze investering in het windmolenpark amper interesse. Dat is jammer, maar het maakt me niet moedeloos. Chemie is een goed en juist verhaal, dat ik zal blijven brengen.’

BASF Antwerpen is deelnemer aan de diversiteitsopleiding van de Kamer. Wat betekent dit thema voor het bedrijf?

Jan Remeysen: ‘Diversiteit gaat voor ons veel breder dan etniciteit of geslacht. Het gaat vooral over openstaan voor een divers pallet aan inzichten en meningen. Studies hebben al aangetoond dat inclusieve ondernemingen succesvoller zijn. Daar ben ik ook van overtuigd. Wanneer er meer diverse stemmen aan bod komen, zorgen die ook voor meer inspiratie. Als we allemaal met dezelfde types mensen aan de slag gaan, kan je moeilijk innovatief zijn. Als we niet willen dat alles business as usual wordt, dan moeten we durven disruptief zijn.’

Meer info: www.basf.com

Wie is Jan Remeysen

symbool  °1968

symbool  Afkomstig van Merksplas

symbool  Woont in Stabroek

symbool  Opleiding: doctor in de scheikunde

symbool  Carrière: startte in 1996 bij milieudienst BASF Antwerpen. Werd in 2003 afdelingshoofd Milieu, Gezondheid, Veiligheid, Energiebeleid en Communicatie. In 2005 kwam hij aan het hoofd van de Polyamide en Voorproducten-afdeling. Vanaf 2010 werkte hij vanuit de hoofdzetel van BASF in Ludwigshafen. Bij zijn terugkeer naar Antwerpen eind 2014 werd hij Vice President van de productieafdeling Isocyanaten en Precursoren. Sinds 2020 staat hij aan de leiding van BASF Antwerpen.

Contactpersoon

Jan Van de Poel

Communicatiemedewerker

VZW - eATA 2021
Gosselin
VZW - DigiChambers 2021
Welt white paper
Degroof - Petercam
CapitalAtWork
Customer Collective
Deloitte
De Ridder
facilicom
GSJ Advocaten
Logo Mensura
Proximus
Recrewtment
SD  Worx
Tormans