Skip to main content
  • Nieuws
  • 2021. Insteek 5/9: Slimmere/lokalere aanvoerketens, meer productie in eigen land

2021. Insteek 5/9: Slimmere/lokalere aanvoerketens, meer productie in eigen land

  • 12/01/2021

Vaste prik in de toekomst? Misschien

foto

Door de coronacrisis staan de geglobaliseerde aanvoerketens opnieuw hoog op de agenda. Bedrijven optimaliseerden de voorbije dertig jaar hun productie door lageloonlanden in te schakelen en een just-in-timebeleid te hanteren via een vaak complex spinnenweb van wereldwijde (onder)leveranciers. Deze hyperefficiënte machine bleek dit jaar vaak te haperen. Leveranciers konden niet meer (op tijd) leveren, stockbreuken waren schering en inslag. 

Een bedrijf dat zijn ‘huiswerk’ al grondig had gemaakt voor de uitbraak van COVID-19 is Corbeo uit Zele, Belgisch marktleider in touw-koord-ketting. Het biedt 4.000 artikelreferenties aan voor hoofdzakelijk de retail. De productie van touw-koord-ketting voor retail is de afgelopen decennia verhuisd naar het Verre Oosten maar dankzij automatisatie en de gerichte aankoop van halffabricaten, slaagt het bedrijf erin om nu competitief met het Verre Oosten, opnieuw lokaal deze retailproducten te produceren. Meer nog, dankzij deze strategie van reshoring wint het nu belangrijke contracten bij Europese retailers voor de private labelproductie van hun touwassortiment. 

Zaakvoerder Wilfried Baeten bezocht China een aantal keer en kwam tot het besluit dat ze een aantal koordartikelen zelf goedkoper konden maken dan ze te sourcen. “We sourcen nog altijd de halffabrikaten maar de afwerking naar eindproducten doen we in eigen beheer. Een van de grote voordelen om meer zelf te produceren, is dat we een strategische voorraad aanleggen van die halffabrikaten, waardoor we onze eindproducten bijna just-in-time kunnen maken en onze globale voorraad zwaar daalt. Wij zitten in een sector waarin we de buffer zijn tussen een onbetrouwbare aanvoer en een retailer die maximale betrouwbaarheid wil hebben. Dat is een van onze bestaansredenen”, zegt hij fijntjes.

Lees verder onder de foto
foto
Wilfried Baeten, zaakvoerder Corbeo

 

Corbeo levert vooral aan doe-het-zelfwinkels. In juni-juli-augustus dit jaar zag hij heel wat lege schappen. “Dat had alles te maken met de aanvoerketen die onderbroken was. In onze sector is de lente het hoofdseizoen. Alle bestellingen vanuit China moeten voor het Chinees Nieuwjaar (begin februari, sdk) vertrokken zijn, zodat ze eind maart bij ons arriveren. De eerste bestelling lukte, maar de volgende batch is nooit gekomen. Wie vandaag alles invoert vanuit China, ondervindt nog heel zware problemen. De grote rederijen hebben de impact van de coronacrisis ook verkeerd ingeschat. Veel boten en containers liggen op de verkeerde plekken in de wereld.”

Bedrijven zien steeds meer in dat loonkosten slechts één component zijn van de totale kostprijs. Er is ook het transport, wat een ecologische voetafdruk creëert. Bedrijven hebben daar de jongste tien jaar meer oog voor gekregen door de productie dichter bij huis te brengen. De opkomst van e-commerce verhoogt de druk nog omdat consumenten gewend zijn geraakt aan bijzonder snelle levering en een enorm gevarieerd aanbod. “Het zit nog altijd in de hoofden van de retailers dat het Verre Oosten goedkoop is”, weet Baeten, “maar voor heel wat touwsoorten is het nu al tot 20% goedkoper om vanuit Europa de halffabricaten te halen en ze hier af te werken dan het afgewerkte product uit China te halen.” 

Naast de kostprijs spelen natuurlijk nog andere factoren een belangrijke rol bij reshoring, zoals leverbetrouwbaarheid, de reductie van de voorraadkost én de verpakking. 
Baeten: “Er is steeds meer druk vanuit de consumenten en retailers om minder plastic te gebruiken. Op de boot moet je krimpfolie gebruiken of je product komt beschadigd toe, maar als we het lokaal produceren en verpakken, kunnen we het zonder plastic naar de retailer sturen.” Duurzaamheid wordt een onderscheidende factor in de supply chain. “Voor onze natuurlijke touwsoorten groeien de grondstoffen niet in Europa. Die halen we uit Brazilië, Egypte, India, enz… We laten daar ter plekke de juiste halffabrikaten maken. Tot vijf jaar geleden was dat anders. Sisalgarens gingen van Brazilië naar China, daar werd er touw van gemaakt en dat halffabrikaat ging dan pas naar Antwerpen. Nu komt het rechtstreeks van Brazilië naar hier en verwerken wij het tot de juiste eindproducten.” 

Ook de digitalisering en automatisering hebben de jongste jaren een steeds grotere impact op de supply chain, waarbij COVID-19 een brandversneller is. Het terughalen van productie wordt aantrekkelijker als je de hoge loonkosten kan compenseren door verregaande automatisering. Baeten: “Zonder automatisering kan je nooit reshoren. Data moeten ons helpen om de machinebezetting verder te optimaliseren.” 

Dat we in de nabije toekomst alles zullen ‘reshoren’ is wishful thinking. Maar het staat vast dat bedrijven hun aanvoerketens door corona veel kritischer zullen herbekijken. Stockbreuken voorspellen blijft aartsmoeilijk; ook nu kwamen die niet enkel uit China, maar ook uit Portugal, Spanje en Italië tijdens de eerste lockdown. Baeten: “Je kan wel Europees aankopen via een aanvoerketen van twee weken, maar als die fabrieken zes weken sluiten, ben je ook de pineut. Maar in tegenstelling tot collega’s die bijna alles importeren uit het Verre Oosten, hoeven wij niet enkel op de prijs te spelen, maar ook op duurzaamheid en leverbetrouwbaarheid. Als je duurzamer bent en het is niet duurder, zijn steeds meer retailers geïnteresseerd. Corona heeft ook de buy-local filosofie een duw in de rug gegeven. De meeste touwsoorten kopen we als halffabricaat in, maar één groep van touwen maken we helemaal zelf: katoentouw voor macramé (populaire handwerktechniek, red.) We kunnen de productie daarvan niet volgen op dit moment.”

Benieuwd naar andere insteken? 
Ontdek ze allemaal op onze overzichtspagina.

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat