JobsDeal

03/08/2018

Na de Vlaamse regering, heeft ook de federale regering op 24 juli een Zomerakkoord bereikt. Het meest in het oog springend daarbij is de zogenaamde JobsDeal. Maar wat houdt die concreet in voor ondernemingen? Deze technische fiche bevat een overzicht van alle maatregelen. Dit is allemaal onder voorbehoud van de parlementaire besprekingen.

Wat heeft Voka voor u bereikt inzake arbeidsmarkt?

In de JobsDeal heeft Voka 6 strijdpunten binnengehaald:

  1. Een versterkte degressiviteit van de Jobsdealwerkloosheidsuitkering zal werklozen aanzetten om actief op zoek te gaan naar werk. Door een hogere werkloosheidsuitkering bij de start en vervolgens een snellere daling, wordt een werkloosheidsval tegengegaan.
  2. Minder werknemers zullen de arbeidsmarkt te vroeg verlaten, doordat de leeftijd stijgt om in aanmerking te komen voor Stelstel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT) in een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering. Vanaf 2019 verhoogt de leeftijdsgrens van 56 jaar naar 59 jaar en vanaf 2020 naar 60 jaar.
  3. De versoepeling van het scholingsbeding zorgt ervoor dat werkgevers die opleidingen geven beloond worden door werknemers langer in dienst te kunnen houden.
  4. Werknemers die worden ontslagen zullen sneller een nieuwe job aangeboden krijgen, omdat ze zich binnen de maand na de kennisgeving van hun ontslag moeten inschrijven bij VDAB.
  5. De eerste aanzet wordt gegeven om een omslag te maken van een passief naar een actief ontslagrecht.
  6. De acties voor een effectieve interregionale mobiliteit zullen worden versterkt, waardoor hopelijk meer Brusselse en Waalse werkzoekenden de weg vinden naar de Vlaamse vacatures.

Alle maatregelen uit de JobsDeal uitgelegd 

1. OPLEIDING

  • Om werkgevers ertoe aan te zetten om meer te investeren in opleiding, worden de bestaande voorwaarden van het scholings- (en niet-concurrentie)beding geëvalueerd en aangepast voor knelpuntberoepen. Doordat werknemers op die manier langer in dienst zullen blijven, wordt zo de stap kleiner om bepaalde zware opleidingsinvesteringen te doen. Voor het zomerreces heeft het Parlement reeds een wijzing aan het scholingsbeding goedgekeurd. Zo kan er voor functies of beroepen die voorkomen op de lijsten van de VDAB, FOREM of Actiris (bijvoorbeeld technisch personeel, ICT-specialisten, vrachtwagenbestuurders, call-centermedewerkers,...) een scholingsbeding overeengekomen worden met de medewerker, ongeacht of het jaarlijks brutoloon lager ligt dan 34.180 EUR. Het is wel nog onduidelijk is of de JobsDeal aanvullend hierop nog wijzigingen aan het scholingsbeding voorziet.
  • De werknemer wordt fiscaal en parafiscaal aangemoedigd om bij ontslag een deel van zijn ontslagvergoeding te investeren in opleiding (maximaal één derde). Een gelijkaardige regeling zal van toepassing zijn op de werknemer, die met de instemming van de werkgever, een deel van de opzeggingstermijn niet presteert omdat hij een opleiding volgt. Dit is een eerste (voorzichtige) stap om op termijn te komen tot een meer activerend ontslagrecht waar opleiding en outplacement standaard deel uitmaken van een ontslagpakket.
  • De duur van het gemotiveerde tijdskrediet voor het volgen van een erkende opleiding in een knelpuntberoep wordt vanaf 1 januari 2019 verlengd tot 48 maanden.
  • Er zal worden onderzocht of de bevriezing van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen kan worden uitgebreid voor werkzoekenden die een kwalificerende opleiding of een stage volgen in een knelpuntberoep.
  • Er zal voorzien worden in een forfaitaire belastingvrijstelling voor nieuwe premies, die door de gewesten worden toegekend aan werkzoekenden die met succes een knelpuntopleiding afronden. De terugkeer naar de effectieve tewerkstelling is daarvoor vereist.
  • Uiterlijk op 1 november 2018 zal een evaluatie worden uitgevoerd van de concrete toewijzing van de aan de sociale Maribel toegewezen budgetten. In het licht van deze evaluatie zal worden onderzocht of het wenselijk is de begrotingsreserves geheel of gedeeltelijk toe te wijzen aan de opleiding en de scholing van nieuwe kandidaat-werknemers in de gezondheidssector, een sector met veel knelpuntberoepen.

2. LOONKOST VERLAGEND / VERHOGEND

  • Er wordt onderzocht of de 130 overuren die vandaag recht geven op een belastingvermindering moeten worden uitgebreid naar 184 uur.
  • Er wordt een agenda vastgelegd voor de hervorming van de lonen zodat deze meer worden gekoppeld aan competentie en productiviteit in plaats van leeftijd. De FOD Werkgelegenheid zal bijzondere aandacht besteden aan de toekomstige cao's die hierover worden afgesloten. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zal een studie wijden aan dit thema. Na heel wat aankondigingen en reeds uitgevoerde studies is het hoog tijd voor een ommekeer op het terrein.
  • Wanneer de werknemer niet medisch ongeschikt is verklaard, krijgt de werknemer, wiens contract wordt beëindigd door medische overmacht, recht op outplacement (1.800 euro) of gelijkwaardige begeleiding naar een nieuwe job. De activering van deze groep is een goede zaak en wordt best uit algemene middelen gefinancierd zoals outplacement bij faillissement. Het kan niet de bedoeling zijn dat de werkgever deze kost draagt voor iets waar hij zelf niet voor verantwoordelijk is. Bovendien is outplacement een investering en moet deze op termijn een uitkering vermijden.
  • De (lastenverlaging) voor ploegenarbeid zal worden uitgebreid ten behoeve van de werknemers van de binnenscheepvaart.
  • De aanwerving van jonge werknemers van 18 tot 21 jaar wordt aangemoedigd via een vermindering van de arbeidskost van 18 tot 6% voor de werkgever. Aan het nettoloon van de werknemer wordt niet geraakt.

3. EINDE LOOPBAAN

  • De toegankelijkheid tot tijdskrediet eindeloopbaan zal vanaf 1 januari 2019 worden verhoogd naar 60 jaar tegenover 55 jaar op dit moment.
  • De werknemer zal rechtstreeks en individueel met zijn werkgever afspraken kunnen maken over “een zachte landingsbaan”, in zoverre er op 1 januari 2019 geen sectorale overeenkomst is gesloten in de sector waartoe hij behoort.
  • Voor bedrijven in herstructurering wordt de hertewerkstelling van rechthebbenden op het Stelsel van Werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) aangepast. Hierdoor dienen werkgevers bovenop de bestaande outplacementverplichting minimaal 3600 euro ten laste te nemen in geval van een knelpuntopleiding. Deze maatregel legt een bijkomende verplichting op en voorziet in een aanzienlijke vormingsinvestering ten aanzien van de betrokken werknemers. De regering had beter werk gemaakt van een activerend ontslagrecht dat sowieso een deel van de ontslagkost verplicht omzet in opleidingsbudget.
  • Minder arbeidspotentieel zal de arbeidsmarkt verlaten doordat de leeftijd stijgt om in aanmerking te komen voor SWT in een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering. Vanaf 2019 zal de leeftijdsgrens onherroepelijk verhoogt worden van 56 tot 59 jaar, om vanaf 2020 te stagneren op 60 jaar.
  • In het kader van het individueel SWT wordt de loopbaanvoorwaarde opgetrokken van 40 naar 41 jaar.

4.WERKZOEKENDEN ACTIVEREN

  • Een versterkte afname van de werkloosheidsuitkering zal werklozen aanzetten om actief op zoek te gaan naar werk. Door de uitkering in de eerste zes maanden van werkloosheid te verhogen om ze vervolgens sneller te laten dalen, wordt de werkloosheidsval tegen gegaan. De versterking kan worden geconcretiseerd door het huidige plafond van 2.619,09 euro te verhogen en/of het huidige percentage te verhogen (behoud van het tweede semester van het eerste jaar op het huidige niveau). De modaliteiten (de duur van de degressiviteitsperiodes, de graad van degressiviteit en de bedoelde categorieën) zullen bij koninklijk besluit worden vastgelegd. De werkloosheidsuitkering in de derde periode zal worden behouden op hetzelfde niveau. De Minister van Werk zal een ontwerp KB uitwerken dat uitvoering geeft aan deze principes tegen november 2018. De geleidelijke inwerkingtreding zal gebeuren vanaf januari 2019.
  • De werkloze, die geen opzegtermijn presteert, moet zich binnen de maand inschrijven in de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. Hiermee zal minder tijd verloren gaan tussen het ontslag, de feitelijke inschrijving en het opstarttraject bij VDAB.
  • Er wordt met de deelstaten een actieplan interregionale mobiliteit uitgewerkt. Er bestaan er eigenlijk al, maar de realisatie ervan laat op zich wachten. Kortom, het resultaat is nauwelijks zichtbaar. Zo zijn er, ondanks alle campagnes, nog te weinig Brusselse en Waalse werkzoekenden die in Vlaanderen daadwerkelijk aan de slag gaan. Het is dus nodig om de bestaande actieplannen te verscherpen met zeer ambitieuze doelstellingen om zo alle entiteiten te responsabiliseren.
  • Aan de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling zal worden gevraagd om in hun activeringsbeleid voor werkzoekenden bijzondere aandacht te besteden aan de rechthebbenden op SWT die een knelpuntberoep kunnen invullen.
  • In overeenstemming met het regeerakkoord zal het werkloosheidsbesluit worden aangepast om een gemeenschapsdienst voor langdurig werkzoekenden mogelijk te maken.

5. SECTORALE SOCIALE PARTNERS

  • Op sectoraal niveau zullen de sociale partners worden verzocht om enerzijds na te gaan welke kritieke functies en knelpuntberoepen er in hun paritair comité bestaan, en anderzijds welke functies door de digitalisering worden bedreigd. Zij zullen worden verzocht concrete voorstellen te formuleren om deze situatie te verhelpen door een beroep te doen op hun sectorale fondsen.
  • Aan de paritaire comités zal worden gevraagd om aan de regering aanbevelingen uit te brengen over de toewijzing van hun sectorale fondsen met betrekking tot het opleidingsbeleid, de behaalde resultaten en de verbeteringsvoorstellen op dit vlak, in het bijzonder voor de knelpuntberoepen.
  • De beroepen in de bouwsector vormen een groot deel van de knelpuntberoepen. In dit verband verbindt de federale regering zich ertoe om in overleg met de deelstaten na te gaan of het opportuun is om, met name via Beliris, een financiële bijdrage te leveren aan de oprichting van een opleidingspool tewerkstelling/bouw in Brussel. Dit opleidingscentrum zal gezamenlijk beheerd worden door de VDAB, Bruxelles-Formation en Actiris.

6. OVERIGE

  • Er zal een rechtszeker kader worden gecreëerd, waardoor sectoren en bedrijven positieve acties kunnen nemen met het oog op meer kansen geven aan bepaalde kansengroepen op de arbeidsmarkt. De sociale partners zullen op bedrijfs- of sectoraal niveau collectieve arbeidsovereenkomsten kunnen sluiten waarin de positieve acties worden vermeld die zouden worden ondernomen om de toegang tot de arbeidsmarkt voor dit doelpubliek te optimaliseren.
  • 65-plussers die blijven werken, hebben vandaag geen recht op een uitkering arbeidsongeschiktheid. Indien ze langer dan 1 maand ziek zijn, zijn ze verplicht om hun pensioen op te nemen. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmarges zullen de bedragen worden verhoogd om een gepensioneerde of een arbeidsongeschikte in staat te stellen te werken en zijn inkomen te verhogen en tegelijkertijd belastingverlagingen te genieten.
  • Er zal worden voorzien in de maandelijkse betaling van moederschapsuitkeringen door de ziekenfondsen. Zo wordt het voor een zelfstandige in bijberoep mogelijk gemaakt om zijn/haar activiteit voort te zetten wanneer hij/zij deeltijds ouderschapsverlof opneemt.

Het is nu wachten op de verdere concrete invulling. De komende dagen, weken en maanden komt er ongetwijfeld meer duidelijkheid over deze maatregelen. Voka volgt dit voor u verder op en actualiseert deze fiche met de meeste recente informatie.

Veronique Leroy - Senior Adviseur Sociaal Recht & Arbeidsmarkt - veronique.leroy@voka.be -  0478 88 03 34