Een vormingspact om opleidingen bij de tijd te brengen

06/03/2017

Voka sloot eind 2016 samen met de andere Vlaamse sociale partners een vormingspact af. Dat wil het opleidingsbeleid waaronder het Betaald Educatief Verlof (BEV) afstemmen op de actuele en toekomstige noden en uitdagingen in onze economie en arbeidsmarkt. Het akkoord komt daarmee tegemoet aan enkele fundamentele kritieken zoals onlangs geformuleerd door het Rekenhof wat een gebrek aan doelstellingen vaststelde. Momenteel wordt het akkoord tripartite met de Vlaamse Regering verder geoperationaliseerd.

Naar meer coherentie en minder administratieve last

Met de 6de staatshervorming, wordt Vlaanderen bevoegd voor BEV. Samen met andere reeds bestaande Vlaamse instrumenten zoals de opleidingscheques, geeft dit de gelegenheid om te komen tot een coherent vormingsbeleid. Dat moet vooreerst inzetten op een innovatieve kenniseconomie waarin opleiding een essentiële pijler is, maar ook op administratieve eenvoud voor de werkgevers. Het huidige stelsel is immers complex en de finaliteit en kwaliteit van de opleidingen zijn soms twijfelachtig. Dat bleek onlangs nog maar eens uit een audit van het Rekenhof.


Nood aan focus

Het vormingspact heeft de ambitie te komen tot een vormingsbeleid dat kiest voor focus en dat is ook nodig. De middelen zijn immers beperkt (ongeveer 70 mio euro voor bijna 50.000 deelnemers) en de behoeften inzake training en herscholing zijn divers en soms breed. Investeren in opleidingen die er toe doen is cruciaal in een kenniseconomie. Denk maar aan de vele technische knelpuntberoepen en de impact van digitalisering en technologie op de huidige en toekomstige jobs. Bijkomend wil het vormingspact ook een heuse leercultuur tot stand brengen bij werknemers via diverse sensibiliseringsmaatregelen.


Van vormingspact naar akkoord met de Vlaamse Regering

De sociale partners werkten een vormingspact uit dat momenteel met de Vlaamse Regering verder wordt geoperationaliseerd. Het betreft immer de inzet van deels publieke middelen waar de Vlaamse minister voor Werk bevoegd voor is. Het doel is hierin te komen tot een duidelijk onderscheid. Enerzijds zullen er opleidingen overblijven die nog wel kunnen plaatsvinden onder het BEV (straks wellicht Vlaams opleidingsverlof). Anderzijds zullen eerder langlopende, heroriënterende opleidingen enkel nog kunnen gevolgd worden buiten de arbeidstijd via een stimulering van het tijdskrediet (straks wellicht Vlaams opleidingskrediet). In dat laatste geval wordt de werkgever niet meer belast met de praktische organisatie van een werknemer die zich bv. graag wil omscholen tot leraar.

 

Sonja Teughels - senior adviseur arbeidsmarkt - sonja.teughels@voka.be