Een stevigere loonnorm

06/03/2017

De regering heeft beslist om de loonnormwet van 1996 te hervormen. Deze wet laat de sociale partners toe om voor een periode van twee jaar de maximaal toegestane gemiddelde loonsverhoging voor werknemers vast te leggen. Het doel van de norm is om een te sterke stijging van de loonkosten tegen te gaan, om zo de concurrentiekracht van onze economie te verhogen. De nieuwe wet herstelt dan wel niet de historische loonkostenhandicap, maar ze voorkomt dat die verder uit de hand loopt.

Op 2 februari 2017 hebben de sociale partners de maximale loonstijgingen voor 2017-2018 vastgelegd in het Interprofessioneel Akkoord. Bovenop de indexering van 2,9% mogen de bedrijven maximaal 1,1% stijging van de brutolonen toestaan; in totaal mag de stijging dus maximaal 4% bedragen over 2 jaar. In deze marge van 1,1% moet de reële kostprijs van de maatregelen vervat zitten.

De hervorming van de loonnormwet is noodzakelijk omdat het vorige wettelijke kader verschillende gebreken vertoonde. Door de jaren heen stegen de Belgische lonen sneller dan in de buurlanden en werd die ontsporing niet gecorrigeerd.  Met brutolonen die 10 tot 25% hoger zijn dan een gelijkaardig arbeidersprofiel in Frankrijk of Duitsland, zijn we in arbeidsintensieve sectoren bijna altijd de duurste.

 

Een correctiemechanisme en een veiligheidsmechanisme trekken ontsporingen recht

Volgens de nieuwe wet mag er absoluut geen nieuwe loonkostenhandicap opgebouwd worden in vergelijking met het niveau van 2016. Mochten de Belgische lonen toch sneller stijgen dan in de buurlanden, dan zal dit automatisch afgetrokken worden van de volgende loononderhandelingen. Voka is tevreden want dringt al jaren aan op een automatische correctie en pleit ervoor dat ontsporingen snel en volledig gecorrigeerd worden, desnoods op de index.

Naast deze automatische correctie zet de regering ook in op preventie. Een veiligheidsbuffer zal gebruikt worden bij de berekening van de loonmarge. Deze buffer zal 25% zijn van de beschikbare marge en bedraagt minimaal 0,5%.
Positief is ook dat de hervorming voorziet dat toekomstige loonlastenverlagingen niet meegerekend worden in de loonmarge en dus dienen om onze loonkostenhandicap verder af te bouwen.


Het indexmechanisme blijft een aandachtspunt

De zwakke schakel in het verhaal blijft het automatische indexeringsmechanisme dat ten allen tijde gegarandeerd wordt. We gaan er moeten over waken dat de loonindexering (door inflatie) niet ontspoort, want anders zou onze loonkostenhandicap weer toenemen. De veiligheidsmarge kan een deel opvangen, maar structureel zou beter in de indexkorf minstens rekening gehouden worden met basisprijzen (excl. fiscale heffingen) en een beveiliging voorzien worden voor grote schokken in grondstofprijzen.

Een snelle overheidstussenkomst zal nodig zijn wanneer de automatische indexering de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven terug ondergraaft. Voka volgt dit op de voet op.

 

Veronique Leroy – Adviseur sociaal recht en arbeidsmarkt – veronique.leroy@voka.be