Gidsland Venezuela

17/11/2017 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

Venezuela is deze week officieel ‘gedeeltelijk wanbetaler’ geworden op zijn overheidsschuld. Het Zuid-Amerikaanse land zit economisch volledig vast. Het is het zoveelste bewijs dat marxistische economische recepten in de praktijk niet werken en finaal tot veel (sociale) ellende leiden. Dat schrijft Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka.

Vorige maand werd herdacht dat de Oktoberrevolutie 100 jaar geleden plaatsvond.Marxisme De bolsjewieken onder leiding van Vladimir Lenin grepen toen de macht in Rusland. In Rusland werd een communistisch regime geïnstalleerd. Heel wat landen volgden. Na de Tweede Wereldoorlog heersten in gans Oost-Europa en grote delen van Azië communistische regimes. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 verdwenen die regimes een voor een, of vervelden tot een soort van vreemde mix van een partijregime met een hyper-kapitalistische economie (bijvoorbeeld China).

Toch zijn er nog een paar landen die nog altijd of opnieuw volgens marxistische principes geleid worden. Noord-Korea is hier het zuiverste voorbeeld. Maar, merken gematigde marxisten zoals een Peter Mertens hierbij op, Noord-Korea is vooral een harde militaire dictatuur waarmee hij niets mee te maken wil hebben. Terecht punt, de militaire zotternijen van de Kim’s zijn niet linea recta aan het marxisme te linken. Je hebt Noord-Korea of de goelags niet nodig om aan te tonen dat het communisme niet werkt.

“Je kan het vermogen van de rijken maar één keer ontginnen en uitdelen. Het jaar erop zit je al zonder inkomsten.”

Venezuela is een veel beter voorbeeld waarom marxistische recepten vroeg of laat altijd in tranen eindigen, ook als die in België zouden worden toegepast. Venezuela is met name hét voorbeeld voor extreem links omdat Hugo Chavez destijds democratisch aan de macht kwam en lange tijd een grote populariteit genoot onder de bevolking.

Heel wat communistische regimes boekten, net zoals in Venezuela, in hun begindagen ook wel wat succesjes voor grote delen van hun bevolking. Dat kwam vaak omdat die regimes er enkel in landen kwamen die arm waren, geen democratische traditie hadden en extreme ongelijkheid kenden. Het feodale Tsarenregime van Rusland voor 1917 was nu bepaald ook geen toonbeeld van een inclusieve democratische welvaartstaat. Dus een aantal initiële hervormingen van de Lenins, Chavezen en Castro’s dezer wereld zorgden effectief voor een betere levenssituatie voor de lagere klassen (bijvoorbeeld gezondheidszorg in Cuba).

Het grote probleem met het marxisme is dat die gunstige periode maar van korte duur is. Het marxisme is namelijk antikapitalistisch waardoor vrij ondernemerschap niet of zeer beperkt toegelaten is. En het zijn die ondernemers die je nodig hebt om op een efficiënte manier behoeftes die bij een bevolking leven, om te zetten in producten of diensten. Verdwijnen die ondernemers, dan stort vroeg of laat het productievermogen en de welvaartscreatie in de economie in.

Lege winkelrekken in supermarkten

Dat was ook de hoofdreden waarom de USSR ineen stortte. De centraal en politiek geleide staatsbedrijven kregen geen prijsprikkels en informatie om te produceren wat de bevolking echt wou en nog minder een stimulus om,dat op de meest efficiënte wijze en in de juiste hoeveelheden te produceren. Rammelbakken als de Lada, waar Sovjetburgers notabene jarenlang moesten op wachten, waren het gevolg, net zoals lege winkelrekken in de supermarkten.

Het marxistisch economisch model van Chavez is dan ook een even grote rammelbak als de Lada destijds. Het was volledig gebaseerd op het uitdelen van de inkomsten uit de olieproductie aan de arme bevolking. Venezuela beschikt met het Orinico-basin over een van de allergrootste oliereserves ter wereld.

venezuelaChavez (en zijn opvolger Maduro) maakte hierbij twee fouten. Vooreerst was zijn beleid volledig afhankelijk van een hoge olieprijs. Toen die prijs een eerste keer in 2008 en een tweede keer (en voor langere tijd) in 2014 kelderde, sloeg de sociale cadeaupolitiek een groot gat in de begroting met als gevolg dat het land finaal failliet aan het gaan was.

Ten tweede is er ook de olieontginning zelf. Venezuela beschikt weliswaar over gigantische olievoorraden in zijn bodem, die olie eruit krijgen is iets totaal anders. Voor de komst van Chavez produceerde het land tot 3,5 miljoen vaten olie per dag. Die productie is nu gezakt tot zo’n 2,5 miljoen vaten per dag. Zeker in Venezuela is die olie moeilijker te ontginnen dan in het Midden-Oosten. Vroeger sloot Venezuela hiervoor partnerships met Westerse oliemajors en oliedienstenbedrijven (genre Schlumberger, Transocean, …) die over de expertise beschikken om moeilijk ontginbare velden te exploiteren. Het antikapitalistisch beleid van Chavez kwam al snel op ramkoers met de Westerse partners die voor de noodzakelijke expertise moesten zorgen, waardoor die bedrijven wegtrokken. Wat dus tot een forse daling van de olieproductie leidde.

Het toont aan dat staatsbedrijven die in heel wat Zuid-Amerikaanse bedrijven verantwoordelijk zijn voor de olieproductie doorgaans slechter (PeMex in Mexico), corrupter (PetroBas in Brazilië) en vooral te weinig expertise kunnen ontwikkelen tegenover private bedrijven. Staatsbedrijven als alternatief voor private bedrijven leidt zeker in een productie-omgeving quasi altijd tot inferieure resultaten.

Investeringen vallen weg

Even belangrijk is dat het antikapitalistisch discours ervoor zorgde dat bedrijven niet willen investeren in Venezuela (de winst wordt toch weg belast) waardoor er geen economisch alternatief ontstond voor de inkomsten uit olie. Hierdoor verdwijnt de welvaartcreatie in een land, wat in het geval van Venezuela tot een gedeeltelijk faillissement van het land heeft geleid. We zwijgen hierbij ook nog over het feit dat het regime in Venezuela steeds minder democratisch wordt, omdat de groeiende kritiek haar democratische machtsbasis doet wankelen.

Er zijn voor België wel wat lessen te trekken uit Venezuela. In België, en Wallonië is het bijzonder, is er een opstoot van extreem-linkse sympathieën dankzij het succes van partijen als PvdA en PTB in opiniepeilingen. Zij hanteren ook een stevige antikapitalistische retoriek. Het beleid dat zij voorstaan gelijkt vrij sterk op dat in Venezuela. België heeft weliswaar geen olie, maar in de ogen van PvdA zijn de geldstromen die (grote) bedrijven en rijken genereren de oliebronnen waarvan ze ongebreideld kunnen tappen. Met extra belastingen op bedrijven en hun eigenaars willen ze cadeaus uitdelen aan de arme bevolking.

Net zoals in Venezuela komt zo’n beleid snel ten einde omdat de bron snel leeggetapt geraakt. Je kan het vermogen van de rijken maar één keer ontginnen en uitdelen. Het jaar erop zit je al zonder inkomsten. Bovendien gaat in een klimaat van extreem hoge bedrijfsbelastingen geen enkel bedrijf hier nog willen investeren. De concurrentiepositie zal met de recepten van PvdA/ PTB razendsnel ineen storten. Het gevolg zal zijn dat België, net zoals Venezuela, zijn welvaart zal zien instorten.

We hoeven dus niet altijd met de miljoenen doden van Stalin af te komen om PTB of PvdA te bekritiseren. Er zijn recentere en minder extreme argumenten om aan te tonen dat hun recepten tot een ineenstorting van de welvaart zullen leiden.

Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be - 0497 59 37 72