Europlay met 7 speeltoestellen naar Irak: “De helft van de vluchtelingen zijn kinderen. En ze hebben niets”

19/06/2018

Als gevolg van wijzigende modellen of einde reeksen beschikte speeltoestellenfabrikant Europlay over zeven toestellen die moeilijker verkoopbaar waren. Zaakvoerder Guido Valcke besloot er een goed doel mee te steunen en zette een samenwerking op met de stichting Parwin. 

“Stichting Parwin is een samenwerking van Koerden in Irak en in Nederland, die goederen in Nederland inzamelt om er de vluchtelingen in Koerdistan mee te helpen”, vertelt Guido Valcke. “Er leven onvoorstelbaar veel mensen in die kampen, waaronder heel veel kinderen. De betrokken landen kunnen de toevloed van vluchtelingen niet aan, er is zelfs een wachtlijst om in zo’n tentenkamp te mogen verblijven.”


Samen beslisten ze om de speeltoestellen naar het kamp Ashti te sturen, in Arbid in het noorden van Irak. Het kamp huisvest zo’n 11.000 mensen, waaronder de helft kinderen. Het zijn Irakezen op de vlucht voor de oorlog met IS.  Vanuit Zwolle vertrokken de zeven toestellen, samen met werkmateriaal, naar de naburige stad Slemania. “Maar je kan die zaken niet gewoon opsturen”, vertelt Guido Valcke. “Dan riskeer je dat de pakketten voor andere doeleinden gebruikt worden of gewoon nooit geïnstalleerd raken. Wij besloten om de opbouw te organiseren, in samenwerking met mensen in het vluchtelingenkamp die hiervoor betaald werden.”


Het eerste obstakel: red tape


Guido Valcke van Europlay in Irak

Het avontuur begon met het verkrijgen van een visum. “Het kostte vier bezoeken aan de ambassade en een tussenkomst vanuit Bagdad voor ik mijn visum kreeg, twee dagen voor mijn vertrek. Ik ben er een week geweest, de vrijwilligers ter plaatse zorgden ervoor dat er voldoende helpende handen waren, een graafmachine en beton.”


Op woensdag 8 mei 2018 vertrok Guido. “De eerste dag verliep erg chaotisch. Eén van de beslissingsnemers in het kamp was blijkbaar over het hoofd gezien waardoor we geen toestemming kregen om  putten te maken. Door verkiezingen mochten auto’s de stad waar ik verbleef, niet in of uit. En tot overmaat van ramp had de transportfirma vertraging opgelopen en was er hulp nodig bij het uitladen.” Op de tweede dag veranderde hevige regen het toekomstige speelterrein in een modderpoel, waardoor de grondwerken opnieuw onmogelijk waren. 

 

 

 

Omringd door prikkeldraad en troosteloosheid


“Het is pas als je een hele werkdag in zo’n kamp doorbrengt, dat je je realiseert in welke omstandigheden mensen daar verblijven. Overal zijn ze omringd door hoog prikkeldraad, zelfs voorzieningen zoals sanitair en school zijn omheind en niet doorlopend toegankelijk. Aan de ingang staan gewapende parkwachters.  In het kamp zelf zie je geen opzichters, daar geldt de wet van de sterkste. Sommige kinderen zijn ook echt stout. Jongens zijn agressief, ze vechten en slaan elkaar met stokken. Die kinderen hebben niets. In het beste geval spelen ze met een autoband of varen ze bootje met een plankje in een plas. Er is een school voor amper de helft van de kinderen, en er zijn maar drie uur per dag lessen. Bovendien was de school al van begin mei gesloten, tot september. Als je door het landschap rijdt, zie je vluchtelingenkampen zoals je oorlogskerkhoven ziet in de Westhoek.“7 speeltoestellen kregen een plek in de vluchtelingenkampen


Guido Valcke zette door en op de derde dag kon écht met de werken worden begonnen. Samen met Koerdische vrijwilligers en mensen uit het kamp zelf, die een vergoeding van 15 euro per dag kregen, werd hard gewerkt. “Het was bloedheet”, zegt Guido, “maar die mensen zijn dat gewend. De taal was wel een barrière: de vluchtelingen kennen geen Engels, alles moest vertaald worden.” Er werden twee speelterreinen ingericht omdat het kamp verdeeld is in twee delen, volgens geloof en afkomst. 


“Voor mij was die kleine week in het vluchtelingenkamp erg zwaar, zowel mentaal als fysiek, maar het gaf veel voldoening”, vertelt Guido Valcke. “De toestand is schrijnend, maar de mensen zijn erg dankbaar. De arbeiders die meewerkten aan de installatie vroegen om mee te mogen naar Europa, om hier voor Europlay te mogen werken. Ze begrijpen niet dat dat niet zomaar kan. Je voelt dat ze nood hebben aan leiding. Wat me het meeste zal bijblijven, zijn de alomtegenwoordige omheiningen met prikkeldraad.”Gevluchte kinderen spelen

 

Lees het volledige coververhaal in het juninummer van ons magazine Ondernemers in Oost-Vlaanderen. Ontdek hier de digitale editie.

Ondernemers juni 2018