Alternatieve bewijsvoering

Niet-aanzuivering transitprocedure

De Europese Commissie heeft bevestigend geantwoord op de vraag van Alfaport-Voka of ook het bewijs van uitgaan van de goederen uit de EU geldt als alternatieve bewijsvoering voor het aanzuiveren van een transitregeling. De Commissie stelt dat de houder van de transitregeling de keuze heeft om een van de alternatieve bewijzen voor te leggen die opgesomd zijn in artikel 312 (1) a tot d van de uitvoeringsverordening DWU.

Hiermee komt een einde aan de jarenlange aanslepende discussie met de douane over welke stukken als alternatief bewijs kunnen dienen. Het antwoord van de Commissie wordt verder geanalyseerd in de betrokken werkgroep van het Nationaal Forum waar men zal nagaan op welke wijze deze facilitering in de praktijk kan worden gebracht.

In dit verband heeft Alfaport-Voka ook aan de Commissie de vraag gesteld om het manueel viseren van de aangiftes (lees: een papieren aangifte afstempelen) kan afgeschaft worden. Belgische douaneaangevers zien zich namelijk regelmatig geconfronteerd met de eis van de Belgische douane dat enkel een geviseerde douaneaangifte in het land van bestemming geldig is als bewijs van invoer. Gelet op de digitalisering van de douaneaangiften, weigeren de meeste douaneoverheden wereldwijd om nog stempels te plaatsen op invoeraangiften die elektronisch werden ingediend. Deze vraag wordt op vraag van Alfaport-Voka dit najaar verder besproken in het betrokken technisch comité van de Commissie.