Onderwijs

Vandaag kijkt het bedrijfsleven aan tegen een paradoxale uitdaging. Enerzijds snijdt de huidige crisis fundamenteel in ons economisch weefsel, met alle gevolgen van dien. De wereld die we zullen aantreffen eens de economie weer aantrekt, zal anders zijn dan degene die we vandaag kennen.

Aanpassingsvermogen en flexibiliteit zijn dan ook kerncompetenties om op terug te vallen. Anderzijds zullen medewerkers zich door deze competenties moeten onderscheiden, al was het maar omdat de voorspelbare loopbaan bij één werkgever echt een relict van het verleden zal worden.

Het klinkt misschien vreemd in tijden van een voorzichtige economische heropleving: we hebben de volgende jaren nood aan veel nieuwe talenten. Die moeten de uitstroom van de vergrijzing helpen op te vangen én de factuur ervan betaalbaar te houden. Om dit doel te bereiken:

  • zullen alle afgestudeerden aan het werk moeten;
  • dienen werklozen geactiveerd te worden;
  • moeten ouderen aan het werk blijven;
  • moet er buitenlands talent aangetrokken worden.

Het spreekt voor zich dat het bedrijfsleven hieromtrent grote verwachtingen heeft naar het onderwijs toe. Alle recente evoluties bekijken we dan ook met die bril. Concreet hebben we nood aan:

  • onderwijs dat vlot aansluit op de arbeidsmarkt,
  • een onderwijssysteem dat zich steeds meer profileert als een partner in een traject van levenslange, blijvende ontwikkeling van competenties.

We stellen helaas vast, dat er een ontzettend groot gebrek is aan continuïteit. Een nieuwe maatregel wordt meteen ingevoerd, en vlak daarna ontstaat er alweer een ander initiatief die de vorige maatregel ondergraaft. Daarom begrijpen we ook de 'vernieuwingsvermoeidheid' in het onderwijsveld. Maatregelen moeten de kans krijgen om te rijpen, voor ze geïmplementeerd worden. Naast de steeds veranderende wetgeving, bevat ons onderwijs tal van chronische problemen die verhinderen dat het talent van jongeren tot zijn recht komt.

Voka heeft enkele sporen voor verbetering van de aansluitingsproblematiek uitgetekend. Het zijn zes sporen waarop we kunnen - en moeten - werken om het bedrijfsleven en het onderwijs dichter bij elkaar te brengen.

  1. Attitudevorming is belangrijker dan kennisverwerving.
  2. Wetenschappen, technologie en techniek meer promoten.
  3. Meer samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven door o.a. werkplekleren.
  4. Secundair onderwijs daadkrachtig hervormen.
  5. Internationaliseren van het onderwijs is noodzakelijk.
  6. Blijven investeren in levenslang leren.


De conclusie is duidelijk: er zijn kansen, maar bedrijven en onderwijs moeten die ook effectief grijpen en verzilveren.

We sluiten af met een citaat van voormalig Vokavoorzitter Luc De Bruyckere: "Willen winnen is een mentale beslissing, winnen is een state of mind. In Vlaanderen moeten we winnaars stimuleren, zonder afgunst. Willen winnen begint met meer ambitie. Willen winnen betekent ook dat er keuzes worden gemaakt en dat die keuzes kunnen uitgelegd worden. We moeten een 'educated society' creëren, die het winnen stimuleert. Daarvoor is een brede onderwijshervorming nodig.

Er is dus één strenge conclusie: als we willen winnen, is het tijd voor dringend actie - niet alleen buiten onze ondernemingen, maar ook daarbinnen." (Vokacongres 2009)

Error loading MacroEngine script (file: /Themes/RelatedNews.cshtml)
ThemeContent