De ongekwalificeerde uitstroom. Dat is de mooie naam voor 'jongeren zonder diploma'. Net nu de arbeidsmarkt meer geschoolden vraagt, stijgt hun aantal. Het Voka-Kenniscentrum formuleert mogelijke oplossingen.
Wat is de ongekwalificeerde uitstroom?
Ongekwalificeerde uitstroom of drop-outs zijn jongeren die geen diploma of getuigschrift hebben behaald in het leerplichtonderwijs. Het HIVA, het onderzoeksinstituut van de KUL, hanteert de volgende definitie (J. Van Damme, 2010):
Het gaat om leerlingen vanaf achttien jaar die niet in het bezit zijn van een:
• diploma op het einde van het secundair onderwijs;
• getuigschrift derde jaar tweede graad BSO;
• kwalificatiegetuigschrift derde graad DBSO (deeltijdonderwijs);
• attest vijfde jaar BUSO (bijzonder onderwijs), of
• getuigschrift leertijd.
Wie zijn deze jongeren?
In het onderzoek bracht men de evolutie van de ongekwalificeerde uitstroom in kaart. De onderstaande tabel geeft de ongekwalificeerde uitstroom bij 18- tot 24-jarigen van 2001 tot 2007 weer.
Tabel 1: ongekwalificeerde 18-24-jarigen niet meer in leerplichtonderwijs
| Vlaanderen |
2001 |
2002 |
2003 |
2004 |
2005 |
2006 |
2007 |
| Totaal |
11.1% |
11.3% |
11.6% |
11.8% |
12.1% |
12.4% |
12.6% |
| Mannen |
13.6% |
13.9% |
14.3% |
14.5% |
14.9% |
15.3% |
15.5% |
| Vrouwen |
8.4% |
8.6% |
8.9% |
9.0% |
9.2% |
9.4% |
9.4% |
Bron: SSL-indicatoren
De bovenstaande tabel geeft zeer duidelijk aan dat de drop-outs elk jaar toenemen.
Procentueel gezien verlaten meer jongens dan meisjes de schoolbanken zonder enige kwalificatie. Behalve het geslacht, zijn er nog andere factoren die het risico op het niet-behalen van een getuigschrift of een kwalificatie verhogen. Het gaat met name om jongeren:
• met laagopgeleide ouders
• met ouders die niet zijn tewerkgesteld
• met een andere etnische achtergrond
• in een slechte schoolse situatie (gedrag en zittenblijven)
• die op een grote school zitten
Waarom is ongekwalificeerde uitstroom een probleem voor de arbeidsmarkt?
In verschillende onderzoeken werd aangetoond dat er een verband bestaat tussen iemands opleiding en zijn positie op de arbeidsmarkt. Dat geldt vooral voor een kwalificatie secundair onderwijs: zonder dat diploma worden iemands kansen op de arbeidsmarkt drastisch beperkt.
Toch leidt niet elk diploma tot jobzekerheid. Zelfs enkele diploma’s hoger onderwijs bieden geen zekerheid. De VDAB-cijfers over de schoolverlaters 2009 geven dat zeer duidelijk weer. Men heeft onderzocht welke afgestudeerden na een jaar nog steeds geen job hebben. Enkele cijfers:
• master wiskunde: 0%
• verpleegkundige: 0.5%
• bachelor elektromechanica: 0.9%
• dakwerker (zevende jaar): 3.1%
• verkoopster (zevende jaar): 11.8%
• master podiumkunsten: 25.0%
• eerste graad secundair en lager: 37.7%
Vooral het laatste cijfer geeft het belang weer van het hebben van een diploma. De andere cijfers laten zien aan welke profielen er nood is op de arbeidsmarkt.
Meer en meer bedrijven screenen toekomstige werknemers eerst en vooral op het bezit van de gevraagde competenties. Dat betekent zeer zeker niet dat een diploma geen belang meer heeft; wel creëert het meer kansen voor mensen die door de mazen van het onderwijsnet gevallen zijn.
Wat zijn mogelijke oplossingen?
In de literatuur worden tal van oplossingen aangereikt om de ongekwalificeerde uitstroom te verlagen. Één van de meest voorkomende oplossingen is alternerend leren, waar men vooral verwijst naar werkplekleren.
Meestal tracht men deze jongeren een kwalificatie te laten behalen via de weg van deeltijds onderwijs. Helaas gebeurt dat vooral uit negatieve overwegingen. Bovendien geven VDAB-cijfers aan dat 41.79% van deze afgestudeerden na een jaar nog steeds geen job heeft.
Dat is duidelijk geen oplossing. Voka stelt dat het een betere strategie zou zijn om werkplekleren meer in te voeren in de andere onderwijsvormen (TSO, BSO en ook ASO). Dat kan ertoe leiden dat jongeren een gevarieerder aanbod krijgen en ook meer zicht hebben op wat van hen wordt verwacht op de arbeidsmarkt.
Zelfs in het deeltijdonderwijs behaalt 29% geen kwalificatie. Daar zijn deeltijdcertificaten een goede oplossing. Dat geldt ook voor de andere onderwijsvormen. Men geeft jongeren zo een succeservaring mee, waardoor ze meer geneigd zullen zijn om een opleiding tot een goed einde te brengen. Opleidingen indelen in modules kan dat effect ook teweegbrengen.
Als een leerling toch de school verlaat zonder kwalificatie, dan zijn er tal van flexibele manieren om die kwalificatie alsnog te behalen. Het gaat overwegend om tweedekansleerwegen zoals:
• tweedekansonderwijs
• examencommissie van de Vlaamse overheid
• volwassenenonderwijs
• VDAB- en Syntra-opleidingen
Hierboven is reeds verwezen naar het belang van competenties: voor meer en meer bedrijven wordt dat het eerste criterium bij screening, en niet meer het behaalde diploma.
Drop-outs kunnen via tal van wegen hun competenties laten erkennen. Het meest gekende is de EVC-procedure (Elders Verworven Competenties), waar men na een traject van ervaringsbewijzen opgedane ervaring officieel erkent.
Dat zijn de voornaamste oplossingen. Samenvattend kan men stellen dat schoollopen voor de jongeren “sexy” moet worden: scholen en leraren zouden meer alternatieve wegen moeten bewandelen in hun pedagogische aanpak, om zo meer jongeren naar de finish te leiden. Het is hier uiteraard van zeer groot belang dat het juiste talent op de juiste plaats aanwezig is.
Auteur : Hakima El Meziane - Voka-Kenniscentrum
Bron : talent@voka 20 - september 2010