filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

25feb
10
 Levenslang leren en het volwassenenonderwijs

Levenslang leren staat hoog op tal van beleidsagenda’s. Daarom loont het de moeite om één van de verschaffers van dat levenslang leven in detail te belichten: het Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO).

 

Levenslang leren is een beleidsdomein dat sinds de Europese top van Lissabon in 2000 volop in de belangstelling staat. Europa zou tegen 2010 evolueren tot de meest competitieve en kennisgebaseerde economische regio ter wereld. Beleidspacten of verdragen op Vlaams niveau plaatsen dat ook zeer hoog op de beleidsagenda. Zo is er het ‘Pact van Vilvoorde’ geweest en nu het ‘Pact 2020’. Beiden onderschrijven ze het belang van levenslang leren. Helaas stellen we vast dat die doelstelling in zowel Europese als Vlaamse  beleidsdocumenten niet wordt gehaald.

 

Onderzoek

In 2009 publiceerde het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) de resultaten van de studie ‘Onderwijs voor volwassenen: wie neemt deel en waarom?’ (Ellen Boeren, 2009). Er zijn tal van instanties die onderwijs bieden voor volwassenen. Sinds 2007 bestaat er een nieuw decreet voor het volwassenenonderwijs, en daarom werden in de studie de onderwijsstatistieken van dat jaar onder de loep genomen.

 

Bij de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO’s) zijn er twee categorieën van opleidingen: Secundair Onderwijs voor Sociale promotie (SOSP) en Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie (HOSP). Beiden zijn gericht op het bieden van een tweede kans aan volwassen die geen diploma hebben kunnen behalen, en op vakspecifieke kennis.

 

In 2007 namen 301.594 mensen deel aan SOSP-opleidingen, en 26.085 aan HOSP-opleidingen. Zeer gegeerde opleidingen in het SOSP zijn algemene vorming (23%), vreemde talen (34%) en opleidingen binnen het domein economie en recht. In het HOSP bestaat de top-3 uit opleidingen binnen de domeinen economie en recht (43%), opleidingen computergebruik (19%) en de lerarenopleiding.

 

De onderstaande tabel schetst de persoonskenmerken naar studiekeuze cijfermatig.

 

   SOSP HOSP
 GESLACHT    
 Man  69% 60,1% 
 Vrouw  31% 39,9%
     
 LEEFTIJD    
 <45 jaar  54,1% 87,6% 
 >45 jaar  45,9% 12,4%%
     
 OPLEIDINGSNIVEAU    
 Laag  27,6% 9,7% 
 Midden  33,8% 57,7%
 Hoog  38,6% 32,6%
     
 HOOFDACTIVITEIT    
 Werkend  61,7% 83,3% 
 Werkzoekend  11,3% 10,1% 
 Inactief  27,0% 6,6% 

 
Uit de tabel kunnen we afleiden dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn, zowel bij het SOSP als het HOSP. Het HOSP biedt  meer diplomagerichte en arbeidsmarktgerichte cursussen, daarom is de genderkloof daar kleiner. Verder zijn het vooral volwassenen jonger dan 45 jaar en middengeschoolde en hooggeschoolde profielen die deelnemen aan deze opleidingen. Werkzoekenden maken zeer weinig gebruik van het opleidingsaanbod van de CVO’s.

 

Motivatie

Ook naar de motivatie van de cursisten heeft men gepeild in het onderzoek.
De meeste cursisten zijn vooral door de intrinsieke motivatie aangestuurd, maar binnen het HOSP is het behalen van een diploma zeer belangrijk. In het SOSP volgt 83% van de cursisten een opleiding uit persoonlijke interesse; in het HOSP is dat 53%. Van de cursisten uit de HOSP-opleidingen volgt 46% een cursus om werkgerelateerde redenen, en dat is veel hoger dan in het SOSP (16%).

 

Uit de studie kunnen we concluderen dat de CVO’s een groot publiek aanspreken in het kader van levenslang leren. Toch stellen we vast dat het vooral hoogopgeleide profielen zijn die er gebruik van maken. Ook doet men het meer uit persoonlijke interesse dan met een werkgerelateerde motivatie.

 

Wat vindt Voka?

Voka onderschrijft alle verdragen en pacten rond het thema levenslang leren. Bij enkelen, waaronder het Pact 2020 heeft Voka mee de doelstellingen geformuleerd. Employability (werknemers die in zichzelf investeren) is van zeer groot belang. Het heeft immers een meervoudige functie. Zo kan een hogere deelname aan levenslang leren niet enkel gerelateerd zijn aan het ontwikkelen van competenties, maar ook een link hebben met minder rokende volwassenen, een hogere levenskwaliteit, en meer jobtevredenheid.

 

We moeten werken met het onderwijs als partner in levenslange competentieontwikkeling. Daarin is nog veel ruimte voor evolutie. Het individu komt immers steeds meer centraal te staan in een netwerk van aanbieders van opleidingen. Die kunnen uit het formeel onderwijs komen, uit de publieke sfeer (CVO, VDAB, Syntra,..) of uit de private markt. Samen vormen zij een ecosysteem dat mee instaat voor de levenslange, blijvende vorming.

 

Dat model vereist een veel grotere openheid naar de externe wereld dan tot nog toe gangbaar was. De interactie tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt immers veel frequenter, en zal niet langer enkel aan de eindmeet plaatsgrijpen.

 

Auteur : Hakima El Meziane, Voka-kenniscentrum
Bron : talent@voka 15 - februari 2010

terug