De arbeidsmarkt is aan het transformeren, de nood aan technische profielen zal nog verder toenemen. Daarom moet ons technisch onderwijs mee evolueren.
Vandaag kijkt het bedrijfsleven tegen een paradoxale uitdaging aan: de huidige crisis snijdt fundamenteel in ons economisch weefsel, met alle gevolgen vandien. De wereld die we zullen aantreffen eens de economie weer aantrekt, zal anders zijn dan die van vandaag. Aanpassingsvermogen en flexibiliteit zijn dan ook kerncompetenties om op terug te vallen.
Ook medewerkers zullen zich door die competenties onderscheiden, al was het maar omdat de voorspelbare loopbaan bij één werkgever echt een relict van het verleden zal worden.
Hoewel het vreemd klinkt in tijden van crisis, hebben we nood aan 150.000 bijkomende werkenden tegen 2020. Die moeten helpen om de uitstroom van de vergrijzing op te vangen én om de factuur daarvan betaalbaar te houden. Om dat doel te bereiken, zullen alle afgestudeerden aan het werk moeten en dienen we werklozen te activeren, ouderen aan het werk te houden en buitenlands talent aan te trekken.
Transformatie
De arbeidsmarkt ondergaat een transformatie, waardoor enkele beroepen meer het aanbod zullen bepalen en andere beroepen aan belang gaan verliezen. Het onderzoeksagentschap van de EU, CEDEFOP (2010), heeft een prospectie-instrument ontwikkeld om te kijken naar de toekomstige noden van de Europese arbeidsmarkt.
Uit de onderstaande grafiek kunnen we afleiden welke beroepen in de lift zitten en welke meer op de achtergrond komen.
Uit deze tabel blijkt dat vooral technische beroepen en beroepen waarvoor hoge kwalificaties vereist zijn, aan belang gaan winnen. De vraag naar elementaire jobs gaat ook toenemen, vooral de dienstenberoepen zoals de poetsdiensten. Om de arbeidsmarkt te bevoorraden met deze beroepsgroepen is een goede samenwerking tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt onontbeerlijk.
Onderwijs
Het spreekt voor zich dat dit enorme verwachtingen schept vanuit het bedrijfsleven naar het onderwijs toe. We bekijken alle recente evoluties dan ook met die bril. Concreet hebben we enerzijds nood aan onderwijs dat aansluiting biedt op de arbeidsmarkt, en anderzijds aan een onderwijssysteem dat zich steeds meer profileert als een partner in een traject van levenslange, blijvende ontwikkeling van competenties.
Het bedrijfsleven stelt reeds jaren vast dat er in het algemeen een gebrekkige waardering is voor technische vakken en studierichtingen. Anders gesteld: het technisch onderwijs wordt vandaag gekozen uit negatieve overwegingen (de andere studierichtingen blijken onhaalbaar te zijn voor de leerling), en niet om positieve redenen (de leerling heeft zelf interesse in technische vakken en maakt hier bewust een keuze voor).
Opwaardering
Een herwaardering van het technisch onderwijs kan via verschillende sporen lopen, zoals beter en meer actuele technische infrastructuur, opwaardering van technische vakken - die zich qua moeilijkheidsgraad ook op een niveau van het huidige ASO kunnen bevinden -, vanuit het technisch onderwijs doorstroomperspectieven bieden aan leerlingen die zich verder wensen te verdiepen in bepaalde vakken, combinaties mogelijk maken tussen techniek en andere vakken op hoog niveau, enz.
Er zijn reeds tal van initiatieven ondernomen door verschillenden instanties (het onderwijs, de bedrijven, de sectoren, enz.) en tocht stelt men vast dat de vacatures voor technische beroepen zeer moeilijk worden ingevuld.
Specifiek met betrekking tot de afstemming onderwijs–arbeidsmarkt zijn de problemen groot, en dienen dringend nieuwe paden bewandeld te worden. Immers, de kennis en vaardigheden die vandaag de dag geëist worden in een industrieel bedrijf zijn complex. De vraag naar zeer goed opgeleide en flexibel inzetbare werknemers blijft constant hoog. Het is dan ook een belangrijke taak om in te zetten op een onderwijs dat aansluit op de behoeften van de bedrijven, zowel op het gebied van kennis als naar competenties toe.
Voka heeft nagedacht over manieren om technische beroepen weer sexy te maken voor jongeren. In het rapport-Monard (visienota rond de hervorming van het secundair onderwijs) wordt heel duidelijk gekozen om de eerste graad te laten fungeren als een observatiegraad waar men ontluikend talent beter kan opsporen. Technologische opvoeding en technische vakken krijgen hier een duidelijke plaats. Dit is een punt waar Voka voor geijverd heeft. Een leerling volgt tijdens de eerste twee jaren intensief vier belangengebieden, gedurende een module of enkele uren per week, met name:
• Gezondheid, welzijn en samenleving
• Administratie, handel en economie
• Natuur, techniek en wetenschappen
• Talen, kunst en cultuur
Industrieel Secundair Onderwijs
Samen met de industriële sectoren heeft Voka een nieuw model van technisch onderwijs uitgewerkt: Industrieel Secundair Onderwijs of ISO. In dit model trachten we zowel het onderwijs als het bedrijfsleven verantwoordelijk te maken voor het opleiden van competente technische mensen. De focus ligt hier op leren en werken, niet in de vorm van kortlopende stages, maar als duurzame werkervaring. Dit kan gradueel opgebouwd worden waarbij in het Se-N-Se-jaar (7de jaar specialisatie) de verdeling les/werk op 50/50 kan liggen. Op die manier bouwt men als leerling een langetermijnrelatie op met de bedrijven, en leren de bedrijven de leerling ook perfect kennen. In de nieuwsbrief van oktober wordt ISO meer uitgebreid besproken.
De hierboven besproken twee mogelijke integrale manieren van aanpak gaan ons een andere kijk geven op het technisch onderwijs. Vooral het ISO-voorstel heeft zeer veel potentieel, omdat dit enkel kan functioneren indien het onderwijs en de industrie de verantwoordelijkheid om deze jongeren op te leiden, met elkaar delen. Voor Voka is de grote doelstelling: willen winnen. Dat is enkel mogelijk indien we de krachten bundelen.
Auteur : Hakima El Meziane, Voka-Kenniscentrum
Bron : talent@voka 20 - september 2010