filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

06jan
12
 Boeken: de selectie van januari 2012

Voor januari stellen we drie boeken aan u voor. 'Het pensioenspook' van Gilbert De Swert krijgt een recensie van Jan Van Doren van het Voka-Kenniscentrum. Verder nog twee boeken over de sociale verkiezingen en over aansprakelijkheid.

 

Het pensioenspook

Gilbert De Swert - Uitgeverij EPO

 

ACV-studax jaagt op pensioenspoken

Het probleem van de betaalbaarheid van de pensioenen wordt opgeblazen tot een pensioenspook dat  mensen angst aanjaagt om  steun te krijgen voor maatregelen als langer werken en pensioenhervormingen die niet altijd rechtvaardig zijn. Dat is samengevat het betoog van Gilbert De Swert, gewezen hoofd van de ACV-studiedienst, in zijn boek “Het pensioenspook”. Hij voert een stevig becijferd argumentarium aan, maar met heel wat gaten. Ten gronde is het een ideologisch manifest.

 

De vergrijzingsproblematiek is gekend. De demografie maakt dat een toenemende groep van niet-actieven (ouderen) moet onderhouden worden door een krimpende groep niet-actieven. Hierdoor worden pensioenen en gezondheidszorg mettertijd onbetaalbaar.
Volgens  De Swert wordt het probleem opgeblazen. Ten eerste omdat de jongste prognoses van de Studiecommissie voor de Vergrijzing aangeven dat het aantal werkenden blijft stijgen, enerzijds door nieuwe instroom van jongeren die hoger ligt dan eerder verwacht en anderzijds door  een toename van de werkgelegenheidsgraad in de beroepsbevolking.

Ten tweede, voert de ACV-studax aan, de meeruitgaven van de vergrijzing blijven in de raming van de Vergrijzingscommissie  beperkt tot 0,19 % van het BBP of een kleine 700 miljoen euro per jaar tot 2030 (elk jaar er bij, plus inflatie). Peace of cake voor De Swert.  Er komt automatisch een groter financieel draagvlak doordat mensen ook zonder drastische hervormingen langer zullen werken. Eén: vrouwen werken steeds meer en langer. Twee: jongeren starten later en zullen volgens De Swert ook later stoppen. Drie: fysiek belastende jobs  maken steeds meer plaats voor draaglijke dienstenjobs.  Het ultieme argument van De Swert om te spreken van een pensioenspook:  door de aanhoudende groei worden we rijker en we hoeven in 2030 slechts één zevende van die bijkomende welvaart af te staan voor de financiering van de sociale zekerheid (bovenop de bestaande afdrachten, wel te verstaan). Wie kan daar om malen?

 

Drijfzand

Het argumentarium berust op drijfzand. Wat de prognoses inzake aantal werkenden betreft, klopt het dat we naast vergrijzing ook meer jongeren krijgen. Maar van de actieve bevolking een toenemende deel ook effectief aan de slag krijgen, is verre van een automatische evidentie. Er is de toenemende  mismatch tussen scholing en vereisten van de arbeidsmarkt, en tegelijk ook voor een belangrijke groep jongeren een langere studieduur  (dus later actief).  Er is de toenemende druk van de internationale concurrentie die competitieve ondernemingskosten – dus ook loonkosten – vergt op straffe van verdwijning (of verhuis) van economische activiteit.  De redenering van De Swert dat door arbeidschaarste de ondernemingen automatisch de reserve van werklozen zullen uitputten en daarvoor ook meer kosten zullen aangaan, gaat te kort door de bocht.  België is als kleine open economie bijzonder gevoelig voor buitenlandse concurrentie: te hoge kosten jagen ondernemingen en jobs weg.  En voor publieke diensten of social profit zijn de marges budgettair erg beperkt. Arbeidskrapte is niet de oplossing maar uitgerekend een bottle  neck voor de zo noodzakelijke economische groei, waar De Swert op rekent.


Naïef is helaas ook zijn redenering dat de economische groei  op automatische piloot verder draait aan gemiddeld 1,5% per jaar, vooral dan een aanhoudende groei van de arbeidsproductiviteit. De jongste decennia kennen we een structurele daling van de arbeidsproductiviteit, tot nog amper 1% het voorbije decennium. Dat heeft te maken met de reeds hoge productiviteit van onze industrie die tegen het plafond zit, de daling van het belang van hoogproductieve industrie ten voordele van minder productieve diensten,  de politiek om de werkgelegenheid op te voeren in laagproductieve jobs voor lager gescholden (bv. dienstencheques), en het  verlies aan productiviteit door een oudere beroepsbevolking. Deze trends zullen zich doorzetten. En daar bovenop komt nog de hypotheek van opgelopen overheidsschuld en de aanslepende economische crisis, inzonderheid in de eurozone, die ons land groeipotentieel kost. De prognoses van het Planbureau (of de Vergrijzingscommissie) waar De Swert  zich op beroept , zijn allicht te optimistisch. Overigens is het een trend dat de Vergrijzingscomissie de groeivoorspellingen van jaar tot jaar neerwaarts herziet.

De ACV-studax erkent wel ten volle de nood aan een beleid gericht op economische groei. Maar dat zal moeilijke politieke keuzes vergen omdat er geen budgettaire ruimte is om tegelijk te investeren in groei en de andere uitgavenmechanismen onberoerd te laten. Tenzij men natuurlijk denkt alles te kunnen blijven doen door de belastingen nog verder te verhogen, zoals De Swert ultiem voorstelt, met enig cynisch  populisme ( van de welvaartstoename 1/7 afdragen of “in plaats van 14 slechts 12 flessen champagne, bakken Duvel, of games”).

 

Maatschappelijke utopie

Wie dieper graaft onder het argumentarium van De Swert ontwaart een zeer uitgesproken ideologische opstelling. Die hij overigens hier en daar ook zeer expliciet maakt. Wie jaagt de mensen de pensioenstuipen op het lijf volgens De Swert? Banken en verzekeraars omdat ze groepsverzekeringen en pensioensparen willen verkopen, en werkgevers om de arbeidsreserve ruim te houden (door langer werken en economische migranten en zo meer neerwaartse druk op de lonen).  Omgekeerd geeft de ACV-studax impliciet aan met zijn betoog aan te sturen op een krappe arbeidsmarkt om loonsverhogingen af te dwingen, zonder veel oog voor de negatieve tewerkstellingseffecten.  Zoals hij ook aangeeft veel meer vertrouwen te hebben in de overheid om pensioenen  te verzekeren,  via het wettelijk stelsel,  dan in private extra-legale pensioenvorming.  En dat wettelijke pensioen mag gerust wat meer aan belastingen (of sociale bijdragen) kosten.
De  ultieme droom van De Swert: naast sociale bijdragen voor een publiek stelsel van sociale zekerheid ook een stelsel van economische bijdragen (belastingen) invoeren waarmee de overheid de gepaste investeringen in de economie doet. Zo kunnen we “ons collectief leven ontdoen van beurzen en bankiers, en korte metten maken met de Markten”.   Maar dit noemt hij een “maatschappelijke utopie”.  Oef!

 

Jan Van Doren, adjunct-directeur Voka-Kenniscentrum

 

De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

Jan Dillen - Uitgeverij UGA

 

Deze uitgave gaat over de aansprakelijkheid van de preventieadviseur en van de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
De noodzaak van dit boek was groot, gezien de beperkte beschikbare informatie hierover.

 

Eerst bespreekt de auteur de burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid.
De burgerlijke aansprakelijkheid heeft te maken met het vergoeden van schade door de veroorzaker ervan. Deze burgerlijke schade, waarvan de kosten bij een arbeidsongeval zeer hoog kunnen oplopen, is verzekerbaar.

 

De strafrechtelijke aansprakelijkheid daarentegen heeft te maken met het naleven van de wettelijke bepalingen. De niet-naleving ervan vormt een strafrechtelijke inbreuk van een natuurlijk persoon en is niet verzekerbaar.

 

Het ‘aantoonbaar maken’ door de preventieadviseur en/of de V&G-coördinator van de uitvoering van hun taken, zal hun aansprakelijkheid dan ook aanzienlijk verminderen.

 

De aansprakelijkheidsprincipes worden daarna toegelicht aan de hand van verschillende cases. Deze leggen de link met de praktijk en verduidelijken de theorie. De cases worden ook verduidelijkt met de nodige commentaar.


Er wordt in het boek al gerefereerd naar het nieuwe Sociale Strafwetboek.

 

De sociale verkiezingen ontrafeld

P. Humblet en J. Vanthournout (eds.) - Uitgeverij Intersentia

 

Dit boek is geen klassieke handleiding voor de organisatie van de sociale verkiezingen, maar een mix van praktijk en theorie. Het richt zich tot al wie betrokken is bij dit vierjaarlijkse evenement.

Michel De Gols (FOD WASO) serveert als entree een overzicht van de wijzigingen van de regelgeving ten opzichte van de editie van 2008.

Jan Vanthournout (SD Worx/Vakgroep Sociaal Recht UGent) en André Leurs (ACV) hebben een boek-in-een-boek geschreven. Zij hebben niet minder dan vijfhonderd vonnissen en arresten geanalyseerd. In hun bijdrage wordt ingegaan op de basisbegrippen, zoals de technische bedrijfseenheid, leidinggevende functies, kaderfuncties, de kiesverrichtingen, ... Daarnaast wordt onderzocht waarover en door wie werd geprocedeerd.

Sociale verkiezingen zijn hoogdagen voor de advocatuur. Twee advocaten, Herman Buyssens en Tony Van de Calseyde (balie Antwerpen), fileren de knelpunten op het vlak van de procedure.

Tot slot wordt aandacht besteed aan een aspect dat onlosmakelijk is verbonden met de sociale verkiezingen, namelijk de bescherming van de personeelsafgevaardigden. Chris De Ganck (balie Gent) houdt de wet van 19 maart 1991 tegen het licht. Hij focust zich op de lacunes die belangrijk zijn voor de praktizijn.

Isabelle Van Hiel (Vakgroep Sociaal Recht UGent) doet een gelijkaardige oefening vanuit een ander perspectief. Zij schetst een beeld van de (vaak onrealistische) wetsvoorstellen van de voorbije twintig jaar en van het prisoner’s dilemma dat de sociale partners in zijn greep houdt.

Bron : talent@voka 35 - januari 2012

terug