filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

27aug
10
 Bedrijven en universiteiten: je t'aime, moi non plus?

De academische wereld en die van het bedrijfsleven staan minder ver van mekaar dan je denkt. Het stereotype van de ivoren toren klopt niet. Vorig jaar financierde het bedrijfsleven 150 miljoen euro aan universitair onderzoek.

 

Universiteiten zijn rare dingen. Ivoren torens waarin hordes professoren en onderzoekers zich toeleggen op de meer esoterische betrachtingen die een mens zich kan voorstellen.

 

Het geld dat we er als gemeenschap jaarlijks insteken, wordt op mysterieuze wijze omgezet in papers en traktaten die enkel toegankelijk zijn voor de happy few. Meerwaarde, laat staan economische meerwaarde, die terugvloeit naar de rest van de maatschappij is onbestaand.

 

Stereotype

Dat stereotiep beeld is bijzonder hardnekkig. Niemand zal ontkennen dat universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs een eigen missie hebben en dat die niet samenvalt met die van het bedrijfsleven.

 

Maar het water tussen beide is misschien minder diep dan we graag geloven. Het beste bewijs is allicht dat vorig jaar 15,9% van het universitair onderzoek - goed voor 150 miljoen euro - door het bedrijfsleven werd gefinancierd.

 

Die 150 miljoen is mee het gevolg van een toenadering die de laatste jaren verder versneld is. De Vlaamse overheid heeft immers als expliciete beleidsdoelstelling om de samenwerking tussen privaat en publiek onderzoek te versterken.

 

De idee is dat samenwerking en bundeling van krachten leidt tot een kruisbestuiving en meer slagkracht dan wanneer iedereen in aparte kokers blijft werken. Ondertussen bestaan er veel maatregelen om dat principe in de praktijk te brengen. Hier nemen we twee van de meer opvallende onder de loep.


Baekeland-doctoraten

Het doctoraat blijft de hoeksteen voor academische carrières en het onderzoek dat erbij hoort. Door zich te verdiepen in een bepaald vakgebied, kan een jonge vorser de titel van “doctor” halen en zo opklimmen in de universitaire hiërarchie.

 

Typisch zijn doctoraten zeer theoretische studies die nog een lang traject nodig hebben om ze (eventueel) in de praktijk toepasbaar te maken. Zeer veel energie en goede ideeën bleven daardoor ontoegankelijk voor bedrijven die zich op meer toegepast onderzoek toeleggen.

 

Het Baekeland-systeem laat sinds 2009 toe om een doctoraatstraject op te zetten dat gesponsord wordt door zowel een bedrijfspartner als door de universiteit. De doctorandus, die in dienst kan zijn van één van beide partners, brengt de helft van zijn tijd door binnen het bedrijf en de ander helft in de universitaire omgeving. Zijn doctoraat wordt opgevolgd door een commissie waarin beide sponsors vertegenwoordigd zijn.

 

Het onmiddellijke succes van Baekeland – de eerste oproep leidde tot dubbel zoveel aanvragen als plaatsen – toont dat dit een schot in de roos is om structureel samen te werken. Vanuit private hoek wordt het immers mogelijk om een fundamenteler onderwerp grondig te bekijken. Vanuit academische hoek is er onmiddellijke inkoppeling met een onderwerp dat economisch relevant wordt geacht en waaruit in de toekomst allicht vervolgfinanciering kan komen.

Tetra-projecten

Van een heel andere orde zijn de Tetra-projecten. Die financieren zeer toegepast onderzoek aan de hogescholen dat direct ten goede komt aan een groep van kmo's. Het geheel wordt gevolgd door een begeleidingscommissie, die ook een klein percentage van de projectkost draagt.

 

Doordat veel hogescholen zich meer en meer op onderzoek toeleggen, is ook het aantal Tetra-aanvragen de hoogte ingegaan. Zo waren er 57 aanvragen in 2009, terwijl de teller begin 2010 al op 81 projecten stond. De relatief lage instapdrempel en het zeer toegepaste karakter van het onderzoek, maken dat deelnemende bedrijven al snel hun tijd en inspanningen kunnen terugverdienen.

 

Uiteraard is het niet al rozegeur en maneschijn in dit soort samenwerkingen. Het verschil in missie en het tijdsperspectief waarin men werkt, vormen sowieso een bron van potentiële misverstanden en onbegrip. Ook discussies over intellectuele eigendomsrechten gooien regelmatig roet in het eten.

 

Toch duiden de cijfers en de positieve ervaringen van veel betrokkenen erop dat de kloof tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen helemaal niet zo onoverbrugbaar is als we vaak denken. Zoals in elke goede relatie is het een continu spel van geven en nemen. Maar zoals in elke goede relatie is het eindresultaat die inspanning meer dan waard.

 

Auteur : Peter Verboven, Voka-Kenniscentrum
Bron : talent@voka 20 - september 2010

terug