filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Infotheek

31okt
06
 Succesformule voor Vlaanderen

Het businessmodel van Vlaanderen is verouderd. Daarom hebben we een nieuwe succesformule nodig. Voka-voorzitter Urbain Vandeurzen formuleert die op het jongste Voka-congres als E = ti2.

Als we inzetten op talent, internationalisering en innovatie, dan kunnen we excellent zijn. Op 17 oktober verzamelde ondernemend Vlaanderen in de Brabanthal te Leuven om te horen hoe zij dit in de praktijk kunnen omzetten.

 

Voka-congres over vernieuwing van ons economisch DNA

 Negenhonderd ondernemers zitten samen in een volledig verduisterde zaal, terwijl een klok de tijd genadeloos wegtikt. Radiostemmen kondigen schijnbaar contrasterende boodschappen aan. “Nooit eerder heeft de Vlaming zoveel nieuwe auto’s gekocht als in de eerste acht maanden van dit jaar.” En: “Onze economie kreunt. Volgens Voka zullen de werkgevers in 2030 door de toenemende vergrijzing de dertiende en de veertiende maand niet meer kunnen betalen.” De toon was meteen gezet op het Voka-congres dat dit jaar plaats vond in de Brabanthal te Leuven. Onze hoge levensstandaard geeft ons de indruk dat de welvaart ook voor de toekomst gegarandeerd is, maar de harde werkelijkheid in internationale rankings leert ons dat Vlaanderen de jongste jaren snel achteruit gaat. Er is actie nodig. De kernvraag is: Hoe kunnen we de groeimotor van onze Vlaamse economie radicaal vernieuwen, zodat we morgen weer tot de Europese top behoren? Voka-voorzitter Urbain Vandeurzen verzamelde de afgelopen maanden niet minder dan tweehonderd ondernemers rondom zich om een antwoord te formuleren op deze vraag. Dit gebeurde in zeven verschillende stuurgroepen die nadachten over zaken als de transformatie van sectoren en de troeven van Vlaanderen. De ondernemers werden bijgestaan door academici, externe experten en de adviseurs van het Voka-kenniscentrum. Tijdens het congres werden de eerste resultaten van maanden keihard werken voorgesteld.

 

E = ti2

Urbain Vandeurzen had bij zijn aantreden als voorzitter al benadrukt dat hij niet enkel de sense of urgency wilde aanwakkeren, maar eerst en vooral vooruit wilde denken, actie ondernemen, met oplossingen komen én hiervoor ook een draagvlak creëren. Dat hij een man van zijn woord is, bewees hij zijn achterban alvast door hen in zijn congrestoespraak een heuse succesformule aan te reiken:
E = ti2. Met deze knipoog naar de relativiteitstheorie van Einstein gaf hij aan dat we ‘excellent’ kunnen zijn als we inzetten op drie verschillende terreinen: talent, internationalisering en integrale innovatie. Inzetten op talent: omdat we moeten blijven investeren in de vernieuwing van ons onderwijs en in permanente talentontwikkeling op de werkplek. Urbain Vandeurzen: “Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van de werknemers, de ondernemers en de overheid. Ik vertrouw erop dat alle Vlaamse sociale partners hier de noodzaak van inzien. Ik stel dan ook voor dat zij hier binnen het Vlaams sociaal overleg op een innovatieve manier mee omgaan. We kunnen dit de proeftuin van de Competentieagenda 2010 noemen.” Ten tweede moeten we inzetten op internationaal ondernemen. Ook hier gaf de voorzitter de ondernemers een concrete doelstelling mee, met name het marktaandeel terugwinnen dat we de afgelopen vijftien jaar verloren zijn. Vandaag zitten we met 75% van onze internationale activiteiten in de oude EU. “Maar we mogen niet vergeten dat er in de nieuwe groeilanden de komende tien jaar een miljard nieuwe consumenten bijkomen, een opportuniteit die we niet mogen laten liggen”, zo riep hij op. Ten derde moeten we uitblinken in innovatie. Hier luidde de opdracht: “tegen 2015 moeten we een kwart van onze omzet, het dubbele van vandaag, halen uit nieuwe producten.” En - heel belangrijk - volgens de voorzitter is innovatie iets voor alle bedrijven en alle organisaties: KMO of multinational, profit of social profit. “Uw merknaam en design, uw producten en diensten, uw productie- en verkoopsprocessen, uw businessmodel: u kan dit allemaal innoveren.”

 

De succesformule E = ti2 is nodig omdat het klassieke businessmodel van Vlaanderen – hoge loonkosten die gecompenseerd worden met een hoge productiviteit – niet meer voldoet. Met de nieuwe oplossing stelde Vandeurzen ook een globale doelstelling voor Vlaanderen in het vooruitzicht: tegen 2015 moet Vlaanderen tot de top tien behoren van de 125 regio’s in Vlaanderen en dit op het vlak van economie, levenskwaliteit, solidariteit en duurzaamheid. En dit moet kunnen met een overheid die niet meer kost dan het Europese gemiddelde.

 

Om dit alles te kunnen realiseren, ziet Urbain Vandeurzen vijf kritische succesfactoren. Een eerste is de creatie van een voldoende groot draagvlak voor de vernieuwing van ons economisch DNA. Tijdens de afgelopen maanden werd hier al volop aan gewerkt. Urbain Vandeurzen vond steun bij 22 verschillende sectoren; een groep van 200 ondernemers werkte actief mee aan het transformatieprogramma in werkgroepen; en ook de Vlaamse regering had oren naar het plan. Het businessplan ‘Vlaanderen in Actie’ vormt hiervan een weerslag. Maar dit alles is uiteraard niet voldoende. Nu moet er nog meer actie volgen bij alle bedrijven. Voka gaat dit stimuleren door samen met Flanders DC een ti2-test uit te werken, waarmee bedrijven kunnen nagaan hoever ze al staan. Een tweede succesfactor is de oprichting van businessplatformen rond nieuwe, beloftevolle activiteiten waarin Vlaanderen wereldleider kan zijn. Vandeurzen noemde er alvast drie: “digitalisering, ondernemerschap in gezondheidszorg en de uitbouw van Vlaanderen als logistieke hub van Europa”. Ten derde moet er meer geïnvesteerd worden in ti2. Dat betekent dat Vlaanderen net zoveel investeert als de topregio’s in bijvoorbeeld infrastructuur en onderzoek en ontwikkeling. Het concrete streefdoel voor dit laatste is 3% van het BBP tegen 2010 en 3,5% van het BBP tegen 2015. Een vierde kritische succesfactor is “dat onze overheden al hun klanten een efficiënte en uitstekende dienstverlening bieden en dat ze daarbij niet duurder zijn dan de gemiddelde Europese kostprijs.” In cijfers betekent dit dat de overheid 2,6% van het BBP moet kunnen besparen, oftewel 8 miljard euro. Hieraan gekoppeld is een verdere staatshervorming absoluut noodzakelijk. Want alleen dan kan Vlaanderen alles doen wat nodig is om haar toekomstplan te doen slagen. Een vijfde en laatste kritische succesfactor is te komen tot een cultuur van permanente verandering. Van Vlamingen wordt gezegd dat ze hard werken en Bourgondisch leven. “Maar zijn dat de juiste waarden voor talentontwikkeling, internationalisering en innovatie?”, vroeg de voorzitter zich af. Volgens hem moeten we meer de nadruk leggen op zin voor initiatief, creativiteit, flexibiliteit, ambitie en durf. “Wij Vlamingen moeten in 2015 van onszelf kunnen zeggen dat wij de waarden voor ti2 in onze genen hebben zitten”, zo besloot Urbain Vandeurzen.

 

Sectoren transformeren 

Wat ti2 in de praktijk betekent, kwamen de congresgangers te weten tijdens de talrijke debatten en interviews. Ook de eerste conclusies van de stuurgroepen werden besproken. Peter Leyman, CEO van Volvo Cars Gent, mocht hierbij als voorzitter van de stuurgroep ‘sectortransformaties’ de spits afbijten. Als voorbeeld van een geslaagde sectortransformatie haalde hij de oefening van de automobielsector aan. Deze bedrijven kampten met een gezamenlijk probleem – met name wereldwijde overcapaciteit én bikkelharde concurrentie door de globalisering – waardoor het nodig was een lijst met gezamenlijke noden en eisen op te stellen. Door met dit plan naar de overheid te gaan, slaagden ze erin noodzakelijke maatregelen af te dwingen zoals een premie voor ploegenarbeid. Volgens Leyman kunnen alle sectoren dit, op voorwaarde dat ook de overheid iets doet aan de hoge kosten voor de bedrijven. Wat zo’n transformatie concreet kan betekenen voor andere sectoren, getuigden onder meer Bernard Deryckere (Alpro) voor de voeding en Johan Van Wassenhove (Denys) voor de bouwsector. Een conditio sine qua non om te kunnen transformeren, zo stelde Herwig Muyldermans die de uitzendsector vertegenwoordigde, is dat we meer investeren in arbeidsflexibiliteit. Wilson De Pril, algemeen directeur van Agoria Vlaanderen, besloot dat het er nu op aankomt om samen met de overheid en de vakbonden een methodologie te ontwikkelen voor de sectortransformaties.

 

Troeven van Vlaanderen

André Bergen, CEO van de KBC-groep, bracht verslag uit over de stuurgroep ‘troeven van Vlaanderen’. Vlaanderen beschikt over een unieke centrale ligging, waarbij we niet enkel beschikken over bloeiende zee-, en luchthavens, maar ook over een interessant hinterland met veel trein-, snel- en binnenwaterwegen. “Als we nu ook nog eens investeren in slimme logistieke oplossingen én als de overheid een beter geïntegreerd beleid voert – dus geen luchthaven met drie verschillende geluidsnormen bijvoorbeeld – dan zullen we hier binnenkort massaal Chinese investeerders kunnen aantrekken”, zo zei Bergen. Alex Van Breedam, directeur van het Vlaams Instituut voor de Logistiek, vulde aan en zei dat de competitie van de toekomst zich op “het achterland” zal afspelen: “daarom moeten we hierover een sluitende visie ontwikkelen. We moeten investeren in infrastructuur en bedrijven bij elkaar zetten om logistieke stromen te bundelen tegen een minimale kost.” Luc Hooybergs, general manager van Nike Laakdal, dat onlangs aanzienlijk uitbreidde, bevestigde het belang van deze troef. “Het hoofdkwartier van Nike vindt onze vestiging interessant omwille van onze ligging en de kwalitatieve medewerkers.”

 

We moeten ook proberen om hoofdkwartieren van bedrijven naar hier te lokken. Brussel is een troef die hierbij uitgespeeld kan worden. Johan Van den Driessche van KPMG pleitte ervoor om Vlaanderen beter op de kaart te zetten: via Brussel, via een stabiele fiscaliteit, door de nadruk te leggen op onze talenten, en door goede stedelijke projecten. “Brussel is een sterk merk, maar we moeten er nog meer van wakker liggen”, zo riep hij de ondernemers op. 

 

Kennis valoriseren

Anton De Proft, CEO van Icos Vision Systems, mocht de spits afbijten voor het hoofdstuk ‘kennisvalorisatie’. De stuurgroep in kwestie pleit voor marktgedreven innovatie. “Dit betekent”, zo zei de Proft, “dat innovatie altijd gezien moet worden in het licht van de waarden die hierdoor voor de klant gecreëerd worden. Dat kan zijn door sneller te leveren, betere producten aan te bieden, enzovoort.” Om dit te kunnen, zullen bedrijven meer moeten samenwerken, en over de grenzen heen durven kijken, óók voor het aantrekken van internationaal talent. Jan Callewaert van Option en Dirk Carrez van EuropaBio illustreerden vervolgens hoe dit omgezet kan worden in de praktijk. Beiden benadrukten dat het niet alleen belangrijk is om naar klanten te luisteren, maar ook naar de leveranciers en andere stakeholders, zoals de universiteiten. “Innovatie stopt niet bij de ontwikkeling van een idee voor een product; innovatie blijft voortduren, tot het product bij de klant ligt”, zo zei Callewaert. Stijn Bijnens, CEO van Ubizen, had het over het verschil tussen nu en de tijd van de internethype eind jaren negentig. “Klanten dachten toen in termen van ‘nice to have’ – ze kochten iets omdat ze het graag hadden -, nu denken ze in termen van ‘must have’- ze kopen enkel iets als ze het echt nodig hebben. Daarom is een goed productmanagement vandaag cruciaal. Maar in Vlaanderen stopt dit nog te vaak bij een technisch productmanagement en vergeet men dat de marketing van de producten minstens even belangrijk is.” Verder werd ook met de vinger gewezen naar Europa. Jo Cornu, bestuurder van vennootschappen: “In tegenstelling tot Amerika vormen we nog een te gefragmenteerde markt, en dit stremt bedrijven. Bijvoorbeeld voor de aankoop van patenten, die in Europa nog steeds vier keer duurder zijn.”

Gezondheidszorg zonder grenzen

Katrien Kesteloot, financieel directeur van UZ KU Leuven en voorzitter van de stuurgroep ‘gezondheidszorg zonder grenzen’, was heel blij dat de gezondheidssector eindelijk niet enkel als een kost gezien wordt, maar ook als een economische opportuniteit: “Onze sector is belangrijk voor de tewerkstelling, het is een bron van innovatie, en er wordt een hoge toegevoegde waarde gecreëerd.” Volgens haar is de gezondheidssector een groeisector die zich in de toekomst meer ondernemend zal moeten opstellen. “De aankomende vergrijzing zal ons hiertoe dwingen”, zo zei ze. Dit kan als er innovatieve toepassingen worden ontwikkeld, en hier liggen heel wat mogelijkheden weggelegd om samen te werken met het bedrijfsleven. Als succesvol voorbeeld verwees ze naar de digitalisering van de beeldvorming, ook ontstaan door een goede samenwerking met het bedrijfsleven, die ervoor zorgt dat ziekenhuizen sneller diagnoses kunnen stellen en beter kunnen communiceren met gezondheidscentra elders. Leo Neels, algemeen directeur van pharma.be, voegt hieraan toe: “health is wealth: niet enkel voor de bevolking, maar ook voor de economie. Ook de overheid moet dit inzien. De financiering van de gezondheidszorg moet innovatie in de sector stimuleren.” Johan Hellings, algemeen directeur van Ziekenhuis Oost-Limburg, waarschuwt dat niet vergeten mag worden dat ‘kwaliteitsvolle gezondheidszorg’ de eerste opdracht is en voor iedereen gegarandeerd moet blijven. Carine Boonen, algemeen directeur van het Verbond der Verzorgingsinstellingen, sloot zich daarbij aan, maar was tegelijk blij met de uitgestoken hand van de Vlaamse industrie. Journalist Guy Tegenbos vroeg even later of “commercie” dan niet “vies” is in het kader van de gezondheidszorg. Guy Peeters, algemeen secretaris van het Nationaal Verbond van de Socialistische Mutualiteiten antwoordde: “Commercie is helemaal niet vies als het gelijkstaat met kwaliteitsbewaking en efficiëntie.”

 

Digitaliseren

Dankzij digitalisering kunnen bedrijven hun winstmarges aanzienlijk verbeteren. Vandaar dat Voka ook een stuurgroep ‘digitalisering’ opstartte, onder het voorzitterschap van Martin De Prycker, CEO van Barco. Hij lichtte deze winsten tijdens het Voka-congres toe met concrete cijfers: “Als een bedrijf investeert in een goede ICT-basisinfrastructuur kan het 3% versneld groeien, als het via digitalisering zijn interne processen herbekijkt, wordt dat 6%, en als het zijn volledige kijk op het businessmodel herdefinieert, dan kan dat tot 15% groei opleveren.” Als succesverhaal werd Ucad naar voren geschoven, dat zich toelegt op het digitaal inscannen van documenten. Arnout Vandevyvere, managing director van Ucad, getuigde hoe zijn bedrijf dankzij een doorgedreven digitalisering een totaal nieuw product op de markt zette en samenwerkingsverbanden aanging met internationale partners. Ucad, dat vandaag 22 mensen in Azië tewerk stelt en 55 in Vlaanderen, bewijst dat ti2 wel degelijk werkt voor KMO’s. Maar ook drukkerij Antilope uit Lier werkt naarstig aan een ICT-beleid. Meer bepaald heeft het een opleidingsprogramma opgezet waarbij alle werknemers, van kader tot schoonmaakpersoneel, allerhande ICT-cursussen kunnen volgen. “Dit brengt op”, zo zei CEO Mark Binnemans: “De mensen zijn zeer gemotiveerd en staan zo gemakkelijker open voor verandering.”

 

Transformatie

Tot slot werd het transformatieprogramma ook afgetoetst bij een aantal politici en ondernemers. Philippe Vlerick, CEO van UCO en voorzitter van de stuurgroep ‘veranderingsmanagement’ en John De Jaeger, CEO van BASF Antwerpen en voorzitter van de stuurgroep ‘exellent ondernemen’, gaven hiervoor de aftrap door te benadrukken dat Vlaanderen zich in een economische oorlogspositie bevindt, onder meer door de globalisering en de vergrijzing die als een tsunami op ons afkomen: “Als we nu niet werken aan de radicale transformatie van ons economisch DNA, dan zijn we onze welvaart binnen dit en tien jaar kwijt.” Vlerick pleitte daarom voor een verregaande mentaliteitswijziging, ook bij de bevolking, waarbij iedereen zich meer openstelt voor verandering. BIAC-voorzitter en oud sp.a-minister Luc Van den Bossche pikte hier op in en stelde dat ook de vakbonden hier een verpletterende verantwoordelijkheid hebben. Hij bestempelde hen als een “negatieve en conservatieve kracht in onze samenleving”. Bart Somers (VLD) en Jo Vandeurzen (CD&V) onderschreven de stelling van Voka dat Vlaanderen inderdaad moet kiezen voor een Europese toppositie. Ze waarschuwden wel dat het “verdomd moeilijk” zal zijn om ook de publieke opinie hierin mee te trekken.

 

Dat het niet gemakkelijk zal zijn, weet Voka-voorzitter Urbain Vandeurzen ook. Vandaar dat hij op het einde van het congres de ondernemers opriep zelf een engagement aan te gaan. “U heeft een voortrekkersrol, en u zal inspirerend werken voor de overheid, voor de sociale partners en voor iedereen die verantwoordelijkheid draagt in Vlaanderen. De start is gegeven. Nog vele inspanningen zullen nodig zijn. Vlaanderen en u allen zullen er wel bij varen.” 

terug