filter op onderwerp

filter op regio

Nieuws

02nov
09
 Kafka in de administratie

Zorgonderneming Armonea, dat veertig residenties en rustoorden voor senioren groepeert, heeft problemen om projecten in blauw ingekleurde zones op het gewestplan vergund te krijgen.

Er is opvang, en er is opvang…

Die gronden zijn nochtans voorbehouden voor gebouwen van openbaar nut, zoals … zorgcentra. Ondanks het grote tekort aan opvangplaatsen van bejaarden houdt de administratie voet bij stuk. Wat is er aan de hand?


Lode Van den Brande, Armonea: “De zogenaamde blauwe grond is voorzien voor gebouwen van openbaar nut. Zorgvoorzieningen (ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, erkende serviceflats) vallen onder die noemer en worden dus als dusdanig beschouwd. Toch mogen niet alle zorgaanbieders gebruik maken van de blauwe grond. Afhankelijk van de provincie waarin je zit, wordt er moeilijk gedaan. In bepaalde provincies lijken die gronden strikt voorbehouden voor OCMW’s of vzw’s.”
 
Waarom vinden jullie dat onrechtvaardig?
“Elk erkend woonzorgcentrum moet beschouwd worden als een gebouw van openbaar nut, wie ook de initiatiefnemer is. Ruimte is een schaars goed in Vlaanderen, net zoals opvangmogelijkheden voor zorgbehoevende senioren schaars zijn. Je mag niet vergeten dat we al snel 1 à 2 hectare grond nodig hebben. Door de beperkte ruimte voor te behouden aan slechts enkele spelers, ga je als ondernemer in de zorg met een handicap van start. Dat fnuikt het ondernemerschap, terwijl de wachtlijsten intussen aangroeien. Als je als woonzorgcentrum werkt met een overheidserkenning en op de door de overheid vastgelegde kwaliteitsparameters ook strikt gecontroleerd wordt, dan is dat toch het intrinsieke bewijs van het openbaar karakter.

 

Hoe zouden jullie de wetgeving aangepast willen zien en waarom?
“Armonea pleit voor gelijke spelregels voor iedereen en zou graag zien dat de overheid de beperkingen wegneemt die er tot op vandaag zijn bij het vergund krijgen van projecten in zones voor openbaar nut.  In de omzendbrief van 1997 over het onderwerp staat expliciet dat de overheid, een privé-instelling of een privépersoon voor het bouwen van een sportinfrastructuur, en zelfs een manège bijvoorbeeld, aanspraak kan maken op zogenaamde blauwe grond. Op één voorwaarde: dat er geen winstbejag is. Dat gaat dus puur over de juridische constructie, niet over de maatschappelijke intentie. Daarom zou de koppeling tussen de hoedanigheid van de ontwikkelaar (privé versus publiek) en het winstoogmerk minstens genuanceerd moeten worden. Wanneer het gaat om een woonzorgcentrum dat erkend wordt door de overheid en werkt volgens de kwaliteitsparameters die de overheid oplegt, zouden ook initiatiefnemers die voor een nv- of bvba-structuur kiezen, aanspraak moeten kunnen maken op de ontwikkeling van de desbetreffende gronden…”


Voka-opinie

Publieke en private ontwikkelaars gelijk behandelen
“De weg naar een gelijke behandeling tussen de publieke en private ontwikkelaars is in verschillende sectoren helaas nog lang.” Dat zegt Karel Vervoort, adviseur ruimtelijke ordening bij het Voka-kenniscentrum, naar aanleiding van de Armonea-case (zie hiernaast). Hij zet een aantal argumenten op een rijtje.

 

Onder ‘gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen’ dient te worden begrepen ‘voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Daarbij is het irrelevant of deze voorzieningen worden opgericht en uitgebaat door een overheid dan wel door een privé-instelling of -persoon.’ Over bovenstaande stelling lijkt iedereen het eens. Rest de vraag of winstbejag kan worden toegestaan in deze zones voor gemeenschapsvoorziening. Deze vraag heeft echter niets te maken met de goede ruimtelijke ordening, maar wel met een ongelijke behandeling tussen private en publieke ontwikkelaars. Dit soort ongelijkheden moet niet alleen in de zorgsector, maar ook in andere sectoren dringend worden weggewerkt. Enkel zo kan de markt correct functioneren. Een soortgelijk voorbeeld is de ongelijke behandeling inzake subsidies voor verwerving van leegstaande bedrijfsruimten. Bepaalde publieke initiatiefnemers krijgen thans 30 procent verwervingssubsidie voor leegstaande bedrijfsruimten, private initiatiefnemers krijgen 0 procent.  De weg naar een gelijke behandeling tussen publieke en private ontwikkelaars is in verschillende sectoren helaas nog lang …

Bron : Vokatribune november 2009

terug