Winst voor bedrijf en milieu
Ze hopen met een slimme investering het risico van hoge energieprijzen binnen de perken te houden. Of ze vinden het eerder een maatschappelijke plicht om het milieu te vriend te houden. Hoe dan ook kunt u nog een van de pioniers worden, want het Vlaamse bedrijfsleven produceert momenteel amper milieuvriendelijke energie. Het potentieel is nochtans groot.
“De Vlaamse industrie produceert zelf genoeg milieuvriendelijke energie om in 1,5 à 2 procent van zijn totale energienood te voorzien”, zegt Wim Buelens, diensthoofd milieuvriendelijke productie van het Vlaams Energieagentschap (VEA). “Jaarlijks verbruikt de industrie in Vlaanderen zo’n 374 petajoule aan energie. De verbranding van biomassa door bedrijven levert daarvan 6 petajoule. Tot slot is er nog wat energie uit windturbines en zonnepanelen, maar het aandeel daarvan is zeer klein en vergelijkbaar met dat van de huishoudens. Duitsland en de Scandinavische landen scoren op dat vlak veel beter, al staat Vlaanderen wel aan de top op het vlak van energie-efficiëntie.”
Waarom zou een bedrijf zelf milieuvriendelijke energie produceren?
Buelens: “Toch vooral omdat het financieel interessant is. De technieken zijn de afgelopen jaren zodanig geëvolueerd dat ze veel meer economisch haalbaar zijn. Veel bedrijven willen nu zonnepanelen plaatsen omdat het risico van zo’n investering zeer laag is. Je kan het rendement van je investering vooraf precies berekenen. Er zijn ook bedrijven die er zelf niet mee bezig willen zijn en het dus uitbesteden: ze verhuren hun dak aan investeerders in ruil voor een deel van de geproduceerde zonne-energie. Vergeet ook de investeringsaftrek en de ecologiepremie niet, dat zijn steunmaatregelen van de overheid.”
“Een tweede voordeel is dat het duurzaam en maatschappelijk verantwoord is. We moeten met z’n allen streven naar het Europese doel om tegen 2020 een vijfde van onze energie hernieuwbaar op te wekken.”
Het risico van zonnepanelen is relatief klein, maar de opbrengst ook. Zijn de grotere projecten ook haalbaar?
“Toch wel, maar er komt veel meer bij kijken. Voor een biomassaproject of een windturbine heb je vergunningen en meer financiering nodig. Voor windturbines moet je ook rekening houden met de locatie: een windmolen op zee brengt al gauw de helft meer energie op dan een in Limburg. Zo’n projecten moet je per bedrijf becijferen, of je kan samenwerken met andere bedrijven in de buurt. Grotere windturbines brengen voor dezelfde investering meer op, en je kan een overschot aan energie verkopen aan de markt.”
Stel, een bedrijf wil werk maken van eigen energieproductie. Hoe pak je dat aan?
“Je vindt al heel wat informatie op het internet, bijvoorbeeld op onze website www.vea.be. Maar voor grotere projecten klop je beter aan bij een studiebureau of bij een installateur, want je hebt er al snel ingenieurs voor nodig. Je kan bij de meeste sectoren ook terecht bij een eigen energiespecialist. Dat is nodig omdat de mogelijkheden en beperkingen voor elke sector anders zijn.”
Ten slotte, welke trend merkt u bij bedrijven? Is er nu meer interesse dan vroeger?
“De belangstelling is nu veel groter dan pakweg vijf jaar geleden. Er bestaan nu verschillende plannen voor windturbineparken in havengebieden, in tegenstelling tot vroeger. Havengebieden zijn ideaal voor windturbines, omdat er niemand woont en omdat het rendement er hoog is. Nu moeten alle bedrijventerreinen ook CO2-neutraal zijn. Het nieuwe Evolis-park bij Kortrijk heeft bijvoorbeeld vier eigen windturbines (zie volgende pagina, nvdr.). In de haven van Oostende is er een nieuw terrein naast een tuinbouwgebied. De restwarmte van die tuinbouwbedrijven dient voor de verwarming van het bedrijventerrein. Dat zijn mooie voorbeelden van hoe het kan.”
“Het is positief dat steeds meer bedrijven openstaan voor de productie van groene stroom, want die grotere interesse ontwikkelt de markt nog verder. Het maakt de milieudoelstellingen ook makkelijker haalbaar. Soms lopen bedrijven zelfs voor op het beleid, dat niet te ambitieus wil zijn. Het verhaal van groene stroom leeft veel meer dan vroeger en dat is een goede zaak.”
Groene technieken en subsidies
Steeds meer bedrijven kiezen ervoor om (een deel van) de energie die ze nodig hebben
zelf op te wekken. Omwille van de Europese milieu-ambities tegen 2020 zijn er heel wat
subsidies voorhanden. Vlaanderen wil in 2010 al zes procent groene stroom opwekken en negentien procent van de elektriciteit halen uit warmtekrachtkoppeling. In 2007 bedroegen de effectieve aandelen in Vlaanderen respectievelijk drie procent en zestien procent. Daarom steunt ook de Vlaamse overheid verdere groene investeringen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste technieken en de bijhorende steunmaatregelen.
zonnepanelen
Zonnepanelen op het dak van uw bedrijf leveren circa 100 kilowattuur (kWh) per vierkante meter per jaar op. In de meeste gevallen is er geen bouwvergunning nodig om ze te plaatsen. U kunt een overschot aan energie verkopen aan de markt.
Per 1.000 kWh zonne-energie krijgt u een groenestroomcertificaat dat u kunt verkopen aan uw distributienetbeheerder, die daarmee aan de norm moet voldoen. Vanaf 2010 is één certificaat circa 350 euro waard. Daarnaast is er een investeringsaftrek van (netto) ongeveer vijf procent en een ecologiepremie van (netto) twaalf procent voor de KMO en zes procent voor grotere ondernemingen.
Rekening houdend met de investeringskost van circa 3.500 euro per vierkante meter en met alle steunmaatregelen, hebt u een installatie van zonnepanelen terugverdiend na 7 à 8 jaar.
windturbines
Binnen de EU is Vlaanderen een van de beste regio’s voor windenergie. Het rendement is het hoogst ten westen van de E17-snelweg, op 75 meter hoogte. Afhankelijk van de grootte en het aantal turbines is er een stedenbouwkundige vergunning, een milieuvergunning en/of een milieu-effectenrapport (MER) nodig. Sommige bedrijven werken daarom samen om één windturbinepark te bouwen.
Net zoals bij zonnepanelen krijgt u een groenestroomcertificaat per 1.000 kWh. Voor windenergie brengt één certificaat zo’n 110 euro op. Ook hier krijgt u een investeringsaftrek voor (netto) vijf procent en een ecologiepremie voor (netto) twee tot twaalf procent, afhankelijk van de grootte van uw bedrijf en het windturbinepark.
De terugverdientijd van uw investering hangt af van de grootte van de windturbines. Een voorbeeld: voor (netto) ruim 1,7 miljoen euro bouwt u één windturbine met een rotordiameter van 50 meter. Die brengt jaarlijks zo’n 3 miljoen kWh op. U verdient uw investering op na 2,7 jaar.
warmtekrachtkoppeling (WKK)
Een WKK-installatie heeft een energierendement van 85 procent, tegenover de 55 procent van een gewone elektriciteitscentrale. De meest courante technieken zijn stoomturbines, gasturbines en inwendige verbrandingsmotoren. Voor een WKK-installatie zijn een bouwvergunning, een milieuvergunning en een vergunning voor aansluiting op het net nodig, voor grotere installaties ook een milieu-effectenrapport (MER).
U kunt rekenen op één warmtekrachtcertificaat (WKC) per 1.000 kWh aan primaire energie die de installatie bespaart tegenover een gewone installatie. Eén certificaat is momenteel zo’n 40 euro waard. WKK’s op biomassa geven ook recht op groenestroomcertificaten, met een waarde van zo’n 110 euro per stuk. Er is ook de investeringsaftrek van (netto) 5 procent en de ecologiepremie van (netto) 7,5 procent tot 10,5 procent voor KMO’s. Voor installaties op biomassa wordt de premie met twee derde verhoogd.
Een voorbeeld: een WKK-installatie met een gasmotor die jaarlijks 5.150 megawattuur oplevert, kost u als investering netto zo’n 300.000 euro. Die investering verdient u terug na 3 à 4 jaar.
Bron cijfers: Organisatie voor Duurzame Energie Vlaanderen en VITO
Meer weten:Duurzame energie: www.ode.be
WKK: www.cogenvlaanderen.be
Energieregulator: www.vreg.be
Overheid: www.vea.be
Technologie: www.vito.be
Of contacteer: Dirk Van den Broecke, Energieconsulent Voka, energieconsulenten@voka.be
Energiewinnen in de praktijk
Groene pioniers
Milieuvriendelijke energieproductie door Vlaamse bedrijven staat nog in zijn kinderschoenen. Maar dat neemt niet weg dat Vlaanderen ook enkele pioniers telt. Hun verhaal is inspirerend voor bedrijven die hun energieplannen nog moeten opstellen of uitvoeren.
biogas voor luiers
Ontex is Europees marktleider in huismerkproducten voor hygiëne, zoals luiers, dameshygiëne en incontinentieproducten. Het bedrijf heeft vestigingen in Zele, Eeklo en Buggenhout, en maakte het productieproces in het verleden al zo eco-efficiënt mogelijk. “We werken nu aan een Milieu Management Systeem (MMS) dat moet leiden tot een ISO-certificaat 14001 voor alle vestigingen”, zegt Bart Waterschoot, Environmental & Product Safety Manager bij Ontex. “Uit de voorbereiding voor het MMS bleek dat ons elektriciteitsverbruik het voornaamste aspect was. Daarom monitoren we het verbruik voortdurend en werken we sinds 2008 aan 100 procent eigen opwekking van hernieuwbare energie.”
“Sinds 1994 heeft de vestiging in Buggenhout al een energierecuperatie-eenheid. Sindsdien plaatsten we zonnepanelen op het dak van twee vestigingen. We willen ook op korte termijn een eigen biogasinstallatie opstarten in Eeklo, die de productie van energie zal voorzien. Die initiatieven gebeuren niet alleen in België, we werken aan gelijkaardige projecten in onze andere Europese plants. Voor ons is het belangrijk om de milieu-impact van onze activiteiten en producten te blijven verminderen.”
100% eigen groene stroom
Supermarktketen Colruyt is ongetwijfeld een van de grootste voorlopers. In juli maakte het bedrijf bekend dat het tegen eind 2011 volledig zal werken met zelf opgewekte groene energie. Colruyt heeft daarvoor op een 14-tal winkeldaken zonnepanelen staan en bouwde ook al twee windturbines in Ieper. Het bedrijf participeert in een groot windenergieproject op de Noordzee, nam een bedrijf over dat vet uit dierlijk afval omzet naar groene stroom en plant de bouw van een installatie voor de vergisting van het eigen organisch afval, zoals groenten, fruit en brood. Wanneer het hele energieprogramma van Colruyt in 2013 rond is, zal het genoeg elektriciteit opwekken voor 100.000 gezinnen.
vier Daltons in de wind
Afgelopen zomer opende het Evolis Business Park langs de E17 in de regio Kortrijk. Het duurzaam bedrijventerrein telt vier eigen windturbines: Averell, Jack, Joe en William, genoemd naar de vier Daltons uit Lucky Luke. Ze zijn een ontwerp van de Britse sterarchitect Norman Foster en leveren genoeg energie voor 5.900 gezinnen. Het zijn de grootste windturbines die vandaag in Vlaanderen gebouwd worden, een investering van 13,5 miljoen euro.
Drie gouden groene tips
- Meet uw energiebehoefte en bekijk dan welke techniek het best bij uw situatie past.
- Overweeg om samen met andere bedrijven een groter project op te zetten, dat is vaak meer rendabel.
- Vraag een energiescan aan bij Voka en vermijd energielekken in uw bedrijf. Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet te betalen.
Auteur : Tim Spruytte
Bron : Vokatribune november 2009