filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07jul
09
 Waarom werken leuk kan zijn

Werkt u voor het geld of voor het plezier? Het is een fundamentele vraag, en er is niet noodzakelijk een eenduidig antwoord op.

Filosoof Alain de Botton

 

“Als alles goed gaat, als we een schitterende job hebben waarin we succes kennen, dan is geld niet belangrijk. Werken voor het geld, dat doen we vooral als het niet fijn is”, vertelt ons filosoof Alain de Botton. En hij voegt eraan toe: “Dat laatste is helaas vaak het geval.”

 

Moeder, waarom werken wij? Het is een vraag die we ons bij uitstek stellen in de zomermaanden, als de werkdruk een beetje lager ligt, als we tijd hebben om te relaxen en na te denken over de dingen van het leven. Alain de Botton heeft er tijdens zijn werkuren over nagedacht. Filosofie is immers zijn job.
De Botton is van Zwitserse afkomst, maar hij heeft zich al vele jaren in de Britse hoofdstad gevestigd. Hij verwierf bekendheid en faam met een aantal televisieprogramma’s en enkele boeken waarin hij op een toegankelijke manier filosofeerde over dagelijkse dingen zoals liefde, reizen en geluk.
Een paar jaar geleden zochten we de man al eens op in zijn leuke burgerwoning in een van de mooie residentiële wijken van Londen. Toen spraken we over zijn boek ‘Statusangst’, waarin hij een belangrijk neveneffect beschreef van onze meritocratie, onze samenleving die mensen rangschikt volgens prestaties. De Botton vatte het voor ons simpel samen: “Statusangst gaat over de hoop om hoog te klimmen en de angst om diep te vallen.”
Hij vertelde ons in één moeite dat geld in onze samenleving zo belangrijk is, omdat het voor mensen tegenwoordig ook een maat van respect is. Bij een goede job hoort nu eenmaal een goed inkomen. Toen we opwierpen dat sommige mensen geld niet belangrijk vinden, antwoordde hij: “Mensen die dat in alle eerlijkheid beweren, zijn meestal mensen met een leuke job. Mensen die eruit springen. Mensen die plezier hebben in hun werk.”

 

plezier en pijn

Over dat ‘plezier’ heeft De Botton nu een nieuw boek klaar. In het Nederlands draagt het boudweg de titel ‘Ode aan de arbeid’. Maar in het Engels klinkt het veel genuanceerder: ‘The pleasures and sorrows of work’. De Botton beschrijft er, soms heel gedetailleerd en altijd met veel foto’s, het werk van verschillende beroepscategorieën: logistiek, accountancy, vliegtuigbouw, schilderen… Hij vertelt haarfijn hoe tonijn gevangen wordt en op welke manier die uiteindelijk op ons bord terechtkomt. Hij is gaan praten met ondernemers, over hun werk. En tussendoor reflecteert hij over zin en onzin van arbeid.
We hebben zijn boek met pretoogjes gelezen en we leggen hem onze vragen voor. We delen hem mee dat wijzelf in ieder geval doorgaans plezier hebben in onze job. Wij doen niets liever dan communiceren met verstandige mensen en er dan verhalen over schrijven. En hij?

 

Alain de Botton: “Ik hou van mijn job, drie dagen per week. De twee andere dagen van de werkweek ben ik ongelukkig. Ik vind schrijven een moeilijke job, zeker als je het goed wilt doen. Een groot deel van de tijd heb je het gevoel dat je in drilpudding zwemt, of dat je aan het zeilen bent bij dikke mist.”

 

In uw boek zegt u dat we de zin van het leven voor een groot stuk vinden in ons werk. Werk, niet afkomst is vandaag bepalend. Dat was vroeger wel even anders.
“Zeker. In de aristocratische maatschappij zoals we die vroeger kenden, waren bloedverwantschap en land de bepalende factoren. Rijkdom hield altijd verband met landeigendom. Het was niet belangrijk wat je deed. Het uitgangspunt was dat je eigenlijk bij voorkeur niets deed, het volstond om te ‘bezitten’.”
“Vandaag, in onze burgerlijke samenleving, verwerf je rijkdom op een andere manier. Je gebruikt je intelligentie, je genie om dingen te maken. Je job is erg belangrijk geworden, want die definieert de mens. Anders gezegd, de manier van produceren, de productiemiddelen bepalen onze kijk op onze professionele identiteit.”

 

Als je job zo belangrijk is, dan is scholing dat nog meer?
“Absoluut. Opleiding en scholing zijn vandaag erg belangrijk – maar ouders zijn dat ook. Ouders openen of sluiten de poorten van de verbeelding. Ze laten ons toe te dromen, of ze blokken onze dromen af. Hun invloed is buitengewoon. Ik blijf het verwonderlijk vinden hoeveel macht wij aan de ouders overlaten!”

 

Hebben we dan als individu nog wel een vrije keuze?
“Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik een zekere mate van keuze had, maar niet al te veel. Ik had ook architect kunnen worden of marketingman, maar nooit astronaut of president van de VS. Dat is de beperking in de keuze voor de meeste mensen in de Westerse wereld.”
“De sleutel tot kansen ligt inderdaad in scholing en opleiding. Daarom ook is dat het slagveld bij uitstek van de politiek. Maar de grootste kracht, het sterkste recept voor succes in het professionele leven blijft dat je psychologisch stevig in de schoenen staat. En dat is iets wat je vooral meekrijgt van je ouders, door  je opvoeding thuis.”

 

verschil maken

Wat maakt een job zinvol?
“Een van de belangrijkste bronnen van plezier en genoegen in werk is het gevoel dat we het verschil kunnen maken, dat we – aan het einde van de werkdag – op de een of de andere manier de planeet een klein beetje gezonder, mooier of beter hebben gemaakt. En dan gaat het niet per se over grote woorden. Dat verschil kan bijvoorbeeld zijn dat je de trede van een trap hebt opgeschuurd, dat je een kras op de deur hebt verwijderd of dat je iemand hebt kunnen helpen die zijn bagage kwijt was.”
“Dat gevoel van ‘mekaar kunnen helpen’ is door industrialisering natuurlijk heel wat moeilijker te bereiken, gewoon al omdat de schaal zoveel groter geworden is. Neem bijvoorbeeld koekjes bakken. Ik heb een tijdje rondgelopen bij de grootste Britse koekjesfabriek. 15.000 mensen werken er, in twaalf fabrieken over het hele land. Koekjes bakken, dat was ooit een artisanale job: het werd gedaan in kleine ateliers, en de bakkers hadden direct contact met de mensen die hun producten kochten. Ze kenden ze misschien zelfs.”
“Dat is bij United Biscuits vandaag helemaal niet meer het geval, en dat verklaart voor een stuk de gelatenheid, soms zelfs de wanhoop die ik af en toe merkte – vooral in afdelingen als boekhouding en transportmanagement, waar een werknemer helemaal niet het gevoel heeft dat zijn job het verschil maakt.”

 

Het plezier dat je kan vinden in het werk, hangt ook af van je verwachtingen.
“Absoluut. Er zijn, grof gezegd, twee arbeidsethieken, twee manieren om naar werk te kijken. De eerste zou je de filosofie kunnen noemen van de werkende klasse. Dan benader je werk voornamelijk financieel: je werkt om de boterham van jou en de jouwen. Je leeft niet om te werken. Je werkt om te kunnen leven in het weekend en in je vrije tijd – en je collega’s zijn niet noodzakelijk je vrienden.”
“Daartegenover staat de kijk van de middenklasse, die helemaal anders is. Dan zie je werk als absoluut essentieel voor de realisatie van het leven. Werk is dan de kern van onze zelfverwezenlijking, onze zelfrealisatie.”
“Die twee benaderingen bestaan altijd naast elkaar, maar in een periode van recessie krijgt de kijk van de werkende klasse een extra ademstoot. Want dan hoor je veel vaker zeggen: ‘het is niet helemaal wat ik wou, maar ik heb tenminste een job’.”

 

saai werk

Zijn er jobs die per definitie saai zijn en andere die per se boeien?
“Ach, we hebben heel makkelijk een romantisch idee van het handwerk, van vakmanschap. Dat zet ons op het verkeerde been. Want waar we het dan eigenlijk over hebben, dat is de charme en het interessante van ambachtwerk. Met andere woorden, het gaat om werk waarin we een specifieke expertise kunnen leggen, waarin we onze kennis vormgeven in een product of een dienst.”
“En dat laatste, dat kan je toch ook in werk dat niets te maken heeft met het traditionele ambachtelijke atelier. Als je een code schrijft voor een softwarepakket, dan laat je op dezelfde manier je kennis zien als de ambachtman, ook al kan je het eindproduct niet vasthouden of niet aanraken.”

 

Waarom werken we niet wat minder?
“De grote belofte van de moderniteit was dat het mogelijk zou worden om veel minder lang te werken – maar precies het omgekeerde lijkt te gebeuren. We moeten even hard knokken als vroeger. Of harder.”
“Dat is de grote paradox: waar is de vrijheid naartoe, en het geld en de tijd om rustig naar de avondlucht te kijken? Waarom is het zo moeilijk om de vrije tijd te veroveren die ons ooit blijkbaar werd beloofd?”
“Het antwoord is natuurlijk de toegenomen concurrentie. De moderne wereld zorgt ervoor dat we direct kunnen vergelijken tussen vele producenten in een open markt. En dat verplicht iedereen om steeds harder te lopen, of om te verdwijnen.”
“Het resultaat is grotere rijkdom, gecombineerd met grotere angst – en het gevoel dat iemand ons heeft bedrogen over het beloofde land. Maar dat is allemaal niets nieuws. Dat is al haarfijn beschreven door de Amerikaanse filosoof Henry David Thoreau halverwege de negentiende eeuw, in zijn eenzame huisje op het Waldenmeer.”

 

Wat zijn de kenmerken van een ‘verheffende’ job, een job die echt interessant is?
“De moderne idee, de verwachting dat ons werk ons elke dag geluk en bevrediging zou moeten brengen, is historisch erg ongewoon en bijzonder ambitieus. Het vreemdste aan de arbeidswereld zijn niet de lange uren die we spenderen of de bijzondere machines die we gebruiken. Het vreemdste vind ik de psychologie, veel meer dan de economie van het werk: onze houding tegenover werk, de wijd verspreide verwachting dat ons werk ons gelukkig zou moeten maken, dat het de kern moet vormen van ons leven en van de verwachtingen die we willen realiseren.”
“Als je werk je eens tegensteekt, dan is het goed om je te herinneren dat je niet alleen maar bent wat er op je visitekaartje staat. We waren al mensen voor we werknemers werden – en we zullen mensen blijven, ook lang nadat we ons werkgerief hebben neergelegd.”
“Ik ben seculier, maar ik ben nog altijd getroffen door de regel van Sint-Augustinus, die zegt dat het een zonde is om een mens te beoordelen op basis van status of positie. Met andere woorden, als het eens niet goed gaat op het werk, blijf dan het onderscheid maken tussen het werk dat je doet en wat je waard bent als mens.”

 

geestesdodend

In uw boek citeert u Aristoteles’ beruchte uitspraak dat betaald werk geestesdodend is.
“Dat idee van Aristoteles klinkt vandaag compleet geschift. Maar dat maakt het voor mij net zo interessant. Het bewijst hoe lang en hoe groot de geschiedenis van arbeid wel is.”
“Duizenden jaren lang werd werk bekeken als een onvermijdelijke sleur. Het kon niets anders zijn. Arbeid was iets dat zo snel mogelijk moest verricht worden en waaraan je mentaal alleen kon ontsnappen door alcoholische of religieuze intoxicatie.”
“Aristoteles was de eerste in een lange rij filosofen die het zo scherp formuleerden. Een job uitoefenen, om het even welke, stond gelijk met slavernij en het nam het individu elke kans op grootsheid af. Het christendom voegde daar de nog droevigere wetenschap aan toe dat dit onheil de onvermijdelijke consequentie was van de zonden van Adam en Eva.”
“Op een meer optimistische benadering was het wachten tot de achttiende eeuw, de periode van de grote burgerlijke filosofen, genre Benjamin Franklin. Zij formuleerden voor het eerst de stelling dat arbeid een centrale rol kon hebben in ons streven naar geluk. Zij vormden niet alleen onze moderne ideeën over werk, maar ook de moderne gedachten over liefde en trouw.”
“Er waren immers grote parallellen tussen de werelden van arbeid en die van liefde. In de premoderniteit ging iedereen ervan uit dat je liefde en huwelijk onmogelijk kon combineren. Huwen, dat deed je alleen om zakelijke redenen, om de boerderij binnen de familie te houden, om een dynastie voort te zetten. Het was al een mooie zaak als je met je partner een warme vriendschap kon opbouwen. Liefde daarentegen, dat was iets tussen jou en je maîtresse, iets aan de zijkant. Plezier en verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen waren van elkaar losgekoppeld.”
“Maar de nieuwe filosofen van de liefde zegden plots dat je toch kon huwen met de persoon die je graag zag. Dat was een ongewone gedachte. En daar kwam de nog vreemdere idee bij dat het mogelijk zou zijn om te werken, én voor het geld, én om je dromen te realiseren – een notie die in de plaats kwam van het geldende uitgangspunt dat je moest werken om te overleven en dat alle andere ambities in de vrije tijd moesten gerealiseerd worden, zo gauw er voldoende geld binnen was.”
“We zijn erfgenamen van die twee ambitieuze gedachten: dat je tegelijk iemand graag kan zien en er mee getrouwd zijn, en dat je tegelijk kan werken en er plezier in hebben. Wij kunnen ons niet meer indenken dat je gelukkig kan zijn zonder job – net zoals het voor Aristoteles onmogelijk leek om te werken en tegelijk ‘mens’ te zijn.”

 

En nu zijn we zo ver dat we onze job vaak graag doen.
“Ja. Ik denk dat mensen een heel groot aanpassingsvermogen hebben. Gelukkig maar. Anders liepen we de hele tijd te huilen. We hebben een groot vermogen om onszelf niet voor de gek te houden, en om tegelijk toch naar de mooie kant van de droeve waarheid te kijken.”

Alain de Botton – Ode aan de -arbeid – 2009, Uitgeverij -Atlas, 352 blz..

 

Anette Böhm (SD Worx): “Erkenning, dat is het grootste plezier”

“Werken is een belangrijk onderdeel in je leven. Dus als je daar plezier in hebt, is dat mooi meegenomen”, zegt Anette Böhm, HR-manager bij SD Worx. “Erkenning krijgen, dat is het echte plezier van het werk.”
Anette Böhm heeft al een stevige en internationale carrière in HR-management achter de rug. Sinds ruim een jaar is ze verantwoordelijk voor het personeelsbeleid van de HR-serviceprovider SD Worx.
Werken is belangrijk, zegt ze. “Dat leren we ook van kind af aan. Kinderen spelen vader en moeder, het gezin is dus belangrijk. Maar ze spelen ook dokter, leraar, rechter. Dat werken zit er dus ook in. En ze kiezen dan bij uitstek een beroep uit waarin je ‘goed’ kan doen voor de mensen – iets waarvoor je dan ook erkenning krijgt.”
Plezier in het werk komt er als de verwachtingen, de doelstellingen die je voor jezelf hebt gesteld, min of meer gelijk lopen met de jobinhoud. “Je moet dus goed weten wat je wilt”, zegt Anette Böhm. “En ook als je niet de job krijgt waarvan je altijd had gedroomd, moet je je niet zomaar neerleggen bij de job description die je krijgt. Vul ze aan. Laat je job groeien. Maak er wat van.”
Zijn er dan geen saaie jobs? Anette Böhm: “Een saaie job, dat betekent meestal dat je niet het gevoel hebt dat je iets kan doen dat tot een groter resultaat leidt. Dat is een opdracht voor het HR-beleid van elke organisatie: zorg ervoor dat ook de kleinste schakels kunnen zien in welk groot geheel ze passen.”
“En geef de mensen de vrijheid om iets van hun job te maken. Als je mensen ruimte geeft, zie je meestal dat ze verantwoordelijkheid opnemen. En dat ze plezier krijgen in wat ze doen.”

Auteur : Erik Durnez en Sandy Panis
Bron : Vokatribune juli 2009

terug