filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

05mei
09
 Voka evalueert Vlaamse regering

De Vlaamse regering heeft op heel wat vlakken blijk gegeven van daadkracht en ambitie. De aanpak van de crisis is hiervan een mooi voorbeeld, maar ook de langetermijnvisie zoals verwoord in de toekomstplannen ‘Vlaanderen in Actie’ en ‘Pact 2020’.

Visie, daadkracht, en soms ook twijfel

 

In een aantal andere dossiers werd dan weer te weinig vooruitgang geboekt. Op het vlak van infrastructuur en vergunningen bijvoorbeeld. Er bestaan dus gemengde gevoelens over het gedane regeringswerk. En dat staat allemaal te lezen in het rapport dat het Voka-kenniscentrum opmaakte over de Vlaamse regering.

 

Het zijn drukke tijden in de Vlaamse partijbureaus nu de verkiezingskoorts er in alle hoeken en gaten welig tiert. Traditiegetrouw is ook Voka dan druk in de weer. Want de Vlaamse ondernemers maken hun wensen en bekommernissen over aan de tenoren van het politieke strijdtoneel. Tegelijk stelt Voka een strenge (maar rechtvaardige) eindbalans op van de voorbije regeerperiode. Het Voka-kenniscentrum gaat na welke beloftes de Vlaamse politici hebben ingelost, en welke niet. Waar de ondernemingen een duwtje in de rug kregen, en waar ze op hun honger bleven zitten. Ook voor deze verkiezingsronde is dat niet anders. Vokatribune sprak over het oordeel van Voka met gedelegeerd bestuurder Philippe Muyters.

 

Heeft de Vlaamse regering goed werk geleverd?
Philippe Muyters:
“Ik had sterk de indruk dat echt de wil bestond om iets te doen voor ondernemend Vlaanderen. Want de regering is gestart met een beloftevol regeerakkoord en een comfortabele begroting. Maar de woelige economische en politieke omstandigheden waren op vele vlakken een streep door de rekening. De blokkages op federaal niveau, lieten zich ook soms voelen op Vlaams niveau. Bovendien sloeg dan ook de economische crisis nog eens bikkelhard toe. Ik was blij verrast te zien met welk een daadkracht de Vlaamse politici de crisis hebben aangepakt. Ze lieten zien dat de -mayonnaise pakt op Vlaams niveau, zeg maar. In hun herstelplan ‘Herstel het vertrouwen’ heeft de Vlaamse -regering op korte termijn 700 miljoen euro kunnen uittrekken voor nood-zakelijke maatregelen op het vlak van kredietverstrekking, publieke en private investeringen en de activering van werklozen. Het herstelplan werpt ondertussen zijn vruchten af en de bankencrisis werd – dankzij een versterkte kapitaalstructuur voor Dexia en KBC – gestabiliseerd.”

 

Ik voel een ‘maar’ komen …
“De crisis legde ook enkele pijnlijke tekortkomingen bloot van ons politieke bestel. Want de Vlaamse regering had nog veel meer kunnen doen, maar ze heeft daar niet altijd de bevoegdheid voor. Ze roeit met de riemen die ze heeft. Maar wanneer de zaken op federaal niveau blokkeren, dan kan ze niet meer doen dan alleen maar toekijken. Een voorbeeld. Op Vlaams niveau hebben de Vlaamse regering en sociale partners hun verantwoordelijkheid genomen door tijdelijk een overbruggingspremie toe te laten voor bedienden die minder gaan werken omdat hun bedrijf in moeilijkheden zit. Zo konden in deze crisistijd vele definitieve ontslagen van bedienden voorkomen worden. Maar de maatregel geldt slechts voor een beperkt aantal bedrijven. Het federale niveau zou dit kunnen verhelpen door het regime van tijdelijke werkloosheid van bedienden goed te keuren. Maar de sociale partners geraakten er daar niet uit. Vooral de vakbonden stelden zich vragen. Resultaat: geen tijdelijke maatregel voor bedienden op federaal niveau. Maar ook: duizenden bedienden die het reële gevaar lopen om definitief ontslagen te worden.”
“Een ander voorbeeld: de sociale partners van de SERV en de Vlaamse regering bereikten een akkoord over ‘Samen op de bres voor 50+’. Een van de afgesproken maatregelen was dat de VDAB de 50-plussers actief gaat screenen en begeleiden. Wanneer blijkt dat de werkzoekende onvoldoende meewerkt of niet ingaat op een aanbod voor een passende job, dan wordt dit gesignaleerd aan de RVA, het federale niveau dus. Maar de RVA heeft de gewoonte om werkzoekenden ouder dan 48 met rust te laten. Op federaal niveau heeft men geprobeerd om die leeftijd te verhogen, maar dat lukte niet.”

 

voor ondernemers

Dus: was deze Vlaamse regering een regering voor ondernemers?
“Rekening houdend met haar bevoegdheden, is het antwoord: ‘ja’. We zeggen als Voka al jaren dat de kosten voor ondernemingen in ons land te hoog liggen. Dat ondermijnt onze concurrentiepositie ten opzichte van ondernemingen in het buitenland. De Vlaamse regering is er in geslaagd een stuk van die kosten in te perken. Ik denk hierbij onder meer aan de uitdoving van de onroerende voorheffing op materieel en outillage, en het fiscaal pact met de Vlaamse gemeentes.”


“De regering slaagde er ook in om vers geld naar ondernemingen te trekken door het investeren van -risicokapitaal te stimuleren. De voorbije legislatuur werden daarvoor een waaier van instrumenten verder uitgebouwd: de winwinlening, de waarborg- en garantieregeling, het Arkimedesfonds, het innovatiefonds Vinnof, het XL-fonds, enzovoort.”

 

Dat gaat over centen. Voka vraagt ook al jaren om extra jobs te creëren. Voorzitter Vandeurzen noemde daarbij het getal ‘500.000’ tegen 2020. Heeft de regering daar iets voor gedaan, ondanks de crisis…?
“Toch wel. Er werden heel wat inspanningen geleverd om werklozen te activeren. De VDAB gaat bijvoorbeeld jongeren intensief begeleiden bij de zoektocht naar een job. De werklozen worden strenger gecontroleerd door de RVA. Er komt extra geld voor opleiding en permanente vorming. Deze en andere maatregelen maken deel uit van de zogenaamde Competentie-agenda  die de Vlaamse regering in samenspraak met de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen opstelde. Werkgevers, vakbonden en politici delen daarbij dezelfde visie: er moeten meer mensen aan het werk. En er is een nieuw sociaal contract nodig tussen werkgevers en werknemers. Daabij moet men minder focussen op de jobzekerheid, en meer op het blijvend inzetbaar houden van mensen, dus ook 50-plussers.”

 

En wat vindt u van het gevoerde milieubeleid?
“Dat kan ik in de eerste plaats beschrijven als een pragmatisch beleid. In het Vlarem – het Vlaams reglement milieuvergunningen – werden integrale vergunningsvoorwaarden opgenomen. Dat betekent een aanzienlijke vereenvoudiging. Verder zijn nu meer bedrijven meldingsplichtig, waardoor ze niet meer vergunningsplichtig zijn. Dat is een goede zaak. En er werd een uniek loket georganiseerd voor de aanvraag van een bouw- en milieuvergunning voor klasse II-bedrijven. Ook het bodemsaneringsdecreet werd herzien en vereenvoudigd. Er is echter nog geen integratie van de bouw- en milieuvergunning in één vergunning. Dat is jammer.”


“Verder heeft deze regering ook een aantal zaken rechtgezet. Onder de vorige legislatuur maakte de federale overheid de fiscale aftrekbaarheid van regionale milieuheffingen in de vennootschapsbelasting ongedaan. Dat kwam neer op een lastenverhoging voor bedrijven die milieuheffingen betalen, waardoor ze tweemaal worden belast. De Vlaamse regering heeft voor de afvalwaterheffingen de fiscale aftrekbaarheid gedeeltelijk hersteld door de heffingen deels om te vormen in fiscaal aftrekbare retributies.”


“Onder de vorige legislatuur werden ook steeds meer bedrijven verplicht zelf in te staan voor de zuivering van hun afvalwater. Zo waren ze verplicht af te koppelen van de publieke waterzuiveringsinfrastructuur. Dit bracht extra kosten mee voor de bedrijven en een suboptimale benutting van publieke infrastructuur. Onder deze legislatuur werd dit afkoppelingsbeleid teruggeschroefd door opnieuw meer bedrijven toe te laten te lozen op de publieke waterzuiveringsinfrastructuur.”

 

niet zo goed

Dat zijn dus allemaal overwegend goede punten voor de Vlaamse regering… Is dat zo over de hele lijn?
“Jammer genoeg niet. In een aantal dossiers is er amper vooruitgang geboekt. Meestal gaat het over randvoorwaarden die ondernemen gemakkelijker kunnen maken. Ik heb het dan over infrastructuurwerken, vergunningstermijnen, bedrijventerreinen. Je moet niet onderschatten hoe belangrijk deze dossiers zijn voor ondernemers. Want als de wegen dicht zitten, of er is onvoldoende ruimte om te ondernemen, of ondernemers moeten te lang wachten op hun vergunningen, dan vertaalt dat zich snel in extra kosten en concurrentienadelen. Jammer genoeg is dat vandaag de realiteit. We zien bijvoorbeeld dat belangrijke infrastructuurwerken, zoals de onsluiting van de luchthaven van Zaventem en het Masterplan Antwerpen, serieuze vertragingen oplopen. Voor een groot stuk is dat te wijten aan slopende procedures. Om nog maar te zwijgen over de extra bedrijventerreinen: van de 7.000 ha beloofde extra percelen tegen 2007 is vandaag nog niet de helft gerealiseerd.”

 

Waarom gaat dat allemaal zo moeizaam?
“Er zijn uiteenlopende verklaringen. Maar als je alles bij elkaar neemt, kom je vaak uit bij hetzelfde fundamenteel probleem. Onze overheid is te log, ze werkt niet efficiënt genoeg. Dat kost handenvol geld, en we laten daardoor dagelijks kansen liggen.”
“Het onlangs vrijgegeven rapport van het Federaal Planbureau heeft het nogmaals bevestigd: de kostprijs van onze kabinetten, ministeries en andere administratieve organen ligt in ons land veel hoger dan in de andere ontwikkelde landen. En er werken ook veel meer mensen. 18,5 procent van de actieve bevolking werkt voor de overheid, ten opzichte van gemiddeld 17,4 procent in ontwikkelde landen.”
“Wat we ervoor terugkrijgen is onvoldoende. Om nog maar te zwijgen over de verstikkende regelneverij. De ambtenaren zelf lopen er gebukt onder. Maar het is ook moordend voor alle economische initiatieven.”

 

toekomstvisie

Een van de paradepaardjes van de Vlaamse regering is ‘Vlaanderen in Actie’ en het bijhorende ‘Pact 2020’. Bent u daarover tevreden? 
“Voka was mee de drijfveer achter deze toekomstplannen. Ze werden uitgewerkt met de hulp van de sociale partners, het sociaal middenveld, enkele ‘captains of society’ en de Vlaamse regering zelf. Voka is uiteraard blij dat er nu een welomlijnde en ambitieuze toekomstvisie op tafel ligt. Heel wat van de doelstellingen sluiten aan bij de Voka-agenda. Er worden ook heel wat leemtes opgevuld, die vandaag nog te weinig aandacht krijgen in het beleid. Ik denk dan bijvoorbeeld aan extra investeringen in innovatie en internationalisering.”


“Uiteraard mag het niet bij plannen blijven. Geen woorden, maar daden. Dat moet nu de leuze zijn. Want voor Vlaanderen is dat broodnodig. Daar ligt alvast een belangrijke opdracht voor de volgende Vlaamse regering. Wij hopen dat op dat vlak althans de continuïteit van het beleid verzekerd is.”

 

Het volledige Voka-rapport over de Vlaamse regering kan u downloaden op www.voka.be

 

Wat vinden de ondernemers?


Hoe evalueren Vlaamse ondernemers de prestaties van hun regering in de afgelopen vijf jaar? Vokatribune vroeg het aan drie bedrijfsleiders die begin 2009 via Voka een stage volgden in het Vlaams parlement.

 

Wim Vos (VAB): “Goede begroting, maar -mobiliteitsbeleid kon beter”

“Het meest positieve punt aan deze regering, is dat ze het imago van een volwaardige regering heeft opgebouwd”, vindt Wim Vos, gedelegeerd bestuurder van de mobiliteitsclub VAB. “Vroeger leefde het beeld van een Vlaamse regering die onder de vleugels van zijn federale evenknie werkte, maar die periode is voorbij. Leterme en Peeters hebben het beeld neergezet van een regering die zelfstandig beslist en die er staat met zijn bevoegdheden. Ook het begrotingsbeleid vind ik goed: het is als regering niet makkelijk om overschotten op te bouwen. En de Vlaamse ministers hebben de gerealiseerde overschotten niet geïnvesteerd in -frivole projecten.”


“Tot slot waren er ook enkele goede mobiliteitsinitiatieven, zoals het project ‘Rijbewijs op School’. Vroeger kregen jongeren na de verkeersklassen in het lager onderwijs eigenlijk geen verkeerseducatie meer, terwijl ze vanaf 12 jaar net meer zelfstandig in het verkeer komen. Met dit project volgen leerlingen de theorielessen voor het autorijden op school en kunnen ze er ook hun theoretisch examen afleggen. Er is nu ook een proefproject voor de praktische opleiding. Omdat het project rijscholen betrekt, krijgen zo’n 5.000 leerlingen nu professionele begeleiding bij het leren autorijden. Ik vind dat een goed initiatief van de Vlaamse regering. Hoewel de rijopleiding voorlopig nog een federale materie is, heeft Vlaanderen op een handige manier iets goeds kunnen doen.”

 

ongecoördineerd

“Minder positief vind ik helaas het hele mobiliteitsverhaal. Het zat al fout van in het begin: de bevoegdheden Mobiliteit en Infrastructuur zitten bij twee verschillende ministers, van twee verschillende partijen dan nog (Mobiliteit bij sp.a-minister Van Brempt en Infrastructuur bij achtereenvolgens minister Peeters en minister Crevits van CD&V, nvdr.). En dat terwijl een degelijk mobiliteitsbeleid enkel mogelijk is als je ook de infrastructuur eraan aanpast. In het begin van de legislatuur zijn er wel enkele kleinere projecten gerealiseerd, maar hun aantal bleef eerder beperkt.”


“De politici kloppen zich nu wel op de borst met hun beslissing in het BAM-dossier (de ontsluiting van de Antwerpse ring, nvdr.), maar in feite hebben ze nog niks beslist. Toen het bij de BAM misliep, hebben ze wel meteen ingegrepen en Karel Vinck aan het hoofd geplaatst. Je kan niet altijd de politiek met de vinger wijzen, natuurlijk. Maar dat neemt niet weg dat de bouwwerken nog steeds niet gestart zijn, hoewel die ontsluiting dringend nodig is.”


“Ik lees ook geregeld hoeraverhalen over De Lijn, bijvoorbeeld dat ze zoveel miljoen euro winst gemaakt hebben. Dan moet ik lachen, want winst maken is niet moeilijk wanneer je inkomsten voor 70 tot 80 procent uit subsidies bestaan. De financiering van De Lijn is niet transparant genoeg, het is ook niet duidelijk  genoeg wat ze voor dat geld aan resultaten moet boeken. Je hoort geregeld dat we meer moeten investeren in vrije busbanen, terwijl er nog zoveel wegen in slechte staat zijn. Je moet dat tegelijk aanpakken, met een gecoördineerd beleid.”


“En tot slot: wie haalt het in zijn hoofd om op de maandag na de paasvakantie wegenwerken te starten op de E19? Je wéét toch dat zo’n dag een piekmoment is in het verkeer? Dat vind ik echt een voorbeeld van slechte voorbereiding en coördinatie, dat moet toch beter kunnen.”


Bart Van Coppenolle (Metris): “Best tevreden, maar vorm werd vergeten”

“Voor mij heeft de Vlaamse regering het best gepresteerd in het crisisverhaal”, zegt Bart Van Coppenolle, CEO van Metris. “Vooral de aanpak van het KBC-dossier vond ik goed. De regering heeft het eigen vermogen van de bank verstevigd en heeft daarmee snel en correct ingegrepen. Als overheid kan je weinig meer doen dan dat. Een financiële crisis aanpakken, vergt verschillende maatregelen, die vaak buiten de controle van onze Vlaamse politiek liggen. Het monetair beleid ligt vooral bij de Europese Centrale Bank. En de mentaliteit en regels van de financiële markt veranderen, kan Vlaanderen eigenlijk ook niet. Maar onze regering heeft wel ingegrepen waar ze kon en waar het nodig was, want banken zijn cruciale infrastructuur van de economie. Het extra eigen vermogen heeft ook effectief geholpen.”


“Daarnaast was de mindset ook algemeen goed. Denk maar aan initiatieven als Vlaanderen in Actie, het XL-fonds en de waarborgregeling. Als ondernemer ben ik best tevreden over deze regering.”

 

vorm

“Wat ik minder vond, is dat enkel de inhoud telt en haast nooit de vorm. Tijdens mijn Voka-stage in het Vlaams parlement heb ik gemerkt dat politici zeer geëngageerd zijn en er voluit voor gaan. Maar de politiek als bedrijf is log en wil enkel scoren met inhoud. Nochtans zou de politiek in ons land zich veel meer moeten bezighouden met de vorm: de boom ook af en toe eens bijsnoeien in plaats van ze enkel maar te laten groeien. Het gaat om belangrijke randvoorwaarden voorzien, zoals een betere bevoegdheidsverdeling tussen de overheidsniveaus van ons land of een effectievere regulering en ondersteuning van de banken, of de regulering van natuurlijke of gewenste monopolies, zoals bepaalde vormen van infrastructuur en energiebeheer.


“We moeten ons in Vlaanderen bewust worden van de politieke plicht om onze maatschappij beter vorm te geven, in plaats van elkaar voor de voeten te lopen met alleen maar actuele, populaire  inhoudelijke thema’s. Ik begrijp dat de staatshervorming nu vooral federaal besproken wordt, terwijl het misschien beter was geweest om de Vlaamse regering en het Vlaams parlement een prominentere rol te laten spelen. De gemeenschapsdialoog van minister-president Peeters heeft misschien weinig opgeleverd, maar dat is eerder het gevolg van de moeilijke realiteit van ons land. Dat soort initiatieven is goed en zou meer moeten gebeuren.”


“Tot slot moeten we als regio de ambitie hebben om de kosten van de overheid te verlagen. Er zijn al grote stappen gezet om onze hoge belastingen en zware administratieve overheid te verminderen, maar er is volgens mij nog veel ruimte tot verbetering. Betalen we die hoge prijs voor onze overheid omdat we nu eenmaal meer moeten verzoenen tussen gewesten en gemeenschappen? En willen we ons daar wel bij neerleggen?”


Wim Van den Abbeele (Fabricom-GTI): “Competent, maar te weinig toekomstvisie”

“De grootste opsteker voor deze Vlaamse regering is toch wel het budgettair beleid”, vindt Wim Van den Abbeele, secretaris-generaal van Fabricom-GTI. “De ministers hebben jaar na jaar een deugdelijke begroting opgesteld en hebben zich daar ook telkens aan gehouden. Dat is een goede score. De regering bestaat uit een goede ploeg met competente mensen. Ze hebben snel en flexibel gereageerd op de economische crisis en hebben het nodige engagement op zich genomen. Dat is lovenswaardig.”

 

toekomst

“Dat neemt niet weg dat er ook wat punten van kritiek zijn. Ik vind deze regering te weinig kritisch over haar eigen werking en die van de Vlaamse instellingen. Er werd wel een Commissie voor Efficiënte en Effectieve Overheid opgericht, maar erg ambitieus is dat niet. De regering heeft ook te weinig van haar beslissingen echt kunnen doordrukken. Tot slot was er een gebrek aan visie over de toekomst van Vlaanderen en de Vlaamse groeisectoren.”

Auteur : Sandy Panis en Tim Spruytte
Bron : Vokatribune mei 2009

terug