Nu keuzes maken
Dat was de centrale boodschap van de Voka-top Luc De Bruyckere en Philippe Muyters aan formateur Kris Peeters. Bij het ter perse gaan van dit artikel zijn de onderhandelingen nog volop aan de gang. Philippe Muyters zet een en ander op een rijtje.
Voka-voorzitter Luc De Bruyckere en uzelf hebben de politici opgeroepen om elementaire keuzes te maken. Waarom is dat zo belangrijk?
“Er is simpelweg te weinig – of geen – geld om plannen uit te voeren. De SERV rapporteerde onlangs dat de Vlaamse regering bij ongewijzigd beleid tegen eind 2014 een schuld zal hebben van bijna tien miljard euro. 2010 zal afgesloten worden met een begrotingstekort en er zal geen beleidsruimte zijn voor de rest van de regeerperiode. Nochtans liggen er prachtige plannen op tafel. Vlaanderen in Actie en het Pact 2020, bijvoorbeeld.”
Hoeveel kost het Pact 2020?
“7,5 miljard euro. Dat is een ruwe schatting, berekend door de SERV.”
besparen
Dat betekent dus besparen, als je het plan wil uitvoeren…
“Inderdaad. En niet een klein beetje. Om de Vlaamse begroting gezond te kunnen houden, en om in 2011 weer wat beleidsruimte te creëren, moeten we volgend jaar 1,9 miljard euro besparen. Op een begroting van 23 miljard is dat geen sinecure.”
Waar moet de overheid dat geld halen?
“Belastingen opdrijven is geen optie. We zijn nu al belastingkampioen in Europa. Met hier en daar wat snoeien in de uitgaven zullen we er ook niet komen. Dat is morrelen in de marge. Wat we nodig hebben, zijn ingrijpende en structurele aanpassingen in het beleid, en een veel efficiëntere overheid.”
Hoeveel kan dat opleveren?
“De Vlaamse overheid spendeert jaarlijks 6 miljard euro aan zijn eigen werking. Als ze daar jaarlijks drie procent per jaar op kan besparen, dan levert dat telkens 180 miljoen euro extra op; of 1,8 miljard euro over de ganse legislatuur.”
keuzes
Elementaire keuzes maken, zegt u. Welke keuzes heeft Voka voorgesteld aan de formateur?
“Wij zien drie prioriteiten. Om onze economie op een hoog niveau te kunnen houden, zijn er bijkomende investeringen nodig in infrastructuur en in onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast moeten een aantal pestbelastingen verdwijnen. Die drie maatregelen zullen extra zuurstof geven aan onze economie, wat broodnodig is voor jobs in Vlaanderen.”
“Daarnaast kan de overheid nog goede dingen doen die niks of heel weinig kosten. Ik denk bijvoorbeeld aan meer administratieve vereenvoudiging, het sneller toekennen van vergunningen, werk maken van voldoende vergunde bedrijventerreinen en jonge ondernemers helpen bij de opstart van hun bedrijf. Dat zal het de ondernemers een pak aangenamer maken. Vandaag zien we spijtig genoeg nog vaak het omgekeerde. We horen de laatste tijd echt hallucinante verhalen van ondernemers die wel willen investeren, maar het niet kunnen omdat ze zich jarenlang door administratieve rompslomp moeten wringen, of te lang moeten wachten op een vergunning, enzovoort. Het is ongelooflijk wat wij hier in Vlaanderen mislopen aan investeringen op die manier. Want als een buitenlandse investeerder zo behandeld wordt, dan is hij weg en voert hij zijn investering uit in een land waar ze hem wel met open armen ontvangen. Zie je, door gewoon een aantal eenvoudige maar elementaire efficiëntie- en beleefdheidsregels toe te passen, kan je ook al veel winnen. Ondernemers moet je niet ‘ambeteren’, je moet ze laten ondernemen.”
Op dit moment zijn de onderhandelingen volop aan de gang. Kris Peeters heeft een eerste formateursnota aan de partijen voorgelegd. Bent u tevreden over de tekst?
“Ik vind het altijd heel gevaarlijk om zo’n vraag te beantwoorden. Want het is niet omdat er nu een goede of slechte tekst op tafel zou liggen, dat dat ook zou gelden voor het uiteindelijke resultaat, het plan van de nieuwe regering. Nu is het een tijd van onderhandelen, dus moeten we de onderhandelaars hun werk laten doen. Uiteraard hoopt Voka dat de politici rond de tafel onze bekommernissen en vragen meepakken. We houden voortdurend contact met hen, formeel en informeel. De werkgroepen die de onderhandelingen voorbereiden hebben we ook uitvoerig op de hoogte gebracht over onze standpunten. We hebben wie het aanbelangt ook laten weten welke punten we wel en niet goed vinden in de teksten die op tafel liggen. Meer kunnen we op dit moment niet doen. Het zijn de onderhandelaars die uiteindelijk beslissen wat er wel en niet gaat gebeuren in de komende regeerperiode.”
jobkorting
Een hot item waar heel wat om te doen is de jobkorting. Moet ze uitgebreid worden of net verdwijnen? Wat denkt u daarover?
“Mijn antwoord daarop is heel simpel: in deze crisistijd moeten we volop inzetten op het herstel van onze economie. En ook hier betekent dat keuzes maken. We moeten meer mensen een job geven, eerder dan degenen die al een job hebben extra geld toestoppen. Dat is op zich een goede maatregel, maar gezien de budgettaire toestand en de keuzes die we moeten maken, is het op dit moment niet de prioriteit. Dus zeggen wij: we willen de jobkorting in de weegschaal leggen op voorwaarde dat die vrijgekomen ruimte structureel naar economische investeringsprogramma’s gaat.”
staatshervorming
Denkt u dat er nog veel in huis zal komen van een staatshervorming?
“Dat moet alleszins. Als we ons staatsbestel willen aanpassen aan de uitdagingen van vandaag – de vergijzing, de klimaatverandering, meer efficiëntie – dan moeten we kordaat blijven inzetten op staatshervorming. Zonder een staatshervorming kunnen we die grote uitdagingen simpelweg niet aan.”
Zien ook de politici dat zo?
“Dat zal moeten blijken. Maar ik hoop van wel. Want als we onze instellingen niet hervormen, dan komen onze sociale zekerheid en welvaart in het gedrang. En dat kan toch niet de bedoeling zijn.”
Efficiëntie-winsten bij overheid essentieel
De financiën van de Belgische overheid bevinden zich in een precaire toestand. Blijven geld lenen, is niet mogelijk. En de crisis maakt investeringen en hulpmaatregelen nodig. Bovendien wil elke executieve beleidsruimte hebben. De overheid moet daarom dringend efficiënter gaan werken, stelt Karl Collaerts van het Voka-Kenniscentrum. Hij legt ook uit hoe ze dat kan doen.
In crisistijden verschuift de focus onvermijdelijk naar kostenreductie en schuldafbouw. Dat is goed zichtbaar in het bedrijfsleven. De overheid daarentegen voert tegenwoordig nog een anticyclisch beleid. Met extra overheidsuitgaven tracht ze de daling van de productie bij te benen. Zo stijgt de verhouding tussen de overheidsuitgaven zonder intrestlasten en het bbp in één jaar tijd van 46,2 procent tot 50 procent. Dat wordt gefinancierd met oplopende begrotingstekorten. Zonder maatregelen verwacht de Nationale Bank volgend jaar een begrotingstekort van 6 procent van het bbp. Of het daarbij blijft, is onzeker.
Op korte termijn valt die evolutie niet te vermijden. Er is nood aan een relancebeleid. Het financieel systeem moest gered worden. De overheid moet op zo’n ogenblik zijn traditionele macro-economische stabilisatierol vervullen.
overheidsschuld
Van een sense of urgency bij de overheid is in zo’n klimaat niet meteen sprake. Ondertussen dikt de Belgische overheidsschuld echter in versneld tempo aan. In drie jaar tijd neemt ze toe van afgerond 28.000 euro tot 36.000 euro per inwoner. Een nooit geziene schuldtoename in vredestijd.
Maar verder ontlenen aan dat ritme is onhoudbaar. Vroeg of laat komt de kredietwaardigheid van de overheid onder druk. En een opleving van de economie zal sowieso gepaard gaan met een toenemende rente en daaraan verbonden rentelasten. Een geloofwaardig begrotingstraject op middellange termijn is alleen al daarom essentieel. Komt daarbij dat de vergrijzingsgolf moeilijk afgeremd kan worden.
De Hoge Raad van Financiën tekende een ’meerjarig begrotingspad’ uit in april jl., met een globaal Belgisch begrotingsevenwicht in 2015. In 2010 impliceert dat al maatregelen voor 7 miljard euro, vooral door de tekorten van de verschillende overheden terug te dringen. Op dit ogenblik boeken alle overheidsniveaus immers tekorten. Ook de Vlaamse.
Dat belooft weinig of geen budgettaire ruimte voor nieuw beleid. Zelfs als er eerst drastisch gesaneerd wordt. De regering mag nochtans niet stilzitten: innovatie, missing links wegwerken, financiële ademruimte voor ondernemingen, het zijn allemaal noodzakelijke initiatieven om een groeival te vermijden. Want dat zou de economische en budgettaire malaise alleen maar versterken.
efficiëntieprogramma
Hoog tijd voor de verschillende overheden om een operationeel efficiëntieprogramma op te starten, zoals in andere landen. We kunnen wat leren van het Verenigd Koninkrijk.
Daar slaagde men er in de periode 2005-2008 in om jaarlijks oplopende efficiëntiewinsten van 2,5 procent te realiseren op de departementale uitgaven. Die worden telkens voor een periode van drie jaar vastgelegd. 40 procent van die winsten waren te realiseren via kwaliteitsverbeteringen. De overige 60 zestig moesten leiden tot effectief uitgespaarde middelen. Ook de lokale besturen werden betrokken.
De globale efficiëntiedoelstelling werd overschreden met 20 procent consistent gemeten en geauditeerd door een onafhankelijke auditeur. In de periode 2008-2011 werd de jaarlijkse doelstelling verhoogd tot minimaal 3 procent. Bovendien moet die zich nu voor de volle 100 procent vertalen in uitgespaarde middelen, zonder te teren op de kwaliteit van de dienstverlening.
Elk departement is gebonden aan die globale doelstelling. Telkens wordt een overeenkomst gesloten met het departementshoofd. Die overeenkomst bevat het concrete tijdspad van de verwachte winsten en de nodige maatregelen om ze te realiseren. Daarbij wordt ook al geanticipeerd op de risico’s van niet-uitvoering. De departementen krijgen zekerheid over hun middelen voor een periode van drie jaar. Ongebruikte middelen kunnen ze vrij gemakkelijk overdragen naar het volgend jaar. Dat vermijdt verspilling op het einde van het jaar. Ook zachtere vormen van responsabilisering worden toegepast, zoals het consistent en eerlijk rapporteren, rechtstreeks aan de bevolking, over geboekte winsten en eventuele problemen. Dat vergroot het draagvlak.
value for money
Efficiëntiewinsten komen langs vele wegen tot stand. Langs de klassieke weg kan het met gezamenlijke aankopen, een doorgedreven digitalisering van dienstverlening, en met benchmarking en de implementatie van de daaruit volgende beste praktijken. Maar ook een herziening van het businessmodel kan tot maatschappelijke winst leiden,bijvoorbeeld door de kostprijs van dienstverlening rechtstreeks aan te rekenen aan de gebruiker in plaats van de belastingbetaler automatisch aan te spreken. Dat kan ook “value for money” opleveren.
Nog een les: een efficiëntieprogramma komt niet de avond voor een begrotingsopmaak tot stand. Er is een zekere, tijdsgebonden analyse nodig, met de nadruk op het operationele werk. Die analyse moet vervolgens in een meerjarig perspectief vertaald worden. In het Verenigd Koninkrijk doorploegde men de ‘bedrijfsprocessen’, zoals de aankoopfunctie, de backoffice en de beleidskolom. Daarbij werd waar nodig “over het muurtje” van de departementen en beleidsniveaus gekeken. Dat voorbereidend proces werd geleid door Sir Peter Gershon, een man met ruime ervaring in zowel de private als de publieke sector (zie ook Vokatribune mei 2008, interview met Sir Peter Gershon ‘De man die 23 miljard pond bespaarde’ nvdr.). Er werd daarbij ook gepeild naar verbetermogelijkheden bij ambtenaren zelf. Thans tekent men over het Kanaal de efficiëntieprojecten voor de periode 2011-2014 uit. Relevante ervaring uit het bedrijfsleven wordt daarbij actief omarmd.
Een programma van deze omvang heeft een stevig politiek commitment nodig. De aansturing gebeurt dan ook best door de minister-president of de minister van Begroting. Elke dag langer wachten op de operationalisering is een verloren dag.
Bron : Vokatribune juli 2009