filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07jul
09
 Vergrijzing wordt echt onbetaalbaar

Sinds 2002 al publiceert de Studiecommissie voor de Vergrijzing (kortweg: de Vergrijzingscommissie) haar jaarlijkse verslag in de aanloop naar de zomer. Maar het is geen vakantieliteratuur.

Cijfers somberder bij elk nieuw rapport

 

De cijfers zijn niet geruststellend, en – wat erger is – ze hebben de neiging om jaar na jaar negatiever te worden.


Dit jaar zijn de vergrijzingscijfers uitgesproken negatief. Om dat meteen sprekend te illustreren: vorig jaar ging de Vergrijzingscommissie er nog van uit dat de sociale uitgaven tussen 2008 en 2050 zouden oplopen met 5,9 procentpunten van het bruto binnenlands product (bbp). Dit jaar luidt de schatting dat de totale kosten van de vergrijzing met 8 procentpunten zouden oplopen. Dat is 2,1 procentpunten meer dan vorig jaar – en een wereld van verschil.
Om het nog sterker te zeggen: alle pensioenuitkeringen en sociale uitgaven die met vergrijzing te maken hebben, zullen tegen 2060 liefst 31,3 procent van het bbp opslorpen. Dat betekent dus dat nagenoeg een derde van alles wat in ons land aan welvaart wordt gecreëerd naar die uitgaven zal gaan. In 2008 was dat ‘maar’ 23,2 procent, iets minder dan een kwart dus.
In bijgaande tabel hebben we de componenten in grote categorieën opgelijst. Het gaat om pensioenen, gezondheidszorg, thuiszorg en ouderenopvang, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en brugpensioen. Sommige van die componenten zullen (sterk) groeien door de vergrijzing (zoals blijkt uit de laatste kolom). Andere zullen dan weer (lichtjes) krimpen: de kinderbijslag daalt bijvoorbeeld als gevolg van de ‘ontgroening’.
Maar de som blijft eenvoudig. Als binnen afzienbare tijd zoveel extra geld naar vergrijzingskosten zal stromen, dan moeten ofwel de budgettaire middelen toenemen (wat niet haalbaar en niet wenselijk is), ofwel moeten we besparen.

 

realistisch

Hoe komt het dat we op een jaar tijd plots 2 procent meer zullen moeten vinden? Is de commissie in een pessimistische bui? Neen, ze is gewoon wat realistischer geworden.
In de eerste plaats zorgt de economische crisis voor hogere sociale uitgaven. Dat verklaart voor 1,2 procentpunt de extra stijging. Ten tweede gaat de commissie dit jaar uit van een lagere productiviteitsgroei. In de vorige jaren was de optimistische hypothese nog dat de productiviteit op lange termijn met 1,75 procent per jaar zou groeien, dit jaar is het uitgangspunt nog ‘slechts’ 1,5 procent. Die lagere hypothese verklaart 0,9 procentpunt verschil.
Terloops, in het vergrijzingsrapport 2009 (en in onze tabel) is ook de standaard-projectieperiode wat langer geworden. Ze loopt nu tot 2060, en niet meer tot 2050, zoals in het vorige verslag. Ook dat heeft een effect: de kosten lopen in die periode op met 8,2 procent van het bbp. Nog 0,2 procentpunt meer, dus.

 

arbeidsmarkt

Angstaanjagend zijn de projecties die de commissie maakt over de arbeidsmarkt. De economische crisis laat zich uiteraard ook daar voelen. De werkloosheid zou in 2011 op-lopen tot een nooit eerder gezien -niveau van 15,3 procent. En de werkgelegenheidsgraad, die volgens de zogenaamde Lissabonstrategie
in 2010 op 70 procent zou moeten zitten, bedroeg vorig jaar slechts 63,6 procent. Bij ongewijzigd beleid halen we die 70 procent trouwens niet in lengte van dagen: ook in 2060 zouden we slechts aan 68,5 procent komen.
Het verontrustende is natuurlijk dat een drastische verhoging van de werkgelegenheidsgraad altijd als het droomscenario is voorgesteld om de vergrijzing betaalbaar te houden.
En wie zal opdraaien voor de kosten? De uitsplitsing van de vergrijzingsfactuur per entiteit toont aan dat de budgettaire kosten bijna volledig ten laste vallen van de federale overheid en de sociale zekerheid (‘Entiteit I’, in het jargon). Tussen 2008 en 2060 zal de vergrijzing hen 8 procent van het bbp kosten. De lokale besturen, de gemeenschappen en de gewesten (‘Entiteit II’) zullen slechts 0,2 procent van het bbp moeten bijdragen.

 

keuzes

Het rapport toont vooral aan dat ons land er niet in slaagt om zich goed voor te bereiden op de vergrijzingsgolf. En dat terwijl die letterlijk voor de deur staat. Tussen 2008 en 2014 zullen de sociale uitgaven die verband houden met de vergrijzing al fors stijgen, namelijk met 3,2 procentpunt, van 23,2 procent van het bbp naar 26,4 procent.
De evolutie van de cijfers staat in schril contrast met wat de Europese Unie ons aanbeveelt. De EU adviseert namelijk om de overheidsschuld af te bouwen, de werkgelegenheidsgraad te verhogen en de stelsels voor pensioenen en gezondheidszorg te hervormen.
Het sleutelen aan de werkgelegenheidsgraad blijft nog altijd een essentieel element. Als we erin slagen om de werkgelegenheidsgraad van 55-plussers op te vijzelen met 14 procent, dan komen we aan het Scandinavische niveau van 2008. De extra budgettaire kosten van de vergrijzing tussen 2008 en 2060 lopen dan terug tot 7 procent van het bbp. Dat is 1,2 procentpunt lager dan wat er in het referentiescenario staat.
Maar dat alleen zal niet volstaan. We kunnen niet anders dan eindelijk werk maken van een grondige hervorming van ons pensioenstelsel. We hebben dringend nood aan een nieuw sociaal contract dat het evenwicht herstelt tussen solidariteit en verzekering voor de oude dag.
De kosten lopen hoog op. Maar wat we in ruil daarvoor terugkrijgen, is bedroevend van kwaliteit. We hebben recht op een performant, modern pensioenstelsel dat solidair is en rechtvaardig, zowel binnen als tussen generaties. Terwijl ons huidige stelsel op heel wat terreinen achterhaald is en mensen onvoldoende beloont voor geleverde prestaties. Zowel de gepensioneerden als de werkenden verdienen beter.

Auteur : Daan Ballegeer
Bron : Vokatribune juli 2009

terug