filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

14jan
08
 Nieuwjaarstoespraak Urbain Vandeurzen

De Voka-voorzitter pleit voor innovatieve doorbraken, internationale ambitie en een efficiënte staatsstructuur.

U kan de nieuwjaarstoespraak hier downloaden, of bekijk de uitleg van de voorzitter in Vokascherm.

 

Het is een prettige traditie, om op de VOKA-nieuwjaarsreceptie U allen hartelijk welkom te heten, en om U het allerbeste toe te wensen voor het nieuwe jaar. Moge 2008 voor U een excellent jaar worden, in de allereerste plaats op privé-vlak, voor U, uw familie en al wie U dierbaar is. Maar ook in alles wat U onderneemt.

 

Graag verwelkom ik hier in ons midden - ook naar goede gewoonte - de Minister-president van de Vlaamse regering, de heer Kris Peeters.

 

Mijnheer de Minister-president, wij zijn blij dat U eind december het toekomstplan “Vlaanderen in Actie” opnieuw op gang heeft gebracht. En dit met een open debat over “doorbraakdoelstellingen”. Wij zijn enthousiast dat U bent ingegaan op onze suggestie en een focus heeft gelegd. U heeft logistiek en mobiliteit als prioriteit behouden, maar focust nu nadrukkelijk op talent, op internationalisering en op innovatie, niet toevallig “E = ti²”.

 

U heeft zelf het ViA-letterwoord geparafraseerd als: Visionair, Internationaal en Ambitieus. En dat geeft perfect weer wat ook wij met onze regio voor hebben. We moeten onze ambities zeer scherp durven formuleren. Ik haal graag de woorden aan van de nieuwe ViA-voorzitter Karel Vinck. Ik citeer: “We moeten ons durven engageren om in 2020 tot de vijf beste regio’s van Europa te behoren.”

 

Dat is tot de 5 beste uit 125 regio’s. Precies daarom moet Vlaanderen zich radicaal vernieuwen rond gespecialiseerde industrie en kennisintensieve diensten. Precies daarom moeten wij “doorbraken” realiseren om op het vlak van talentontwikkeling, innovatie en internationalisering bij de absolute Europese koplopers te behoren.

 

En een Europese koploper zijn we vandaag bijlange niet. Naar BBP per inwoner zijn we slechts 27ste op 125 en alle internationale rankings wijzen er op dat ons concurrentievermogen niet vooruit maar eerder achteruit gaat. Onze zo geroemde productiviteit staat nog steeds op een zeer goede 9de positie, maar gecorrigeerd voor onze superhoge loonkosten, staan we slechts op de 70ste plaats op 125. Ons businessmodel is duidelijk achterhaald.

 

Een nieuw toekomstplan voor Vlaanderen is veel dringender dan sommigen wel denken. Er is maar één “weg” vooruit en dat is de weg van de innovatiegedreven groei. Daarvoor hebben we ingrijpende doorbraken nodig.

 

De Vlaamse regering kan zeer goede begrotingscijfers voorleggen voor 2007. En als het goed is, mogen we het zeggen. Dit verdient een pluim. In het bijzonder voor de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting, Dirk Van Mechelen.

 

De Vlaamse regering heeft, ondanks diverse wissels, zakelijk verder bestuurd. Ze neemt goede beslissingen, zoals de geleidelijke afschaffing van de onroerende voorheffing op materieel en outillage [ook al hebben we daar 8 jaar voor moeten lobbyen]. En de herstart van ViA was een geslaagde oefening in luisterbereidheid vanwege de voltallige Vlaamse regering die haar oor te luisteren legde bij het brede Vlaamse middenveld.

 

In de volgende 12 maanden moeten we in Vlaanderen een consensus creëren over hoe we op de kortst mogelijke manier tot de Europese top gaan behoren en daarvoor erkend zullen worden. We zijn ervan overtuigd dat in Vlaanderen daarvoor het talent, de creativiteit en de samenhorigheid aanwezig zijn.

 

Hoe men op het federale niveau nog tot een consensus kan komen en het immobilisme kan doorbreken, dat is een ander paar mouwen. Zonder overdrijven mogen we 2007 uitroepen tot het Belgische jaar van René Magritte. Het surrealisme heeft vorig jaar in de Belgische federale politiek een nieuw hoogtepunt bereikt. Het ondenkbare werd telkens opnieuw de realiteit.

 

Kon U zich dat voorstellen, begin 2007: een formatieronde die voor sommigen alles was… behalve een formatie? Had U zich vooraf kunnen inbeelden dat er meer blokkages zouden opdagen dan oplossingen? Had U zich kunnen voorstellen dat, terwijl de wereld op volle kracht vooruitgaat, het Belgische federale niveau in 2007 totaal verlamd zou zijn?

 

Net voor het eindejaarsreces kreeg ons land dan toch een nieuwe federale regering. Een “interim-regering”, zo wordt ze genoemd. Ze moet het buitenland doen geloven dat België opnieuw bestuurd wordt, en ze moet een aantal dringende zaken oplossen. Maar tussen ons, beste vrienden, chers amis, laat ik het op zijn Magrittes zeggen: “Ceci n’est pas un gouvernement, pas encore”. Deze “interim-regering” is nog geen echte regering.

Want wat mogen we van het programma verwachten?

 

Men gaat in drie maanden een aantal dringende problemen aanpakken. Men gaat ervoor zorgen dat de begroting in evenwicht is, dat de vergrijzingskosten niet doorgeschoven worden, dat de koopkracht niet verder erodeert door de oplopende kosten van voeding en energie, dat het concurrentievermogen van ons land niet verder verzwakt.

 

Maar, met alle respect, dat kan een “interim-regering” niet. De prijzen van grondstoffen en energie worden bepaald door de wereldmarkten, niet door de Belgische regering. En om de koopkracht te vergroten is er maar één fundamentele oplossing: dat is met zijn allen meer, harder en langer werken. Ook door diegenen - waar ze ook wonen in België - die dat vandaag niet of nog te weinig doen.

 

Dat is wat de Vlamingen willen en - ik ben ervan overtuigd - meer en meer ook de Franstaligen. En daarom moet werken meer opbrengen en minder belast worden. Zoals met de goede maatregel van de resultaatsgebonden bonus - een voorbeeld van meer nettovergoedingen waar wij sterk voor pleiten.

 

Maar er is meer nodig, veel meer. Om de grote uitdagingen van vandaag aan te pakken - de globalisering, het herstel van het concurrentievermogen, de kosten van de vergrijzing en het samenlevingsmodel in België – is er een stabiele regering nodig met een gedragen mandaat en een brede consensus over de grote sociaal-economische hervormingen en dus over de nieuwe staatsstructuur. Want het één kan niet zonder het ander.

 

Wij maken ons zorgen, grote zorgen over wat er zal gebeuren als er tegen 23 maart onvoldoende vertrouwen, draagvlak en consensus is over de toekomst in dit land.

 

Als blijkt dat interpersoonlijke aversies tussen politieke tenoren het overleg blijven verzuren,

als blijkt dat partijpolitieke berekeningen over de volgende regionale verkiezingen oplossingen blijven bemoeilijken,

als de bereidheid van de Franstaligen om nu toch over de staatshervorming te praten een lege doos blijkt te zijn,

als de Vlamingen symbolen belangrijker achten dan een zakelijke, sociaal-economische staatshervorming,

als de syndicale vrees voor hervormingen de modernisering van de sociale zekerheid en van het arbeidsrecht in de weg blijven staan,

als het responsabiliseren van de solidariteit steeds opnieuw wordt uitgesteld omdat bepaalde regio’s meer financiële verantwoordelijkheid weigeren,

dan komen we in 2008 van woelig politiek vaarwater in een communautaire windhoos, en dreigen we, machteloos, de tsunami’s van vergrijzing en globalisering te moeten ondergaan.

 

Dit is scherp geformuleerd – maar niet zo ver af. Tot 23 maart resten ons nog 68 dagen.

 

De persoonlijke nota van Guy Verhofstadt over de staatshervorming gaat in ieder geval uit van een aantal juiste principes. Hij wil homogenere bevoegdheden, pleit voor subsidiariteit, verschuift financiële verantwoordelijkheid en ruimere fiscale autonomie naar de regio’s. De nota is een waardevolle bijdrage om te gaan naar efficiëntere overheden op alle niveaus.

 

Ik roep dan ook alle politieke leiders op de stellingoorlog op te geven en tot een ernstig akkoord te komen.

 

Dat het anders kan, hebben we eind vorig jaar zelf aangegeven, op het Voka-congres in Leuven. We hebben samen met U een rekensom gemaakt. We moeten in België 500.000 nieuwe mensen aan de slag krijgen tegen 2020, om onze welvaart te behouden en onze sociale zekerheid te kunnen financieren. Dat is een enorme uitdaging.

 

500.000 extra mensen aan het werk op 10 tot 12 jaar - dat vraagt een belangrijke verhoging van de werkzaamheidsgraad in alle gewesten: in Vlaanderen een verdere stijging tot boven de 70%, in Wallonië en Brussel een echte turnaround. Een jaar geleden tijdens deze bijeenkomst stelde ik dat Wallonië in de volgende tien jaar zijn werkzaamheidsgraad moest optrekken tot het Europees gemiddelde zodat de transfers vanuit Vlaanderen in grote mate zonder voorwerp zouden worden. Wie had toen gedacht dat de drie regionale werkgeversorganisaties akkoord zouden gaan om samen aan tafel te zitten om ons voorstel - een solidariteitspact - uit te werken.

 

Om dat solidariteitspact te doen slagen, zijn er een aantal hervormingen dringend nodig. Onze mening daarover is gekend: daar is een staatshervorming voor nodig, een staatshervorming met een tweederdemeerderheid. Want we moeten de bevoegdheden voor arbeidsmarktbeleid homogeen maken en dus overhevelen naar de gewesten. We moeten in de vennootschapsbelastingen ruimte geven aan de regio’s voor maatwerk, om concurrentiëler te zijn met andere Europese regio’s.

 

Bovendien - en dat is essentieel -  moeten we de regio’s financieel responsabiliseren!

 

Dus meer eigen fiscale inkomsten, meer financiële verantwoordelijkheid voor eigen uitgaven. Minder consumptiefederalisme. Zo moeten de regio’s zelf verantwoordelijk worden voor de uitgaven in gezondheidszorgen en voor de pensioenen van hun ambtenaren. De federale kas is immers leeg. En samenwerking tussen de regio’s moet worden beloond, het omgekeerde ontmoedigd. Vanzelfsprekend moeten gewesten en lokale besturen volledig zelf de verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen bevoegdheidsdomeinen. Voor overlappende parallelle financiering is er geen geld meer.

 

Die grondige, solidaire en responsabiliserende staatshervorming hebben we echt nodig om 500.000 nieuwe mensen aan het werk te kunnen krijgen tegen 2020, en zo de solidariteit te blijven financieren.

 

Het solidariteitspact met de regionale werkgevers kan daarvoor mede het draagvlak creëren. En dit op korte termijn. Ik heb van politici geleerd me niet op te sluiten in een timing. Maar het is U bekend dat ik graag goed nieuws wil tegen Valentijn.

 

Maar, waarom zouden naast de werkgevers ook de vakbonden zich niet willen engageren in dergelijk debat? Een debat ten gronde over de toekomst van de sociale zekerheid, over de toekomst van het land. Solidariteit financierbaar houden, inspanningsengagementen om extra jobs te creëren - en ze ook in te vullen - samenwerking tussen de regio’s… Waarom kan dat op niet rekenen op syndicale bijval? Het wordt tijd dat iedereen daarvoor zijn nek eens uitsteekt.

 

Wij leven toch wel in een complex land van tegenstellingen en paradoxen. Denkt u even terug aan de vakbondsmanifestaties die begin december enkele tienduizenden mensen op de been brachten.

 

De vakbonden zijn voor het behoud en de verhoging van de koopkracht, zeggen ze. Maar paradoxaal genoeg zijn ze tegelijk tegen strengere maatregelen om mensen meer aan het werk te zetten of om werken beter te verlonen.

 

Ze willen het behoud van de sociale zekerheid, maar ze zijn tegen hervormingen die dat stelsel betaalbaar houden.

 

Ze willen sociaal overleg, maar ze zien geen heil in overleg tussen de gemeenschappen over een rationelere staatsinrichting.

 

Ze verwijzen naar het verzekeringsprincipe om niets aan de federale sociale zekerheid te wijzigen. Maar welke verzekerde wil onder een federaal beheer blijven als bij status-quo de federale kas leeg geraakt - en waarom zou die verzekerde niet beter af zijn bij een performanter beheer op regionaal niveau, op maat van zijn behoeften?

 

De ultieme paradox is dan ook dat in ons land meer solidariteit alleen maar mogelijk is door meer autonomie voor de regio’s. En het omgekeerde is dus ook waar: wie de regionalisering afzweert, wie ze tegenhoudt of tegenwerkt, die zorgt er voor dat de solidariteit vermindert. We nodigen iedereen dan ook uit om in 2008 de staatshervorming niet meer tegen te werken, maar in naam van de solidariteit eraan mee te werken.

 

 

We krijgen wel eens te horen dat we veel hooi op de vork nemen. Dat we pleiten voor vernieuwing op alle niveaus: op niveau van de ondernemingen voor product- en procesvernieuwing, op niveau van de overheid voor het wegwerken van onze structurele handicaps zoals de verouderde arbeidswetgeving, de te hoge fiscaliteit en de te dure overheid. Dat we ons mengen met het institutionele en politieke debat en consequent ijveren voor een efficiëntere staatsstructuur.

 

Ondernemers weten dat in een wereld vol kansen, maar ook vol concurrentie, niets zo gevaarlijk is als afwachten en niets doen. Het is een vergissing te denken dat we een Europese topregio kunnen worden, zonder grondige hervormingen van de meeste bevoegdheden die zich vandaag nog op het federale niveau bevinden.

 

VOKA zal daarom in 2008 op dezelfde positieve, geëngageerde manier, verder ijveren voor en werken aan een nieuwe toekomst voor Vlaanderen. Te veel positief engagement vind ik een stuk beter dan te weinig engagement. Wij gaan verder door voor een warm en solidair Vlaanderen, voor een Vlaanderen dat innoveert en vernieuwt, voor een zelfbewuste regio die niet op zichzelf gekeerd is maar zich internationaal profileert en tot de beste in Europa wil gerekend worden.

 

Wij zullen blijven werken vanuit een langetermijnvisie met duidelijke ambities.

 

Wij blijven investeren in coalities, in structurele samenwerking met de Vlaamse sectororganisaties en met UNIZO, en op bepaalde inhoudelijke dossiers ook met VKW.

VOKA zal in 2008 het voortouw blijven nemen van een sterk front van de Vlaamse werkgevers en hierover verder afspraken maken.

 

Wij zullen ook blijven investeren in relaties met onze regionale collega’s. Onze visie over een versterking van de rol van de regio’s impliceert immers een sterkere samenwerking tussen die regionale organisaties. Dit doet geen afbreuk aan onze wil tot samenwerking met het VBO, maar het geeft er een andere invulling aan.

 

Wat onze eigen organisatie betreft, we hebben in december goede afspraken gemaakt met de VOKA Kamers voor belangrijke verdere stappen van integratie om zo de dienstverlening naar onze bedrijven nog verder te verbeteren. Ik wil hier trouwens Luc De Bruyckere en Paul Kumpen nogmaals danken voor de deskundige begeleiding van deze interne oefening.

 

In die dienstverlening en in de ganse werking van ons netwerk gaan we ons dit jaar nog veel meer dan voorheen actief bezighouden met Internationaal Ondernemen. Voor Voka wordt 2008 daarom het Jaar van het Internationaal Ondernemen.

 

Twee jaar geleden luidden we het jaar van de innovatie in, vorig jaar was talentontwikkeling het centrale thema. Met de nadruk op internationaal ondernemen maken we dit jaar het programma E = ti² rond.

 

Internationaal Ondernemen wordt inderdaad de ultieme toetssteen voor het Voka-transformatieprogramma.

 

Internationaliseren betekent dat we als Vlaamse regio ook de laatste restjes provincialisme definitief van ons afschudden en met open blik de wereld inkijken. Een wereld die enorme business opportuniteiten biedt met groeimarkten waarin we een groter deel van de koek moeten opeisen en waaruit we een pak positieve energie kunnen putten. En dan heb ik het niet alleen over nieuwe klanten, maar ook over kostenvoordelen die zeer belangrijk kunnen zijn en over de schaalvergroting via partnerships en netwerken.

 

Internationaliseren betekent internationaal zaken doen in al zijn facetten - dus ook dat we innovatie internationaliseren en dat we voor talentontwikkeling de grenzen opengooien door het aantrekken van internationaal talent, maar ook door onze mensen van hier de wijde wereld in te sturen.

 

Maar vooral betekent Internationaal Ondernemen een constante opstoot van adrenaline telkens je persoonlijk geconfronteerd wordt met het dynamisme, de inzet, de wil tot slagen van de vele nieuwe ondernemers in die groeilanden.

 

Ik vat samen. Ik heb hier vandaag drie boodschappen, drie opdrachten willen formuleren.

 

In de eerste plaats de versnelling in de vernieuwing van onze economie via doorbraken.

 

Ten tweede, de absolute behoefte aan internationale ambitie en internationaal ondernemen als katalysator voor die vernieuwing.

 

Ten derde, de dwingende opdracht om tot een efficiënte staatsstructuur te komen. Voor dat laatste worden het cruciale weken. Daarom herhaal ik graag: wie vandaag de regionalisering afzweert, wie ze tegenhoudt of tegenwerkt, die zet de solidariteit in dit land op de helling.

 

De ultieme paradox is immers dat meer solidariteit enkel kan door meer autonomie voor de regio’s.

 

Ik wens u allen veel inspiratie, engagement en daadkracht in alles wat u onderneemt.

terug