filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

13okt
09
 Met plezier langer werken

Meer groei en langer werken, dat zijn de twee richtingen die het uit moet om de vergrijzing te financieren en het pensioenstelsel betaalbaar te houden. “Maar dat zijn niet alleen onprettige boodschappen”, zegt Etienne de Callataÿ.

Etienne de Callataÿ (Bank Degroof)


“Ik denk dat mensen veel langer willen werken, als ze meer voldoening in hun werk vinden.”

Etienne de Callataÿ is een van de topanalisten van ons land. Hij werkte voor het IMF en voor de Nationale Bank, was een tijdlang adjunct-kabinetschef van toenmalig premier Dehaene en kent de financiële en de economische wereld van binnen en van buiten. Vandaag is hij hoofdeconoom van Bank Degroof, de grootste onafhankelijke private en zakenbank van het land.


De pensioenproblematiek is een van zijn stokpaardjes. De meeste landgenoten maken zich maar zorgen over het pensioen zodra ze de vijftig voorbij zijn, maar Etienne de Callataÿ is ‘amper’ 47 jaar. Wij zoeken hem op in het mooie, statige gebouw van zijn bank in de Brusselse Nijverheidsstraat.

 

Het Belgische pensioenstelsel heeft het lastig. Hoe komt dat?
Etienne de Callataÿ:
“Eerst en vooral, het is een repartitiestelsel. Mensen die vandaag werken, betalen voor wie niet meer werkt. Dat functioneert perfect bij een constante demografie. Maar als het evenwicht wordt verbroken, komen we in de problemen. En dat is nu het geval.”
“Drie factoren verstoren de balans: de forse verhoging van de levensverwachting, de daling van de geboortecijfers en de kortere loopbaan. En de loopbaan krimpt omdat we allemaal langer studeren – wat goed is – en omdat we graag vroeg genoeg met pensioen gaan, om, zoals dat heet, nog van enkele mooie jaren te genieten. Of omdat mensen het werk beu zijn, omdat werken vandaag toch heel lastig is.”

 

We werken korter maar we werken harder?
“We werken in een grotere onzekerheid dan 30 of 40 jaar geleden. Mensen vrezen veel vaker voor hun job. En in ons land weet je dat je, eens je de 45 jaar voorbij bent, nog moeilijk een nieuwe job kan vinden.”
“We zitten op een keerpunt tussen twee modellen: een model van vaste jobs – dat niet meer bestaat – en een model met een heel flexibele arbeidsmarkt – dat nog niet bestaat. De overgang tussen die twee modellen is niet eenvoudig. Het zou sneller moeten gaan, maar het lukt niet best.”

 

grotere taart

U noemde drie factoren: hogere levensverwachting, lagere geboortecijfers, kortere carrières. Niet makkelijk om daaraan iets te veranderen. Of toch?
“Aan de levensverwachting kan je weinig doen. Als er straks een middel tegen kanker wordt gevonden, moet dat natuurlijk zo ruim mogelijk worden verspreid – ook al zal dat de levensverwachting nog verhogen en het pensioenprobleem dus vergroten.”
“Sommige landen zijn erin geslaagd de fertiliteitsratio wat te verhogen dankzij een aantal overheidsmaatregelen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven. Dat zouden we natuurlijk ook kunnen doen, maar daar moeten we toch niet te veel van verwachten.”
“Maar er zijn twee dingen waar we wel aan kunnen werken. We kunnen de taart een stuk groter maken; dat wil zeggen: de economische groei stimuleren. En we kunnen de activiteitsgraad van de hele beroepsbevolking optrekken, in het bijzonder bij oudere werknemers. Dat zijn de twee belangrijkste pistes.”

 

Eerst die economische groei. Dat is toch niet evident op een moment van crisis?
“Toch wel. Ik denk namelijk aan structurele maatregelen die pas op wat langere termijn resultaat opleveren. Meer efficiëntie bij de overheid, bijvoorbeeld, minder lasten, minder red tape. Een beleid dat gericht is naar de toekomst, niet naar het verleden.”
“In de jaren ’70 hebben we massaal de schaarse middelen verspild door vijf oude sectoren te steunen: staal, steenkool, scheepsbouw, textiel en glas. Pure verspilling was dat. Maar we hebben de lessen niet getrokken. Want wat heeft de overheid de laatste tijd gedaan? Ze heeft ploegenarbeid goedkoper gemaakt; dat wil zeggen: ze heeft de oude industrie gesteund. Het was misschien beter geweest de schaarse middelen te besteden aan activiteiten met meer potentieel voor de toekomst. Via een algemene verlaging van de sociale lasten, bijvoorbeeld. Of via gunstmaatregelen voor onderzoekers. Dan doe je iets voor de toekomst.”

 

Denkt u aan programma’s als Vlaanderen in Actie, of het Waalse Marshallplan?
“Eerst en vooral, ik heb veel sympathie voor zo’n initiatieven. Maar ik ben altijd wat terughoudend als de overheid pretendeert te weten wat de winnende sectoren van morgen zullen zijn. Want wat zien we? Iedereen doet nu hetzelfde. Alle regio’s investeren in biotechnologie. Waarom niet in iets anders?”
“Ik weet niet wat de winnende sectoren van morgen zullen zijn. Echt niet. Twintig jaar geleden heeft ook niemand voorspeld dat windenergie zo’n vlucht zou nemen, en in mobilofonie geloofde toen geen kat. Wel, we zien nu wat daar is gebeurd. Ik denk dus dat we beter wat bescheiden zouden blijven en dat we de voorkeur moeten geven aan een algemeen beleid dat de groei van nieuwe sectoren stimuleert.”

 

efficiënte overheid


U had het over een efficiëntere overheid. Dat is plots een populair thema geworden. Hoe ziet u dat?
“Eerst en vooral komt het er op aan alle overheidsniveaus te responsabiliseren. We moeten ze verantwoordelijk maken voor alles wat ze doen en niet doen. De pensioenen van ambtenaren van gewesten en gemeenschappen worden vandaag betaald door de federale overheid. Dat kan toch niet! Als een regio beslist iemand aan te werven, moet hij daar ook alle kosten voor dragen. Dan moet een ander niveau daar niet voor opdraaien.”
“Ten tweede, we moeten het ambtenarenstatuut met heel zijn bescherming afschaffen – met uitzondering misschien voor het gerecht, daar is een bescherming tegen politieke druk wel te rechtvaardigen. Maar ik zie niet waarom het nodig zou zijn voor personeel van gemeenten of gewesten, of voor een ambtenaar op Financiën.”
“Ten derde, we moeten naar één werknemersstatuut. Want zo krijg je pas echt mobiliteit tussen bedrijven, tussen sectoren, tussen overheid en privé. Je zou nogal een dynamiek zien ontstaan!”

 

Hoe bedoelt u?
“Neem bijvoorbeeld een leraar van 48 jaar die uitgekeken is op zijn job, die het beu is om altijd opnieuw met tieners te werken. Ik kan hem misschien zelfs begrijpen, ik heb drie tieners in huis en ik weet wat dat betekent. Maar het probleem van die leraar is: hij kan niet weg. Hij denkt er nog niet aan om een tweede loopbaan te beginnen, hij heeft veel te veel te verliezen, bijvoorbeeld in termen van pensioenrechten. Dus blijft hij zitten en hij wacht op zijn brugpensioen: op 58 jaar in Vlaanderen, op 55 jaar in de Franstalige gemeenschap. Harmoniseer alle statuten, en onze leraar kan beginnen denken aan een nieuwe carrière zonder pensioenverlies, in plaats van aan vervroegd pensioen.”


contractuelen

Maar dat is wel een heel drastische ingreep. Hoe ziet u dat?
“Ik pleit voor grandfathering, dat wil zeggen, voor een graduele hervorming. Je moet niet tegen een ambtenaar van 50 jaar plots gaan zeggen dat hij het pensioen van een gewone loontrekkende zal krijgen. Dat zou onrechtvaardig zijn, dat kan je niet maken.”
“Maar we kunnen wel zeggen: we stoppen met de aanwerving van nieuwe ambtenaren bij de overheid, we werken nog enkel met contractuele medewerkers. Dat is een hervorming die pas in 2020 of 2030 vruchten zal opleveren. Maar het is de correcte weg.”
“Daarom heb ik ook zo’n problemen met de huidige discussies over de begroting. Het gaat er echt niet om of we nu in 2015 of in 2013 een begroting in evenwicht zullen hebben. Het komt er op aan een goede economie op poten te zetten. Dat is wat we moeten doen. Geen kortzichtig beleid, geen eenmalige maatregelen, geen creatieve boekhouding. Wat we nodig hebben, zijn structurele hervormingen om meer mensen gelukkig aan het werk te houden.”


Gelukkig?
“Ja, dat is belangrijk. Nu klagen privéwerknemers over onderwijzers: ‘22 lesuren van 50 minuten per week, negen maanden per jaar, geen stress – ze weten niet wat werken is’. En ambtenaren kijken jaloers naar de werknemers in de privé met hun bedrijfswagens en hun riante beloningen.” “Zou het niet beter zijn als mensen uit de privésector naar het onderwijs kunnen overstappen, en dat leraars naar de werkvloer kunnen gaan? Iedereen zou veel beter begrijpen hoe de wereld echt draait. Het zou een positieve impact hebben op het bruto maatschappelijk geluk.”


Laten we het even hebben over uw tweede piste: langer werken. Wat is daar het probleem?
“Weet u waarom het systeem van brugpensioen in ons land nog altijd bestaat? Het antwoord is simpel: omdat iedereen ervan geniet, behalve de toekomstige generaties.”
“De betrokken werknemer verliest een heel klein stukje koopkracht, maar in ruil hoeft hij niet meer in de files te staan, zijn baas niet meer te trotseren, niet meer in wind en regen te wachten op de trein. Integendeel, hij heeft tijd om een zieke ouder te verzorgen, of een kleinkind op te vangen.”
“De vakbonden zijn voorstander van brugpensioen, omdat hun leden er om vragen en omdat zij de belangen van hun leden verdedigen. De vakbonden weten ook dat vervroegd pensioen het aanbod aan arbeid kleiner maakt en dus de prijs verhoogt. Als econoom begrijp ik dat standpunt.”
“Ook bedrijven zijn pro. Een werknemer van 55 jaar die niet meer echt productief is, kost vaak meer dan hij opbrengt. Sommige werknemers hebben bovendien niet veel goesting meer, of beschikken niet over de competenties die vandaag nodig zijn. Hen ontslaan, dat is te duur. Dus wachten ze op een ontslag dat door de samenleving betaald wordt: het brugpensioen.”
“En de politici zijn voorstander, want zij zijn niet bereid om grote politieke risico’s te nemen.”
“Zo liggen de kaarten. En wie verliest? De toekomstige generaties. Zij draaien er voor op.”

 

Iedereen heeft boter op het hoofd?
“Het is een collectieve verantwoordelijkheid als werknemers van meer dan 55 jaar niet zoveel zin meer hebben om te werken.”
“En waarom willen werknemers in België zoveel vroeger stoppen dan in onze buurlanden? Dat is echt niet alleen omdat ze gezondheidsproblemen hebben, het werken beu zijn, lastige bazen hebben. Want wat dat betreft is de situatie niet anders dan in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Het verschil is het geld, het gebrek aan financiële en actuariële neutraliteit in het Belgische pensioenstelsel.”
“Het is al vaak gezegd en het is waar: een jaar langer werken in ons land, dat levert nauwelijks extra koopkracht op. Je kan net zo goed stoppen met werken. Er is geen financiële prikkel, geen incentive om langer te werken.”
“Je kan het belang van zo’n prikkel niet onderschatten. Als ik eens een zeldzame keer op restaurant ga en ik zie op de kaart dat een dessert 15 euro kost, dan zal ik er geen drie eten. Maar als ik op een feest ben en er is een dessertbuffet, dan gebeurt het wel eens dat ik een tweede keer ga. Soms zelfs een derde. En de volgende dag op de fiets beklaag ik me dat natuurlijk, dan is het bloed, zweet en tranen.”
“Met een verkeerde prikkel krijg je verkeerd gedrag. Zo simpel is het.”

 

bonus-malus

Wat te doen, dan?
“Eenvoudig: voer een bonus-malusstelsel in. Wie langer werkt dan de pensioenleeftijd, wie de samenleving dus een besparing gunt, die zou een bonus moeten krijgen. Wie voor de pensioenleeftijd stopt, zorgt voor een extra last voor de samenleving en moet daarvoor betalen.”

 

Hoeveel?
“Vijf procent per jaar. Dat was de regel tot in de vroege jaren ’90. Het is trouwens een goede schatting van de reële kostprijs. Ga je drie jaar te vroeg met pensioen? Dan krijg je 15 procent minder. Werk je een jaar langer? Dan krijg je vijf procent extra.”
“Ik ben bovendien voorstander om niet in leeftijdtermen, maar in loopbanen te tellen. Een referteloopbaan zou dan bijvoorbeeld 42 jaar tellen. Ik heb zes jaar hogere studies gedaan, ik ben op 24 jaar beginnen werken. Voor mij zou de pensioenleeftijd dus 66 jaar zijn. Maar mijn buurman is op 18 jaar begonnen, die kan op 60 met pensioen gaan.”
“Als ik twee jaar vroeger wil stoppen, zou me dat dus 10 procent van mijn pensioenuitkering kosten.”

 

En wat met de zogenaamde ‘zware beroepen’?
“Iedereen vindt zijn job zwaar, op de een of de andere manier. U toch ook? Ik pleit dus voor een heel nauwe definitie van wat zwaar werk is. Bouwvakker, dat is zwaar, en postbode en verpleegster. Maar bediende bij de post, dat valt niet onder zwaar werk, net zo min als econoom bij een bank.”
“Zware jobs zouden bijvoorbeeld recht kunnen geven op extra pensioen. Voor elk jaar zwaar werk, is er een extraatje. En dat zou dan de eventuele malus voor een vroeg vertrek kunnen compenseren.”

 

Langer werken, bonus-malus, statuten afschaffen… Als het over de pensioenproblematiek gaat, zijn er blijkbaar weinig aangename boodschappen.
“Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik denk dat de ingrepen die ik voorstel, het werk heel wat aangenamer kunnen maken. Als je vlot kunt overstappen van overheid naar privé, als je een tweede carrière kan beginnen wanneer je uitgekeken bent op de eerste, als je werkgever je levenslang vorming geeft – ik ben ervan overtuigd dat mensen dan meer goesting, meer voldoening in hun werk zullen krijgen.”
“Vandaag zeggen we tegen de 50-plussers: voilà, je krijgt wat geld en je mag nog wat televisie kijken. Dàt is geen positief verhaal. Dat is brood en spelen voor mensen die door de maatschappij blijkbaar zijn afgeschreven. Dan heb ik toch veel liever dat we kunnen zeggen: ook mensen van boven de 50 hebben nog een plek, nog een verantwoordelijkheid in de samenleving.”
“Ik ben ervan overtuigd dat we mensen ook dat inzicht kunnen geven. Zodat ze beseffen dat langer werken niet alleen nodig is om maatschappelijke redenen, om de pensioenen van de volgende generaties betaalbaar te houden, maar dat werken ook voor het individu een betekenis heeft. Werken is namelijk niet alleen een leerrijke ervaring, je kan er ook een stuk van jezelf in leggen.”
“En ach, wat stress af en toe hoort er ook bij. Ik heb Powerpoint geleerd omdat het bijna letterlijk verplicht werd. Maar nu ben ik blij dat ik het kan. De druk die uit het werk komt, is niet altijd negatief.”

 

De remedies volgens Etienne de Callataÿ

  • vergroot de economische taart
  • verhoog de efficiëntie van de overheid
  • schaf de verschillende -statuten af
  • laat mensen langer werken
  • voer een bonus-malus-stelsel in voor pensioenen
  • geef enge definitie aan ‘zware beroepen’

Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune oktober 2009

terug