filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

13okt
09
 Marc Binnemans en het leven in de drukkerij

“Wanneer je vroeger een drukpers kocht, dan kocht je een oplossing. Vandaag koop je mogelijkheden”, zegt Marc Binnemans, CEO van de grafische groep Antilope, over de snelheid waarmee zijn sector evolueert en over de noodzaak van diversificatie."

“Je moet goed weten waar je naartoe wil”
"Hij vertelt ook over zijn passie voor kunst, zijn engagement bij Voka, en de probleemloze opvolging binnen het familiebedrijf. “Ik doe nog altijd mijn hoed af voor mijn ouders.”

Groep Antilope ligt sinds begin jaren tachtig op een industrieterrein in Lier, waar volgens vroegere gewestplannen een afrit van de grote ringweg rond Antwerpen zou aangelegd worden. Die ringweg en die afrit zijn er nooit gekomen, maar desondanks kon het bedrijf toch flink groeien. Groep Antilope telt vandaag honderdvijftig medewerkers, verspreid over vijf verschillende nv’s, allemaal in Lier gevestigd. Samen met dochterondernemingen Satelit, Eland, Edipa en Akeda realiseerde Antilope Printing vorig jaar een omzet van 30 miljoen euro.
Antilope is een familiebedrijf. De grafische groep werd in 1962 opgericht door Jean-Jacques en Marcella Binnemans. Begin jaren negentig nam zoon Marc de fakkel over.
Het bedrijf is intussen al lang niet meer zomaar een drukkerij. De grafimediagroep biedt een complete geïntegreerde dienstverlening in communicatie, zowel gedrukt (offset en digitale druk) als elektronisch (internet, intranet, cd-rom,…). Ook de noodzakelijke logistieke dienstverlening hoort daarbij. Sinds een aantal jaren werkt het bedrijf ook aan een horizontale uitbreiding. Zo startte Antilope een hoogkwalitatieve kartonnage op voor kleine tot middelgrote verpakkingen. “De verpakkingsmarkt biedt ons groeikansen, zeker in deze crisistijden”, zegt CEO Marc Binnemans.
Wij vragen hem wat hem drijft en hoe zijn bedrijf kon groeien tot wat het vandaag is.

 

pioniersjaren

“Mijn vader was accountant bij Mercedes Benz in Mechelen. Hij was een gewone jongen, zonder noemenswaardig eigen vermogen. Hij reed rond in een klein Fiatje, waarmee hij op een goeie dag een lifter oppikte. Zoals dat dan gaat, begonnen ze te praten over de dingen des levens. Toen bleek dat de lifter een drukker was op zoek naar een boekhouder en mijn vader een boekhouder op zoek naar een nieuwe uitdaging, besloten ze samen in zee te gaan. Het duurde niet lang of mijn vader kocht de aandelen van de zaak over, en begon samen met mijn moeder aan de verdere uitbouw van het bedrijf. Hij was de strateeg en de stille harde werker, zij was het commerciële brein, en zo ook het gezicht van de firma.”
“Die eerste jaren waren pioniersjaren. De drukkerij was gevestigd in een garage achter de kerktoren. Mijn moeder ging deur aan deur verkopen. Ik spreek nu van begin jaren zestig. Ikzelf ben van 1961, mijn ouders begonnen de drukkerij in 1962. We woonden boven de zaak, dus ik heb het leven in de drukkerij van kindsaf van heel nabij gevolgd. Ik heb mijn ouders enorm hard zien werken, hun glorieperiodes meegemaakt, maar ook de zware tijden. De oliecrisis eind jaren zeventig miste ook bij Antilope niet zijn effect. De verkoopcijfers kelderden en het was zwoegen om er weer bovenop te geraken. Maar ze haalden het.”
“Na de crisis kocht mijn vader zijn allereerste grootformaat pers. Maar toen het ding geleverd werd, bleek dat ze niet door de deur kon van het pand waar de drukkerij ondertussen gevestigd was. Gevolg: mijn ouders waren verplicht om uit te kijken naar een groter handelspand. Zo kwam het Lierse industrieterrein in het vizier, ons bedrijf is er vandaag nog altijd gevestigd. In ’81 is de drukkerij verhuisd. Vanaf toen is Antilope alleen maar blijven groeien.” 

 

kartonnen dozen

“Mijn ouders hebben altijd gezegd: ‘we hebben de zaak groot gemaakt voor onszelf, niet voor onze kinderen.’ Wij zijn van thuisuit dan ook nooit echt gepusht om in het bedrijf te stappen, integendeel. Mijn vader stond erop dat mijn zus en ik eerst minstens twee jaars ergens anders zouden werken, liefst onder een baas. We moesten ons bewijzen. Ikzelf ben zo begonnen bij een internationaal publiciteitsagentschap, Young-Rubicam. Dat was een fantastische leerschool. Ik zou iedereen die tot de tweede generatie van een familiebedrijf behoort aanraden om eerst elders zijn tentakels uit te slaan. Het is verrijkend en het geeft je een open kijk op het familiebedrijf.”
“In 1987 was het dan zover. Ik begon bij Antilope. Eerst vervulde ik nog bescheiden functies. Ik ben begonnen bij de productieafdeling als account manager. Ik volgde dossiers op, begeleidde klanten en stelde facturen op. Na een half jaar vroeg mijn vader om mee in het management te stappen. Maar die boot heb ik bewust afgehouden. Ik vond het belangrijk om het bedrijf eerst nog beter te leren kennen. Ik wilde meer voeling krijgen met de werkvloer. Mijn doel: alle collega’s doen vergeten dat ik ‘de zoon van’ was. Zo heb ik binnen het familiebedrijf mijn eigen carrièrepad uitgestippeld, waarbij ik op verschillende afdelingen werkte en uiteenlopende functies vervulde. Na dat voortraject van zeven jaar ben ik geleidelijk aan meer en meer verantwoordelijkheden beginnen opnemen.”
“Mijn ouders hadden in 1989 de zaak al voor een stuk vererfd naar de tweede generatie. Mijn vader had een constructie opgezet die moest verhinderen dat de zaak voor een patstelling zou komen te staan wanneer broer en zus het oneens zouden worden. Maar dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn, want na de geboorte van haar derde kind besloot mijn zus haar aandelen te verkopen. Ik nam ze over. Toen ik de volgende ochtend op kantoor aankwam en het nieuws aan mijn vader wilde vertellen, was hij kartonnen dozen aan het vullen. ‘Op dit bedrijf is geen plaats voor twee bazen, zei hij. ‘Ik ben hier weg, maar wanneer je me nodig hebt, dan doe ik mijn kostuum aan en kom ik je helpen.’ Dat was een ontroerend moment. Ik heb de man nadien ook nog vaak gebeld voor hulp. Ik doe voor hem mijn hoed af.”

 

sneltrein

“Sindsdien is er heel wat veranderd in onze business. De snelheid waarmee wij opereren, is de snelheid van de computer, of mobiele netwerken.
“Als je vroeger een drukpers kocht, dan kocht je een oplossing. Je kocht een vierkleurenpers of een vijfkleurenpers. Vandaag koop je mogelijkheden. De toepassingen in de sector zijn zo divers en de applicaties zo uiteenlopend, dat je een heel duidelijk strategisch plan nodig hebt. Je moet weten waar je naartoe wil. Anders ga je de verkeerde aankopen doen – in onze sector zijn dat meestal hele dure aankopen - en dat maakt dat je niet succesvol kunt zijn op de zeer competitieve markt.”
“Wij hebben eerst gewerkt aan de verticale uitbouw van het bedrijf. Van fotografie over pre-press en druk tot logistieke dienstverlening. Nu zijn we volop bezig met de horizontale uitbouw. Drukken wordt immers hoe langer hoe meer een ‘commodity’. We zijn in feite een crossmediale groep. Naast het drukken, gaan we de content ook klaarmaken voor het internet, of een mobiel netwerk, of we verwerken het in een database voor point-to-point marketing. De mogelijkheden zijn eindeloos.”
“Sinds vier jaar hebben we een hoogkwalitatieve kartonnage opgestart. We hebben dat gedaan om onze verdere groei te garanderen. Want de verpakkingsmarkt is een groeimarkt, terwijl de markt van het drukwerk eerder stabiel blijft. Ga maar eens naar de supermarkt kijken: vroeger vond je daar gemiddeld vijf à tienduizend items, nu zijn dat er gemakkelijk 35.000. En die moeten stuk voor stuk verpakt worden. Door het sterk uitgebreide gamma zijn de producenten ook verplicht om zich te onderscheiden met verpakking. Het is een belangrijk marketinginstrument geworden.”
“Gelukkig maar, want door de crisis zijn de volumes gedrukt papier gedaald met bijna 12 procent. Ook wij voelen dat. Maar door onze productdiversificatie houden we toch stand.”

 

kunst

“Als bedrijf moeten we uiteraard ook onszelf voortdurend promoten. Daarvoor hebben wij in 1995 onze kunstgallerij opgestart. We moesten destijds onze ontvangstruimte voor bezoekers uitbreiden en we wilden er iets origineels van maken, dus bouwden we een kunstgallerij. Dat heeft ons zeker geen windeieren gelegd. Het is ongelofelijk wat voor een meerwaarde de gallerij ons biedt. Wie als drukker de link met kunst kan maken, zit sowieso goed. Want kunstboeken drukken is zowat het neusje van de zalm in de drukkerijwereld. Wie dat kan, kan drukken.”
“Gemiddeld twee à drie keer per jaar nodigen we een kunstenaar uit om in onze gallerij een vernissage te houden. Wij nodigen gasten uit en zorgen voor de catering. Van de kunstenaar verwachten we als wederdienst dat hij een kunstwerk maakt met een link naar Antilope. Dat heeft ons al een hele mooie collectie opgebracht.”
“De vernissages zijn ook een prima gelegenheid om belangrijke gasten of klanten uit te nodigen naar het bedrijf. De ervaring leert dat mensen niet gemakkelijk toehappen als je ze uitnodigt voor een rondleiding in het bedrijf. Een vernissage daarentegen klinkt blijkbaar veel voornamer. Dat wordt zelden geweigerd.”

 

engagement

“Ik heb me er altijd voor gehoed om bedrijfsblind te worden. Dat gevaar bestaat als je dag in dag uit voor je bedrijf werkt en amper buiten komt. Ik probeer dat te vermijden,  onder meer door regelmatig cursussen te volgen, bijvoorbeeld op de Vlerick Managementschool. Momenteel volg ik groeimanagement op IGMO (het Impulscentrum Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen van Vlerick, red.), bij Hans Crijns. Tijdens de colleges zit je samen met soortgenoten, waarmee je ideeën en ervaringen kunt uitwisselen. Dat is heel verrijkend.”
“Hetzelfde gevoel krijg ik bij Voka. Destijds heeft mijn vader zijn stoel bij de Vlaamse werkgevers afgestaan aan mij omdat hij vond dat de werkgevers aan verjonging toewaren. Ik kwam naar mijn eerste Algemene Vergadering, amper 36, en voelde me inderdaad een snotneus. De gemiddelde leeftijd bij Voka was toen 55.”
“Maar ook daar heb ik enorm veel bijgeleerd. Ik vond er een entourage die me op intellectueel vlak voortdurend uitdaagde.
“De laatste jaren heb ik een actieve rol opgenomen binnen de werking van Voka, onder meer door een werkgroep over arbeidsmarktbeleid voor te zitten en de jongerenwerking uit te bouwen. Met beide ben ik nu nog volop bezig. Ik hoop dat de leden op het volgende Voka-congres de gevolgen daarvan al zullen kunnen waarnemen.”

Auteur : Sandy Panis
Bron : Vokatribune oktober 2009

terug