“Er is geen Europese aanpak, want er zijn geen Europese instrumenten”
Voormalig Europees commissaris Karel Van Miert maakt zich ongerust over de evolutie in de Europese Unie. “Ik zeg niet dat de euro direct in gevaar is. Maar de binnenmarkt, de geïntegreerde Europese markt – toch een mooi resultaat van een zwaar parcours – die staat wel onder druk.”
Nobelprijs-winnaar Paul Krugman noemde Europa pas enkele weken geleden nog een “continent op de dool”. De columnist van The New York Times maakte eind maart kleinhout van de Europese aanpak. “Europa schiet tekort”, zei hij. En hij sprak ronduit over “gebrek aan leiderschap” en “onvermogen” om op de crisis te reageren. Europa is structureel zwak, in tijden van crisis.
De 27 regeringsleiders die zich eind maart op de Lentetop in Brussel gezamenlijk op de borst klopten, probeerden een andere indruk te geven: dat Europa wel een plan heeft, dat het de goede richting uit gaat, dat de Europese aanpak de juiste is.
Karel Van Miert maakte zelf van 1993 tot 1999 deel uit van de EU-Commissie. Hij weet waarover hij praat, en hij geeft Paul Krugman gelijk. “Europa gijzelt zichzelf”, zegt hij. “De EU is kennelijk niet bereid om het bestaande potentieel aan maatregelen aan te boren.” We praten met Van Miert over de crisis en over de uitweg daaruit.
De analyse van de crisis is al vaak gemaakt. Welke elementen treffen u het meest?
Karel Van Miert: “We moeten het onderscheid maken tussen de factoren die de crisis hebben veroorzaakt en de gevolgen. Bij die eerste groep hoort in ieder geval het kortetermijndenken, de terreur van de kwartaalcijfers. Ik zetel in heel wat raden van bestuur. Ik heb fysiek gezien wat die kwartaalcijfers aanrichten. Het is altijd een gevecht, zeker als de cijfers tegenvallen. En dat kortetermijndenken is nog extra gestimuleerd door het beloningssysteem. Managers dachten op de duur niet meer aan ondernemen op lange termijn, ze dachten aan de opties die ze in het volgende kwartaal konden lichten. Het werd een pervers systeem. Neem daarbij de evoluties in het financiële systeem van de voorbije vijftien jaar, met producten die niet transparant en niet gereguleerd waren. Niemand begreep ze nog, zelfs de hoofdeconoom van de Bank of England had mentaal afgehaakt. En als die het al niet meer verstond… En dan was er nog de illusie the sky is the limit. Alsof de bomen echt tot in de hemel groeien. Maar iedereen leek het te geloven. Dat is natuurlijk grenzeloos naïef. Alles heeft zijn beperkingen. Aan alles is een limiet. Dat is precies wat deze crisis heeft bewezen.”
Welke conclusies trekt u daaruit?
“Al die factoren leiden vanzelf tot een eerste conclusie: er moest in ieder geval iets gebeuren aan de regelgeving. Transparantie, controle, toezicht – dat moeten we structureel aanpakken. En daar zijn we nu op verschillende niveaus toch stilaan mee bezig. Tweede conclusie: op het moment dat de moeilijkheden beginnen en het systeem onder vuur komt, blijkt dat niemand daarop voorbereid is. De risico’s zijn schromelijk onderschat. Niemand heeft het kennelijk zien aankomen. Kijk eens hoe slecht men in Duitsland gereageerd heeft. De kampioen van de export heeft enorme klappen gehad. Dat zorgt ook voor een geweldige schok van het vertrouwen, met alle gevolgen vandien. De Amerikaanse consumenten, die al lang niet meer spaarden, zitten nu echt op hun tandvlees. En dat versterkt de crisis alleen maar. Maar er is ook een heilzaam effect. Mensen realiseren zich nu plots dat er dingen zijn die niet kunnen. Bernard Madoff die jarenlang tien tot twintig procent rendement per jaar beloofde… de mensen geloofden het maar al te graag. Terwijl het toch een eenvoudige tautologie is: als iemand je ongelooflijk goede voorwaarden voorstelt, geloof het dan niet.”
illusies
Zijn er nog heilzame effecten?
“Er zijn nog andere illusies verdwenen, ja. Jarenlang heerste de mentaliteit dat de markt alles wel vanzelf zou corrigeren. Dat werd zo vaak gezegd, dat de mensen het op de duur voor waarheid aannamen. Wel, ik ben vele jaren EU-commissaris voor mededingingsbeleid geweest, de marktwerking was mijn bevoegdheid. Neem het van me aan: de markt corrigeert vaak wel, maar even vaak niet. De energiemarkt, om maar die te noemen – daar werkt de markt slechts heel beperkt. Omdat er zoveel meer elementen in zitten: politiek, geopolitiek, machtsblokken, enzovoort. Als je wil dat de markt werkt, dan moet je ze dus een handje helpen. De illusie van de automatische correctie heeft er helaas wel mee voor gezorgd dat we een globalisering hebben gekend zonder spelregels. Het slotbeeld is dus heel triestig: de wereldhandel klapt voor een stuk in elkaar, iedereen deelt in de klappen, de crisis verspreidt zich snel, beleidslui weten niet hoe ze het moeten aanpakken, consumenten zijn bang voor wat hun nog zou overkomen… Dat is het beeld vandaag, in Europa, in de wereld.”
En de Europese reactie daarop…
“Dat beeld is even triest. We hebben in Europa niet de instrumenten om dit recht te zetten. We hebben nagelaten die instrumenten te creëren. Gelukkig hebben we nog twee belangrijke verworvenheden van de voorbije decennia: de binnenmarkt en de euro. Vooral de euro heeft in de voorbije crisis zijn waarde bewezen. De tegenstanders van toen mogen nog wel eens nadenken over de stommiteiten die ze toen verteld hebben. Maar die verworvenheden worden nu bedreigd door een gebrek aan voldoende instrumenten. Ik heb het al vaak gezegd: er is te weinig Europa. Te weinig om de crisis aan te pakken. Europa reageert zwak, zonder visie, zonder samenhang. De ene zegt dit, de andere zegt dat.”
Hoe komt dat?
“Er is een existentieel probleem. Het uit zich op vele niveaus. Ik zie bijvoorbeeld veel te veel intergouvernementele samenwerking in de unie, in plaats van integratie. Integratie, dat leverde de binnenmarkt op en de euro. Intergouvernementele samenwerking, dat resulteerde in zevenentwintig verschillende nationale plannen om de crisis aan te pakken. De Europese commissie is ondergraven en verzwakt. Dat is een strategie die al jarenlang gevoerd wordt door de leiders van de belangrijkste lidstaten. Ze startte onder implus van de voormalige Franse president Chirac en zijn Duitse collega Schröder. Die waren niet opgezet met een commissie die initiatief nam en richting aangaf. Zij wilden een uitvoerend secretariaat. In het Verdrag van Lissabon, dat een paar jaar geleden de werking van de unie moest moderniseren, was er maar één verliezende partij: de EU-Commissie, die macht moest afgeven aan het Europees Parlement en aan de Europese Raad. Een Europese Raad trouwens die functioneert als een Congres van Wenen.”
geen instrumenten
Dat klinkt heel schamper.
“Misschien wel. Maar wat erger is: de Europese structuren zijn niet meer aangepast. De EGKS en Euratom, de historische basis van de unie, die beschikten nog over instrumenten en middelen om te investeren. De EU heeft dat niet. De voorbije decennia is dat afgeschaft. Europa mag geen schulden maken – om ideologische redenen. Dat is niet slim. Bekrompen ideologie is nooit een goede raadgever. Maar het gevolg is dat we nu geen instrumenten en geen middelen hebben om op te treden. En dus ook geen geloofwaardigheid. Hadden we vijftien jaar geleden toenmalig EU-commissievoorzitter Jacques Delors gevolgd, dan kon de EU nu met eigen leningen naar de markt gaan. Dan was er een potentieel om als unie op te treden. Dan hadden we effectief kunnen optreden tegen protectionisme. Dan hadden we middelen voor acties waar nationale regeringen tekort schoten. Nu moeten we het land per land oplossen. Maar elk land op zich heeft nauwelijks ruimte. Gevolg: de nationale plannen hebben een beperkte geloofwaardigheid. Vandaag is het te laat om dat nog om te draaien, en ik zie ook weinig politieke bereidheid in die zin. Maar men zou het tenminste kunnen proberen. Dat zou op zich al een krachtig signaal zijn voor de hele unie.”
Bent u even kritisch voor de Europese Centrale Bank?
“Neen, ik vind dat die haar rol goed gespeeld heeft. Ze was een van de steunpilaren. Gelukkig hebben we de ECB nog. Natuurlijk zou ze een grotere rol kunnen spelen. Dat zou een goede zaak zijn. Maar wat we eigenlijk nodig hebben, dat is een echte economische regering voor de eurozone. Dat is een voorstel dat jaren geleden al door Jacques Delors werd gelanceerd, en dat recent werd overgenomen door de Franse president Sarkozy. Voor één keer steun ik Sarkozy.”
Hoe zou zo’n Europese economische regering er kunnen uit zien?
“Typisch Europees, natuurlijk. Met een grote rol voor de commissie en voor de ministers van Financiën en Begroting. Men zou er een ad hoc-structuur voor kunnen uitbouwen, met voldoende permanentie, met voldoende stabiliteit, en met de proactieve opdracht om uit te kijken naar middelen en instrumenten. Want er zijn heel wat dreigingen en moeilijkheden die op ons afkomen, en waarvoor we de nodige instrumenten moeten creëren.”
neveneffecten
Dreigende landenrisico’s, bijvoorbeeld, zoals Hongarije?
“Daar ben ik niet zo bang voor. Ja, Hongarije zal orde op zaken moeten stellen, en Europa kan daarbij helpen. Ook Letland zit met grote moeilijkheden. Het is een les voor de nieuwe landen. Het is misschien allemaal heel leuk om te lenen in sterke vreemde valuta omdat de rente dan veel lager is, maar dat kan wel heel verkeerd uitdraaien. En dat is dan ook hier gebeurd.”
Komen we hieruit? Komt Europa hieruit?
“We moeten wel. We zullen door een langdurige fase van aanpassingen gaan, met schokken, met vallen en opstaan. De schulden zullen oplopen, en die zullen ooit moeten terugbetaald worden. Deflatie dreigt. Maar ook inflatie is een risico, want als we de plannen van heel wat landen zien, dan zullen de drukpersen geld moeten spuien. Elke remedie zal neveneffecten hebben, net zoals de medicatie tegen een zieke: de ziekte wordt misschien wel genezen, maar er zullen andere kwalen opduiken. Maar er is ook een andere manier om naar de dingen te kijken. Dan kijken we niet naar de crisis die zich vandaag afspeelt, maar naar het potentieel dat zich nu aanbiedt. China, India, de hele wereld… Op zeker ogenblik gaan we toch terug naar economische groei. Op een andere manier dan voorheen. Maar ik ben niet pessimistisch. We moeten de regelgeving verbeteren, het toezicht aanpassen. Europa zal zich moeten versterken, het zal werk moeten maken van een scala aan economische, sociale, maatschappelijke veranderingen. Alleen op die manier kunnen we de mensen het perspectief bieden dat nodig is om door de moeilijkheden van vandaag te raken. Ik blijf er bij: er is meer Europa nodig, niet minder.”
Voka-standpunt : Jan Buysse, adviseur Europa Voka-kenniscentrum
“Europa als hefboom voor transformatie in Vlaanderen”
We hebben niet minder, we hebben meer Europa nodig. Dat is een correcte boodschap. Want Europa kan een motor zijn voor de economische transformatie in Vlaanderen. Dat zegt Jan Buysse, Europees adviseur bij het Voka-kenniscentrum.
“Historisch is de Europese integratie een succesverhaal. De interne markt betekent voor de burger een extra inkomen dat op vele honderden euro per jaar mag geraamd worden. Maar het lijdt geen twijfel dat de unie vandaag in crisis is. Referenda in verschillende lidstaten zijn de voorbije jaren op een debâcle uitgedraaid, wat uitstekend de kloof tussen de burger en de Europese instituties illustreert. Maar er is niet alleen een institutioneel probleem: de belangrijkste problemen situeren zich op het financiële en economische gebied. Terwijl de wereld interdependent wordt, blijft internationaal en wereldwijd bestuur achterwege. De huidige kredietcrisis en de daaropvolgende economische crisis onderstrepen dat ten overvloede: elk land kiest voor zijn eigen, nationale aanpak, ten nadele van een Europese aanpak. Toch is de Europese Unie meer dan ooit nodig. Niet alleen voor een gecoördineerde aanpak van de crisis, ook voor een coregie van de globalisering. Op Europees niveau kunnen we zorgen voor een betere benutting van de welvaartseffecten, voor een vereenvoudiging van de aanpassingsprocessen, voor een bescherming tegen economisch nationalisme en protectionisme en voor global governance. Meer Europa, dat spoort ook uitstekend met economische transformatie in Vlaanderen: via een slimme, proactieve co-regie van de EU-agenda en de optimale benutting van het bestaande instrumentarium kunnen we de doorbraakagenda voor Vlaanderen faciliteren.”
Voka zal in de volgende weken haar prioriteiten voorleggen voor de nieuwe EU-commissie en voor het nieuw te verkiezen Europees Parlement.
Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune april 2009